Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928676 nr. 303

28 676 NAVO

Nr. 303 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 september 2018

Inleiding

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan ten behoeve van de bijeenkomst van de NAVO-Ministers van Defensie op 3 en 4 oktober a.s. te Brussel.

Deze NAVO-ministeriële zal gaan over de opvolging van de uitkomsten van de NAVO-top die op 11 en 12 juli jongstleden in Brussel plaatsvond. Het belangrijkste onderwerp van de aankomende bijeenkomst wordt de lastenverdeling binnen het Bondgenootschap. Voorafgaand aan de bijeenkomst komt de NAVO-Georgië Commissie bijeen, aansluitend aan de bijeenkomst van de Nuclear Planning Group.

NAVO-Georgië Commissie

Sinds de bijeenkomst van de NAVO-Georgië Commissie in februari 2017, is er een nieuwe regering aangetreden in Georgië. De Ministers zullen met Minister Levan Izoria spreken over de samenwerking tussen de NAVO en Georgië, met name ten aanzien van de implementatie van het Substantial NATO Georgia Package (SNGP). Dit pakket aan initiatieven dient ertoe om de veiligheidssector van Georgië en de samenwerking met de NAVO-bondgenoten te versterken. Nederland draagt bij aan de uitvoering van dit pakket. Zo is er een goede samenwerking tussen de Defence Institution Building School in Georgië en het Nederlandse instituut voor internationale betrekkingen Clingendael.

Werkdiner

Lastenverdeling stond centraal tijdens de NAVO-Top van afgelopen zomer. Uit het communiqué blijkt een duidelijk besef van de bondgenoten dat de huidige veiligheidsdreigingen vragen om een verhoging van de defensie-uitgaven. Nederland heeft aangegeven het gevoel van urgentie voor vervolgstappen te delen in het licht van de ontwikkeling van de internationale veiligheidssituatie en het belang van een evenwichtige trans-Atlantische lastenverdeling.

Ook heeft de NAVO tijdens de Top de bondgenoten verzocht elk een nationaal plan op te stellen voor het uitvoeren van de afspraken die tijdens de NAVO-top van 2014 in Wales zijn gemaakt (Kamerstuk 28 676, nr. 210). Nederland is één van deze bondgenoten. De Ministers zullen tijdens het werkdiner, dat volledig in het teken zal staan van de lastenverdeling, spreken over het opstellen van deze nationale plannen en meer in het algemeen over hoe zij opvolging gaan geven aan de urgentie die tijdens de recente Top in Brussel is geconstateerd als het gaat om de defensie-uitgaven te verhogen.

Werksessie

Voor de werksessie staan twee thema’s op de agenda: EU-NAVO samenwerking en de Deterrence & Defence Posture van de NAVO. Het eerste thema wordt besproken in aanwezigheid van Hoge Vertegenwoordiger Mogherini, als ook de Ministers van Defensie van Zweden en Finland. Het gesprek richt zich op een aantal specifieke onderwerpen, namelijk militaire mobiliteit, cyber, het omgaan met hybride dreigingen en de samenwerking tussen de EU en NAVO op de zuidflank van het bondgenootschap. Nederland heeft eerder gepleit voor een eenvormige rapportage binnen EU en NAVO als het gaat om afspraken omtrent militaire mobiliteit. Nederland wil een voortrekkersrol op dit dossier blijven spelen, in het bijzonder als het gaat om ervoor te zorgen dat concrete stappen worden gezet om de militaire mobiliteit te verbeteren.

Nederland acht het van belang om in goede afstemming tussen EU en NAVO te spreken over onderwerpen die beide organisaties aangaan, zoals cyber en hybride dreigingen. Op de zuidflank is o.a. samenwerking in Irak tussen de EU Assistance Mission in Iraq (EUAM-I) en de NATO Mission in Iraq (NMI) essentieel. De Nederlandse Senior Civilian van NMI zal zich inspannen om deze samenwerking succesvol te laten verlopen.

Het versterken van de Deterrence & Defence Posture wordt uitsluitend met de 29 bondgenoten besproken. De belangrijkste onderwerpen die in dit kader zullen worden besproken zijn de aangepaste NAVO-commandostructuur, Reinforcement en de Enablement of SACEUR’s Area of Responsibility. Daarnaast zal het ook gaan over de zuidflank van het bondgenootschap. Het is de insteek van de Secretaris-Generaal om meer structuur te geven aan de NAVO-activiteiten aldaar.

De aanpassing van de NAVO-commandostructuur is tijdens de Top door de staatshoofden en regeringsleiders verwelkomd. De komende drie jaar zal worden gewerkt aan de implementatie van deze aangepaste structuur. De Ministers spreken onder meer over de invulling van de (Multi Corps) Land Component Commands. Deze hoofdkwartieren moeten in staat zijn om meer legerkorpsen aan te sturen. SACEUR wil over twee van dergelijke hoofdkwartieren kunnen beschikken. Op dit moment loopt de discussie nog over de vraag hoe deze behoefte moet worden ingevuld, bijvoorbeeld door op rotatie-basis gebruik te maken van bestaande hoofdkwartieren uit de NATO Force Structure. Het Nederlandse standpunt hierbij is dat er een gedegen analyse nodig is van wat deze hoofdkwartieren moeten doen, en wat er nodig is om meer legerkorpsen door één hoofdkwartier te laten aansturen. In hoeverre er ook een rol is weggelegd voor het Duits-Nederlandse hoofdkwartier zal op basis van die analyse worden bezien.

Zowel Reinforcement als de Enablement of SACEUR’s Area of Responsibility (AOR)zijn van belang voor het reactievermogen van de NAVO. Reinforcement gaat over het kunnen versterken van eenheden, bijvoorbeeld het kunnen versterken van de vooruitgeschoven aanwezigheid in het Balticum. De Enablement of SACEUR’s AOR behelst een geheel aan maatregelen op het gebied van o.a. regelgeving, infrastructuur en beschikbaarheid van strategisch transport teneinde NAVO-eenheden ongehinderd naar, van en door SACEUR’s AOR te kunnen verplaatsen. Er bestaat hier een duidelijk verband met militaire mobiliteit. Voor beide onderwerpen geldt tevens dat er een link bestaat met de gereedheid van eenheden. Readiness, Responsiveness en Reinforcement zijn drie belangrijke thema’s als het gaat om het versterken van de Deterrence & Defence Posture van de NAVO. De Ministers zullen de komende periode de voortgang op alle drie deze onderwerpen bespreken, om de effectiviteit van het bondgenootschap te waarborgen. Nederland verwelkomt de ontwikkelingen om het reactievermogen van de NAVO te vergroten. Nederland zal het gesprek blijven aangaan om op deze onderwerpen te komen tot concrete afspraken, zodat uitvoering wordt gegeven aan initiatieven.

Nuclear Planning Group

Na de ministeriële bijeenkomst vergadert de Nuclear Planning Group. De Ministers spreken daar over het nucleaire beleid van de NAVO.

Turkije

In aanloop naar de Top is de Motie Van Helvert c.s. aangenomen die de regering verzoekt de Turkse toenadering tot Rusland en het Turkse voornemen voor de aanschaf van het Russische S-400 luchtverdedigingssysteem aan de orde te stellen in het kader van de NAVO. De Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken hebben allebei in contacten met de Secretaris-Generaal van de NAVO de Nederlandse zorgen over de aanschaf van dit systeem door Turkije overgebracht.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten