Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201628676 nr. 247

28 676 NAVO

Nr. 247 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 mei 2016

Hierbij bied ik u het verslag aan van de bijeenkomst van de Noord-Atlantische Raad (NAR) op het niveau van de Ministers van Buitenlandse Zaken die op 19 en 20 mei jl. in Brussel bijeenkwam. Tijdens deze ministeriële bijeenkomst is het toetredingsprotocol van Montenegro tot de NAVO getekend. Daarnaast werd een werksessie gehouden over de ontwikkelingen aan de zuidflank van de NAVO. Tijdens het werkdiner stond de relatie met Rusland en de oostelijke partnerlanden centraal. Op de tweede dag vond een werksessie plaats over EU-NAVO samenwerking. De ministeriële bijeenkomst werd afgesloten met een bijeenkomst over de Resolute Support Missie in Afghanistan.

Montenegro

Er werd begonnen met een korte ceremoniële bijeenkomst waarin de NAVO-lidstaten het toetredingsprotocol van Montenegro tot de NAVO hebben getekend. De Minister-President van Montenegro was hierbij aanwezig. Het protocol zal nu aan de nationale parlementen worden voorgelegd. Nadat alle NAVO-lidstaten hebben laten weten dat de interne procedures vereist voor de inwerkingtreding van het Verdrag zijn afgerond, kan het verdrag in werking treden en zal Montenegro formeel tot het Verdrag van Washington toetreden en daarmee een volwaardig lid van de NAVO worden. Ook het kabinet zal, na het doorlopen van de hiervoor geldende procedures, het protocol ter goedkeuring aan uw Kamer aanbieden.

Tijdens deze bijeenkomst heeft de Secretaris-Generaal van de NAVO een korte interventie gehouden, waarin hij aangaf dat Montenegro met succes hervormingen heeft doorgevoerd teneinde te voldoen aan de eisen die het NAVO-lidmaatschap stelt. Bovendien zal het lidmaatschap van Montenegro, volgens de Secretaris-Generaal, leiden tot grotere stabiliteit op de Westelijke Balkan.

Nederland deelt deze opvatting. Montenegro heeft op het gebied van hervormingen de afgelopen jaren veel bereikt. Het hervormingsproces is echter nog niet voltooid, en daarom vindt Nederland het van belang dat Montenegro zich heeft gecommitteerd aan voortzetting van het hervormingsproces, waaronder met betrekking tot de rechtsstaat en de vrijheid van media. In de komende periode zal Nederland de nakoming van deze afspraken nauwgezet volgen en daar, indien nodig, Montenegro ook op aanspreken. Bovendien blijven deze onderwerpen op de politieke agenda staan bij de toetredingsonderhandelingen die Montenegro met de EU voert.

Zuidflank

De ontwikkelingen aan de zuidflank van het NAVO-verdragsgebied zijn uitvoerig aan de orde gekomen. Dat is in lijn met de Nederlandse positie om aan de dreigingen en instabiliteit in zowel het oosten als zuiden aandacht te besteden en daar adequaat naar te handelen. Verdere besluitvorming over de zuidflank is voorzien tijdens de bijeenkomst van de NAVO Ministers van Defensie op 14–15 juni a.s. en tijdens de NAVO Top in Warschau op 8–9 juli a.s.

De Ministers hebben besloten om een «needs assesment» missie naar Irak te sturen. Deze zal moeten beoordelen of de activiteiten ten behoeve van capaciteitsopbouw voor de Iraakse strijdkrachten, binnen het zogenaamde «Defense Capacity Building» (DCB) initiatief, moeten worden uitgebreid en met name of deze ook binnen Irak zelf kunnen plaatsvinden. Deze missie vindt plaats op verzoek van de Iraakse autoriteiten. Nederland heeft tijdens de bijeenkomst naar voren gebracht deze missie van belang te vinden, gezien de gecompliceerde veiligheidssituatie waarbinnen eventuele NAVO-activiteiten in Irak zullen plaatsvinden. Op basis van de conclusies van deze missie kan een besluit van de Noord-Atlantische Raad (NAR) worden genomen over de vraag of aanvullende activiteiten van de NAVO in Irak verantwoord zijn. Voor Nederland is daarbij essentieel dat NAVO-activiteiten een toegevoegde waarde hebben en dat zij nauw aansluiten bij de inspanningen van andere internationale organisaties en individuele landen.

