28 644
Wijziging van de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen in verband met de bevordering van de kwaliteit van de rampenbestrijding door middel van een planmatige aanpak en de aanscherping van het provinciale toezicht en tot wijziging van de Wet ambulancevervoer (Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding)

nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 oktober 2003

Tijdens het plenaire debat over het bovengenoemde wetsvoorstel, heb ik toegezegd u te informeren over de ontwerp-amvb met daarin de kwaliteitscriteria voor de planvorming van de rampbestrijding (Handelingen II, 2002–03, 87–5107).

Het ontwerp-besluit dient een tweeledig doel. Voor gemeenten en regio's biedt het een handvat voor de inrichting van de verschillende vast te stellen plannen. Zij kunnen uit dit besluit afleiden op welke onderdelen zij toezicht mogen verwachten en kunnen daarop anticiperen bij het schrijven van die plannen. Dit beperkt de administratieve lasten bij gemeenten en regio's. Voor provincies voorziet dit besluit in een eenduidig stelsel van toetsingscriteria, waardoor de onderscheiden plannen landelijk op een uniforme wijze worden beoordeeld. Ook dit werkt ontbureaucratiserend en voorkomt dat individuele provincies onevenredig veel tijd en menskracht moeten steken in de ontwikkeling van een toetsingskader en de beoordeling van de onderscheiden plannen.

Deze ontwerp-amvb is tot stand gekomen op grond van criteria die door het IPO in de loop van dit jaar zijn opgesteld. Het ontwerp is begin september voor advies naar de Raad van State gezonden. Het is de bedoeling dat de ontwerp-amvb gelijktijdig met de wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding in werking zal treden. Het besluit zal na vaststelling zo spoedig mogelijk bekend worden gesteld zodat gemeenten en regio's bij de aanpassing van hun plannen met de daarin opgenomen kwaliteitscriteria rekening kunnen houden. Daarvoor geldt een overgangstermijn van één jaar.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

Naar boven