Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200428652 nr. 9

28 652
Voorstel van wet van de leden Dittrich, Halsema en Van Nieuwenhoven houdende regels omtrent de vaste boekenprijs (Wet op de vaste boekenprijs)

nr. 9
MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS GEWIJZIGD NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE

ALGEMEEN DEEL

1. Samenvatting van doel en inhoud van de wet

Het wetsvoorstel dient een cultuurpolitiek doel. De indieners beogen voorwaarden te scheppen waaronder in Nederland ook voor de langere termijn een breed en divers aanbod van boeken in het Nederlands en het Fries en van bladmuziek en muziekliteratuur beschikbaar kan zijn via een geografisch ruim gespreid net van boekhandels en muziekhandels met een groot en gevarieerd assortiment.

Het wetsvoorstel geeft de vaste boekenprijs en de vaste prijs van muziekuitgaven, die dienen als middel tot dit doel, een wettelijke basis. In aangepaste vorm is het wettelijk stelsel de voortzetting van de huidige privaatrechtelijke systemen van vaste prijzen, die onder de verantwoordelijkheid vallen van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak, respectievelijk de Vereeniging van Muziekhandelaren en -uitgevers in Nederland. Deze privaatrechtelijke systemen zijn gebaseerd op ontheffingen tot 2005 van de mededingingswetgeving. Voortzetting van deze ontheffingen is in de huidige vorm wellicht niet langer realiseerbaar in het licht van de vigerende mededingingswetgeving. Afschaffing van het systeem van vaste prijzen is strijdig met het cultureel belang. De enige keuze die dan overblijft is, in navolging van andere Europese landen, die voor specifieke wetgeving op grond van cultuurpolitieke motieven.

Op grond van het wetsvoorstel geldt – met uitzondering van de nader gedefinieerde categorie schoolboeken – overal in Nederland voor alle exemplaren van een (deels) Nederlands- of Friestalig boek en voor muziekuitgaven dezelfde verkoopprijs. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op boeken die geheel in andere talen dan het Nederlands of het Fries zijn gesteld, ongeacht of zij in Nederland dan wel in het buitenland zijn uitgegeven. Voor bladmuziek in combinatie met tekst geldt geen taalcriterium. Voor in het buitenland uitgegeven boeken die (deels) in het Nederlands of het Fries zijn gesteld en die in Nederland worden ingevoerd, zijn bepalingen opgenomen die aansluiten bij de op dit terrein geldende Europese regelgeving. De vaste prijs wordt door de uitgever of de importeur vastgesteld. Voor boekenclubs kan de uitgever een boekenclubprijs vaststellen die alleen van toepassing is voor personen met wie de boekenclub een contract is aangegaan. De vaste prijs geldt in beginsel voor onbepaalde tijd. Halfjaarlijks is aanpassing toegestaan. De uitgever of importeur mag in ieder geval de vaste prijs niet eerder opheffen dan één jaar na uitgifte van het boek of de muziekuitgave. De beslissing tot eventuele opheffing ligt bij de uitgever of importeur. Er is geen wettelijke bepaling of termijn die tot opheffing dwingt. De verkoper is verplicht de vaste prijs toe te passen. Het wetsvoorstel biedt de verkoper tevens de mogelijkheid om op een economisch verantwoorde wijze met voorafgaande informatie aan de koper bijzondere diensten in rekening te brengen. Verkoper is volgens het wetsvoorstel ieder die een boek of muziekuitgave verkoopt aan een eindafnemer. Eindafnemers zijn degenen die boeken of muziekuitgaven kopen voor eigen gebruik zonder intentie tot doorverkoop.

Het wetsvoorstel bevat niet een stelsel van exclusief verkeer en van erkenning. Door de begrippen uitgever, importeur en verkoper ruim te definiëren, wordt een sluitend systeem van verplichte toepassing van de vaste prijs bereikt. De vaste prijs belemmert niet de open toegang tot het boekenvak of de bladmuziekbranche en neemt evenmin daarbinnen concurrentiemogelijkheden weg. Het wetsvoorstel maakt niet het in het boekenvak gehanteerde onderscheid tussen het algemene boek, het schoolboek en het wetenschappelijk boek (de a-, sen w-indeling). Als gevolg van het niet opnemen van de asw-indeling, het weglaten van het stelsel van erkenning en exclusief verkeer, en de ruime definitie van verkoper ontstaat voor onder meer onderwijsinstellingen de mogelijkheid om ofwel als eindafnemer ofwel als verkoper op te treden, uiteraard met de aan die posities door het wetsvoorstel verbonden verplichtingen en gevolgen.

Het wetsvoorstel bevat voorts een enkele bepaling die betrekking heeft op de relatie tussen uitgevers en verkopers waar het gaat om de onderling overeen te komen noodzakelijke voorwaarden voor het instandhouden van een infrastructuur voor spreiding en beschikbaarheid van boeken en muziekuitgaven. Voor de boekenbranche kan daarbij worden gedacht aan voorzieningen zoals het Centraal Boekhuis en Centraal Depot. In de muziekbranche is als gevolg van de kleinschaligheid minder sprake van fysieke voorzieningen. Hier moet meer worden gedacht aan organisatorische en administratieve faciliteiten. De infrastructuur is van belang voor bestellingen van geringe omvang en voor nabestellingen van één of enkele exemplaren en daarmee van grote invloed op de mogelijkheden van spreiding en beschikbaarheid van boeken en muziekuitgaven in alle delen van het land. Gelet op het doel dat met het wetsvoorstel wordt beoogd, is een dergelijk beperkt ingrijpen bij wet in het overigens vrije marktverkeer tussen uitgevers en importeurs enerzijds en verkopers anderzijds noodzakelijk.

Het wetsvoorstel maakt het verkopers mogelijk in bepaalde gevallen kortingen op de vaste prijs te verlenen. Het betreft kortingen bij afname in één keer van meerdere exemplaren van hetzelfde boek of muziekuitgave, door particulieren, door onderwijsinstellingen voor andere boeken dan schoolboeken in het kader van het onderwijsproces of door bibliotheken voor hun bibliotheekfunctie. Daarnaast kunnen voor het brede publiek uitgevers en verkopers al dan niet in collectief verband werken met bijzondere prijzen, waarvoor de voorwaarden, evenals die voor de kortingen, nader bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden uitgewerkt.

Het toezicht op de naleving van de wettelijke vaste prijs en de mogelijkheid tot sanctionering bij overtredingen is gelegd in handen van een zelfstandig bestuursorgaan, het College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. Aan het College moeten uitgevers en importeurs ook de vaste prijs melden en het College zorgt voor landelijke bekendmaking.

Bij het in werking treden van de wet worden de onder het Reglement Handelsverkeer voor boeken, respectievelijk voor muziekuitgaven vastgestelde particuliere prijzen van rechtswege aangemerkt als de vanaf het tijdstip van inwerking treden geldende vaste prijs. De prijzen van boeken en muziekuitgaven waarvoor vóór het inwerking treden van de wet geen particuliere vaste prijs gold, vallen niet onder de werking van de wet en blijven ook na het inwerking treden van de wet vrij.

Uit het wetsvoorstel vloeien voor de staat geen andere kosten voort dan de beperkte kosten die verbonden zijn aan het College.

Gelet op het cultuurpolitieke doel dat met het wetsvoorstel wordt nagestreefd, ressorteert de Wet op de vaste boekenprijs staatsrechtelijk onder de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Aanleiding voor invoering van een wet op de vaste boekenprijs

Nederland kent sinds 1909 een systeem van vaste prijzen voor bladmuziekuitgaven en sinds 1923 een systeem van vaste boekenprijzen: de uitgever stelt voor een door hem uitgegeven boek of muziekuitgave de (minimum)prijs vast waarvoor het boek respectievelijk de muziekuitgave in de boekhandel en muziekhandel aan de koper wordt verkocht. De Nederlandse systemen zijn gebaseerd op een stelsel van afspraken tussen uitgevers en muziekhandelaren respectievelijk boekverkopers, die zijn neergelegd in de onderscheiden Reglementen Handelsverkeer. De verantwoordelijkheid voor het Reglement handelsverkeer van muziekuitgaven is ondergebracht bij de Vereeniging van Muziekhandelaren en -uitgevers in Nederland (VMN) en voor het Reglement handelsverkeer van boeken bij de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB). Het toezicht op de naleving en de handhaving ervan worden uitgeoefend door onafhankelijke commissies als de Commissie Handelsverkeer van de KVB.

Verticale prijsbindingen als de vaste boekenprijs en de vaste prijs van muziekuitgaven zijn in strijd met de wetgeving op het terrein van de mededinging, zoals die sinds 1962 bestaat. Aan de KVB en de VMN is laatstelijk in 1997 ontheffing verleend van het verbod op verticale prijsbinding door een beschikking van de toenmalige minister van Economische Zaken, J. Wijers, en de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, A. Nuis. De ontheffingen van 1997 gelden tot 1 januari 2005. Zij zijn nog gebaseerd op de Wet Economische Mededinging (WEM) van 1985, die in dit opzicht meer ruimte liet dan de in 1998 ingevoerde Mededingingswet (Mw). Voortzetting van het systeem van de vaste prijs vanaf 1 januari 2005 is dan ook niet alleen afhankelijk van de vraag of er bij het dan zittende kabinet voldoende bereidheid is om opnieuw ontheffing te verlenen, maar ook van de vraag of de geldende wetgeving, zowel de Nederlandse als de Europese, nog ontheffing toelaat. Voortzetting van de huidige privaatrechtelijke status van het systeem is als gevolg daarvan omgeven met onzekerheden. De indieners van dit initiatiefwetsvoorstel zijn van mening dat voortduring van deze onzekerheid uit cultuurpolitiek oogpunt en uit oogpunt van rechtszekerheid en bedrijfszekerheid ongewenst is. Daarom hebben zij gekozen voor verankering van het systeem van de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven door middel van een publiekrechtelijke regeling in de vorm van een Wet op de vaste boekenprijs. Het karakter van deze wet als lex specialis onttrekt de vaste boekenprijs en de vaste prijs van muziekuitgaven aan het regime van de Mededingingswet. Door in opzet en systematiek van de wet rekening te houden met vergelijkbare bestaande wetgeving in andere landen van de Europese Unie, waartegen de Europese Commissie geen bezwaar heeft aangetekend, wordt aangesloten bij het beleid en de handelwijzen op dit terrein die in veel Europese landen bestaan of in ontwikkeling zijn.

3. De evaluatie van het huidige privaatrechtelijke systeem

In 2000–2001 is in opdracht van de toenmalige minister van Economische Zaken, mevrouw A. Jorritsma-Lebbink, en de toenmalige staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mevrouw K. Adelmund en F. van der Ploeg, door de Stichting voor Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (SEO) onder verantwoordelijkheid van het Centraal Planbureau het onderzoeksrapport «De vaste boekenprijs voor schoolboeken in het voortgezet onderwijs, een evaluatie» uitgebracht. Met brief van 23 november 2001 (Kamerstukken II 2001/02, 28 000, VIII, nr. 27) hebben de betrokken bewindspersonen hun standpunt bepaald.

Onderzocht is welke factoren van invloed waren op de prijzen van schoolboeken voor het voortgezet onderwijs en welke bijdrage de verticale prijsbinding van schoolboeken leverde aan de pluriformiteit, kwaliteit en betaalbaarheid van het schoolboekenaanbod.

De SEO/CPB-onderzoekers kwamen tot de conclusie dat er geen aanwijzingen waren dat de vaste boekenprijs een effectief instrument is op de schoolboekenmarkt voor het voortgezet onderwijs. Doelen als hoge kwaliteit van het lesmateriaal en voldoende aanbieders per methode zouden ook zonder vaste boekenprijs kunnen worden gehaald. De oorzaken van de recente kostenstijgingen van de huur/koopprijs van schoolboekenpakketten waren terug te voeren op de gevolgen van de onderwijsvernieuwing: de invoering van tweede fase, basisvorming en vmbo, de individualisering van het onderwijs door het studiehuis en de digitalisering van leermiddelen. De erkenning en het exclusief verkeer belemmerden de toetreding van mogelijk efficiëntere distributievormen. De oorzaak van de kostenstijgingen lag hoogstwaarschijnlijk niet bij de vaste boekenprijs Afschaffing van de vaste prijs voor schoolboeken zou als afzonderlijke maatregel niet leiden tot grote veranderingen in het aanbod en de prijzen van schoolboeken. De specifieke kenmerken van de markt zouden een verhindering hiervoor vormen. Uit het onderzoek bleek dat de vaste boekenprijs nauwelijks een bijdrage leverde aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen (hoge kwaliteit lesmateriaal, voldoende aanbieders, betaalbaarheid). SEO/CPB concludeerden uiteindelijk dat er daarom geen reden was voor handhaving van de vaste boekenprijs voor schoolboeken. Ook de internationale vergelijking gaf daartoe geen aanleiding.

De begeleidingscommissie merkte op dat de beide componenten van de vaste boekenprijs/schoolboek – prijsbinding en exclusiviteit van het handelskanaal – in principe los van elkaar stonden. Ook bij handhaving van de vaste boekenprijs/schoolboek kon namelijk de zgn. erkenningsregeling (alleen erkende boekverkopers mogen schoolboeken verkopen) worden gewijzigd dan wel afgeschaft, zodat scholen mét handelskorting rechtstreeks bij uitgevers zouden kunnen inkopen.

Op grond van de uitkomsten van de SEO/CPB-evaluatie kwamen de bewindspersonen tot de voorlopige conclusie dat voortzetting van het systeem van vaste schoolboekenprijzen na 2004 ongewenst zou zijn.

Eveneens in 2000–2001 is in opdracht van de toenmalige minister van Economische Zaken en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen F. van der Ploeg door het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau (CPB/SCP) onderzoek gedaan naar de effectiviteit en de efficiency van de vaste boekenprijs voor het algemene boek. Met brief van 13 juni 2002 hebben de beide bewindspersonen het onderzoeksrapport «Boek en Markt»: «Effectiviteit en efficiency van de vaste boekenprijs, een evaluatie van de vaste boekenprijs voor algemene en wetenschappelijke boeken» aan de voorzitter van de Tweede Kamer toegestuurd. In dit rapport concluderen CPB/SCP dat voortzetting van de vaste boekenprijs voor het algemene boek in de huidige vorm ongewenst is. Zij stellen drie alternatieven voor. Kort samengevat luiden die: volledig afschaffen van de vaste boekenprijs; vervangen door subsidie voor in aanmerking komende boekverkopers; invoering van een afgebakende vaste boekenprijs in de vorm van een aanpassing van het huidige systeem. De door de onderzoekers aangedragen alternatieven leiden naar hun inzicht tot minder marktverstoring en tot grotere effectiviteit.

In de begeleidende brief laten de bewindslieden, rekening houdend met hun demissionaire status ten tijde van het schrijven van de brief, een beslissing over aan het volgende kabinet. In hun reactie stellen zij wel dat volledige afschaffing hun niet de beste optie lijkt en betonen zij zich geen voorstander van invoering van een subsidiesysteem. Voor invoering van een afgebakende vaste boekenprijs vanaf 2005 is volgens de bewindslieden ontheffing van de NMa nodig. Naar aanleiding daarvan merken zij op: «Met het oog op de rechtszekerheid zou in plaats van een privaatrechtelijke regeling ook sectorspecifieke wetgeving kunnen worden overwogen.» D66 heeft in het verkiezingsprogramma voor de verkiezingen van 15 mei 2002 expliciet een passage opgenomen, waarin ervoor wordt gepleit de vaste boekenprijs wettelijk te verankeren. Ter gelegenheid van de behandeling van de cultuurbegroting 2002 hebben de Tweede Kamerleden Halsema namens GroenLinks en Dittrich namens D66 bekend gemaakt een wettelijke regeling na te streven. Beide initiatiefnemers hebben vervolgens bekend gemaakt een initiatiefwetsvoorstel te zullen indienen. Dat is gebeurd op 28 oktober 2002. De indieners zien sectorspecifieke wetgeving als de variant die verre de voorkeur verdient boven de door CPB/SCP aangedragen alternatieven en beschouwen de opmerking van de beide toenmalige bewindspersonen over de mogelijkheid van sectorspecifieke wetgeving als een ondersteuning voor de keuze voor deze variant, die zij in hun initiatiefwetsvoorstel nader hebben uitgewerkt.

4. Doel van de vaste boekenprijs en de vaste prijs van muziekuitgaven

Het met de vaste prijs beoogde doel is voor boek en bladmuziek gelijk. Al in de aan de VMN toegekende ontheffing van 1997 wordt door de verantwoordelijke bewindspersonen gesteld «dat er zodanig grote overeenkomsten zijn tussen boeken en muziekuitgaven, dat een overeenkomstig beleid in de rede ligt». Waar in het volgende ter wille van de leesbaarheid regelmatig alleen over het boek zal worden gesproken zijn dan ook de muziekuitgaven inbegrepen.

Brede beschikbaarheid van het boek en van bladmuziek, diversiteit en pluriformiteit van de erin vervatte informatie en toegankelijkheid ervan in aanbod, in keuze en in afname zijn het beoogde resultaat van het bestaan en door wet- en regelgeving mogelijk maken van het systeem van de vaste boekenprijs en de vaste prijs van muziekuitgaven.

De consument is gebaat bij een breed aanbod door een geografisch ruim gespreid net van boekhandels en muziekhandels met een royaal en divers assortiment. Het merendeel van de aankopen betreft immers aankopen in de winkel, waarbij aankopen gericht tot stand komen omdat de koper voor een specifieke titel gekomen was, maar waarbij aankopen ook heel vaak worden gestimuleerd door het al dan niet onverwacht zien en vervolgens kunnen inzien van een uitgave in de winkel. Door de vaste prijs heeft de koper de zekerheid dat de door hem of haar te kopen uitgave overal evenveel kost en kunnen aankopen ter plekke worden gedaan zonder prijsrisico.

Uitgevers zijn gebaat bij de beschikbaarheid van hun uitgaven in een zo groot en zo gespreid mogelijk aantal verkooppunten. De bereidheid van verkooppunten om boeken en muziekuitgaven in hun assortiment op te nemen is afhankelijk van de verwachte verkoopmogelijkheden en van de winstmarge in relatie tot de kosten. De vaste prijs biedt uitgever en boekverkoper/muziekhandelaar de mogelijkheid nog een adequate handelsmarge overeen te komen voor titels die uit verkoopoogpunt minder snel en minder zeker lopen. Uitgevers kunnen zich daardoor permitteren om ook risicotitels uit te geven.

De vaste prijs in combinatie met een redelijke handelsmarge voorkomt voor de verkoper pure prijsconcurrentie door discounts en supers die zich uitsluitend op goed- en snelverkopende titels richten. De zekerheid die de verkoper heeft van winst op goedlopende titels vormt de basis om ook minder snel lopende boeken in zijn assortiment op te nemen. Niet alleen de breedte en diepte van het assortiment zijn hier overigens mee gediend. De economische zekerheid die ontstaat door de zekerheid van de handelsmarge, heeft ook een positieve invloed op het aantal boekhandels en de geografische spreiding ervan. Het aanhouden van een goedgesorteerde boekhandel en muziekhandel, waar naast bestsellers ook minder goed lopende titels direct beschikbaar zijn, waar deskundig personeel is en waar de mogelijkheid bestaat om uitgevers van niet aanwezige titels te traceren en een uitgave als «eentje» te bestellen, levert hoge bedrijfskosten op. Deze kosten moeten kunnen worden gedekt uit de handelsmarge die uitgever en boekverkoper/muziekhandelaar overeenkomen. Ook hier is weer duidelijk dat de assortimentswinkel hogere bedrijfskosten heeft dan de supermarkt of de discount. De ruime collectie en de service moeten uit de handelsmarge worden bekostigd. Vaste prijs en handelsmarge zijn complementair en kunnen voor het realiseren van de gestelde doelen niet worden ontkoppeld.

Met de bedrijfszekerheid die dit systeem biedt kunnen de uitgever en de verkoper weer het risico lopen van nieuwe uitgaven met hun inherente onzekerheid over commercieel succes of falen. Beginnende en niet zo snel of niet zo goed verkopende auteurs zijn hiermee gebaat omdat de uitgever eerder zal beslissen tot uitgave.

Loslaten van de vaste prijs maakt bestsellers weliswaar goedkoper, maar leidt ook tot verkleining van de marges. Om economische redenen zullen uitgevers dan afzien van minder courante boeken en van riskantere uitgaven en de assortimentswinkels zullen de concurrentie met de bestsellerhandelaren niet meer aankunnen. Er zullen ook steeds minder distributiepunten met een ruim assortiment overblijven. Schrijvers en componisten vinden niet zo makkelijk meer een uitgever, tenzij ze behoren tot de beperkte categorie van auteurs van bewezen bestsellers. De lezer ziet het brede assortiment teruglopen en betaalt meer voor de veel talrijker boeken die niet in het centrum van de publieke belangstelling staan.

De indieners zijn zich ervan bewust dat het bovenstaande niet door iedereen wordt onderschreven. Het zou ook van weinig realiteitszin getuigen om te verwachten dat binnen de veelheid en pluriformiteit van het uitgeversveld en het koperspubliek volledige unanimiteit zou bestaan over een systeem als de vaste prijs dat immers een ingrijpen in de economische gang van zaken en het vrije handelsverkeer betekent. Onder uitgevers en verkopers komt een beperkte groep voor die voornamelijk geïnteresseerd is in bestsellers en hypeachtige verschijnselen naast een aantal uitgevers en verkopers dat prijs stelt op het verzorgen van een pluriform en divers aanbod dat toegankelijk is en ook voor verrassingen kan zorgen. De eerstgenoemden hanteren vooral, zo niet uitsluitend, economische marktprincipes, de tweede groepering laat zich daarnaast ook leiden door culturele overwegingen. Uit de brief van KVB, NUV en NBb van 17 september 20031 en die van de VMN van 3 maart 20031 blijkt dat boekenvak en muziekbranche eensgezind een mengeling van culturele en economische overwegingen onderschrijven en de vaste prijs een effectief en hanteerbaar instrument vinden.

Wat de groep lezers betreft is uit eerder onderzoek gebleken, dat (naast een groep mensen die niet leest en ook niet koopt) onderscheiden kan worden in een groep die binnen een beperkt assortiment veel leest en leent en ook wel, maar veel beperkter koopt (binnen deze groep is het merendeel van de leden van de boekenclubs te vinden), en een groep waarvan de leden over een brede range boeken kopen en actief zijn zowel in het assortiment van de bestsellers als (zeer gespreid) in dat van de getalsmatig minder goed verkopende boeken en van studieboeken. In dit beeld past ook de constatering van de onderzoekers van CPB/SCP dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor de hypothese van denivellerende inkomensoverdracht: de groep consumenten die breed boeken koopt, doet in feite zelf aan interne subsidiering.

In hun afweging van de verschillende belangen hebben de indieners, zoals uit het ingediende wetsvoorstel blijkt, gekozen voor de bescherming en bevordering van een breed aanbod, voor spreiding en voor toegankelijkheid.

De vaste prijs wordt in het wetsvoorstel beperkt tot het op papier uitgegeven boek. Mede op basis van de gegevens van het CPB-SCP-rapport verwachten de indieners dat het uitgeven en verkopen van papieren boeken door uitgevers en boekverkopers via het kanaal van de fysieke boekhandel vooralsnog en naar verwachting nog voor vele jaren het overheersende patroon zal zijn. Zolang daarvan sprake zal zijn en de cultuurpolitieke doelstelling van diversiteit en toegankelijkheid van kracht blijft, zal er behoefte zijn aan het instrument van de vaste boekenprijs. De onderzoekers van CPB-SCP wijzen erop (Boek en Markt blz. 143) dat internet geen goed substituut is voor boekhandels en boekenclubs als het gaat om consumenten die fun-shoppen of die zoeken naar boeken waarbij de opbouw van de informatie en/of illustraties belangrijk zijn. De internetboekhandel neemt overigens in het geheel van de boekenbranche geen fundamenteel of principieel afwijkende positie in. Ook de internetboekhandel verkoopt papieren boeken en kampt daarom met dezelfde problemen en beperktheden van ons taalgebied als de fysieke boekhandel. Bestaande uitgevers en boekverkopers spelen bovendien op deze technologische ontwikkelingen in. Met het systeem van de vaste boekenprijs wordt beoogd concurrentie op prijs in het boekenvak tegen te gaan. Dit systeem is alleen maar sluitend als de verplichting tot toepassing van de vaste boekenprijs geldt voor iedereen die binnen Nederland boeken verkoopt. Een uitzondering maken voor de in Nederland gevestigde internetboekhandels die actief zijn op de binnenlandse markt zou daarom een fundamentele ondergraving van de geldigheid van de vaste boekenprijs betekenen.

De vaste prijs neemt de concurrentie in het boekenvak en de muziekbranche niet volledig weg. Uitgevers moeten bij het vaststellen van de prijs van een uitgave uit concurrentieoverwegingen rekening houden met de prijsstellingen van andere uitgevers op vergelijkbaar vlak. Uitgevers concurreren met andere uitgevers en verkopers met andere verkopers op het vlak van titels, auteurs, assortiment, deskundigheid, ambiance en service, net zoals dat in andere bedrijfstakken het geval is.

Het systeem van zekerheid van de vaste prijs voor producent, distributeur en consument vormt de economische grondslag voor een levendig stelsel van grote en kleine uitgeverijen, van megaboekhandels en buurtboekwinkels, van vaste tot losse boekkopers en van ontplooiing van schrijversoeuvres. De Raad voor Cultuur kon in zijn (eerste) advies (let-2002 4460/3) van 11 december 20021 al vaststellen: «De huidige markt functioneert goed, zoals ook in het evaluatierapport wordt aangegeven.» (blz. 1) en: «De situatie zoals die zich thans voordoet geeft aan dat de vaste boekenprijs effectief is. Er is sprake van een grote mate van diversiteit en brede beschikbaarheid, zodat zo veel mogelijk lezers zo veel mogelijk van hun gading kunnen vinden. Er bestaat een voldoende stabiele omgeving, waarin ook de kleinere, zelfstandige boekhandels kunnen gedijen.» (blz. 5). Met de Raad voor Cultuur en mede op grond van de gegevens uit de evaluatie menen de indieners te kunnen stellen dat de boekenmarkt en ook de markt voor muziekuitgaven, zoals die nu functioneren, dynamisch zijn en tegemoetkomen aan de zeer verschillende wensen van een breed publiek, gegeven de huidige marktomstandigheden en technologische stand van zaken, en dus voldoen aan hun culturele opgave. Zij geven met hun wetsvoorstel invulling aan de uitspraak in de Troonrede van 2003: «Diversiteit en toegankelijkheid blijven in het cultuurbeleid centraal staan.»

5. Motivering voor een publiekrechtelijk systeem

De huidige ontheffingen zijn verleend op 15 december 1997 op grond van artikel 9 g van de Wet economische mededinging (Wem). Verlenging van deze ontheffingen is niet meer mogelijk als gevolg van de intrekking van de Wem bij het in werking treden van de Mededingingswet (Mw). Een nieuw ontheffingsverzoek zou nu moeten worden ingediend bij de NMa en zou door deze moeten worden beoordeeld op basis van de Mw. Voor de Mw is door de Nederlandse wetgever als uitgangspunt gekozen dat de criteria van de Mw overeen moeten komen met die van artikel 81 van het Europees Verdrag (EV). De NMa is als gevolg daarvan verplicht een ontheffingsverzoek te beoordelen op de criteria van artikel 81 EV. Uiteraard kan een definitieve uitspraak over de haalbaarheid van een dergelijk ontheffingsverzoek eerst worden gedaan na onafhankelijke oordeelsvorming door de NMa. De indieners hebben zich er echter rekenschap van gegeven dat de tot nu toe beschikbare jurisprudentie en overige gegevens weinig tot geen aanleiding geven om te verwachten dat de NMa tot een inwilliging van het verzoek zou kunnen komen. Zolang immers niet een voorstel van de Europese Commissie te verwachten is inzake de vaste boekenprijs voor bijvoorbeeld een categorale vrijstelling van het kartelverbod, die vervolgens doorwerkt in het Nederlands recht, zijn de handen van de NMa in feite gebonden. Ondanks het feit dat op grond van jurisprudentie van het HvJ EG een nationale brancheregeling inzake de vaste boekenprijs is toegestaan, zou het verlenen door de NMa van een ontheffing mogelijkerwijs en waarschijnlijk in strijd zijn met het door de Nederlandse wetgever gekozen uitgangspunt. De enige keuze die dan overblijft is die voor een wettelijke regeling. De indieners hebben het risico van de weg van een ontheffingsverzoek niet willen nemen en hebben gekozen voor een publiekrechtelijke regeling. Zij sluiten daarmee aan bij de toepasselijke regelingen in de overige landen van de Europese Unie, die alle van publiekrechtelijke aard zijn. Zij willen echter benadrukken dat hun keuze voor een publiekrechtelijke regeling niet louter en alleen is ingegeven door de te verwachten onmogelijkheid van een ontheffing door de NMa. Zij menen dat er voldoende cultuurpolitieke argumenten zijn om de keuze voor een wettelijke regeling te motiveren niet alleen vanuit de onmogelijkheid van privaatrechtelijke voortzetting van het huidige systeem, maar ook vanuit het perspectief van de wenselijkheid en verdedigbaarheid van een publiekrechtelijke regeling. Met het hierboven gegeven doel van de vaste boekenprijs en de vaste prijs van muziekuitgaven is immers ook het cultuurpolitieke doel gegeven dat met de vaste prijs wordt nagestreefd: bevordering van een pluriform aanbod en een brede beschikbaarheid van boeken en bladmuziek in stad en land ter bevordering van kennis en cultuur. De motivering en rechtvaardiging voor het voeren van een beleid op het terrein van het boekenvak is gelegen in de bijzondere betekenis die het boek zowel in fictie als in non-fictie heeft voor een breed scala van facetten van de samenleving. Er is bovendien een intrinsieke band tussen boeken en taal. Het bevorderen van de Nederlandse en Friese taal en de daarin uitgedrukte cultuur maakt onomstreden deel uit van de cultuurpolitieke doelstellingen. De indieners verwijzen in dit verband graag naar het Hoofdlijnenakkoord van het huidige kabinet van 16 mei 2003 dat stelt: «Het behoud van de Nederlandse taal en cultuur in een steeds kleiner wordende wereld is van groot belang.» Voor behoud en ontplooiing van het Nederlands en het Fries is essentieel dat er een breed aanbod is van Nederlands- en Friestalige boeken, oorspronkelijk of vertaald, waarmee ook een breed lezerspubliek wordt bereikt. De relatief beperkte omvang van het Nederlandse taalgebied (en a fortiori het Friese) vereist daarbij extra zorg.

Met het wetsvoorstel wordt tevens aangesloten bij het overheidsbeleid op het terrein van de letteren, dat is neergelegd in de Letterenbrief en bevestigd in het daaraan gewijde Mondeling overleg (Kamerstukken II 1989/90, 20 928, nrs. 4 en 6). De Letterenbrief kent een drieslag in de vorm van een beleid dat zich richt op de brede boekenmarkt (het generieke boekbeleid), een beleid dat zich richt op de bevordering van de literatuur (het specifieke letterenbeleid) en een beleid dat zich richt op gebruik en participatie (het leesbevorderingsbeleid). De vaste boekenprijs maakt deel uit van het instrumentarium dat beschikbaar is voor realisering van het generieke boekbeleid. Uitgangspunt voor dit boekbeleid is dat het boekenvak in essentie een vrije markt is. Het boekbeleid bedient zich dan ook van marktordenende en marktversterkende instrumenten zoals het auteursrecht, het leenrecht, toepassing van het lage BTW-tarief en de vaste boekenprijs in tegenstelling tot het specifieke letterenbeleid dat marktaanvullende instrumenten als subsidies hanteert.

Dit generieke beleid sluit tevens aan bij de opvattingen over de vrijheid van drukpers en de noodzakelijkheid van onthouding door de overheid van rechtstreekse bemoeienis met dit terrein. Onomstreden is immers in ons democratisch bestel het besef dat de overheid zich moet onthouden van zelfs maar de minste schijn van beïnvloeding van de vrijheid van meningsvorming en meningsuiting. Het huidige artikel 7 van de Grondwet is daarvan de codificering. In de voorstellen tot wijziging van dit artikel is bovendien neergelegd dat de overheid de actieve opdracht heeft om er voor te zorgen dat een pluriforme en diverse informatiestroom zonder monopolies voor iedere burger beschikbaar en bereikbaar is. In deze onthouding van beïnvloeding door de overheid past het om het uitgeven en distribueren van boeken aan de markt over te laten. In de actieve zorg voor pluriformiteit en diversiteit past tevens dat de overheid voor uitgevers en verkopers de voorwaarden creëert waaronder deze specifieke markt binnen ons relatief beperkte taalgebied optimaal aan pluriformiteit en beschikbaarheid gestalte kan geven.

In het bovenstaande ligt ook de principiële verklaring voor het ontbreken van nadere uitwerking en kwantificering van de overheidsdoelstelling met de vaste prijs. Op het vergelijkbare terrein van het bibliotheekwerk heeft de wetgever zich in het verleden niet anders opgesteld: in de inmiddels ingetrokken Wet op het openbare bibliotheekwerk van 1975 werd groot belang gehecht aan een regelmatige spreiding van openbare-bibliotheekvoorzieningen over ons land, maar de realisering daarvan bleef voorbehouden aan de autonome keuze van het betreffende gemeentebestuur om een voorziening wel of niet voor te dragen voor het landelijk plan voor de openbare-bibliotheekvoorziening. In de definitie van openbare bibliotheek werd voorts gesproken van collecties «die actueel zijn en representatief voor het culturele veld» waarbij de wetgever zich, mede met een beroep op art. 7 Gw., onthield van het geven van een nadere specificatie in genre of in getal van wat onder actueel en representatief moest worden verstaan. Wel werden getalscriteria voor de omvang van de collecties gehanteerd op grond van het ervaringsgegeven dat inhoudelijke diversiteit en pluriformiteit een grote mate van evenredigheid met de omvang van de collectie vertonen. Op het mediaterrein wordt een soortgelijke aanpak vanuit een zelfde principieel uitgangspunt gehanteerd.

De indieners onderkennen dat een systeem van vaste prijzen uitgevers, boekverkopers en muziekhandelaren niet dwingt tot het realiseren van culturele doelen. Zij zijn in beginsel vrij in de besteding van de kostenmarge. Dat is het geval in het huidige privaatrechtelijke systeem en dat zal in de visie van de indieners in het publiekrechtelijke systeem niet anders zijn. De onderzoekers van CPB/SCP constateren op blz. 170 van hun rapport: «Het ligt in de aard van de vaste boekenprijs besloten dat het een vrijblijvend en generiek instrument is.» De Raad van State wijst op de hieruit voortvloeiende inherente onzekerheid in hoeverre de verticale prijsbinding de gestelde culturele doelen dient. Van de door de onderzoekers in hoofdstuk 8 (Boek en Markt blz. 167 evv.) aangedragen alternatieven, te weten een afgebakende vaste boekenprijs, géén interventie of subsidies voor boekverkopers, biedt alleen het derde alternatief enige sturingsmogelijkheid. Het voordeel van de mogelijkheid tot enige sturing weegt echter niet op tegen de nadelen die aan een subsidiesysteem zijn verbonden.

Naar de mening van de indieners ligt de sleutel tot het realiseren van de gestelde culturele doelen bovendien niet in enige vorm van dwang. Niet alleen zou dwangbesteding zich niet verdragen met het karakter van het boekenvak en met de terughoudendheid die de overheid inzake de vrijheid van meningsuiting en van informatie behoort te betrachten, er is naar de mening van de indieners ook geen noodzaak toe, afgaande op de ervaringen met het privaatrechtelijke systeem.

In het CPB-SCP-rapport wordt aangegeven, dat de meerderheid van de boekverkopers in het verleden eigener beweging de marge behalve voor dekking van de basale exploitatielasten tevens heeft gebruikt voor het aanbieden van een ruim assortiment en het bieden van service aan de kopers voor het leveren van niet op voorraad aanwezige titels. De onderzoekers wijzen erop dat deze «cultuurpolitieke» besteding van de marge onder druk komt te staan door gestegen kosten van huren, salarissen en investeringen in automatisering, waardoor kruissubsidiëring wordt bemoeilijkt. Door aansluiting te zoeken bij ketens ontstaat enerzijds weer meer ruimte voor kruissubsidiëring, maar tevens een tendens tot uniformering van het assortiment. Van belang is dat de onderzoekers constateren: «Uit gesprekken in de branche komt niet naar voren dat de verminderde financiële ruimte voor cultuurpolitiek getinte kruissubsidiëring zou samenhangen met veranderde rendementseisen van boekverkopers zelf.» (Boek en Markt, blz. 137).

Aangenomen kan dan ook worden dat, zolang de feitelijke economische en financiële mogelijkheid daartoe aanwezig is, steeds een aanmerkelijk deel van de uitgevers en verkopers uit eigen keuze bereid zal zijn tot toepassing van cultuurpolitiek getinte kruissubsidiëring. Naast de cultuurpolitieke wil daartoe, is er voor het boekenvak en de muziekbranche ook een economische prikkel om dat te doen. Uitgevers, respectievelijk verkopers kunnen daardoor toch concurreren met elkaar, niet op prijs, maar wel op kwaliteit en diversiteit.

De mate waarin het boekenvak en de muziekbranche zich stellen achter de cultuurpolitieke doelstellingen van de vaste prijs, is sterk bepalend voor de kansen op succes. Voor de muziekbranche heeft de VMN zich duidelijk uitgesproken voor handhaving van de vaste prijs ter realisering van een divers en gespreid aanbod. De KVB, het NUV en de NBb hebben zich in hun reactie op het wetsvoorstel (brief van 17 september 2003) eveneens uitgesproken voor de voorgestelde wettelijke regeling van de vaste boekenprijs en het culturele doel dat daarmee wordt beoogd.

Boeken en muziekuitgaven zijn, samengevat, cultuurgoederen die als economisch goed worden behandeld en verhandeld. Beide kanten moeten in stand worden gehouden. De pluriformiteit en onafhankelijkheid van de inhoud hebben baat bij het economisch beginsel van de vrije markt, maar lopen tevens het risico slachtoffer ervan te worden. Daarom is enig tegenwicht onvermijdelijk.

In de cultuurpolitieke benadering ligt het zwaartepunt bij de bevordering en het behoud van de beschikbaarheid, toegankelijkheid en diversiteit van het boek en de bladmuziek als cultuurgoed. Het economische aspect inclusief de prijsbinding is daartoe instrumenteel. Behoud van het boek als cultuurgoed, als tot nu toe onovertroffen drager van ideeën, meningen, emoties, kennis en wetenschap en als overdrager van informatie van persoon naar persoon, van groep naar groep en van generatie naar generatie is een onomstreden cultuurpolitieke doelstelling. Op grond van het primaat in dit wetsvoorstel van het boek en de bladmuziek als cultuurgoed is de minister die cultuur in zijn of haar portefeuille heeft, staatsrechtelijk de voor de Wet op de vaste boekenprijs verantwoordelijke bewindspersoon. In het verlengde van de hiervoor gegeven motivering wordt de toepassing van de vaste boekenprijs gericht op boeken die (originele of vertaalde) tekst bevatten in het Nederlands of Fries. Voor de muziekuitgaven is het taalcriterium minder relevant.

6. Europese aspecten

Nederland staat in het hanteren van een vaste boekenprijs met inbegrip van muziekuitgaven niet alleen. Een meerderheid van de landen van de Europese Unie kent een vaste boekenprijs inclusief muziekuitgaven, sommige zoals Denemarken (1837) en Duitsland (1887) al sinds de 19e eeuw, terwijl andere vooral sinds de tweede helft van de vorige eeuw de vaste boekenprijs hebben ingevoerd. Inmiddels is de vaste boekenprijs wettelijk geregeld in Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Portugal, Spanje en Oostenrijk, terwijl Duitsland met ingang van 1 oktober 2002 over een wet op de vaste boekenprijs beschikt. In Noorwegen, Denemarken en Italië geldt nog een privaatrechtelijk systeem, maar ook in deze landen wordt wetgeving overwogen. Ook Zwitserland hanteert een vaste boekenprijs. Finland kent sinds 1971 geen vaste boekenprijs meer en in België geldt sinds 1984 geen prijsbinding meer, maar inmiddels is in beide landen weer wetgeving in discussie. Ook Zweden kent geen vaste boekenprijs meer. De Zweedse vaste boekenprijs is in 1970 vervangen door een subsidiesysteem voor boekuitgaven. Bovendien beschikken mede daarom de Zweedse openbare bibliotheken over royale aankoopbudgetten voor boeken. In het Verenigd Koninkrijk is het Net Book Agreement in 1995 opgeheven. Herinvoering, al dan niet bij wet, wordt niet overwogen. De situatie op de Engelse boekenmarkt is echter, vanwege het grote mondiale afzetgebied voor Engelstalige boeken, niet vergelijkbaar met de markten van de overige Europese landen.

De Europese Commissie heeft bij verschillende gelegenheden (COM(1985)258 en COM(1989)258) haar standpunt inzake de vaste boekenprijs vastgelegd. In de opvatting van de Commissie zijn nationale prijsbindingen voor boeken en muziekuitgaven, mits zij niet strijdig zijn met overige bepalingen van het Gemeenschapsrecht, aanvaardbaar. De Commissie heeft laten blijken daarbij een voorkeur te hebben voor publiekrechtelijke regelingen op wettelijke grondslag. De Commissie overweegt daarbij enerzijds dat door de territoriale werking er geen gevolgen ontstaan voor het interstatelijk handelsverkeer en anderzijds dat de bevoegdheid voor het cultuurbeleid bij de lidstaten zelf ligt. De voorkeur voor publiekrechtelijke regelingen boven privaatrechtelijke volgt uit de overweging van de Commissie dat het bedrijven van cultuurpolitiek een zaak is van overheden en niet van ondernemingen. Zoals bekend neemt de Commissie ook in aanmerking dat op grond van het Verdrag van Maastricht de Commissie mede tot opdracht heeft in haar beleid rekening te houden met doelstellingen van cultuur. De Commissie stelt zich in het algemeen positief op waar het gaat om maatregelen waarbij culturele diversiteit en het taalcriterium een rol spelen (zie ook artikel 1, zesde lid van Richtlijn 2000/31/EG inzake het elektronisch handelsverkeer). De beperking van de vaste boekenprijs in Nederland tot boeken in het Nederlands of in het Fries sluit daarbij aan. In haar afwijzing van grensoverschrijdende prijsbindingen ook op het terrein van het boek weet de Commissie zich overigens gesteund door uitspraken van het Europese Hof in de zaken Leclerc (1985) en Echirolles (2000).

Door de Raad van Cultuurministers is in 1997 indringend aan de Commissie gevraagd om met voorstellen te komen omtrent de wijze waarop met inachtneming van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht vaste boekenprijzen in grensoverschrijdende homogene taalgebieden mogelijk zouden kunnen zijn (22 september 1997 PB C 305 van 7-10-1997).

Het Europese Parlement heeft zich in vele resoluties (onder meer van 13 februari 1981, van 12 maart 1987 en van 16 december 1999) positief uitgesproken over de wenselijkheid van vaste boekenprijzen. Recent is in een resolutie van het Europese Parlement (2001/2061(INI)) aan de Commissie gevraagd om een wetgevingsvoorstel voor vaste boekenprijzen voor te leggen conform de concrete aanbevelingen die het Parlement daartoe heeft gedaan op basis van het rapport-Rothley.

Aansluitend bij de gedragslijn van de Commissie waar het nationale wetgeving betreft is in verscheidene Europese landen de stap gezet van een privaatrechtelijke regeling naar een publiekrechtelijke. De Franse wet-Lang, die in 1982 werd ingevoerd na een periode zonder vaste boekenprijs, heeft daarbij veelal als voorbeeld gediend. Zowel in de Franse als in de Duitse en Oostenrijkse wetgeving voor de vaste boekenprijs zijn de muziekuitgaven daarin opgenomen of mede begrepen. Rekening houdend met de stand van zaken op Europees niveau beogen de indieners een wettelijke regeling op de vaste boekenprijs tot stand te brengen die een cultuurpolitiek doel dient en die uitsluitend territoriale werking heeft voor het Nederlandse grondgebied. Zij verkeren daarbij in de gelukkige omstandigheid dat wetgeving met dezelfde doelen en uitgangspunten tot stand is gekomen en van kracht is in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Omdat de Commissie tegen de wetgeving in deze ons omringende landen niet is opgetreden mag worden aangenomen dat wetgeving in Nederland, mits die op dezelfde leest is geschoeid, niet op bezwaren zal stuiten bij de Commissie.

Uit een analyse van de Franse, Duitse en Oostenrijkse wetgeving kan het volgende worden afgeleid.

In geen van deze wetten is de beperking opgenomen dat de wet alleen betrekking zou mogen hebben op in het betreffende land uitgegeven boeken of bladmuziek. Het gaat steeds om de verkoop binnen het betrokken land, een verkoop die betrekking kan hebben op in het land zelf uitgegeven werken, maar ook op uitgaven die uit andere landen zijn geïmporteerd, voor zover ze worden verkocht binnen de territoria van respectievelijk Frankrijk, Duitsland of Oostenrijk. Frankrijk stelt geen taalcriterium, de Oostenrijkse regeling heeft alleen betrekking op Duitstalige boeken, de Duitse wet geldt ook voor niet-Duitstalige boeken, wanneer die in overwegende mate voor afzet op de Duitse markt zijn bedoeld.

Bij import van boeken en bladmuziek stellen de Franse, Duitse en Oostenrijkse wetten alle dezelfde regels: de importeur is verplicht een vaste prijs te bepalen voor verkoop op de binnenlandse markt. Uiteraard geldt dit alleen voor uitgaven waarop de nationale regeling voor de vaste prijs betrekking heeft. De door de importeur te bepalen vaste prijs bij import mag in geen geval lager zijn dan de prijs die de buitenlandse uitgever zelf voor het importerende land heeft vastgesteld of, bij het ontbreken daarvan, dan de prijs die de uitgever als vaste prijs of adviesprijs heeft vastgesteld voor zijn eigen land. De indieners zijn van mening dat de arresten Leclerc en Échirolles in geen geval een verbod op prijsbinding van geïmporteerde boeken inhouden, maar prijsbinding bij (re-)import toestaan, mits aan twee voorwaarden is voldaan: de importeur mag behaalde prijsvoordelen doorberekenen en in het geval van re-import moet sprake zijn van een U-bochtconstructie. Het wetsvoorstel voldoet hieraan en is daarmee in overeenstemming met de jurisprudentie van het HvJ EG. Bij import uit een EER-staat mogen prijsvoordelen die de importeur heeft weten te behalen, worden doorberekend in de importprijs. In dat geval is een verhoudingsgewijs lagere prijs dan die in het land van oorsprong, wel toegestaan.

Toegepast op het voorliggende wetsvoorstel betekent dit:

Het systeem van prijsbinding geldt bij verkoop binnen Nederland voor boeken die geheel of gedeeltelijk in de Nederlandse of Friese taal zijn geschreven en voor alle soorten muziekuitgaven, ongeacht waar zij zijn uitgegeven. De uitgever die in Nederland een boek in het Nederlands of het Fries of een muziekuitgave op de markt brengt, is verplicht een vaste prijs vast te stellen. De prijsbinding is niet van toepassing op boeken die uitsluitend teksten in vreemde talen bevatten. De Nederlandse uitgever hoeft hiervoor geen vaste boekenprijs vast te stellen en bij import van dit type boeken is de importeur vrij in het bepalen van de prijs. Bij export van Nederlands- of Friestalige boeken uit Nederland en daarop volgende herimport naar Nederland mag de importeur niet een lagere prijs vaststellen dan de door de uitgever vastgestelde prijs. Het gewijzigde wetsvoorstel is aangevuld met een artikel dat het gebruik maken van zogenaamde U-bochtconstructies verbiedt.

Aansluitend bij wat toegestaan is op grond van de Europese regelgeving zijn regels opgenomen bij import en parallelimport van muziekuitgaven en van boeken die geheel of gedeeltelijk in het Nederlands of het Fries zijn geschreven.

In het geval een importeur voordelige handelsmarges kan verkrijgen bij de buitenlandse uitgever, mag hij in alle gevallen een lagere vaste boekenprijs voor Nederland vaststellen, indien en omdat de voordelen daarmee worden doorgegeven aan de consument. In dat geval is een verhoudingsgewijs lagere prijs dan die in het land van oorsprong, wel toegestaan. Het is mogelijk dat meer dan één importeur dezelfde boektitel of dezelfde muziekuitgave importeert. Op grond van het wetsvoorstel dient ieder van deze importeurs zelfstandig een vaste prijs voor de geïmporteerde titel vast te stellen en op de voorgeschreven wijze bekend te maken. Voor een geïmporteerde titel kunnen derhalve verschillende vaste prijzen bestaan. In veel gevallen zal het echter gaan om één of enkele exemplaren van een uitgave, vaak door een boekverkoper of muziekhandelaar op bestelling van een eindafnemer. De indieners menen dat in deze gevallen de importeur, immers merendeels een zelfimporterende verkoper, niet de verplichting opgelegd dient te krijgen om de vaste prijs op de voorgeschreven wijze landelijk bekend te maken. Daarom hebben de indieners aan artikel 3 een vorm van bagatelregeling toegevoegd, waarbij degene die ten hoogste vijf exemplaren van een titel per keer importeert, niet verplicht is de vaste prijs op de voorgeschreven wijze bekend te maken. Er geldt dus wel een verplichting tot vaststelling van een vaste prijs en tot toepassing daarvan door de verkoper en uiteraard zijn ook de onderdelen van artikel 3 die op de wijze van prijsvaststelling betrekking hebben, op deze kleinschalige importen van toepassing. Het landelijk via het College bekendheid geven aan de vaste prijs kan echter achterwege blijven. Consumenten kunnen zelf via internetbedrijven boeken en muziekuitgaven uit de gehele wereld importeren. Eindafnemers zijn vrij om bij niet in Nederland gevestigde en niet in Nederland als verkoper optredende internetbedrijven boeken of muziekuitgaven te kopen en als privé-persoon te importeren. Het wetsvoorstel strekt zich niet uit tot dit type handeling. Zodra echter iemand de bij de bedoelde internetbedrijven gekochte boeken of muziekuitgaven in Nederland gaat verkopen anders dan als antiquarische of beschadigde exemplaren, treedt hij op als importeur en zijn de desbetreffende bepalingen van het wetsvoorstel met inbegrip van het zogenaamde U-bochtartikel wel van toepassing.

7. Karakter van de wet

7.1 Vorm

In het wetsvoorstel is gekozen voor een wet waarbij de belangrijke elementen van de vaste boekenprijs in de wet zelf worden vastgelegd, terwijl nadere uitwerking kan worden gegeven in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Voor algemene maatregelen van bestuur met uitzondering van die voor de boekenclub geldt de voorhangprocedure bij het parlement.

7.2 Doel

De indieners van het wetsvoorstel hebben gestreefd naar een wettelijke regeling die de voorwaarden schept tot realisatie van het doel dat met de vaste prijs wordt beoogd. Dat doel is, het zij hier herhaald, de brede beschikbaarheid van boeken en muziekuitgaven, de diversiteit en pluriformiteit van de er in vervatte informatie en de toegankelijkheid ervan. Dat cultuurpolitieke doel wordt het meest gediend met gevarieerde uitgeversfondsen, met een geografisch ruim gespreid net van boekhandels en muziekhandels met een breed en diep assortiment en met transparantie van het aanbod en zekerheid van prijzen voor de consument. Voor het realiseren van dat doel zijn adequate handelsmarges en de vaste prijs primaire voorwaarden. Tegelijkertijd zijn de pluriformiteit, de diversiteit en de gevarieerdheid van het uitgevers- en boek- en muziekhandelsbestand gediend met – voor zoveel mogelijk – het behoud van het marktkarakter van het boekenvak en de muziekbranche.

7.3 Handelsmarges

Het wetsvoorstel bevat op basis van deze uitgangspunten dan ook in de eerste plaats regels die leiden tot de vaststelling, de toepassing en de handhaving van de vaste prijs. De vaste prijs is echter niet de enige voorwaarde daarvoor. In economische zin is voor het bestaan van goed gesorteerde boek- en muziekhandels evenzeer van belang dat er sprake kan blijven van handelsmarges die een gezonde economische basis bieden voor het kunnen functioneren van dit type winkel, waarin goedlopende en goedverkopende uitgaven de aanwezigheid en beschikbaarheid van minder vlotlopende titels kunnen compenseren. Alleen op basis van reële marges kan de goed gesorteerde boekhandel en muziekhandel in een voor ieder bereikbare spreiding over ons land blijven bestaan, niet alleen in de grote(re) steden, maar ook in kleinere plaatsen in de regio met een daarbij passend assortiment. Voor het realiseren van het met dit wetsvoorstel beoogde doel zijn dan ook de marges die een uitgever overeenkomt met een verkoper die dit brede assortiment in het verleden heeft aangeboden en in de toekomst wil blijven aanbieden, zeer relevant. Dit klemt te meer nu er onder de werking van de wet geen sprake meer is en kan zijn van exclusief verkeer. De wet stelt voor de verplichting tot toepassing van de vaste prijs de assortimentsboekhandel op één lijn met de supermarkt en de buurtwinkel die naast een ander pakket ook boeken verkopen. Het wettelijke systeem van prijsbinding kan immers alleen maar sluitend zijn wanneer ieder die een boek of een muziekuitgave verkoopt verkoper is in de zin van de wet en dus gehouden is de vaste prijs toe te passen. Voor het bereiken van het gestelde cultuurpolitieke doel verschillen de functies van de assortimentsboekhandel en de service die deze levert echter van het beperkte boekensegment dat supermarkt en buurtwinkel bieden. Er is ook een aanzienlijk verschil in bedrijfseconomische zin. De assortimentsboekhandel is door zijn eenzijdige gerichtheid op boeken volstrekt afhankelijk van de handelsmarges op boeken waaruit alle bedrijfskosten moeten worden betaald, terwijl de super en de buurtwinkel hun voornaamste bedrijfsinkomsten en kosten gelegen zien in de andere segmenten, omdat het boekenaandeel tot het nevensegment behoort. A fortiori doet dit zich voor bij gevallen als de studenteninkoopvereniging die zich richt op het als boekverkoper inkopen van de bulk van voorgeschreven of aanbevolen studieboeken, zonder belangstelling voor vakliteratuur die niet tot de gebruikelijke lijst behoort. Omdat zij verkoper zijn in de zin van de wet zijn ook deze « smalle verkopers« weliswaar verplicht de vaste prijs aan te houden bij verkoop van de door hen ingekochte boeken of muziekuitgaven, maar een mogelijk positief verschil tussen de handelsmarge en hun exploitatielasten (en eventuele verkoperskorting) zullen zij niet behoeven te besteden aan het aanhouden en bestellen van minder courante uitgaven voor hun klanten zoals de assortimentsboekhandels en de wetenschappelijke boekhandels willen en moeten doen. Deze laatste maken immers allerlei kosten die samenhangen met de doelstelling om een breed en divers assortiment aan te houden. Zij voldoen dus meer aan de doelstelling van de vaste prijs en van deze wet.

Van belang is dan dat de marge voor dit type boekverkopers en muziekhandelaren op een daartoe passend niveau blijft. In de Franse en Duitse wetten zijn daarop gerichte bepalingen opgenomen. De Franse wet verplicht uitgevers of importeurs onderscheid te maken tussen een kwalitatieve marge en een kwantitatieve. De kwalitatieve marge behoort altijd hoger te zijn dan de kwantitatieve marge, die alleen is gebaseerd op de kwantiteit van de inkoop. Of de kwalitatieve marge van toepassing is, is afhankelijk van de kwaliteit van de bijdrage die de boekverkoper levert aan de verspreiding van boeken. In de toelichting bij de Franse wet is aangegeven dat als criteria voor de kwalitatieve marge onder meer gelden: verkoop van nieuwe uitgaven, beschikbaarstelling van een breed assortiment, professionaliteit van tenminste éénderde van het personeel, deelname aan nationale campagnes, nalevering op bestelling door klanten, beschikbaarstelling van catalogi en bibliografieën, verkoop van boeken in dunbevolkte streken.

De Duitse wet verplicht uitgevers bij het vaststellen van de vaste prijs en de overige verkoopvoorwaarden rekening te houden met de bijdrage die een kleine boekhandel levert aan de wenselijke spreiding van (assortiments)boekhandels over het hele land en met de service die deze boekhandels leveren. Voorts mogen uitgevers niet aan branchevreemde handelaren (zoals supermarkten en cd-zaken) leveren tegen lagere prijzen of gunstiger voorwaarden dan aan de boekhandel.

In het wetsvoorstel zoals ingediend op 28 oktober 2002 kozen de indieners door middel van het daarin opgenomen artikel 12 voor een soortgelijke opzet. Uitgevers zouden bij het vaststellen van de marges rekening moeten houden met de duur van de relatie die zij hebben met de boekverkoper en met de omvang en pluriformiteit van het door de boekverkoper af te nemen pakket.

De Raad van State wees terecht erop dat artikel 12 wegens de algemene formulering moeilijk te controleren zou zijn. Ook door de uitgevers werden bezwaren geuit tegen het ingrijpen in wat de uitgevers beschouwen als vrijheid van onderhandelen en werd gewaarschuwd voor het risico van niet goed in te schatten conflicten en geschillen die mogelijkerwijs uit artikel 12 zouden voortvloeien en de eventuele bemoeienis van het College voor de vaste boekenprijs daar weer mee. De indieners hebben tot hun genoegen geconstateerd dat uitgevers en boekverkopers gehoor hebben gegeven aan het klemmende beroep van de Raad voor Cultuur op partijen om ook op dit punt tot overeenstemming te komen. De reactie van KVB, NUV en NBb op het wetsvoorstel bevat een gezamenlijk voorstel voor een regeling van deze materie. Samengevat luidt dit voorstel: de in NUV en NBb georganiseerde uitgevers en boekverkopers vinden voor het pakket van eerste aanbieding van nieuwe uitgaven een wettelijke verplichting tot afspraken over handelsmarges niet nodig. Zij zijn wel bereid in de toekomst afspraken te maken over noodzakelijke voorwaarden voor het instandhouden van een infrastructuur zoals het Centraal Boekhuis en Centraal Depot, die geografische spreiding en beschikbaarheid van boeken in de vorm van bestellingen van geringe omvang en van nabestellingen van één of enkele exemplaren mogelijk en economisch verantwoord maken.

De indieners hebben dit voorstel overgenomen ter vervanging van het eerder voorgestelde artikel 12. Zij zien in dit voorstel, waarmee de bezwaren van de Raad van State en het boekenvak worden ondervangen, dezelfde doelen verwoord die zijn opgenomen in de Franse en Duitse wetgeving en die zij zelf beoogden met het aanvankelijke artikel 12: de aanwezigheid van goedgesorteerde boekhandels en muziekhandels in een dekkende geografische spreiding. Onder de werking van het artikel in zijn nieuwe formulering komen zaken aan de orde als leveringscondities, distributiekosten, minimummarges en verrekenkortingen. De vast te leggen voorwaarden dienen er op gericht te zijn het de deelnemende uitgevers en verkopers mogelijk te maken om op een economisch verantwoorde wijze ook in de meest afgelegen delen van het land een divers aanbod beschikbaar te stellen, al dan niet op bestelling van een eindafnemer.

Het derde lid van artikel 6 staat de verkoper toe in bepaalde gevallen vanwege dienstverleningen en leveringen van bijzondere aard de door de uitgever vastgestelde vaste prijs te verhogen met de extra kosten die de aparte service met zich mee brengt. Hieronder is ook begrepen het in voorraad hebben en leveren van specifieke categorieën boeken en muziekuitgaven.

7.4 Reikwijdte

Uitgever respectievelijk verkoper is iedere natuurlijke persoon, vennootschap onder firma of rechtspersoon die aan de ruime definities van deze begrippen voldoet. De erkenning en registratie die in de onderscheiden Reglementen Handelsverkeer een belangrijke functie vervullen komen in het wetsvoorstel niet voor en zijn niet meer relevant.

Van het begrip verkoper is voor de toepassing van de wet een definitie gekozen die er toe leidt dat ieder die een nieuw onbeschadigd boek of dito muziekuitgave aan een eindafnemer tegen geld verkoopt, verplicht is de vaste prijs toe te passen.

Om de definities zo ruim mogelijk te houden zijn geen criteria als «bedrijfsmatig« of andere criteria die als inperkend zouden kunnen gelden, opgenomen. Daarmee wordt bereikt dat het uitgesloten is dat zich in het reguliere handelsverkeer naast een circuit waar de vaste prijs van toepassing zou zijn, een ander circuit zou kunnen ontwikkelen dat zich aan de vaste prijs zou kunnen onttrekken.

Het systeem van de wet gaat er van uit dat de uitgever zich richt op de verkoper en dat de verkoper zich richt op de eindafnemer. Voor toepassing van de wet moeten de posities van uitgever, importeur, verkoper en eindafnemer strikt worden onderscheiden. Als uitgevers en importeurs zich «rechtstreeks» richten op eindafnemers handelen zij voor toepassing van de wet als verkoper en zijn ook de overeenkomstige bepalingen van de wet van toepassing op dat handelen. De uitgever of importeur kan tevens als verkoper van zijn eigen uitgaven optreden. In dat geval is hij voor de toepassing van de wet tevens boekverkoper of muziekhandelaar en dus gehouden de vaste prijs toe te passen. Zo moet ook worden onderscheiden tussen bijv. een school als onderwijsinstelling en een school als verkoper. Wie rechtstreeks zaken wil doen met uitgevers, handelt als verkoper en moet derhalve de vaste prijs toepassen en mag alleen toegestane verkoperskortingen verlenen.

De prijsbinding betreft alle boeken die tekst bevatten in de Nederlandse en Friese taal en die voor het eerst in Nederland in het handelsverkeer worden gebracht. Uitgezonderd is de categorie schoolboeken. Welke boeken begrepen zijn onder het begrip «schoolboek» en welke motieven hebben geleid tot het uitzonderen van deze categorie wordt nader uiteengezet onder paragraaf 7.8 Onderwijsinstellingen.

De wet heeft voorts geen betrekking op antiquarische, tweedehands en beschadigde boeken of muziekuitgaven. Boeken die geheel in andere talen dan het Nederlands of Fries zijn geschreven, vallen eveneens buiten de werking van de wet, ook al worden zij in Nederland uitgegeven. Uiteraard is de uitgever van zo'n anderstalige uitgave wel gerechtigd om voor die uitgave een prijs te bepalen. De Nederlandse boekverkoper en eindafnemer zijn echter wettelijk niet aan deze prijs gebonden. Prijsvaststelling van anderstalige uitgaven door de Nederlandse uitgever is slechts van belang met het oog op importbepalingen in de wetgeving inzake prijsbinding van andere, al dan niet EU/EER-landen.

De wet biedt de uitgever de mogelijkheid om voor boekenclubs die aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoen, boekenclubprijzen vast te stellen. Gelet op het specifieke karakter van de boekenclub en het belang ervan voor leesbevordering wordt voortzetting van de bijzondere behandeling van de boekenclub gerechtvaardigd geacht. De voorwaarden die bij de vaststelling van deze boekenclubprijs gelden en de voorwaarden waaraan de boekenclub moet voldoen, worden bij of krachtens algemene maatregelen van bestuur vastgesteld. Beoogd is dat deze regels aansluiten bij de huidige praktijk.

Printing on demand (POD) kan in het boekenvak een wenselijke technische aanvulling zijn omdat het de mogelijkheid biedt van zeer kleine oplagen en van alsnog leveren van boeken die niet langer meer via de reguliere kanalen leverbaar zijn. Het valt dan ook toe te juichen dat het Centraal Boekhuis hierin actief is en experimenten op dit terrein uitvoert. Van belang voor het wetsvoorstel is dat naar de mening van de indieners POD een technische voorziening is. De vraag of de vaste prijs van toepassing is, hangt niet af van de gebruikte techniek. Zodra de uitgever met toepassing van POD-techniek uitgaven in het handelsverkeer brengt die voldoen aan de wettelijke definitie van boek – met onder meer als criterium dat er sprake moet zijn van een oplage van meerdere exemplaren – is de Wet op de vaste boekenprijs van toepassing. Voor zover het oudere niet meer leverbare boeken betreft waarvan de uitgever geen herdruk overweegt kan de uitgever, aangenomen dat de voorgeschreven minimumtermijn van de vaste prijs verstreken is, POD-aankopen vrij maken van de vaste prijs door deze op te heffen. Op het terrein van de bladmuziek is POD een veelvuldig gebruikte techniek. Op muziekuitgaven in POD-vorm is het wetsvoorstel dan ook onverkort van toepassing.

Het marktaandeel van het E-book is nog zeer gering. Op de terreinen van naslagwerken en studieboeken, waar het voor een grotere groep aantrekkelijk zou kunnen zijn, ondervindt het merkbaar concurrentie van materiaal dat op internet beschikbaar is. Er wordt geen uitzondering gemaakt voor de internetboekhandel. In Nederland gevestigde internetboekhandels zijn verplicht de door de uitgever vastgestelde prijs te hanteren. De doelstellingen die in hoofdstuk 4. Doel van de vaste boekenprijs zijn genoemd, gelden immers ook als het om de verkoop via internet gaat. De internetboekhandel neemt dan ook geen fundamenteel of principieel afwijkende positie in. Ook de internetboekhandel verkoopt papieren boeken en kampt daarom met dezelfde problemen en beperktheden van het taalgebied als de fysieke boekhandel. De indieners zien de vaste prijs als een instrument dat voor de internetboekhandel even ondersteunend kan werken als voor de fysieke boekhandel. De vaste prijs biedt naar ervaring een positief ontwikkelingsklimaat voor het type internetboekhandel dat qua breedte en diepte van het assortiment en qua service op gelijke hoogte wil staan met de traditionele boekhandel. Met het systeem van de vaste prijs wordt voorts beoogd concurrentie op prijs tegen te gaan. Hierin past niet om in Nederland gevestigde internetboekhandels die actief zijn op de binnenlandse markt hiervan uit te zonderen. Het systeem van de vaste prijs is, zoals eerder betoogd, alleen maar sluitend als de verplichting tot toepassing van de vaste prijs geldt voor iedereen die binnen Nederland boeken of muziekuitgaven verkoopt. Daarom geldt de verplichting ook voor de in Nederland gevestigde en op de Nederlandse markt werkende internetboekhandel. Voor nieuwe zelfstandige internetboekhandels of internetboekhandels als onderdeel van bestaande boekhandels wordt geen belemmering opgeworpen. Het marktaandeel in Nederland van internetboekhandels wijkt niet significant af van dat in ons omringende landen. De indieners delen overigens ten volle de opvatting dat de internetboekhandel de potentie heeft om de bereikbaarheid van het boek te vergroten voor boekenkopers die niet naar de fysieke boekhandel willen of kunnen gaan en voor klanten met speciale en gerichte belangstellingen.

Het zogenaamde E-boek heeft in het wetsvoorstel geen regeling gevonden. De omvang van de productie ervan en de afzet via de boekhandel aan eindafnemers is daarvoor te marginaal, terwijl het zich nog niet laat aanzien dat hierin op korte termijn wezenlijke verandering komt.

7.5 Vaststelling en duur van de vaste prijs

In de wet zelf is neergelegd de verplichting aan de uitgever en de importeur om een vaste prijs te bepalen voor ieder boek. Dit geldt ook voor de verplichting voor de verkoper om die prijs in rekening te brengen aan de eindafnemer. Voor levering door een boekenclub stelt de uitgever of de importeur een afzonderlijke boekenclubprijs vast.

Het wetsvoorstel gaat er van uit dat de vastgestelde vaste prijs in beginsel in tijdsduur onbeperkt geldig is. De onderzoekers van CPB/SCP hebben in een van hun alternatieven, de afgebakende vaste boekenprijs, een beperkte duur opgenomen van een half jaar. Als argument voor een afgebakende vaste boekenprijs hanteren de onderzoekers het gegeven dat boekverkopers van een groot deel van de boektitels de meeste exemplaren binnen een halfjaar verkopen en dat, wanneer een titel slecht verkoopt, de boekverkoper in het huidige stelsel de afzet niet kan vergroten door de prijs ervan te verlagen. Dit verhoogt het voorraadrisico van de boekverkopers. De onderzoekers menen de oplossing daarvoor te vinden in de algemene duurbeperking van de vaste boekenprijs tot een half jaar.

De indieners hebben hier niet voor gekozen. Een dergelijke duurbeperking van de vaste boekenprijs wordt immers slechts beargumenteerd met de verkoopcyclus van «een groot deel van de boektitels». Daarmee zou echter ook na een half jaar een einde komen aan de vaste prijs voor langerlopende, bestendiger verkopende titels waarvoor een langdurige vaste prijs juist van belang is. Bij de doelstelling en het karakter van de vaste prijs past immers dat de eenmaal toegekende vaste prijs van kracht blijft zolang het boek of de muziekuitgave in het handelsverkeer is. De onbeperktheid in duur is relevant bij voorbeeld als het gaat om langlopende Verzamelde Werken, reeksen als de Nederlandse klassieken, titels die tot de literaire canon behoren, dichtbundels, woordenboeken, encyclopedieën, naslagwerken en standaardwerken en andere werken die een soms trage maar wel lange levenscyclus kennen. Een dergelijke vaste periode biedt de consument en de verkoper zekerheid omtrent de prijs en garandeert in zekere mate gedurende die periode ook de leverbaarheid van het boek. De uitgever en de verkoper zullen immers binnen deze termijn niet licht overgaan tot ruiming van voorraad. A fortiori geldt dit voor bladmuziekuitgaven.

Rekening houdend echter met de gemiddelde looptijd van boeken in het boekhandelscircuit, komt het wenselijk voor de mogelijkheid te openen voor de uitgever of importeur om na een nader te bepalen periode de prijs vrij te kunnen maken. In dat geval is de verkoper vrij om zelf een verkoopprijs te bepalen. In zijn reactie van 17 september 2003 wijst ook het boekenvak op de gevallen waarin prijsverlaging een remedie zou kunnen zijn tegen afzetproblemen en de wenselijkheid om niet onbeperkt aan de oorspronkelijk vastgestelde vaste prijs gehouden te moeten zijn voor sterk aan de actualiteit gebonden boeken. De indieners hebben in hun wetsvoorstel in twee opzichten met deze situatie rekening gehouden. De mogelijkheid tot aanpassing van de vaste prijs, die al in artikel 5 was opgenomen, biedt ruimte om de vaste prijs aanzienlijk te verlagen, bij voorbeeld bij een geconstateerde wel aanwezige, maar bij de verwachtingen achterblijvende vraag. De verlaagde prijs geldt vanaf dat moment als de nieuwe vaste prijs De voordelen van het vaste-prijssysteem blijven dan behouden bij een realistischer verkoopprijs. Wanneer een uitgever echter constateert dat de vraag praktisch geheel is uitgeput en hij het wenselijk acht om de uitgave te verramsjen, kan hij met gebruikmaking van artikel 7 de vaste prijs geheel opheffen. De indieners hebben zich laten overtuigen dat de termijn van twee jaar die volgens het oorspronkelijk ingediende wetsvoorstel zou moeten zijn verlopen, aan de lange kant is, gezien de huidige ervaringen. Zij hebben in het gewijzigde wetsvoorstel aangesloten bij het huidige Handelsreglement van het boekenvak dat opheffing van de vaste boekenprijs toestaat na verloop van één jaar.

7.6 Kortingen

Onder de werking van de Reglementen Handelsverkeer is een aantal mogelijkheden voor korting gegroeid. Deze worden onder de werking van de wet in beginsel overgenomen. Kortingen worden toegepast op de vastgestelde vaste boekenprijs die aan de eindafnemer in rekening moet worden gebracht. Gelet op de definities zoals die in artikel 1 van het wetsvoorstel zijn gegeven betekent dit dat alleen de verkoper toegestane kortingen kan verlenen.

Kortingen betreffen allereerst de mogelijkheid van een kwantumkorting voor een koper van meerdere exemplaren van één titel in één partij.

Kortingen op de vastgestelde prijs zijn ook toegestaan bij aankopen door onderwijsinstellingen, ook waar het betreft de aankopen door de school voor de leerlingen of hun ouders. Op de positie van de scholen en de behandeling van boeken die in het onderwijs worden gebruikt wordt nader ingegaan in paragraaf 7.8 Onderwijsinstellingen.

Aan bibliotheken die aan onderwijsinstellingen, aan andere voorzieningen als ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en penitentiaire inrichtingen verbonden zijn, en aan openbare bibliotheken kunnen eveneens kortingen worden verleend, mits de aankopen bestemd zijn voor hun publieksfunctie.

In het Reglement Handelsverkeer muziekuitgaven en in verscheidene buitenlandse wetten is in navolging van de Franse Wet-Lang de bepaling opgenomen dat de verkoper aan de particuliere eindafnemer een korting kan toestaan van maximaal 5%. In het wetsvoorstel is afgezien van het opnemen van een dergelijke bepaling. De voorkeur is gegeven aan opneming in de wet met nadere regeling bij of krachtens algemene maatregel van bestuur van de mogelijkheid van bijzondere prijzen, waarmee wordt aangesloten aan de gang van zaken onder het huidige Reglement van de KVB. Voortzetting daarvan in aangepaste vorm biedt door de grotere flexibiliteit betere mogelijkheden dan de starre 5% regeling en maakt opneming van die regeling overbodig.

Het uitdelen door de verkoper van cadeautjes zoals pennen, cadeaubonnen, boeken of andere zaken die de eindafnemer een geldelijk voordeel opleveren bij de aankoop van een boek moet worden beschouwd als een vorm van korting, die alleen zal zijn toegestaan als daarvoor in de algemene maatregel van bestuur een regeling is getroffen.

7.7 Bijzondere prijzen

De hiervoor vermelde mogelijkheden van (volume)korting zijn in de praktijk met name van belang voor kantoren en voor institutionele partijen als het onderwijs en de openbare bibliotheken.

Voor de particuliere consument zijn van meer direct belang de kortingsmogelijkheden op de vaste boekenprijs die onder de werking van het huidige Reglement Handelsverkeer zijn toegestaan onder de verzamelnaam bijzondere prijzen. Daaronder worden verstaan onder meer serieprijzen, combinatieprijzen, ledenprijzen en speciale acties in de vorm van promotiecampagnes als bijvoorbeeld de Boekenweek en de Maand van het spannende boek . Deze kunnen de verkoper de gelegenheid bieden om, meestal voor een beperkte tijdsduur, een korting aan de individuele koper te verlenen op de vaste prijs of om bij aankoop van een boek een ander boek of een pen of en ander kleinood cadeau te geven. In het wetsvoorstel is de mogelijkheid geopend om ook onder de werking van de wet afwijkingen van de vaste prijs uitsluitend in deze kaders toe te staan. Dit is gebeurd in de vorm van opneming in de wet van het beginsel en nadere uitwerking bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De verscheidenheid van wat kan vallen onder bijzondere prijzen en de wenselijkheid om te kunnen inspelen op de actualiteit is hierbij het doorslaggevende motief geweest.

7.8 Onderwijsinstellingen

Gelet op de eerder gevoerde politieke discussies wordt hier afzonderlijke aandacht besteed aan de positie van de onderwijsinstellingen. Het was en is de intentie van de indieners om degenen tegemoet te komen die op grond van hun onderwijssituatie verplicht zijn om bepaalde boeken te kopen als schoolboek. De kopers van deze schoolboeken hebben geen vrije keus: de onderwijsinstelling en niet de koper bepaalt de keuze. Het in 2001 uitgevoerde evaluatieonderzoek naar aanleiding van de klachten over de hoogte van de prijzen van schoolboeken toonde aan dat de prijsstijgingen van de afgelopen jaren niet aan de vaste boekenprijs als zodanig konden worden toegeschreven. Zowel in de SEO-rapportage als in de reactie van het boekenvak komt echter naar voren dat de markt voor boeken die, zoals het door het boekenvak wordt omschreven, bestemd zijn voor en in de praktijk voornamelijk ook gebruikt worden als verplichte leerstof in het reguliere onderwijs, mede door het ontbreken van die vrije keuze afwijkt van de markt van andere boeken. De vaste boekenprijs is in deze markt geen essentieel middel ter bevordering van diversiteit en beschikbaarheid.

De indieners hebben gemeend dat aan deze constatering dan ook de conclusie kan en moet worden verbonden dat voor de nader te definiëren categorie schoolboeken geen verplichting tot vaststelling en toepassing van de vaste boekenprijs zal gelden.

Een nadere definiëring is noodzakelijk, omdat de thans in het boekenvak en het onderwijsveld gehanteerde aanduiding «schoolboek» ter onderscheiding van algemeen boek of wetenschappelijk boek zonder nadere definiëring als wetsterm niet hanteerbaar is. In de huidige situatie gelden geen strikte criteria voor de aanduidingen a-, s- of w-boek. Zij worden toegekend door de uitgever en dienen vooral als een praktisch middel om de handelsmarge voor de boekverkoper te bepalen. In het boekenvak wordt behalve van het a-, s- en w-boek tevens gesproken van het educatieve boek. Deze aanduiding richt zich meer op het gebruik. Voor een aantal boeken, zoals woordenboeken, atlassen, algemene naslagwerken, beknopte encyclopedieën, biografieën en monografieën geldt immers dat ze behalve op titel van schoolboek ook op titel van algemeen boek of wetenschappelijk boek verkocht worden, afhankelijk van de vraag in welke omgeving en met welk doel ze door de koper worden gebruikt. Bij een uitzonderingspositie van het schoolboek is een nadere omschrijving in de wet van het begrip dus noodzakelijk. De indieners definiëren een schoolboek als een boek dat in vorm en inhoud gericht is op informatie-overdracht in onderwijsleersituaties in Basisonderwijs, Voortgezet onderwijs en Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en waarvan het gebruik binnen het les- en studierooster door de betrokken onderwijsinstelling is voorgeschreven. Voor een boek dat aan deze definitie voldoet geldt géén vaste boekenprijs. Lesmethodes die met het oog op toepassing in de genoemde onderwijssoorten zijn ontworpen, vallen dus onder de definitie van schoolboek. Literaire romans die een leerling leest «voor de lijst» vallen er niet onder omdat deze niet door de auteur en de uitgever in vorm en inhoud zijn gericht op gebruik in het betreffende onderwijs.

Boeken die in het HBO en WO worden gebruikt vallen buiten de definitie van schoolboek omdat deze onderwijssoorten niet in de definitie zijn opgenomen. Voor deze onderwijssoorten geldt immers dat er een grotere vrijheidsmarge voor de studenten bestaat in de keuze van aanschaf van titels die voor hun studie relevant zijn. Deze studenten kunnen wel in aanmerking komen voor toepassing van de zogenaamde onderwijskorting die in artikel 13 aanhef en onder b. is opgenomen.

Uit het onderzoek van SEO/CPB werd voorts duidelijk dat er bij scholen en bij ouderverenigingen behoefte bestond om zelf te kunnen onderhandelen met uitgevers. De bestaande systematiek van erkenning en exclusief verkeer vormde daarbij een ernstige belemmering.

Deze hinderpaal is in het wetsvoorstel weggenomen: het wetsvoorstel kent noch een systeem van erkenning noch vormen van exclusief verkeer. Zoals hierboven in paragraaf 7.4Reikwijdte al is opgemerkt maakt het wetsvoorstel tevens geen onderscheid meer naar algemene boeken, schoolboeken en wetenschappelijke boeken. Niet meer is dus de benaming bepalend die een uitgever of boekverkoper aan een boek geeft, maar uitsluitend de vraag of het boek is opgenomen in het onderwijsen leerproces. Daarnaast is het van belang vast te stellen of er sprake is van verkoop van boeken of van verhuur. Met name in het voortgezet onderwijs worden veelvuldig boeken gehuurd van boekenfondsen. Op deze huurcontracten heeft het wetsvoorstel geen betrekking. Het wetsvoorstel handelt uitsluitend over de situaties waarin boeken worden verkocht.

Door de gekozen brede definitie van verkoper is onder de werking van de wet voor een onderwijsinstelling een keuze mogelijk tussen optreden als eindafnemer of als verkoper. Aan ieder van beide keuzen zijn uiteraard de daarbij behorende mogelijkheden en beperkingen verbonden die het wetsvoorstel stelt. Op beide mogelijkheden wordt hieronder nader ingegaan.

De eerste mogelijkheid is dat de onderwijsinstelling kiest voor optreden als eindafnemer.

In dat geval moet de onderwijsinstelling de gewenste boeken betrekken van een verkoper. De verkoper mag de onderwijsinstelling kortingen verlenen, waarvan de hoogte nader bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld. Korting op de vaste prijs kan aan een onderwijsinstelling (zowel voor basis-, voortgezet, als hoger en wetenschappelijk onderwijs) worden verleend als volumekorting vanwege verkoop van meerdere exemplaren in één partij aan één eindafnemer of als korting voor boeken die deel uitmaken van de voorgeschreven literatuur. Cumulatie van verschillende soorten korting is niet toegestaan.

Ook ouderverenigingen, studie- of studentenkringen e.d. met de status van zelfstandige rechtspersoon en natuurlijke personen kunnen voor korting bij de verkoper in aanmerking komen, mits zij door de onderwijsinstelling zijn gemandateerd of bij de onderwijsinstelling staan ingeschreven als leerling of student. Zij allen treden dan op in de functie van eindafnemer, waarvan de definitie op grond van deze wet vaststelt dat de aankopen bestemd zijn voor eigen gebruik. De verkregen korting behoort te worden verrekend over de exemplaren die tegen vergoeding van de aankoopkosten aan de studenten/leerlingen worden verstrekt. Ook hier geldt dat waar in het bovenstaande over boeken wordt gesproken, dit tevens van toepassing is op muziekuitgaven.

De tweede mogelijkheid houdt in dat de onderwijsinstelling kiest voor optreden als verkoper.

In dat geval onderhandelt zij als verkoper rechtstreeks met de uitgever. In deze casus is, gelet op de definitie van verkoper, het uiteraard zonder meer mogelijk dat ook ouderverenigingen, studie- of studentenkringen e.d. optreden als verkoper. Bij het leveren van de ingekochte boeken aan haar studenten/leerlingen treedt de onderwijsinstelling, de oudervereniging, studie- of studentenkring e.d. op als verkoper en staan de studenten/leerlingen in de positie van eindafnemer. De onderwijsinstelling, oudervereniging, studie- of studentenkring e.d. moet dus de vaste prijs toepassen en mag daarop maximaal de toegestane verkoperskorting voor eindafnemers verrekenen.

De indieners maken geen uitzondering voor het wetenschappelijke boek. Zij delen de analyse van de Raad van State, waarbij met betrekking tot wetenschappelijke literatuur onderscheid wordt gemaakt tussen hand- en studieboeken met soms aanzienlijke oplagen enerzijds en publicaties van onderzoeksresultaten, die vaak kampen met relatief hoge productiekosten en een kleine, gespecialiseerde vraag anderzijds. Wat deze laatste betreft is het de indieners bekend dat door het ontbreken van voldoende afzetmogelijkheden veel wetenschappelijke onderzoeksresultaten, zoals proefschriften, door de auteur in eigen beheer en voor eigen kosten worden uitgegeven. Aangezien deze uitgaven meestal niet in het handelsverkeer worden gebracht, zal de Wet op de vaste boekenprijs hierop niet van toepassing zijn, nog afgezien van de vraag of zij wel in het Nederlands of het Fries zijn gesteld. In toenemende mate kan in deze gevallen elektronische publicatie een geschikte vervanging zijn. Zoals eerder is uiteengezet vallen elektronische publicaties niet onder de werking van het wetsvoorstel. In een beperkt aantal gevallen is er sprake van wetenschappelijke onderzoeksresultaten waarvan een uitgever meent dat door inhoud en vorm er voldoende afzetmogelijkheden zullen zijn om er een handelseditie van te maken. Aangezien er dan wel sprake is van een boek dat in het handelsverkeer wordt gebracht, moet voor deze handelseditie wel een vaste prijs worden vastgesteld door de uitgever. Het boek verschilt dan voor de toepassing van de wet immers niet meer van andere boeken die in het handelsverkeer worden gebracht. Het draagt dan op zijn eigen wijze bij aan de pluriformiteit en diversiteit van het boekenbestand.

Het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften en de bevoegdheid tot sanctionering bij overtreding is in handen gelegd van het College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. De keuze voor deze vorm van bestuursrechtelijke handhaving is nader toegelicht en gemotiveerd in het nu volgende hoofdstuk.

8. Overgang van privaatrechtelijk reglement handelsverkeer naar publiekrechtelijke regelgeving

De overgang van het privaatrechtelijke systeem naar publiekrechtelijke regelgeving brengt op enkele onderdelen een ingrijpende wijziging met zich mee ten opzichte van de Reglementen Handelsverkeer. Dat betreft vooral de bepalingen over erkenning en registratie en over handhaving en sancties.

8.1 Erkenning en registratie

Erkenning en registratie zijn, zoals ook al onder Reikwijdte is opgemerkt, niet meer aan de orde. Van belang is slechts of wordt voldaan aan de ruime definities van uitgever, importeur en verkoper.

8.2 Handhaving

De handhaving en sanctievaststelling geschiedde onder de werking van het Reglement Handelsverkeer van de KVB op privaatrechtelijke grondslag onder verantwoordelijkheid van de Commissie Handelsverkeer en de Commissie van Beroep. Het Reglement Handelsverkeer van de VMN kent een soortgelijke voorziening. Voortzetting hiervan is, gelet op onder meer het wegvallen van het element van erkenning en registratie, niet mogelijk. De indieners hebben, om redenen die hieronder nader worden uiteengezet, gekozen voor handhaving door een zelfstandig bestuursorgaan, het College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. Het aantal artikelen van het wetsvoorstel is als gevolg daarvan niet onaanzienlijk toegenomen.

Uitgaande van het publiekrechtelijk karakter van het wetsvoorstel is een afweging gemaakt van de mogelijkheden.

Strafrechtelijke handhaving komt alleen in aanmerking als aannemelijk kan worden gemaakt dat andere systemen van handhaving te kort schieten. Uit het vervolg van de gemaakte afwegingen zal blijken dat dit niet het geval is. Tegen toepassing van strafrechtelijke handhaving pleit ook dat mogelijke overtredingen geen letsel aan personen of goederen plegen toe te brengen en dat het niet nodig is om te kunnen beschikken over vrijheidsbenemende of andere ingrijpende dwangbevoegdheden voor handhaving. Een negatief argument voor strafrechtelijke handhaving is voorts dat onderbrenging in het strafrecht zou leiden tot een nieuw beroep op het strafrechtelijk apparaat. Enerzijds is dat niet wenselijk uit oogpunt van overbelasting van dat apparaat, anderzijds is het uit oogpunt van een goede werking van de Wet op de vaste boekenprijs evenmin wenselijk, omdat het Openbaar Ministerie begrijpelijkerwijze al snel geneigd zou zijn tot seponering of schikking van vaste-boekenprijszaken in verband met capaciteitsproblemen en de relatief geringe maatschappelijke verontrusting bij inbreuken.

Als gevolg van de keuze voor een wettelijk systeem berust de politieke verantwoordelijkheid voor het beleid ten aanzien van de vaste prijs voortaan bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In het wetsvoorstel is er van uitgegaan dat de minister over zodanige bevoegdheden moet beschikken dat hij zijn politieke verantwoordingsplicht voor de vaste prijs kan nakomen. Dat geldt ook voor het handhavings- en sanctioneringsbeleid. Uitgaande van de opvatting dat de primaire verantwoordelijkheid voor de handhaving van beleidsinstrumentele wetgeving behoort te berusten bij het bestuursorgaan dat met de uitvoering van de betreffende wet is belast, in dit geval dus de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ligt de keuze voor bestuursrechtelijke handhaving in de rede. Naar verwachting kan bij bestuursrechtelijke handhaving ook sneller en eenvoudiger, en dus doeltreffender, op inbreuken op de wet worden gereageerd. Het is echter, gelet op de in het geding zijnde materie, niet de bedoeling noch voor de hand liggend dat de minister politieke verantwoordelijkheid zou moeten dragen voor iedere afzonderlijke overtreding en daarop aangesproken zou moeten kunnen worden. Om te bereiken dat het toezicht buiten de directe verantwoordelijkheid van de minister wordt geplaatst, is in het wetsvoorstel de keuze gemaakt voor de instelling van een zelfstandig bestuursorgaan in de vorm van het College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. Door de instelling van een gespecialiseerd bestuursorgaan wordt inschakeling van externe deskundigheid en ervaring op dit specifieke terrein mogelijk. Aan een college dat over de nodige expertise beschikt en inzicht heeft in de werking van de boekenmarkt en de muziekbranche kan in goed vertrouwen het toezicht en de noodzakelijke sanctionering worden opgedragen. Materieel komt dit ook dichtbij de huidige vorm van de Commissies Handelsverkeer, die voor het boekenvak en de muziekbranche een bekend verschijnsel zijn waarmee goede ervaringen zijn opgedaan. Deze vorm draagt voorts bij aan het voorkomen van het inzetten van zwaardere middelen dan strikt nodig. Het hierboven vermelde risico van lastenverzwaring voor de strafrechtspraak wordt met de keuze voor bestuursrechtelijke handhaving en de instelling van een zelfstandig bestuursorgaan ondervangen. Overtredingen van de vaste prijs als zodanig zijn in het algemeen eenvoudig te constateren en vereisen niet een ingewikkeld onderzoek. Dat geldt blijkens de ervaringen van de huidige Commissie Handelsverkeer voor boeken ook voor de gevallen waarin de koper wordt misleid doordat door de boekverkoper ten onrechte de indruk van (toegestane) kortingen wordt gewekt, terwijl feitelijk de vastgestelde prijs in rekening wordt gebracht.

De Raad voor Cultuur merkte in zijn advies (let.-2002 5166/4) van 12 mei 20031 op het oprichten van een nieuw zelfstandig bestuursorgaan een zeer zwaar instrument te achten. Hij kon zich vinden in het voorstel het toezicht onder te brengen bij een gespecialiseerd college, maar achtte de voorgestelde zbo-constructie van het College, gezien het bereik en de omvang van de taken, in organisatorische zin zwaar. De Raad voor Cultuur gaf «er de voorkeur aan om middels wettelijke opdracht deze toezichthoudende taak onder te brengen bij de koepelorganisatie van het boekenvak, de KVB.»(blz. 12).

De indieners hebben zich naar aanleiding van de opmerkingen van zowel de Raad van State als de Raad voor Cultuur intensief beraden op de vormgeving van het toezicht. Zij hebben daarbij ook de voorgestelde wijziging van artikel 12 betrokken. Naar verwachting leidt deze ertoe dat het toezicht zich zal beperken tot uitsluitend geconstateerde of gemelde mogelijke overtredingen van de toekenning en toepassing van de vaste prijs.

Van de bestaande wettelijk geregelde toezichthouders komt alleen de NMa in beginsel in aanmerking voor de mogelijkheid van toezicht op de naleving van de Wet op de vaste boekenprijs. De taakstelling van de andere toezichthouders is daarvoor te specifiek en te zeer op andere terreinen georiënteerd. Het zou de NMa echter in de positie brengen dat hij als de instantie die toezicht moet houden op het naleven van de regels van de Mw, tevens toezicht zou moeten houden op de naleving van een regeling die vanwege strijdigheid met de Mw juist aan de Mw onttrokken is. Vanwege de eigen regelgeving op het terrein van de vaste prijs en de specificiteit van het boekenvak en de muziekbranche, zou de NMa zich dan toch genoodzaakt zien eigen deskundigheid op deze terreinen op te bouwen en naar alle waarschijnlijkheid onder te brengen in een afzonderlijk onderdeel als Kamer voor de vaste prijs. Ook daarmee zijn extra kosten gemoeid. Daar komt bij dat de Wet op de vaste boekenprijs naar het voorstel van de indieners een cultuurpolitiek doel dient en niet een rechtstreeks economisch belang, en dus in hun visie ressorteert onder de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, terwijl de NMa economisch georiënteerd is en ressorteert onder de minister van Economische Zaken.

De suggestie van de Raad voor Cultuur om het toezicht onder te brengen bij de KVB komt tegemoet aan het vereiste van de beschikbaarheid van deskundigheid. Tevens wordt hiermee aangesloten bij de lijn van voortzetting voor zoveel mogelijk van de huidige regeling in de Reglementen Handelsverkeer, die ook overigens aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt. Gelet op het publiekrechtelijk karakter dat het toezicht zal hebben onder de werking van een wettelijke regeling op de vaste prijs moeten echter ook bij onderbrenging bij de KVB afdoende publiekrechtelijke garanties worden geschapen voor volstrekte onafhankelijkheid van het toezicht. De hoeveelheid regelgeving die in dat geval nodig is, is niet minder dan bij een afzonderlijk College. In beide gevallen is immers sprake van een zelfstandig bestuursorgaan. Bij onderbrenging bij of koppeling aan de KVB blijft echter het risico van ten minste een schijn van ontbreken van onafhankelijkheid bestaan. De indieners menen dat daarmee noch het belang van het toezicht noch dat van de KVB is gediend. Bovendien geldt het toezicht niet alleen het boekenvak, maar ook de muziekbranche en is voor het toezicht deskundigheid op dat terrein een even noodzakelijke voorwaarde. Koppeling van het toezicht tevens aan de VMN, hetgeen dan voor de hand zou liggen, zou de regeling extra gecompliceerd maken. De indieners blijven daarom de voorkeur geven aan het voorgestelde College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. Door de betrokkenen uit zowel het boekenvak als de muziekbranche is gewezen op de noodzaak dat de leden van het College beschikken over actuele kennis van de gang van zaken in het boekenvak, respectievelijk de muziekbranche en dat het College zich bij zijn werkzaamheden onder meer door middel van hoorzittingen en zonodig adviezen van de koepelorganisaties oriënteert en informeert. De indieners kunnen dit onderschrijven. Voor de leden van het College betekent dit dat zij geen deel behoren uit te maken van de betrokken branche, maar dat het zeer aan te bevelen is dat zij er wel uit voort komen en nog over recente ervaring beschikken. Voor de voorzitter geldt dit overigens niet als vereiste Het College is verplicht van alle besluiten die rechtsgevolgen hebben mededeling te doen aan de minister. Deze is bevoegd tot schorsing en vernietiging van besluiten van het College. Het spreekt vanzelf dat deze bevoegdheid slechts met gepaste terughoudendheid zal worden ingezet.

