Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201228638 nr. 79

28 638 Mensenhandel

Nr. 79 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2012

In de uitzending van Brandpunt (KRO) op zondag 10 juni jl., werd gesteld dat de bedenktijd wordt afgeschaft voor buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. Dit berust echter op een misverstand. Het lijkt me van belang u hiervan op de hoogte te stellen.

In mijn brief van 15 november 20111 heb ik een aantal maatregelen aangekondigd om misbruik van de verblijfsregeling voor slachtoffers van mensenhandel tegen te gaan. Aanpassing van de bedenktijd is één van de zes aangekondigde maatregelen.

Op 11 mei jl.2 heeft u de uitwerking van de maatregel inzake inrichting van de bedenktijd ontvangen.

De aanpassing van de bedenktijd houdt in dat deze niet meer wordt aangeboden aan slachtoffers die langer dan drie maanden uit de slachtoffersituatie zijn. In het onderzoek naar de bedenktijd is geconstateerd dat de bedenktijd in de praktijk ook wordt toegekend aan personen die in het verleden slachtoffer waren van mensenhandel. De bedenktijd is echter bedoeld om slachtoffers een periode rust te bieden om een afweging te maken of zij aangifte willen doen. Personen die in het verleden slachtoffer waren van mensenhandelaren hebben deze bedenktijd feitelijk al gehad en kunnen meteen aangifte doen. Zoals ik in mijn brief van 11 mei jl.2 heb aangegeven is het niet de bedoeling de bedenktijd af te schaffen. Ook wordt de drempel niet verhoogd om in aanmerking te komen voor de bedenktijd en wordt de duur van de bedenktijd (drie maanden) niet ingekort.

In genoemde uitzending kwam de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM) met een kritische reactie aan het woord. Deze reactie was echter niet gericht op afschaffing van de bedenktijd, maar op de aanpassing dat de bedenktijd niet meer wordt aangeboden aan slachtoffers die langer dan drie maanden uit de slachtoffersituatie zijn. Eerder zond de NRM mij een brief hierover; u heeft van deze brief een afschrift ontvangen. Ik ga over dit punt met de NRM in gesprek en zal u over de uitkomst informeren.

Ik spreek graag met uw Kamer over de bedenktijd. Voor zover mij bekend spreekt de Algemene Commissie voor I&A morgen over de planning van AO’s tot aan het zomerreces. Graag stel ik u voor genoemde brief van 11 mei jl. daarbij te betrekken.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers


X Noot
1

Kamerstukken II, vergaderjaar 2011–2012, 28 638, nr. 57.

X Noot
2

Kamerstukken II, vergaderjaar 2011–2012, 28 638, nr. 78.