Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 28642 nr. 33 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 28642 nr. 33 |
Vastgesteld 8 april 2008
De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1, de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties2 en de vaste commissie voor Justitie3 hebben op 13 maart 2008 overleg gevoerd met minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat en staatssecretaris Huizinga-Heringa van Verkeer en Waterstaat over:
– de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 17 oktober 2007 inzake het Aanvalsplan sociale veiligheid openbaar vervoer (28 642, nr. 22);
– de brief van de minister en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 3 december 2007 inzake het OV-loket (31 200 XII, nr. 58);
– de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 21 december 2007 inzake ex-ante evaluatie OV-chipkaart en poortjes en sociale veiligheid OV (28 642, nr. 23);
– de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 4 januari 2008 inzake bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) (28 642, nr. 24);
– de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 29 januari 2008 inzake sociale veiligheid openbaar vervoer en «Veiligheidsoffensief Openbaar Vervoer, een SP-plan» (28 642, nr. 25);
– de brief van de minister en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 12 februari 2008 inzake de geweldsbevoegdheid voor conducteurs (28 642, nr. 26).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
De heer Roemer (SP) brengt allereerst zijn ongenoegen over de gang van zaken tijdens het vorige AO in herinnering. Er was tijdens dat overleg sprake van afwachtende, onvolledige en zelfs foute antwoorden. De reactie van de staatssecretaris op «Veiligheidsoffensief Openbaar Vervoer, een SP-plan» is teleurstellend. Zij moet zich voor deze zaak inzetten, zij moet de betrokkenen bij elkaar zetten, zaken instrueren en druk uitoefenen. Juist dit soort zaken mag immers niet aan de grillen van de markt worden overgelaten. Zaken als veiligheid en het publieke belang moeten te allen tijde landelijk kunnen worden afgedwongen. De heer Roemer gaat er dan ook van uit dat de staatssecretaris de Kamer spoedig uitvoeriger zal informeren over de stand van zaken van het sociale veiligheidsbeleid.
De staatssecretaris heeft tijdens het vorige overleg onjuiste informatie gegeven over het gebruik van de chipkaart in de regiotaxi. Inmiddels heeft zij schriftelijk erkend dat de regiotaxi als een vorm van openbaar vervoer moet worden beschouwd en dat daarvoor een vergunning niet nodig is. De heer Roemer stelt vast dat het niet de eerste keer is dat de staatssecretaris foute informatie geeft en vervolgens stelt dat er verwarring was tijdens de discussie. Dat is absoluut niet waar, de discussie was glashelder. Dit moet niet meer gebeuren. Is het overleg met KNV Taxi om de proef met de chipkaart in de regiotaxi alsnog van de grond te krijgen, inderdaad inmiddels in gang gezet?
De heer Roemer wijst erop dat de discussie en de onduidelijkheid over de geweldsbevoegdheid van hoofdconducteurs tot grote onrust onder de conducteurs en de vakbonden hebben geleid. Zij zijn bang dat de conducteur alleen mag toekijken, een vermaning mag geven en een mobiel veiligheidsteam mag bellen. Ook op dit punt heeft de staatssecretaris tijdens het vorige overleg onvolledige informatie gegeven. Zij meldde dat de hoofdconducteur desgewenst gewoon een cursus kon volgen en daarmee zijn geweldsbevoegdheid kon houden, maar zij zei daar toen niet bij dat die conducteurs vervolgens een aantal dagen per week zouden worden ingezet in de service- en veiligheidsteams. De NS meldde het personeel vervolgens dat de staatssecretaris de Kamer niet de gehele waarheid had verteld. De bewindslieden hebben vervolgens de NS om opheldering gevraagd en te horen gekregen dat de hoofdconducteurs niet verplicht worden om twee keer per week onderdeel uit te maken van zo’n veiligheidsteam, maar dat het wel gewenst is dat de noodzakelijke vaardigheden in de praktijk kunnen worden toegepast. Daarom zullen zij toch met enige regelmatig in de service- en veiligheidsteams worden ingezet. Het is dus wel degelijk een verplichting! Omdat de opleiding voor de geweldsbevoegdheid voor de NS een omvangrijke inhaalslag betekende, heeft de minister van Justitie de deelnemers aan die opleiding een tijdelijke ontheffing verleend, zodat zij in geval van nood geweld mogen gebruiken voordat zij de opleiding hebben afgerond. Dit laatste bericht moest overigens uit de Volkskrant worden vernomen. De heer Roemer roept de staatssecretaris met klem op, in het vervolg zorgvuldiger te zijn bij het informeren van de Kamer.