In beginsel blijft de mogelijkheid van civielrechtelijke handhaving aanwezig. Als derden door overtreding van de vaste prijs in hun belang worden getroffen, is de burgerlijke rechter bevoegd te oordelen. Gebruik maken van deze mogelijkheid blijft te allen tijde open staan.

8.3 Depot van publicaties

Nog op een ander punt levert de overgang van het privaatrechtelijke systeem naar het publiekrechtelijke een wijziging op. In het Reglement Handelsverkeer van de KVB is de verplichting voor erkende uitgevers opgenomen om van iedere uitgave of herdruk één exemplaar te zenden aan het Depot van Nederlandse Publicaties en Nederlandse Bibliografie van de Koninklijke Bibliotheek. Het belang van deze afspraak voor zowel de bibliografie als voor de wetenschap en het behoud van ons culturele erfgoed is zonneklaar. Toch is deze verplichting niet in het wetsvoorstel opgenomen, omdat – mede als gevolg van het wegvallen van de erkenning- daarmee onbedoeld en langs een oneigenlijke weg een vorm van wettelijk depot in Nederland zou worden ingevoerd. De indieners gaan er van uit dat de bestaande afspraken tussen het NUV en de Koninklijke Bibliotheek over afdracht aan het vrijwillig depot onverkort kunnen worden voortgezet en dat ook uitgevers die niet bij het NUV zijn aangesloten, bereid zullen zijn tot afdracht op basis van vrijwilligheid.

9. Administratieve lasten voor het boekenvak en de muziekbranche

Volgens het Jaarverslag 2001 van de KVB bedroeg het aantal erkende uitgevers van boeken in dat jaar 499, het aantal grossiers/importeurs 28 en het aantal erkende en geregistreerde boekhandels en detaillisten circa 2100. Het aantal Nederlandstalige publicaties bedroeg volgens gegevens van CPB/SCP in 1997 circa 17 000. Het aantal muziekuitgevers bedraagt circa 80 en het aantal muziekhandelaren circa 275. De genoemde aantallen zullen onder de werking van de wet enige verandering ondergaan, omdat dan niet de erkenning doorslaggevend is, maar de vraag of aan de definities van de wet wordt voldaan.

Het wetsvoorstel legt aan het boekenvak en de muziekbranche in beperkte mate verplichtingen op die tot administratieve lasten leiden.

In de eerste plaats zal iedere uitgever, importeur, muziekhandelaar en boekverkoper eenmalig kosten moeten maken om zich te informeren over de Wet op de vaste boekenprijs en de toelichtingen daarop en de daaruit voor hem voortvloeiende verplichtingen. De kosten kunnen worden berekend op een tijdsinvestering van 2600 (aantal bedrijven) x 3 uur tijdsbesteding x € 50 (gemiddeld uurbedrag) = € 390 000,–.

De artikelen 2 en 3 verplichten de uitgever respectievelijk de importeur om een vaste prijs vast te stellen voor iedere uitgave die aan de wettelijke definitie van boek of muziekuitgave voldoet. Artikel 4 verplicht de uitgever en de importeur tot het bekend maken van de vaste prijs en van aanpassingen en opheffingen daarvan. De wijze waarop dit moet gebeuren wordt neergelegd in een ministeriële regeling. Het voornemen is om daarin te bepalen dat melding in ieder geval plaatsvindt bij het College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. De melding moet die gegevens bevatten die nodig zijn om een uitgave afdoende te identificeren, zoals uitgever (imprint), auteur, titel, jaar en plaats van uitgave en, indien aanwezig, ISB-nummer. De opgave kan naar keuze van de uitgever of importeur schriftelijk of elektronisch gebeuren. Er wordt geen strak format voorgeschreven.

Voor de uitgever en de importeur houdt dit in het (elektronisch) doorgeven van een beperkt aantal gegevens, die om andere redenen toch al binnen het bedrijf beschikbaar zijn. De som van de administratieve lasten die hieruit voortvloeien, kan worden gesteld op aantal publicaties x (gemiddeld uurloon / tijd nodig voor opstellen en verzenden bericht) = 17 000 x ( € 50 x 1/6 uur) = € 141 666,–.

Op grond van artikel 6 zijn de boekverkoper en de muziekhandelaar verplicht de vastgestelde vaste prijs toe te passen. Het daartoe raadplegen van de internetsite van het College geldt als een administratieve last. De omvang ervan is mede afhankelijk van de omvang van het assortiment. Volgens gegevens van CPB/SCP had 65% van de boekverkopers in 2000 een assortiment van minder dan 5000 titels. In de praktijk zal de uitgever of importeur de verkoper de benodigde prijsinformatie via de factuur of via het boek en de muziekuitgave verschaffen. Voor de onwaarschijnlijke situatie waarbij iedere verkoper zelf de vaste prijs van elke titel moet achterhalen via de website van het College kan voor het totaal van alle verkopers de administratieve last die gemoeid is met het opzoeken van de vaste prijs worden berekend volgens de formule aantal verkopers x gemiddeld assortiment x (gemiddeld uurloon / tijd nodig voor kennisnemen van prijs van één titel). Op basis van eerder genoemde gegevens leidt dit in het worst case-scenario tot de volgende berekening: 2100 x 5000 x (€ 50 x 1/60 uur) = € 8 750 000,–.

Het ligt in de bedoeling dat het College alleen bij een directe aanleiding, zoals een vermoeden van een overtreding of een feitelijke klacht, controlebezoeken uitvoert bij uitgevers, importeurs of verkopers. Aangezien het feit of de vaste prijs wel of niet correct is toegepast eenvoudig valt te constateren, zullen voor betrokkenen in dit opzicht geen administratieve lasten zoals in deze paragraaf bedoeld, ontstaan.

Het College zal worden verplicht via internet een volledig overzicht van de vaste prijzen van alle uitgaven beschikbaar te stellen dat voor belanghebbenden en belangstellenden gratis te raadplegen zal zijn. De kosten van het College en daarmee ook de kosten van het onderhouden van de website en het bekend maken van het overzicht van vaste prijzen komen voor rekening van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het is uiteraard aan het College om te bepalen of deze activiteiten in eigen beheer worden verricht of onder verantwoordelijkheid van het College aan derden worden uitbesteed. Daarbij zou kunnen worden gedacht aan voortzetting van de activiteiten zoals die thans door de KVB en Boekblad worden verricht. Op deze wijze zou voor het merendeel van de huidige uitgevers, importeurs en boekverkopers de minste verandering in hun patroon van administratieve lasten ontstaan.

In zijn advies van 26 mei 20031 constateert ACTAL dat zich in het ergste geval een beduidende stijging van de administratieve lasten voor de boekverkoper en muziekhandelaar zal voordoen. Onder het ergste geval wordt dan verstaan dat bij het inwerkingtreden van de wet alle uitgevers zouden afzien van het vermelden van de door hen vastgestelde vaste prijs op hun facturen en alle verkopers als gevolg daarvan individueel en voor ieder boek en iedere muziekuitgave afzonderlijk de website van het College zouden moeten raadplegen.

De indieners hebben geen enkele indicatie dat deze theoretische situatie zich in de praktijk zal gaan voordoen. Zij verwachten dat de huidige gang van zaken zal worden gecontinueerd en dat nieuwe uitgevers, op wie de wet van toepassing wordt, de vaste prijs ook in hun facturering opnemen. Voor zover er al sprake zou zijn van een stijging van administratieve lasten, zal die beperkt van omvang zijn, mede afhankelijk uiteraard van de vóór het in werking treden van de wet door de betreffende uitgever of verkoper gehanteerde methodiek.

Naar aanleiding van de suggestie van ACTAL tot kwantificering van alternatieven zoals een subsidiesysteem voor boekverkopers herinneren de indieners allereerst aan de inhoudelijke en principiële motivering die zij eerder in deze memorie van toelichting hebben gegeven ter afwijzing van het ook door de onderzoekers van CPB/SCP naar voren gebrachte subsidiesysteem. Voorts wijzen zij er op dat ook een subsidiesysteem administratieve lasten met zich meebrengt. De uitgever of verkoper die voor subsidie in aanmerking wil komen, moet zich op de hoogte stellen van de daarvoor geldende regels en criteria, moet een gemotiveerde aanvraag indienen en moet uiteindelijk gespecificeerd rekening en verantwoording afleggen van de besteding van de subsidie, meestal onder overlegging van een accountantsverklaring. De kosten daarvan, berekend volgens dezelfde systematiek als hierboven, kunnen bij een deelname van de helft van het totale aantal bedrijven en rekening houdend met de noodzakelijke intensievere tijdsbesteding van hoger betaalde functionarissen en de accountantskosten worden gesteld op 1300 x (€ 100 x 16 uur) + 1300 x € 2000 = circa € 4,7 mln. Dit betreft dan zeer waarschijnlijke kosten en geen worst-casescenario. Bovendien leidt een subsidiesysteem aan de kant van de subsidiërende overheid tot aanzienlijke lasten voor zowel het subsidiebedrag zelf als de (administratieve) lasten van het uitvoerende ambtelijke apparaat. In dit verband halen de indieners met instemming aan wat de Raad voor Cultuur stelde in zijn eerder vermelde advies van 11 december 2002 naar aanleiding van de evaluatie van de vaste boekenprijs: «Relevant is, dat het huidige stelsel zonder financiële impulsen uit algemene middelen functioneert, en van niet-boekenkopers geen (belasting)geld vraagt.»

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

Onder b

De definitie beperkt het boek waarvoor de vaste prijs van toepassing zal zijn, tot boeken die in het Nederlands of het Fries zijn geschreven of in die talen zijn vertaald. Daartoe behoren ook meertalige boeken waarin naast andere talen Nederlands of Fries voorkomt. Voor boeken waarin uitsluitend vreemde talen worden gebruikt, geldt geen verplichte vaste boekenprijs, ook al worden ze in Nederland door een Nederlandse uitgever uitgegeven of door een importeur in Nederland op de markt gebracht. In het buitenland uitgegeven boeken met tekst in het Nederlands of Fries vallen wel onder de werking van deze wet zodra zij in Nederland in het handelsverkeer worden gebracht. Daarop zijn de bepalingen van de wet over import van toepassing. Deze richten zich dus uitsluitend op in het buitenland uitgegeven boeken die tekst in het Nederlands of het Fries bevatten.

Onder de ruim bedoelde definitie van boek zijn mede begrepen werkschriften, werkblocs, woordenboeken, encyclopedieën, taalboeken en leerboeken, stripboeken, muziekliteratuur en meer algemeen alle uitgaven waarin naast illustraties en dergelijke ook tekst is opgenomen, mits die tekst in het Nederlands of het Fries is gesteld.

Losbladige systemen en periodieke aanvullingen daarop worden in beginsel als boek beschouwd. De uitgever dient daarvoor dan ook een vaste boekenprijs vast te stellen, tenzij de uitgever meent dat er doorslaggevende argumenten zijn om te stellen dat de losbladige uitgave niet aan de definitie van boek voldoet.

Een boek blijft een boek, ook als aan of in het boek multimedia, audiovisuele of andersoortige informatiedragers ter ondersteuning van de inhoud van het boek worden toegevoegd. Omgekeerd maakt de toevoeging van een boek(je) ter ondersteuning van een dvd (-rom), cd(-rom), cassette of videoband deze audiovisuele media of multimedia niet tot een boek waarop de vaste boekenprijs van toepassing zou zijn. Hetzelfde geldt voor handleidingen die in vaste combinatie met een apparaat worden meegeleverd en niet los van het apparaat worden verkocht.

De toevoeging van «papieren» zorgt voor uitsluiting van het zogenaamde E-boek, waarbij de tekst langs elektronische weg vanuit een centrale databank op een niet-papieren drager kan worden gedownload en met inschakeling van elektronische hulpmiddelen zichtbaar of hoorbaar kan worden gemaakt. Voor dit E-boek geldt dus geen voorgeschreven vaste boekenprijs.

Printing-on-demand voor zover het gaat om het op individueel verzoek beschikbaar stellen van telkens één exemplaar, valt eveneens buiten de definitie van boek, omdat niet wordt voldaan aan het vereiste van een oplage van meerdere exemplaren. Zodra er sprake is van gebruikmaking van de POD-techniek om meerdere exemplaren in een gelijktijdige oplage te drukken, geldt de verplichting tot een vaste prijs wel.

Bepaalde uitgaven die in beginsel wel aan de definitie voldoen, zijn vanwege hun specifieke karakter of verschijningsvorm uitgezonderd. Dat betreft tijdschriften, maand-, week- en dagbladen, almanakken en agenda's en dergelijke met een periodiek karakter alsmede catalogi van registrerende of opsommende aard. Op catalogi die naast de opsomming en beschrijving van voorwerpen, tekst in het Nederlands of Fries bevatten ter verklaring en toelichting, is de definitie van boek wel van toepassing.

De wet is evenmin van toepassing op antiquarische boeken en tweedehands boeken. Onder tweedehandsboeken worden verstaan boeken die al tenminste éénmaal door een boekverkoper aan een eindafnemer zijn verkocht en door de eindafnemer op enigerlei wijze zijn gebruikt.

Een uitzondering is ook gemaakt voor uitgaven die wel aan de definitie van boek voldoen, maar van uitsluitend regionaal of plaatselijk belang zijn en alleen in de betrokken plaats of regio in het reguliere handelsverkeer komen.

Vanwege hun specifieke karakter zijn ook het schoolboek en de muziekuitgaven uitgezonderd. Deze kennen voor de toepassing van de wet een eigen definitie.

Onder b

Op boeken die aan de definitie van «schoolboek» voldoen, is de wet niet van toepassing. Voor deze boeken behoeft geen vaste prijs te worden vastgesteld. De uitzondering geldt uitsluitend voor boeken die voor onderwijs in onderwijsinstellingen van Basisonderwijs, Voortgezet onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie zijn bestemd en door de onderwijsinstelling voor gebruik in de school zijn voorgeschreven.

Boeken die in het HBO en WO worden gebruikt vallen niet onder de definitie van schoolboek. Voor deze boeken moet dus wel een vaste prijs worden vastgesteld door de uitgever of de importeur. Zij moeten op grond van artikel 4 deze vaste prijs melden aan het College. Het ligt in het voornemen te bepalen dat het College door middel van een kostenloos te raadplegen website bekendheid geeft aan de gemelde vaste prijzen. Door raadpleging van deze website is het dus steeds mogelijk na te gaan en aan te tonen of voor een boek een vaste prijs geldt. Zo ja, dan is de boekverkoper verplicht deze prijs bij verkoop aan een eindafnemer toe te passen. Wel is de boekverkoper gerechtigd toegestane korting te verlenen aan eindafnemers die daarvoor de op grond van artikel 13 in aanmerking komen.

Onder c

Onder de wet vallen ook muziekuitgaven. Dit betreft in de eerste plaats uitgaven van bladmuziek met notenschrift en partituren, al dan niet in combinatie met libretti, liedteksten, songteksten en dergelijke. Het taalcriterium is hierop niet van toepassing, zodat ook voor bladmuziek met teksten in bijvoorbeeld uitsluitend het Italiaans, Duits, Frans of Engels de vaststelling en toepassing van de vaste prijs verplicht is. Voor muziekuitgaven is voorts niet vereist dat ze uit een oplage van meerdere exemplaren zou moeten bestaan. Voor een enkel exemplaar dat bijvoorbeeld door middel van POD tot stand komt, geldt bij verkoop aan een eindafnemer de vaste prijs die er voor is vastgesteld.

