nr. 38
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 oktober 2008
Op 13 oktober 2008 heb ik u geïnformeerd over de sociale veiligheid
in de trein en op stations (brief «sociale veiligheid in de trein en
op stations», kamerstuk 28 642, nr. 37). Met de rapportage «Spoorwegvandalisme»
van de Inspectie van Verkeer en Waterstaat (verder: de Inspectie) wil ik u
informeren over de stand van zaken rond vandalisme op het spoor.1 Deze rapportage heb ik reeds aangekondigd in de beantwoording van
vragen van het lid Roemer over treinvandalisme door obstakels op het spoor
te leggen.2
De rapportage «Spoorwegvandalisme» bevat de resultaten van
het door de Inspectie verrichtte achtergrondonderzoek naar spoorwegvandalisme.
In dit rapport informeert de Inspectie de spoorbranche en het maatschappelijk
veld over de stand van zaken van het spoorwegvandalisme in Nederland. Met
een beter inzicht in de problematiek kan het vandalisme op het spoor effectiever
worden bestreden.
De Inspectie concludeert op basis van analyse van het informatiesysteem,
dat het probleem van spoorwegvandalisme niet meer zo groot is als in de Tweede
Kadernota Railveiligheid («Veiligheid op de rails») van 2004 werd
geschetst. De Inspectie wijst erop dat de laatste jaren een dalende trend
is waar te nemen van het aantal incidentmeldingen met betrekking tot spoorwegvandalisme.
De analyse laat verder zien dat het plaatsen van objecten op het spoor, het
vernielen van overwegbomen en het plaatsen van muntjes, blikjes, fietsbellen
en dergelijke de meest voorkomende vormen van spoorwegvandalisme zijn. De
omvang en de gevolgen van deze incidenten tonen aan dat de risico’s
van spoorwegvandalisme over het algemeen beperkt zijn. De Inspectie benadrukt
wel dat blijvende aandacht voor dit onderwerp gewenst is om de risico’s
ook in de toekomst beperkt te houden.
Behalve dat spoorwegvandalisme een (weliswaar beperkt) risico voor de
veiligheid vormt voor enerzijds de reizigers, het personeel en de vandaal
zelf, zijn er anderzijds veel (materiële en immateriële) kosten
aan verbonden. Uitgesplitst naar de verschillende vormen van spoorwegvandalisme blijkt dat de meeste schade wordt veroorzaakt bij het plaatsen
van (grote) voorwerpen op het spoor. Verder is er relatief veel herstelschade
als gevolg van het stelen/vernielen van koperkabels en bij het plaatsen van
objecten op de bovenleiding.
Opvallend is dat bij de typen vandalisme «voorwerpen op/bij het
spoor« en «kabels vernield/gestolen» ook de ernst (uitgedrukt
in vertraging) relatief groot is. Een aanpak van deze vormen van vandalisme
draagt dus zowel bij aan het reduceren van de herstelkosten als ook aan de
vermindering van het risico van spoorwegvandalisme.
De bevindingen van het achtergrondonderzoek schetsen in het algemeen een
positief beeld van de ontwikkeling van spoorwegvandalisme en de aanpak van
spoorwegvandalisme door ProRail.
ProRail voert een breed pakket aan maatregelen uit op het gebied van communicatie
(bijvoorbeeld voorlichtingscampagnes op scholen), toezicht en handhaving (door
buitengewone opsporingsambtenaren en beveiligingscamera’s) en technische
maatregelen (bijvoorbeeld het plaatsen van hekwerken langs het spoor). Ook
voert ProRail samen met het KLPD acties uit om koperdiefstal te bestrijden.
De enige opmerking die de Inspectie op ProRail heeft, is dat de effectiviteit
van de communicatiemaatregelen (lespakketten en voorlichtingscampagnes) aantoonbaar
gemaakt moet worden. Met betrekking tot voorlichting (op scholen) doet de
Inspectie de aanbeveling om het effect van voorlichtingscampagnes uitgebreid
te evalueren. ProRail heeft reeds laten weten hiermee akkoord te gaan.
Punt van aandacht is het aantal incidentmeldingen in 2007. De informatiesystemen
van de Inspectie, ProRail en het KLPD laten voor dat jaar geen gelijk beeld
zien. Als verklaring worden genoemd de recente wijzigingen in de wijze van
registratie. Gezien het voornemen uit de Tweede Kadernota te werken aan de
interoperabiliteit van databanken is dit geen positieve ontwikkeling. Om die
reden dienen ProRail, de Inspectie en het KLPD acties te ondernemen om te
komen tot meer uniformiteit in de registratie. De betrokken partijen delen
dit standpunt en zullen op korte termijn hieraan uitvoering geven. Ik zal
hierop toezien.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings