28 654
Uitvoering van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160) (Uitvoeringswet EG-insolventieverordening)

A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD

Wetsvoorstel

1. In artikel I, onderdeel D, ontbrak na «artikel 14»: , vierde lid,.

2. Het voorgestelde artikel 172a Fw ontbrak.

3. Het voorgestelde artikel 281, tweede lid, ontbrak.

4. Het voorgestelde artikel 333a Fw ontbrak.

5. In artikel II was de toevoeging van artikel 5a aan de Uitvoeringswet EG-executieverordening niet afhankelijk gemaakt van de inwerkingtreding van wetsvoorstel 28 263.

6. In de aanhef van artikel III stond in plaats van «die wet»: dat voorstel van wet, na tot wet te zijn verheven,.

7. In artikel IV ontbrak de vermelding van artikel 281, eerste en tweede lid.

Memorie van toelichting

1. In de paragraaf «Algemeen» ontbraken de laatste vijf zinnen van de derde alinea.

2. In de paragraaf «Algemeen» ontbrak in de vierde zin van de vijfde alinea de zinsnede: , alsmede wanneer er in het geheel geen hoofdprocedure wordt geopend.

2. In de paragraaf «Het voorstel van wet» ontbrak in de één na laatste zin van de eerste alinea de zinsnede tussen gedachtenstreepjes.

3. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel A, bevatte de vierde zin na «De toevoeging geschiedt» de volgende zinsnede: – rekening houdend met het in wetsvoorstel 27 469 tot uitvoering van de Richtlijn 98/50/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1998 tot wijziging van de Richtlijn 77/187/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen voorgestelde artikel 5, tweede lid –.

4. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel A, ontbrak de negende zin.

5. De artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel A, bevatte een tweede alinea, luidende:

De Staatscommissie heeft voorts aanbevolen een wettelijke voorziening te treffen om het de curator in een hoofdprocedure mogelijk te maken een verzoek te doen tot beëindiging van een faillissement door middel van een akkoord (artikel 34 van de verordening), voor welk verzoek dan ook procureurstelling verplicht gesteld zou moeten worden. Een zodanige voorziening kan echter gemist worden, nu de curator in een hoofdprocedure aan artikel 34 van de verordening rechtstreeks de bevoegdheid kan ontlenen om een akkoord aan te bieden, waarbij voor de curator dezelfde regels zullen gelden als in de Faillissementswet in de artikelen artikel 138 en volgende voor de schuldenaar is voorgeschreven.

6. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel I stond in onderdeel D na de derde zin de volgende zin: Het CIR, dat in beheer is bij de Directie Bestuurszaken van het Ministerie van Justitie, zal naar verwachting in het najaar van 2002 operationeel zijn.

7. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel E, eerste alinea, bevatte de derde zin na het woord «hoofdprocedure» de zinsnede «van die regels gebruik kan maken en», ontbrak de vijfde zin en kwam in plaats daarvan de volgende zin voor: Een nadere regeling behoeft op dit punt derhalve, anders dan de Staatscommissie heeft geadviseerd, niet te worden getroffen.

8. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel E, tweede alinea, stond in de eerste zin in plaats van het woord «niet» het woord «evenmin» en stond na het woord «want» het woord «ook». In dezelfde alinea ontbrak de op twee na laatste zin.

9. De toelichting op het voorgestelde artikel 172a Fw ontbrak.

10. De toelichting op het voorgestelde artikel 281, tweede lid, Fw ontbrak.

11. De toelichting op het voorgestelde artikel 333a Fw ontbrak.

Naar boven