Hij steunt de visie van de NS dat de conducteur vooral getraind moet zijn om in situaties te kunnen de-escaleren. Het opleiden van conducteurs om goed om te gaan met bepaalde situaties moet worden voortgezet en de ontheffing moet worden verlengd. Dat geeft de minister en de NS de tijd om dieper op deze materie in te gaan.
De staatssecretaris heeft besloten om het OV-loket onder te brengen bij ROVER. Zij heeft die organisatie bestempeld als de ultieme spreekbuis voor de reiziger. ROVER doet inderdaad goed werk, maar deze organisatie heeft ook opvattingen die niet alle reizigers delen. Volgens de heer Roemer is niet zeker dat de neutraliteit gegarandeerd. Is de nieuwe organisatie Mijn-OV ook benaderd? Deze organisatie heeft inmiddels al 5000 leden. Kan de staatssecretaris nog eens kritisch kijken naar de onderbrenging van het OV-loket?
De heer Roemer roept de bewindslieden op om te zorgen voor meer toezicht op en rond de stations en in de treinen en meer aandacht voor de sociale veiligheid in de concessies. Conducteur moet een mooi beroep blijven!
De heer Mastwijk (CDA) wil dat 600 medewerkers eind 2008 hun opleiding voor het verkrijgen van geweldsbevoegdheid hebben afgerond en in de mobiele teams kunnen worden ingezet. Een hoofdconducteur die deze geweldsbevoegdheid wil hebben, moet de opleiding kunnen doen zonder dat hij of zij verplicht wordt om te opereren in de mobiele teams. Het is wel logisch dat iemand met zo’n bevoegdheid met enige regelmaat wordt ingezet om de vaardigheden op peil te houden.
De heer Mastwijk is niet overtuigd van het toekomstige succes van de mobiele teams. De snelle inzetbaarheid van een dergelijk team op een belangrijk station zal niet zo’n groot probleem zijn, maar dat zal niet gelden voor kleine stations op het platteland. NS-topman Veenman heeft gevraagd om meer sociale controle, bijvoorbeeld om mensen te corrigeren die luidruchtig mobiel telefoneren. Zo’n oproep is natuurlijk prima, maar het is de vraag of mensen hun medereizigers durven aan te spreken op ongewenst gedrag. Die bereidheid zal alleen maar minder worden als mensen weten dat de hoofdconducteur niet meer mag doen dan de persoon in kwestie toespreken. Zoveel mogelijk hoofdconducteurs moeten dan ook in staat worden gesteld om die geweldsbevoegdheid te verkrijgen.
De heer Mastwijk constateert dat de concessie de overheid niet veel ruimte biedt om eisen te stellen. Het verdient derhalve aanbeveling om die concessie nauwkeuriger te omschrijven op het gebied van sociale veiligheid. Voorlopig moeten de plannen van de NS het voordeel van de twijfel krijgen. Maar als in april 2009 blijkt dat het aantal incidenten in de trein is toegenomen en het gevoel van veiligheid is afgenomen, zullen aanvullende maatregelen moeten worden genomen.
Ook de heer Mastwijk wil graag 5% reizigersgroei op het spoor halen, maar dit is alleen mogelijk als die reiziger met een goed en veilig gevoel in de trein zit en veilig op het perron en in het station kan lopen.
Mevrouw Roefs (PvdA) maakt zich zorgen over de situatie van de hoofdconducteur en de geweldsbevoegdheid bij de NS. Het beeld is, ondanks de pogingen vanuit het ministerie om goede informatie te leveren, nog steeds niet duidelijk. Het ministerie van Justitie heeft twee jaar geleden duidelijk gemaakt dat een bijzondere opsporingsambtenaar (boa) met geweldsbevoegdheid een aanvullende training zou moeten volgen om die bevoegdheid te behouden. Die eis past heel goed in het beleid om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te vergroten. Maar in plaats van voortvarend met de opleiding van alle hoofdconducteurs van start te gaan, koos de NS voor een andere oplossing die nu, twee jaar later, nog steeds niet is gerealiseerd. Er zijn momenteel pas 300 mensen opgeleid, terwijl dat er 600 zouden moeten zijn. Hoe is dit mogelijk?
Mevrouw Roefs gelooft niet in de mobiele service- en veiligheidsteams. Zij is al helemaal niet blij met het feit dat de hoofdconducteur de geweldsbevoegdheid kwijtraakt als hij de cursus niet kan volgen. De eerste hoofdconducteur die zonder opleiding een passagier aanpakte, wordt inmiddels al als een gewone burger door justitie vervolgd. De bewindslieden hebben meegedeeld dat iedere hoofdconducteur de opleiding mag volgen en dat hij of zij slechts enkele dagen in de mobiele teams worden ingezet om de vaardigheden op peil te houden. Die informatie klopt volgens mevrouw Roefs niet. Dat maakt het voor de hoofdconducteur die de geweldsbevoegdheid wil houden, niet aantrekkelijk om die keuze te maken en zal de sociale veiligheid in de trein niet verhogen. Het lijkt erop dat de NS uit efficiencyoverwegingen de functie van hoofdconducteur wil uitkleden. De Kamer gaat daar echter niet over. Zij kan alleen de vakbonden succes wensen in hun strijd. Deelt de minister deze analyse?
De Kamer gaat wel over de sociale veiligheid. Die is momenteel in het geding. Mevrouw Roefs verzoekt de minister om de ontwikkelingen met de mobiele teams nauwgezet te monitoren en de Kamer op de hoogte te brengen van de resultaten.
De heer De Krom (VVD) constateert dat de sociale veiligheid in het openbaar vervoer in de afgelopen periode is toegenomen. Dat blijkt niet alleen uit de klanttevredenheidcijfers, maar dat wordt ook nog eens bevestigd door de evaluatie van PricewaterhouseCoopers (PWC).
Hij heeft in het vorige overleg aangedrongen op een harde en directe aanpak van geweldplegers in het algemeen en in het bijzonder geweldsplegers tegen hulpverleners en conducteurs in het openbaar vervoer. De primaire verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de overheid. De bewindslieden zullen hier in het najaar op terugkomen.
Het is belangrijk dat er voldoende gezagsdragers rondlopen die de openbare orde kunnen en mogen handhaven, ook als dat gepaard gaat met gepast geweld. De NS wist in 2005 al dat de geweldsbevoegdheid van de boa’s zou worden beperkt. Dan is het toch vreemd dat de opleiding van voldoende boa’s met een geweldsbevoegdheid nu nog niet geregeld is. Wat is de oorzaak hiervan? De Kamer kan uiteraard niet exact voorschrijven hoe de NS hier invulling aan geeft, maar één ding staat voor de heer De Krom voorop: als een functionaris in publieke dienst gepast geweld gebruikt om delicten te voorkomen of iemand die een delict heeft gepleegd vast te houden, dan moet die gezagsdrager altijd worden gesteund door zijn baas.
Het is formeel niet de taak van de rijksoverheid om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te regelen, maar er kunnen natuurlijk wel objectieve prestatiecriteria voor sociale veiligheid in de concessieverlening worden opgenomen. Dat past ook mooi in de rol die het kabinet voor zichzelf ziet als het gaat om het uitwisselen van best practices ten aanzien van aanbestedingsprocedures.
De heer De Krom is ten slotte tegen het onderbrengen van het OV-klachtenloket bij ROVER. De ANWB heeft ook geen gesubsidieerd klachtenloket. Waarom deze club dan wel?
De heer Madlener (PVV) ziet liever dat conducteurs zelf gepast geweld mogen gebruiken dan dat zij daarvoor mobiele teams moeten oproepen. Dat is voor de reiziger de beste garantie dat snel hulp kan worden geboden. Enige opleiding is uiteraard nuttig, maar de opleiding die de hoofdconducteurs nu moeten volgen om een geweldsbevoegdheid te verkrijgen, lijkt hem wat aan de zware kant. Ook de volgorde is verkeerd. Nu wordt eerst de bevoegdheid afgenomen en worden mensen vervolgens pas opgeleid. Het is beter als zij de geweldsbevoegdheid behouden. Waarom wordt die bevoegdheid overigens afgenomen? Hebben de conducteurs daar in het verleden misbruik van gemaakt? De heer Madlener kan zich vinden in de suggestie van de SP om de ontheffing te verlengen. De staatssecretaris moet in dezen haar verantwoordelijkheid nemen. Gestreefd moet worden naar een maximale veiligheid voor de conducteurs en de passagiers.
De veiligheid in de metro is helaas iets teruggelopen. De metro is een no-go area, zeker op bepaalde tijdstippen als er weinig sociale controle is. Het is in dat opzicht jammer dat het geld dat nodig is voor de uitvoering van de motie-Brinkman, er niet is gekomen. De heer Madlener verzoekt de regering nogmaals om die motie uit te voeren en ervoor te zorgen dat de metro na acht uur ’s avonds veilig is.
Hij is niet gelukkig met de oproep van NS-topman Veenman om mensen aan te spreken op hinderlijk mobiel belgedrag. Dat kan immers tot agressie leiden. Het is wellicht beter om duidelijker regels op dit gebied vast te stellen.
De heer Cramer (ChristenUnie) kan de oproep van de heer Veenman wel waarderen. Het is alleen maar goed als mensen elkaar aanspreken op hinderlijk of gevaarlijk gedrag en niet voor elk wissewasje een gezagsdrager of justitie moeten inschakelen.
Het is een belangrijke toezegging dat de hoofdconducteurs die hun geweldsbevoegdheid willen behouden, de gelegenheid krijgen tot het volgen van een opleiding. Wanneer zullen de 600 fte boa’s met geweldsbevoegdheid, die nodig zijn om de mobiele teams te bemensen, beschikbaar zijn? Schriftelijk is toegezegd dat de conducteurs die vrijwillig deelnemen aan de cursus, niet twee dagen in de week zullen worden ingezet in de vliegende teams, maar alleen met enige regelmaat om vaardigheden op peil te kunnen houden. Wat mag worden verstaan onder «met enige regelmaat»?
FNV Bondgenoten heeft deze week de alarmbel geluid over de werkdruk van conducteurs en het hoge ziekteverzuim onder deze groep. Dit signaal van de vakbond hangt wellicht samen met het voornemen van de NS om naast hoofdconducteurs ook servicemedewerkers op de trein in te zetten. Een forse groeiambitie op het spoor vraagt echter ook om meer personeel. De heer Cramer memoreert dat een aantal jaren geleden ook al sprake was van grote personeelstekorten die tot veel onrust leidden. Hij zit niet op een herhaling daarvan te wachten. NS is al bezig met het werven van extra conducteurs. Is dit echter voldoende? Heeft de minister hierover gesproken met de NS en kan hij inzicht geven in de personeelsontwikkelingen, inclusief de behoefte in de toekomst?
De heer Cramer is ten slotte blij met de uitvoering van de motie inzake het OV-loket en ziet uit naar een goede samenwerking tussen de klant en het openbaar vervoer.
De minister van Verkeer en Waterstaat benadrukt allereerst dat een veilig openbaar vervoer een absolute randvoorwaarde voor tevreden klanten en voor een verdere groei van het openbaar vervoer is. Vervoersbedrijven zoals de NS hebben zelf de primaire verantwoordelijkheid voor het realiseren van een veilige omgeving voor zowel de reiziger als het personeel. De overheid treedt daarbij sturend op aan de hand van een halfjaarlijkse rapportage. Wat het vervoer over het spoor betreft, is het vervoerplan van de NS daarbij het bepalende document.
In 2005 is besloten dat bijzondere opsporingsambtenaren in Nederland een speciale opleiding moeten volgen om een geweldsbevoegdheid te hebben. De NS moet zelf zorgen voor voldoende en kwalitatief goed personeel. Omdat die opleiding voor de geweldsbevoegdheid een omvangrijke inhaalslag voor de NS betekende, is door de minister van Justitie een tijdelijke ontheffing van die opleidingsvereisten aan de boa’s van de NS verleend. Die ontheffing is per 1 januari 2008 vervallen. De NS heeft besloten dat alle reguliere hoofdconducteurs die dat wensen, in de gelegenheid worden gesteld om zich te onderwerpen aan de geschiktheidstest voor de geweldsbevoegdheid. Deze test is objectief en is ontwikkeld door de Politieacademie. Via deze test wordt beoordeeld of mensen in staat zijn om rustig te blijven en gepast te reageren in situaties van geweld. Iedereen die deze test met goed gevolg aflegt, mag deelnemen aan de opleiding tot het verkrijgen van de geweldsbevoegdheid. Er is dus geen sprake van een maximum aantal deelnemers. De opleidingscapaciteit zal worden uitgebreid, maar het is uiteraard niet mogelijk om bijvoorbeeld alle hoofdconducteurs van de ene op de andere dag op te leiden. Er zal in dat geval sprake zijn van een gefaseerde opleiding.
De NS is van mening dat er met 600 fte met een geweldsbevoegdheid in de service- en veiligheidsteams een verantwoord veiligheidsniveau wordt bereikt. De minister erkent dat de NS ervoor had moeten zorgen dat die 600 fte per 1 januari 2008 over die geweldsbevoegdheid beschikten. Momenteel hebben nog maar 300 personen de opleiding afgerond en in de loop van 2008 zullen de resterende 300 worden opgeleid. Omdat er nu nog niet voldoende boa’s met een geweldsbevoegdheid zijn, heeft de NS gekozen voor een tijdelijke maatregel: de NS heeft een verlenging van de ontheffing voor 200 boa’s aangevraagd bij het ministerie van Justitie. Deze 200 boa’s zijn nodig om de mobiele teams te vullen. Het gaat dus niet om een volledige ontheffing, wat moet worden beschouwd als een drukmiddel op de NS om de opleidingscapaciteit zo snel mogelijk te vergroten en aan het eind van dit jaar te beschikken over minimaal 600 fte met een geweldsbevoegdheid. Men hoopt uiteraard dat veel meer hoofdconducteurs gemotiveerd zullen zijn om deze opleiding te volgen.
Hoofdconducteurs die de geweldsinstructie hebben gevolgd, moeten conform de voorwaarden van Justitie jaarlijks een theorie- en een praktijktoets afleggen om die bevoegdheid te behouden. Om praktijkervaring te krijgen, zullen betrokkenen met enige regelmaat worden ingezet in de service- en veiligheidsteams. Er is dus geen sprake van een verplichting om twee dagen per week in deze teams te werken. NS heeft gemeld dat de minimumverplichting voor deelname aan die teams gelegen is in het op peil houden van de vaardigheid. Met welke frequentie betrokkenen dan in een mobiel team worden ingezet, is nog een punt van discussie tussen de NS en de bonden. Daarover zal het personeel nog worden ingelicht. Zodra daarover meer duidelijkheid is, zal ook de Kamer daarover worden geïnformeerd.
De minister wijst erop dat de praktijk uitwijst dat een conducteur niet vaak zijn geweldsbevoegdheid hoeft te gebruiken. Bij ongeveer een op de miljoen contacten met reizigers wordt echt geweld gebruikt. Dat gebeurt dan meestal op een risicolijn. De mobiele teams zullen zich ook vooral concentreren op die trajecten. Het beeld dat een conducteur zonder geweldsbevoegdheid niets kan uitrichten, is onjuist. Een boa zonder geweldsbevoegdheid mag een persoon vasthouden ter voorkoming van een vluchtpoging. Hij mag hem aanhouden en overdragen aan een bevoegd opsporingsambtenaar. Om de verdachte aan te houden, mag hij meer kracht gebruiken dan bij de staandehouding, maar niet in de term geweld. Als de reiziger geweld gebruikt tegen de boa zonder geweldsbevoegdheid, zal deze zich op dezelfde wijze mogen verdedigen als iedere burger. Hij mag dus dezelfde mate van geweld gebruiken als tegen hem gebruikt wordt. Indien nodig zal vervolgens door justitie worden getoetst of een boa proportioneel geweld heeft gebruikt. Ook een baas van een medewerker in publieke dienst zal zaken beoordelen op hun proportionaliteit en subsidiariteit.
Het verheugt de minister dat het klantenoordeel over de sociale veiligheid in de trein en op het station in 2007 wederom is gestegen. Hij vertrouwt erop dat die sociale veiligheid in de trein en op het station dit jaar nog verder zal toenemen. Regelmatig zal worden gemonitord of de gemaakte afspraken worden nageleefd en of het veiligheidsniveau verantwoord is. Getracht zal worden om het veiligheidsniveau nog verder op te schroeven.
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat constateert dat de sociale veiligheid in het openbaar vervoer de laatste jaren sterk is verbeterd, onder andere dankzij een goede samenwerking tussen de rijksoverheid, decentrale overheden en vervoerbedrijven. Het Aanvalsplan sociale veiligheid openbaar vervoer van oktober 2002 heeft geleid tot een brede inzet van samenhangende maatregelen voor sociale veiligheid, zoals de inzet van toezichthoudend personeel, het plaatsen van camera’s en het ontwikkelen van veiligheidsarrangementen in stationsgebieden. Het doel, een gemiddelde waardering van een 7,5 door klanten in het stads- en streekvervoer, is meer dan gerealiseerd. Ook de waardering van de veiligheid op het spoor verbetert jaarlijks en voldoet aan de doelen die Verkeer en Waterstaat in het vervoerplan van de NS heeft gesteld. Dit hoge veiligheidsniveau moet worden vastgehouden en uitgebouwd. De aanpak die op basis van het eerste Aanvalsplan is neergezet, wordt onverkort voortgezet. Uiteraard zal worden gemonitord of de uitvoering goed blijft gaan. Daarover zal de Kamer worden geïnformeerd.
De staatssecretaris ziet het SP-plan als een ondersteuning van haar beleid. Veel voorgestelde punten zijn inmiddels in uitvoering of worden verkend. Zo is het overleg met KNV Taxi over de introductie van de chipkaart in taxi’s inmiddels gestart. Ook zijn de regels met betrekking tot overvolle treinen opnieuw onder de aandacht gebracht. Verder is er op de Merwede Linge Lijn een pilot gestart met meer menselijk toezicht op de stations. De resultaten van deze pilot zullen breed verspreid worden. Er zal overigens geen nadere reactie op het SP-plan komen, omdat de vijftien punten al afdoende zijn besproken in de brief van 29 januari 2008.
Met de onderbrenging van het OV-loket bij ROVER wordt in feite uitvoering gegeven aan het amendement 30 800-XII, nr. 17. De Kamer heeft daarin gevraagd om de instelling van zo’n OV-loket conform het voorstel van ROVER. Tijdens het vorige AO is al uitgebreid gesproken over de waarborgen dat het klachtenloket voor iedereen toegankelijk is en onafhankelijk en transparant zal zijn.
Uiteraard zal bij de verhoging van de sociale veiligheid gebruik worden gemaakt van best practices. Via het Kenniscentrum Sociale Veiligheid & Mobiliteit word informatie verspreid over de inrichting van stations, veiligheidsarrangementen in complexe omgevingen en voorbeelden uit het buitenland. Ervaringen en best practices worden uitgewisseld.
Tijdens het vorige overleg is ook al gesproken over de motie-Brinkman inzake het versterken van toezicht in de metro in de avonduren. De stadsregio Rotterdam erkent dat de veiligheid in de metro vooral ’s avonds is verminderd en heeft ook al maatregelen ter verbetering genomen. In die zin heeft de motie dus wel degelijk een vervolg gekregen. Via de brede doeluitkering (BDU) zijn financiële middelen ter beschikking gesteld om dergelijke knelpunten op te lossen. Het toekennen van aanvullende middelen door de rijksoverheid voor specifieke doelen is met de introductie van de BDU in beginsel niet meer mogelijk.
Ook de staatssecretaris kan zich ten slotte vinden in de oproep om mobiel telefoneren in de trein te verbieden. Een dergelijke regel zal veel irritatie voorkomen en de rust in de trein bevorderen.
De heer Roemer (SP) gaat ervan uit de informatie die door beide bewindslieden in eerste termijn is gegeven, nu wel juist is. Het is overigens jammer dat zij niet zijn ingegaan op de door hem geleverde kritiek naar aanleiding van de beantwoording in het vorige overleg. Omdat er momenteel veel te weinig hoofdconducteurs met een geweldsbevoegdheid zijn, moet de ontheffing van de opleidingsvereisten worden verlengd. Gegadigden voor de opleiding die de geschiktheidstest goed doorlopen, moeten met behoud van hun geweldsbevoegdheid de tijd en ruimte krijgen om de opleiding te volgen. Daarover zal een motie worden ingediend.
De staatssecretaris heeft zelf in het vorige overleg aangegeven dat zij op korte termijn met een eerste reactie op het SP-plan zou komen. Daarmee wordt toch geïmpliceerd dat er nog een uitgebreide nadere reactie zal volgen? Het niet nakomen van deze toezegging komt het debat wederom niet ten goede.
Volgens de heer Mastwijk (CDA) zou een aantal zaken in de concessie in het vervolg nauwkeuriger omschreven moeten worden.
Uit de wijze waarop de informatie inzake de hoofdconducteurs en de geweldsbevoegdheid gefragmenteerd richting de Kamer is gekomen, zou kunnen worden opgemaakt dat de NS niet echt veel zin heeft om veel mensen de opleiding tot boa met geweldsbevoegdheid te laten volgen. Kan de minister toezeggen dat de NS eraan wordt gehouden dat er geen maximum wordt gesteld aan het aantal op te leiden hoofdconducteurs met een geweldsbevoegdheid? Kan hij voorts toezeggen dat het voorschrift dat iemand de opleiding moet volgen, niet wordt gebruikt om het aantal te reduceren?
Mevrouw Roefs (PvdA) is blij met de duidelijke informatie van de bewindslieden. De praktijk zal uitwijzen of het op de werkvloer ook daadwerkelijk zo zal gaan als nu geschetst is. Zij is er niet van overtuigd dat het aantal van 600 hoofdconducteurs met een geweldsbevoegdheid voldoende is, maar het is niet aan de Kamer om aan te geven hoe de NS ervoor moet zorgen dat de sociale veiligheid wordt gewaarborgd. Gelukkig zal dit scherp worden gemonitord.