In deze sessie is verder de situatie in Libië aan de orde gekomen. Daarbij is gesproken over de vraag op welke wijze de NAVO ondersteuning kan geven aan de versterking van de veiligheidssector in het land. In 2013 heeft de NAVO aan Libië het aanbod gedaan om in een adviserende rol bij te dragen aan de versterking van de veiligheids- en defensiesector mits de situatie dat toestaat en de Libische autoriteiten hiertoe een verzoek zouden indienen. Dat aanbod van de NAVO staat, maar Nederland heeft daarbij, gesteund door veel andere Bondgenoten, aangegeven dat door de zeer fragiele situatie in Libië concrete NAVO-activiteiten op land nog niet in de rede liggen. In de bijeenkomst werd geconcludeerd dat de NAVO zal voortgaan met het in kaart brengen van mogelijke ondersteuning die aan Libië kan worden geboden, zodra daartoe een verzoek van de Libische autoriteiten is ontvangen. Ook hier geldt dat deze eventuele activiteiten een besluit van de NAR vereisen.

Tijdens de bijeenkomst is door de Ministers besloten om de modaliteiten in kaart te brengen voor het mogelijk delen van informatie die AWACS radarvliegtuigen boven Turkije verzamelen ten behoeve van leden van de anti-ISIS coalitie. Nederland is van mening dat het delen van informatie met de anti-ISIS coalitie zinvol is. Deze activiteiten betekenen niet dat de NAVO een formele rol krijgt in de anti-ISIS coalitie.

De Ministers spraken tenslotte over de mogelijke inzet van maritieme capaciteiten van de NAVO in de Middellandse Zee, al dan niet ter ondersteuning van met name de EU. De inzet van NAVO capaciteiten in de Egeïsche Zee (in het kader van SNMG-2) heeft laten zien dat deze samenwerking succesvol kan zijn.

Voorts stelde de Secretaris-Generaal van de NAVO voor om surveillance-capaciteiten van de (bestaande) maritieme NAVO-missie «Operation Active Endeavour» aan te bieden aan de EU-missie EUNAVFORMED op het moment dat het mandaat van EUNAVFORMED is verbreed. Zoals bekend wordt thans actief bezien of EUNAVFORMED zich ook kan gaan toeleggen op de aanpak van wapensmokkel.

Rusland

Tijdens het werkdiner hebben de Ministers over de relatie met Rusland gesproken. Zonder uitzondering waren de Bondgenoten van mening dat de NAVO een dubbelspoor van afschrikking en dialoog dient te blijven volgen. Gezien het Russische optreden en retoriek, de inmenging in het oosten van Oekraïne en de illegale annexatie van de Krim, is er binnen de NAVO geen draagvlak om de besluiten van april 2014, waarbij de praktische en militaire samenwerking met Rusland is opgeschort, op dit ogenblik te herzien. Op de Top in Warschau zullen voorts besluiten worden genomen over de militaire adaptatie van de NAVO, met name als het gaat over de aanwezigheid van (niet-permanente) NAVO-eenheden in Oost-Europa.

De Ministers kwamen tot de conclusie dat de bijeenkomst van de NAVO Rusland Raad (NRR) op ambassadeursniveau op 20 april jl. een nuttig forum is geweest om zorgen richting Rusland over te brengen, om bij te dragen aan het vermijden van misverstanden in het militaire domein en om te spreken over Afghanistan.

Nederland, dat daarbij kon rekenen op brede steun van Bondgenoten, bracht naar voren dat een nieuwe bijeenkomst van de NRR op ambassadeursniveau zinvol is. Het communicatiekanaal met Rusland moet openblijven. Bovendien kan dan opnieuw worden gesproken over de situatie in Oekraïne, evenals over wederzijdse militaire transparantie en het voorkomen van incidenten en ongevallen. De Secretaris-Generaal concludeerde, naar aanleiding van deze discussie, dat zal worden getracht na afloop van de bijeenkomst van de NAVO Ministers van Defensie (14–15 juni a.s.), maar nog voor de Top, een nieuwe NRR bijeen te krijgen.

In de discussie over Rusland is door Nederland verder naar voren gebracht dat het thema conventionele en nucleaire wapenbeheersing, inclusief het vraagstuk van transparantie, ook onder de huidige gecompliceerde politieke omstandigheden stevig op de agenda dient te blijven staan.

Verder gaf Nederland aan dat de NAVO zich niet kan beperken tot militaire adaptatie, maar ook aandacht moet blijven besteden aan hybride dreigingen (waaronder cyber dreigingen) en strategische communicatie en daartoe nauw met de EU dient op te trekken.

EU-NAVO samenwerking

Op de tweede dag van de ministeriële bijeenkomst vond een werksessie plaats over EU-NAVO samenwerking, waarbij ook de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie en de Ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Finland aanwezig waren. De samenwerking met de EU is van groot belang gezien de nog altijd toenemende dreigingen in de ring van instabiliteit rond Europa. Nederland, mede in de hoedanigheid als Voorzitter van de Raad van de Europese Unie, heeft in deze discussie onderstreept dat samenwerking tussen de EU en NAVO ook in praktische zin vorm moet krijgen. In de afgelopen maanden zijn al enkele positieve stappen gezet, zoals bij het tegengaan van dreigingen op cybergebied en bij de aanpak van de migratiecrisis in de Egeïsche Zee. Een ander voorbeeld is de recente ontwikkeling van informele handboeken («playbooks») die beide organisaties in staat stellen tot een betere onderlinge coördinatie als zij worden geconfronteerd met hybride dreigingen. Nederland heeft daarnaast het belang van de trans-Atlantische band genoemd bij het oplossen van de veiligheidskwesties in de ring van instabiliteit rond Europa.

Veel Bondgenoten benadrukten tijdens de bijeenkomst dat de EU en NAVO synchrone boodschappen moeten afgeven over de dreigingen in het oosten en zuiden, zowel tijdens de NAVO Top als tijdens de Europese Raad in juni a.s. waar ook de «EU Global Strategy» aan de orde zal komen.

Het is positief dat bovendien, mede op aandringen van Nederland, zal worden ingezet op een gezamenlijke verklaring van de EU en NAVO. Deze verklaring zal een politieke impuls moeten geven voor nauwere samenwerking, onder andere op terreinen als hybride oorlogsvoering, informatiedeling, oefeningen, cyberdreigingen, maritieme veiligheid, strategische communicatie en samenwerking bij versterking van de veiligheidssector in derde landen.

Afghanistan

De ministeriële bijeenkomst werd afgesloten met een werksessie over Afghanistan in het bijzijn van de Minister van Buitenlandse Zaken van Afghanistan, andere partners in de «Resolute Support» missie (RSM) en de Speciaal Vertegenwoordiger van de VN. De deelnemers spraken hun zorg uit over de veiligheidssituatie en terroristische dreiging in Afghanistan. Hoewel de Afghaanse nationale strijdkrachten, mede dankzij de inspanningen in het kader van RSM, voortgang hebben geboekt bij de aanpak van deze dreigingen, blijven zij voor grote uitdagingen staan. Om die reden zal RSM ook na 31 december a.s. worden voortgezet, waarbij NAVO-eenheden zowel in Kaboel als daarbuiten de Afghaanse strijdkrachten zullen blijven trainen en adviseren. Daarnaast noemden veel Bondgenoten het belang van voortgezette militaire en financiële bijdragen aan RSM en de Afghaanse nationale strijdkrachten.

In een separaat gesprek met de Afghaanse Minister van Buitenlandse Zaken heeft Nederland opnieuw aangegeven dat het Afghanistan zal blijven steunen bij de inspanningen om de veiligheidssituatie in het land te verbeteren. Om op termijn voldoende draagvlak te behouden bij de internationale gemeenschap voor deze inspanningen is het wel noodzakelijk dat de Afghaanse regering verder gaat met politieke, economische en sociale hervormingen, waaronder de versterking van de positie van vrouwen in de Afghaanse samenleving. In het gesprek heeft Nederland daarnaast opgeroepen tot volledige samenwerking bij de terugkeer van in Nederland uitgeprocedeerde Afghaanse migranten.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders