Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201328638 nr. 94

28 638 Mensenhandel

Nr. 94 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 november 2012

In een brief van 11 oktober 2012 verzoekt u mij om te reageren op een onderzoeksrapport van de Nationaal rapporteur mensenhandel (NRM) over «Mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering en gedwongen commercieel draagmoederschap.» Bij deze ontvangt u mijn reactie mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (VenJ). Voor de goede orde heb ik het rapport en de aanbiedingsbrief van de NRM bijgevoegd (Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer).

Mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering

Een aantal aanbevelingen richt zich op het beter in kaart brengen van de aard en omvang van mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering. In reactie daarop heeft de Minister van VWS de Nederlandse Transplantatie Stichting gevraagd om met een voorstel te komen voor de wijze waarop op regelmatige basis een indicatie kan worden gegeven van de omvang van orgaanhandel in Nederland. Daarnaast verwacht ik dat het internationale onderzoek naar orgaanhandel, dat in opdracht van de Europese Commissie door de Erasmus Universiteit wordt uitgevoerd, daarin meer inzicht kan geven.

De Nationaal rapporteur mensenhandel ziet het financieel stimuleren van orgaandonatie als een mogelijke oplossing voor het orgaantekort maar wijst er tegelijkertijd op dat daardoor een markt zou kunnen ontstaan voor organen waaraan ook weer het risico van mensenhandel kleeft. Dat risico zou kunnen worden vermeden door donoren in plaats van een directie geldelijke vergoeding een vrijstelling van ziektekostenpremies te geven. Deze aanbeveling wordt niet overgenomen, omdat deze in strijd is met nationale- en Europese wet- en regelgeving. Zowel de Wet op de orgaandonatie als Richtlijn 2010/53/EU inzake kwaliteits-en veiligheidsnormen voor menselijke organen bestemd voor transplantatie staan niet toe dat donoren een vergoeding ontvangen die meer bedraagt dan de kosten, inclusief inkomstenderving, die een rechtstreeks gevolg zijn van de verwijdering van het orgaan. Voor de vergoeding van kosten die een rechtstreeks gevolg zijn van de verwijdering van een orgaan, heeft de Minister van VWS nu juist de subsidieregeling Donatie bij leven ingesteld.

Mensenhandel en gedwongen commercieel draagmoederschap

Eind vorig jaar heeft de Staatssecretaris van VenJ u bij brief van 16 december 20111 meegedeeld een aantal maatregelen te treffen op het gebied van draagmoederschap in het buitenland. Eén van deze maatregelen is het geven van voorlichting (op websites) over het krijgen van een kind via draagmoederschap. Informatie over risico’s die aan draagmoederschap in het buitenland zijn verbonden, waaronder mogelijke uitbuiting van draagmoeders, zal uiteraard ook deel uitmaken van deze voorlichting. Op www.rijksoverheid.nl zal informatie worden toegevoegd over het krijgen van een kind via draagmoederschap. Deze informatie richt zich – naast de risico’s van draagmoederschap in het buitenland – op de strafbaarstelling en de juridische procedure in Nederland en op hoogtechnologisch draagmoederschap in Nederland in het VU medisch centrum. Het streven is deze informatie eind dit jaar te plaatsen.

De Kamer heeft naar aanleiding van de brief van 16 december 2011 helaas nog niet met de Staatssecretaris van VenJ kunnen discussiëren over draagmoederschap. De ingezette koers wordt in afwachting van deze discussie voortgezet met oog voor het risico van uitbuiting van buitenlandse draagmoeders. Indien mogelijk zal dit aspect ook bij de vorming van het beleid worden betrokken.

Mocht het aan de orde zijn, dan wordt ook de aanbeveling van de NRM overgenomen om in de onderhandelingen over een mondiaal verdrag op het terrein van draagmoederschap, mensenhandelaspecten bij draagmoeders onder de aandacht te brengen

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


X Noot
1

Kamerstuknummer 33 000 VI, nr. 69, vergaderjaar 2011–2012