De heer Madlener (PVV) constateert dat niet alleen de veiligheid maar ook de juridische positie van de conducteurs in het geding is. Er verandert heel veel: 75% van de conducteurs raakt de geweldsbevoegdheid kwijt en komt zwakker te staan bij eventuele geschillen. Het is dan niet meer dan logisch dat de betrokkenen zich daar zorgen over maken. Waarom raken zij die geweldsbevoegdheid eigenlijk kwijt? Wat is er in het verleden dan allemaal misgegaan?
In de motie-Brinkman wordt gevraagd om menselijk toezicht in de metrostellen na acht uur ’s avonds. Wanneer zal dat geregeld zijn?
De heer Cramer (ChristenUnie) vraagt de minister om expliciet in te gaan op de dekking van de veiligheid. Zit er lucht in de discussie over het veiligheidsgevoel? Zijn de zorgen van het personeel terecht?
De minister benadrukt dat de communicatie vanuit het ministerie consistent is geweest. Hij kan zich de vragen van en de gevoelens van onrust onder het personeel zeer goed voorstellen. Er verandert immers veel. Daarom is het van groot belang dat iedere individuele hoofdconducteur de mogelijkheid heeft om te kiezen, dus dat er geen maximum aan de opleiding wordt gesteld. Voorts is het van belang dat men na het volgen van de opleiding gewoon het eigen werk kan blijven doen. De minister zal erop toezien dat aan deze twee voorwaarden wordt voldaan. Hij zal er ook op toezien dat de geschiktheidstest niet zal worden gebruikt om de aantallen naar beneden te brengen.
Dit najaar zal het ministerie met de eerste cijfers over verdere ontwikkeling van de sociale veiligheid komen. In het voorjaar van 2009 volgt een brede rapportage.
De staatssecretaris benadrukt dat zij heeft geprobeerd om onduidelijkheden via brieven zo veel mogelijk te verhelderen. Zij heeft niet alleen gereageerd op het SP-plan, maar zij heeft ook een aantal acties ondernomen naar aanleiding van de in dat plan genoemde punten. Er is naar haar mening geen aanleiding om nog een nadere reactie op het plan te geven. De SP-punten zullen uiteraard wel worden meegenomen bij de monitoring van de acties en de maatregelen uit het Aanvalsplan en het vervolg Aanvalsplan.
De staatssecretaris meent dat de motie-Brinkman indertijd niet door de Kamer is aangenomen. Zij heeft de motie desalniettemin naar Rotterdam gestuurd. De stadsregio is zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in de metro. Het probleem is bekend en er wordt inmiddels extra personeel ingezet.
– De minister zal de Kamer informeren over de uitkomsten van het overleg tussen de NS en de vakbonden over de invulling van de wijze en de frequentie waarmee hoofdconducteurs de voor een geweldsbevoegdheid noodzakelijke vaardigheden in de praktijk op peil moeten houden.
– De minister zal erop toezien dat er door de NS geen maximum wordt verbonden aan het aantal hoofdconducteurs dat een opleiding tot boa met geweldsbevoegdheid kan volgen en dat ook de toets op de geschiktheid niet zal worden gebruikt om een maximum te stellen.
Samenstelling:
Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Roland Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).
Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent (GroenLinks), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en, Van Heugten (CDA).
Samenstelling:
Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (ChristenUnie).
Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Van Gent (GroenLinks), Knops (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Cramer (ChristenUnie).
Samenstelling:
Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Velzen (SP), Azough (GroenLinks), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA) en Anker (ChristenUnie).
Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Weekers (VVD), Smeets (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Roemer (SP), Jan de Vries (CDA), Abel (SP), Halsema (GroenLinks), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Slob (ChristenUnie).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28642-33.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.