nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2003
In het debat over het wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op Afstand (TK
28 664) gehouden op 19 juni 2003 heb ik de Kamer nog enkele schriftelijke
antwoorden toegezegd. Bij deze brief treft u de antwoorden aan.
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Th. C. de Graaf
Bijlage: Antwoorden op vragen gesteld op 19 juni 2003
bij de behandeling van het wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op Afstand
Vraag van de heer Dubbelboer: Hanteert de minister
wel of niet open-source in het experiment met het stemmen via internet en
telefoon?
Aan gebruikers van commercieel verkrijgbare software wordt normaliter
alleen een gebruiksrecht verstrekt, dit ter bescherming van de intellectuele
eigendomsrechten van de auteur. De gebruiker van deze software heeft geen
inzage in de wijze waarop de software is geschreven en dus geen inzicht in
de kwaliteit en de exacte werking van de software. De term open source wordt
gehanteerd voor software waarvan de auteur afstand heeft gedaan van zijn intellectuele
eigendomsrechten. De auteur staat het de gebruikers toe om (onder meer) de
broncode («source code») in te zien,
te wijzigen en/of opnieuw te distribueren.
In februari 2003 hebben de minister van BZK en de staatssecretaris van
EZ het programma Open Standaarden en Open Source Software (OSOSS) aan de Kamer
aangeboden. Het programma OSOSS is erop gericht dat overheidsinstanties de
intellectuele eigendomsrechten verkrijgen op programmatuur die zij door derden
software laten ontwikkelen. Hiermee krijgt een overheidsinstantie de gelegenheid
om een goede eigen mening te vormen over de kwaliteit van de programmatuur
en kunnen ze in de toekomst ook andere leveranciers inzetten voor verdere
ontwikkeling van de programmatuur. Ik onderschrijf volledig de uitgangspunten
en doelstellingen van dit programma. Open source biedt voor een aantal aspecten
potentiële oplossingen. Dat kan betrekking hebben op de prijsstelling,
het voorkomen van quasi monopolies en leveranciersafhankelijkheid en het verkrijgen
van zekerheid over de beveiligingfuncties van de programmatuur.
Niet alle deskundigen denken overigens hetzelfde over het open source
vraagstuk. Er zijn deskundigen die beargumenteren dat de open source benadering
een schijnzekerheid schept. Niet iedereen is immers in staat om broncode te
inspecteren. Andere deskundigen zijn van mening dat het betrekken van grote
groepen mensen bij het controleren en vervolmaken van programmatuur juist
meer garanties biedt voor kwaliteitssoftware.
In de context van het experiment met het stemmen via internet en telefoon
is open source relevant, omdat het de mogelijkheid biedt de programmatuur
van de stemdienst in te zien. Op deze wijze kan gecontroleerd worden of de
programmatuur betrouwbaar en integer is. Het ministerie van BZK heeft bij
de aanbesteding van de stemdienst voor het experiment met het stemmen via
internet en telefoon eisen gesteld omtrent de source code. Concreet gaat het
daarbij om de volgende eis: «De leverancier van de stemdienst verleent
BZK, dan wel derden die in opdracht van BZK handelen, inzage in de broncode
(source code) en in de relevante ICT-systeemdocumentatie». Verder is
er bij de aanbesteding ook rekening mee gehouden dat in de toekomst de dienst
van een andere leverancier kan worden afgenomen. Zo is er geen afhankelijkheid
van één leverancier, hetgeen ook aansluit met de doelstellingen
van het programma OSOSS.
Vraag van de heer Szabo: Wordt de mogelijkheid tot
het stemmen bij volmacht in de experimenten meegenomen?
Stemmen bij volmacht is een mogelijkheid die bestemd is voor kiezers die
niet in staat zijn om in persoon hun stem uit te brengen. Tijdens de experimenten
met stemmen in een stemlokaal naar keuze wordt uiteraard ook met die groep
kiezers rekening gehouden. Stemmen bij volmacht zal tijdens dat
experiment gewoon mogelijk zijn, zowel op schriftelijk verzoek als door onderhandse
overdracht van de oproepingskaart aan een andere kiezer.
Ook tijdens het voorgenomen experiment met interneten telefoonstemmen
is stemmen bij volmacht mogelijk. Kiezers in het buitenland geven vooraf aan
op welke wijze zij hun stemrecht wensen uit te oefenen: per brief, bij volmacht
(of – als ze op de dag van stemming toevallig in Nederland zullen zijn –
met een kiezerspas). Tijdens het experiment komt daar een mogelijkheid bij:
stemmen via internet of telefoon. Brief, internet en telefoon zijn afzonderlijke
alternatieven voor deze bijzondere categorie kiezers om toch zelf hun stem
uit te kunnen brengen. Volmacht verlenen aan een andere kiezer om via internet
of telefoon te stemmen is overigens niet aan de orde, net zo min als stemmen
bij volmacht per brief.
Vraag van de heer Slob: Hoeveel geld, van het voor
het project KOA beschikbare budget, is nog beschikbaar?
Voor het project Kiezen op Afstand is in het jaar 2000 ca € 8,1
mln beschikbaar gesteld. Van dit bedrag is inmiddels ruim € 5,4
mln verplicht en/of besteed. Het resterende bedrag heb ik nodig voor de uitgaven
die nog gedaan moeten worden ten behoeve van de experimenten die in 2004 voorzien
zijn. In de voortgangsrapportage van 25 maart 2003 heb ik een aantal van de
uitgaven die ik daarvoor moet doen genoemd. Ik doel hierbij onder andere op
de ondersteuning voor de kiezer, voorlichting, audits, testen en de evaluaties.
Vraag van de heer Dubbelboer: Hoe staat het met de
ontwikkeling van de persoonlijke code en de zogenaamde identiteitskaart?
Met de persoonlijke code wordt naar alle waarschijnlijkheid het zogenaamde
het Burger Service Nummer (BSN) bedoeld. De voornemens ten aanzien van het
BSN zijn op 20 november 2002 (TK 28 600 VII, nr. 21) aan de Tweede Kamer
aangeboden. Er wordt nu gewerkt aan het implementatieplan dat naar verwachting
dit najaar aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. Voor wat de elektronische
Nederlandse identiteitskaart (eNIK) betreft heeft de Kamer op 17 oktober 2002
(TK 28 600 VII, nr 7) een brief van de minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties (BZK) ontvangen. Hierin is medegedeeld dat vooralsnog
niet verder gegaan wordt met het houden van proeven, maar dat wel de voorbereidingen
worden gecontinueerd om tijdig een besluit omtrent de invoering van de eNIK
te kunnen nemen.