Muziekuitgaven vallen niet onder de definitie van schoolboek. Op muziekuitgaven die in het onderwijs worden gebruikt, is dus steeds wel de door de uitgever, alleenvertegenwoordiger of importeur vastgestelde vaste prijs van toepassing.

Op muziekliteratuur in de vorm van bijvoorbeeld boeken over muziek en over componisten die in de muziekhandel wordt verkocht en die voldoet aan de definitie van boek, is om die reden de vaste prijsregeling van toepassing.

Onder e, g en h

In de definities van uitgever, importeur en verkoper is niet een beperkend element als «bedrijfsmatig» opgenomen. Als gevolg daarvan geldt de verplichting tot vaststelling van de vaste prijs voor ieder die voor het eerst een boek of een muziekuitgave in Nederland in het handelsverkeer brengt en de toepassing van de vaste prijs voor ieder die een boek of een muziekuitgave aan een eindafnemer verkoopt.

Onder j

De toevoeging «voor eigen gebruik» houdt in dat een eindafnemer niet geacht wordt tot doorverkoop van het gekochte boek of de muziekuitgave over te gaan. In het geval dat een eindafnemer een eerder gekocht exemplaar uit eigen bezit wil afstoten door verkoop, geldt dit exemplaar als tweedehands, omdat het al ten minste éénmaal door een verkoper aan een eindafnemer is verkocht en door de eindafnemer in gebruik genomen. In het uitzonderlijke geval dat de betrokken eindafnemer gekochte, maar niet in gebruik genomen boeken of muziekuitgaven als nieuw zou willen verkopen aan eindafnemers, treedt hij op als verkoper en is de door de uitgever of importeur vastgestelde vaste prijs van toepassing.

Artikel 2

Op de uitgever rust de plicht de vaste prijs vast te stellen. De uitgever is (afgezien van de verplichte BTW-heffing) vrij in het bepalen van de hoogte van de vaste prijs. Hij kan daarbij dus de nodige markteconomische afwegingen maken en rekening houden met alle door hem gewenste effecten. De verplichting geldt voor iedere muziekuitgave en voor ieder boek dat tekst bevat in het Nederlands of het Fries die door hem voor het eerst in een bepaalde editie in Nederland op de markt worden gebracht. Dit vereist de toekenning van een zelfstandige vaste prijs voor bijvoorbeeld de uitvoering met harde kaft en de paperbackversie. Voor ongewijzigde herdrukken blijft de vaste prijs gelden die op de voorgaande druk van toepassing was. Een gewijzigde herdruk dient voorzien te worden van een eigen vaste prijs. Licentie-uitgaven die in dezelfde uitvoering en onder dezelfde titel in het handelsverkeer worden gebracht en alleen in imprint, colofon of ISBN verschillen en op het publiek dezelfde indruk maken als de oorspronkelijke editie, dienen dezelfde vaste prijs te hebben als de oorspronkelijke editie.

Artikel 3

Met dit artikel wordt mede voldaan aan regels die de Europese wetgeving op dit terrein voorschrijft.

Exemplaren van een en hetzelfde boek kunnen door meerdere importeurs worden ingevoerd in Nederland. Afhankelijk van de van toepassing zijnde situatie, zoals hierna geschetst, kan dit tot gevolg hebben dat voor verschillende exemplaren verschillende prijzen gelden.

Eerste lid

Voor geïmporteerde boeken is de importeur belast met het vaststellen – waar vereist – van de vaste prijs voor het geïmporteerde boek. De importeur is vrij in het bepalen van de verkoopprijs van boeken in andere talen dan Nederlands of Fries, die hij in Nederland importeert. Er gelden geen regels op grond van deze wet ten aanzien van de prijs waarvoor een boek in andere talen in Nederland verkocht kan worden.

Bij het bepalen van de vaste prijs van in het Nederlands of het Fries geschreven boeken en van muziekuitgaven is de importeur niet volledig vrij. Twee zaken zijn dan van belang. De eerste betreft de vraag of het gaat om import vanuit een land dat deel uitmaakt van de Europese Unie/Europese Economische Ruimte. De tweede vraag is of de buitenlandse uitgever naast een consumentenprijs voor zijn eigen land een specifiek voor Nederland bedoelde consumentenprijs heeft vastgesteld of aanbevolen.

Betreft het een land dat deel uitmaakt van de Europese Unie/Europese Economische Ruimte en heeft de buitenlandse uitgever een specifiek voor Nederland bedoelde consumentenprijs vastgesteld of aanbevolen, dan moet de importeur deze prijs overnemen en geldt deze prijs als de Nederlandse vaste prijs.

Betreft het een land dat niet deel uitmaakt van de Europese Unie/Europese Economische Ruimte en heeft de buitenlandse uitgever een specifiek voor Nederland bedoelde consumentenprijs vastgesteld of aanbevolen, dan mag de importeur de Nederlandse vaste prijs niet lager vaststellen, wel hoger.

Het kan voorkomen dat de buitenlandse uitgever geen specifiek voor Nederland bedoelde consumentenprijs heeft vastgesteld of aanbevolen. In dat geval speelt weer een rol of de buitenlandse uitgever in een lidstaat van de Europese Unie/Europese Economische Ruimte is gevestigd. Zo ja, dan mag de Nederlandse vaste prijs in ieder geval niet lager zijn dan de consumentenprijs die vastgesteld of aanbevolen is in het land van vestiging.

Tweede lid

Als de buitenlandse uitgever geen enkele prijs heeft vastgesteld of aanbevolen, noch voor eigen land, noch op Nederland gericht, dan mag de importeur geen vaste prijs vaststellen voor Nederland. Deze casus kan zich voordoen indien het een uitgever betreft in een land dat geen vaste prijs voor boeken of muziekuitgaven kent.

Derde lid

De mogelijkheid bestaat dat de importeur door bijvoorbeeld de omvang van zijn inkoop in staat is bij de buitenlandse uitgever korting te bedingen. Het derde lid opent de mogelijkheid voor de importeur die deze korting heeft verkregen bij inkoop in een lidstaat van de Europese Unie/Europese Economische Ruimte dit voordeel door te geven aan de Nederlandse eindafnemers.

Vierde lid

Importen van vijf exemplaren of minder van dezelfde uitgave per keer betreffen in het merendeel van de gevallen gerichte bestellingen, vaak door een zelfimporterende verkoper en dikwijls ook voor een of enkele specifieke eindafnemers. Wanneer in deze gevallen op grond van het eerste lid vaststelling door de feitelijke importeur van een vaste prijs is voorgeschreven, dient de importeur zich aan deze verplichting te houden. Omdat het echter in de meeste gevallen een onmiddellijke levering aan de bestellende eindafnemer betreft, biedt het vierde lid de mogelijkheid om de melding aan het College en daarmee de plaatsing op de landelijke website achterwege te laten. Onnodige administratieve lasten en vervuiling van de landelijke website worden daarmee voorkomen.

Vijfde en zesde lid

Bij uitvoer van in Nederland uitgegeven boeken en muziekuitgaven, gevolgd door herinvoer in Nederland van hetzelfde boek of muziekuitgave, moeten de heringevoerde exemplaren worden behandeld als import. De door de importeur vast te stellen vaste prijs kan afwijken van de door de oorspronkelijke uitgever voor Nederland vastgestelde prijs, maar mag niet lager zijn. Alleen bij herinvoer uit een land dat deel uitmaakt van de Europese Unie/Europese Economische Ruimte is een lagere prijs mogelijk indien het derde lid van toepassing is en de uitvoer en herinvoer niet plaatsvonden met het oogmerk de wet te ontduiken.

Artikel 4

Eerste lid

Het ligt voor de hand dat het College een overzicht van de vaste prijzen beschikbaar zal stellen via een specifieke website. Deze internetsite zal voor alle belanghebbenden en belangstellenden gratis toegankelijk zijn. De mogelijkheid bestaat dat het College dit onder zijn verantwoordelijkheid uitbesteedt aan derden. Daarnaast kan nog worden gedacht aan publicatie in de vakbladen van het boekenvak en de muziekbranche.

Artikel 5

Uitgangspunt is dat de uitgever en de importeur de vaste boekenprijs die zij vaststellen bij het in het handelsverkeer brengen, handhaven gedurende de levensloop van de uitgave. De vaste prijs is immers bedoeld om de eindafnemer zekerheid te bieden over de prijs die voor een boek of muziekuitgave betaald moet worden. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de uitgever of importeur om markttechnische of prijs(inflatie)technische redenen zich genoodzaakt ziet om de vaste prijs tussentijds te verhogen of te verlagen. De wet staat dit toe met intervallen van telkens een half jaar. De bekendmaking dient op dezelfde wijze te gebeuren als bij de vaststelling van de vaste prijs.

Artikel 6

Eerste lid

Er geldt maar één vaste prijs, die tegelijk zowel minimum- als maximumprijs is. De verplichting tot toepassing rust op de verkoper. Deze verplichting geldt in drie gevallen niet:

– verkopers kunnen boeken en muziekuitgaven die weliswaar nieuw zijn, maar waaraan (lichte) beschadigingen kleven verkopen tegen een lagere dan de vastgestelde vaste prijs. In dat geval is er dus geen sprake van korting: voor beschadigde exemplaren bestaat geen verplichting de vaste prijs toe te passen. Iedere verkoper is vrij om beschadigde exemplaren tegen een willekeurige prijs te verkopen.

– bij faillissement of opheffing van de activiteiten van een uitgever, importeur of verkoper kunnen restantpartijen worden verkocht aan eindafnemers tegen elke willekeurige prijs.

– bij uitverkoop van voorraad van boeken of muziekuitgaven die langer dan twee jaar op de markt zijn en die de verkoper ten minste één jaar eerder heeft ingekocht.

In het tweede en derde geval is melding vooraf aan het College verplicht.

Bij alle drie de gevallen zijn prijsverschillen bij verschillende verkooppunten mogelijk.

Tweede lid

Het is verkopers niet toegestaan om in publicaties en reclame-uitingen onjuiste mededelingen te doen over de gehanteerde prijs. Zo mag niet door uitingen van verkopers bij eindafnemers de indruk kunnen ontstaan dat de ter plekke gehanteerde prijs zou afwijken van de vaste prijs, als feitelijk de vaste prijs wel wordt toegepast, bij voorbeeld door uitingen als: boek X hier voor prijs Y, waar Y in feite de door de uitgever vastgestelde prijs is. Het is ook niet toegestaan de suggestie te wekken dat korting wordt geboden waar geen korting is toegestaan of waar van feitelijke korting geen sprake is. Dat kan zich voordoen in het geval waar de uitgever op grond van artikel 5 de vaste prijs heeft verlaagd en de verkoper de nieuwe verlaagde prijs voorstelt als een speciaal door hem te verlenen korting op de oorspronkelijke prijs.

Derde lid

In de meeste gevallen is in de door de uitgever vastgestelde vaste prijs rekening gehouden met een handelsmarge voor de verkoper, waarmee deze zijn exploitatiekosten, waaronder het in voorraad hebben van een ruim assortiment en het uitvoeren van gangbare nabestellingen, kan bekostigen. Er kunnen zich echter gevallen voordoen waarin de handelsmarge onder het gangbare ligt terwijl voor de aard van zijn assortiment de verkoper deze uitgaven toch beschikbaar moet hebben. Ook komt in de praktijk voor dat een eindafnemer van de verkoper een dienstverlening vraagt die boven het gebruikelijke uitgaat en waaraan voor de verkoper extra kosten zijn verbonden voor communicatie, porto, emballage en dergelijke. Het is voor de hand liggend dat in deze bijzondere gevallen de verkoper zijn kosten toch bij de klant in rekening wil brengen. Om te voorkomen dat daarmee de schijn zou kunnen ontstaan dat de verkoper onwettig handelt omdat hij een hogere prijs dan de vastgestelde vaste prijs vraagt, is in dit lid expliciet geregeld dat de verkoper extra kosten bij de eindafnemer in rekening kan brengen. Hij behoort de klant hierover wel te informeren, bijvoorbeeld door middel van de (algemene) leveringsvoorwaarden voordat de koop definitief wordt, zodat de klant de financiële consequenties onder ogen kan zien.

Artikel 7

Niet eerder dan één jaar na de bekendmaking van de vaste prijs kunnen de uitgever of de importeur de vaste prijs opheffen. Zij dienen dit op dezelfde wijze bekend te maken als de vaststelling van de vaste prijs.

Artikelen 8–11

Voor de boekenclub kunnen de uitgever of de importeur een afzonderlijke vaste boekenclubprijs vaststellen. De boekenclub mag het boek waarvoor de boekenclubprijs geldt, niet eerder aan zijn leden beschikbaar stellen dan vier maanden nadat het boek voor de reguliere vaste prijs in verkoop is gebracht. Voor het overige wordt ten aanzien van de boekenclubprijs zoveel mogelijk de in het wetsvoorstel gehanteerde systematiek toegepast.

Artikel 13

De kortingpercentages die de verkoper in de onderscheiden gevallen mag verlenen, worden opgenomen in de bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur te stellen regels. De kortingpercentages zullen niet cumulatief mogen worden toegepast. Kortingen mogen alleen worden toegepast in de vorm van verlaging van de vaste prijs met het toegestane percentage. Kortingen in de vorm van verstrekkingen in natura, zoals gratis boeken of muziekuitgaven, cadeaubonnen of andere voorwerpen die de eindafnemer een op geld waardeerbaar voordeel opleveren, is niet beoogd, tenzij in de algemene maatregel van bestuur hiervoor een regeling is getroffen.

Artikel 14

Bij de bijzondere prijzen kan worden gedacht aan de huidige bekende vormen van serieprijzen, combinatieprijzen, ledenprijzen en promotie-actieprijzen. In overleg met het boekenvak en de muziekbranche zal nader worden geregeld welke acties voortzetting zullen vinden en onder welke voorwaarden dit zal gebeuren. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan collectieve acties ter bevordering van het lezen en musiceren en/of het kopen van boeken en muziekuitgaven.

Artikelen 15–43

Het toezicht op de naleving van de wet en de sanctionering bij overtreding is opgedragen aan een zelfstandig bestuursorgaan, het College voor de vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. Voor de vormgeving van het College en bevoegdheden is aangesloten bij de Algemene wet bestuursrecht, het ontwerp van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en bij de regelgeving met betrekking tot de NMa.

De kosten van het College worden opgevoerd op de begroting van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. De opbrengsten uit boetes en dergelijke dienen ter bestrijding van de kosten van het College.

Artikel 44

Het Reglement Handelsverkeer van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak en het Reglement Handelsverkeer van muziekuitgaven van de Vereeniging van Muziekhandelaren enuitgevers in Nederland blijven van kracht tot het in werking treden van de Wet op de vaste boekenprijs, maar uiterlijk tot 1 januari 2005, de datum waarop de bestaande ontheffing afloopt.

Met dit artikel, dat het karakter heeft van een overgangsartikel, worden de particuliere prijzen die nog onder de werking van de Reglementen zijn vastgesteld, overgenomen en voortgezet onder de werking van de wet. De termijn van een half jaar ingevolge artikel 5 en van één jaar ingevolge artikel 7 begint voor deze boeken en muziekuitgaven op de dag van inwerkingtreden van de wet. Voor boeken en muziekuitgaven waarvoor onder de werking van de Reglementen Handelsverkeer geen particuliere prijs is vastgesteld en die op het tijdstip van in werking treden van de wet reeds in het handelsverkeer zijn gebracht, zal ook onder de wet geen vaste prijs gelden. Er kunnen zich gevallen voordoen waarbij in langlopende contracten tussen verkopers en (institutionele) eindafnemers bepalingen voorkomen die strijdig zijn met het bepaalde in het wetsvoorstel. Voor zover die contracten dateren van vóór de dag waarop het wetsvoorstel publiek is gemaakt (28 oktober 2002) is de wet daarop niet van toepassing.

Dittrich

Halsema

Van Nieuwenhoven


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.