28 638 Mensenhandel

Nr. 49 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 december 2010

Tijdens de begrotingsbehandeling voor Immigratie en Asiel op 30 november en 1 december jl. heb ik toegezegd uw Kamer te informeren, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie, over de immigratie van prostituees uit Oost- Europese landen naar Nederland. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging.

De heer Van der Staaij (SGP) schetste tijdens de begrotingsbehandeling de situatie waarin vrouwen in Oost-Europa worden geworven om in Nederland in de prostitutie te werken onder slechte omstandigheden. Hij wil een einde maken aan de immigratie van prostituees uit Oost-Europa.

Ik ben met hem van mening dat we dwang en uitbuiting in de prostitutie (mensenhandel) met kracht tegen moeten gaan. Het aanwerven van vreemdelingen voor prostitutie is bovendien strafbaar en zal ook de komende jaren stevig worden aangepakt. Sinds de opheffing van het bordeelverbod op 1 oktober 2000 is prostitutie weliswaar legaal geworden, maar exploitanten die in het buitenland sekswerkers benaderen en bewegen naar Nederland te komen om hier in de prostitutie te gaan werken zijn strafbaar (artikel 273f, eerste lid, onder 3 Sr). Binnen de aanpak van de georganiseerde criminaliteit zal de aanpak van mensenhandel de komende jaren een belangrijke rol spelen. Allereerst ga ik in op de mogelijkheden die er zijn om als Oost-Europese prostituee in Nederland te werken. Een belangrijk onderscheid dat daarbij moet worden gemaakt is dat tussen EU- en niet EU/EER-landen. De mogelijkheden om immigratie van prostituees uit EU/EER-landen tegen te gaan zijn beperkt. Vervolgens ga ik in op initiatieven die er zijn om mensenhandel en daarmee mogelijk de immigratie van prostituees uit Oost–Europa te voorkomen.

EU/EER-onderdanen

Onderdanen uit EU-landen, met uitzondering van Bulgaren en Roemenen, kunnen in Nederland in de prostitutie werken en hier verblijven op grond van het vrij verkeer van werknemers, indien men reële en daadwerkelijke arbeid verricht en meer dan marginale inkomsten uit die arbeid verkrijgt.

Prostituees uit Bulgarije en Roemenië kunnen uiterlijk op 1 januari 2014 gebruik maken van het vrij verkeer van werknemers. Tot die tijd geldt het algemene beleid dat er geen tewerkstellingsvergunning voor arbeid in de prostitutie en dientengevolge geen verblijfsvergunning wordt afgegeven. Bulgaarse en Roemeense prostituees kunnen alleen als zelfstandige in de prostitutie werken.

Werken als zelfstandige of in loondienst

Op grond van de Handelsregisterwet 2007, die op 1 juli 2008 in werking is getreden, moeten alle ondernemers, onder wie de vrije beroepsbeoefenaren, zich laten inschrijven in het handelsregister. Dit geldt ook voor prostituees die als zelfstandig ondernemer werken (o.a. de Roemenen en Bulgaren zonder tewerkstellingsvergunning). Iedere inschrijfplichtige is verantwoordelijk voor de juistheid van de eigen opgave ter inschrijving. De Kamer van Koophandel (KvK) onderzoekt of de opgave afkomstig is van iemand die tot het doen daarvan bevoegd is en of de opgave juist is. Tegen de achtergrond van de discussie over arbeidsverhoudingen in de prostitutiesector, is er een verduidelijking van de arbeidsverhoudingen in de prostitutiebranche tot stand gebracht voor wat betreft de fiscaliteit en de sociale zekerheid.

Zo heeft de Belastingdienst een «voorwaardenpakket» ingevoerd op 1 juli 2008.1 Dit voorwaardenpakket heeft tot doel om de positie van prostituees te verbeteren en de transparantie en traceerbaarheid in de prostitutiebranche te vergroten. Hiervoor verwijs ik u verder naar de antwoorden op de vragen van de leden Van Hijum en De Pater-Van der Meer van 6 april 20102.

Vreemdelingen buiten de EU/EER niet toegelaten voor prostitutie

Op grond van het toelatingsbeleid voor vreemdelingen van buiten de EU wordt geen enkele sekswerker toegelaten. Voor arbeid in loondienst in de seksindustrie worden geen tewerkstellingsvergunningen afgegeven en dientengevolge ook geen verblijfsvergunningen. Voor arbeid als zelfstandige geldt dat er geen wezenlijk Nederlands belang is gediend met prostitutie. Aanvragen van zelfstandig werkende sekswerkers worden om die reden afgewezen.

Toezicht op en preventie van mensenhandel

Het «aanwerven» van prostituees uit andere landen is strafbaar. In februari 2008 is de Task Force aanpak Mensenhandel ingericht om knelpunten te signaleren bij de aanpak van mensenhandel en het aandragen van oplossingen daarvoor. Deze kabinetsperiode wordt stevig ingezet op het tegengaan van mensenhandel.

Ook de toekomstige Wet regulering prostitutie kan bijdragen aan het signaleren van misstanden binnen de prostitutiebranche.

Binnen de brede aanpak van mensenhandel wordt er door de Nederlandse politie actief samengewerkt met de autoriteiten van de landen van herkomst, zoals Bulgarije, Roemenië en Hongarije. Afgelopen jaar is er voorts een proeftuin mensenhandel «Slaven van het systeem» geweest, waarbij er intensief is samengewerkt tussen Nederland en Bulgarije.

Vanuit het vreemdelingentoezicht wordt toezicht gehouden op illegaliteit in de prostitutiebranche. Hier geldt uitdrukkelijk dat gelet moet worden op signalen van uitbuiting en mensenhandel, zodat ook illegaal verblijvende slachtoffers van dit misdrijf kunnen worden geholpen.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) draagt eveneens bij aan de aanpak van mensenhandel. Deze dienst werkt in dit verband nauw samen met het Expertisecentrum Mensenhandel/Mensensmokkel (EMM). Relevante signalen worden actief door de IND verzameld en doorgeleid naar het EMM.

Met gelden van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden projecten opgezet in de desbetreffende herkomstlanden. Zo is er vanuit Nederland in het kader van het MATRA (maatschappelijke transformaties)-programma technische assistentie verleend ten behoeve van de opbouw en training van de «anti-trafficking unit» van het Bulgaarse ministerie van Binnenlandse zaken. Deze unit kan worden gezien als de tegenhanger van het Nederlandse EMM. Verder bevat het project activiteiten op het gebied van preventie en slachtofferopvang in samenwerking met het secretariaat van de Bulgaarse Nationale Commissie. Zo is er in Bulgarije een preventiefilm ontwikkeld om te voorkomen dat vrouwen zich laten verleiden tot de prostitutie. Ook is een NGO-project gefinancierd voor het opzetten van een «National Referral Mechanism» in Bulgarije, zijnde de procedures voor de identificatie, doorverwijzing en opvang van slachtoffers. In het geval van het samenwerkingsproject met Roemenië met betrekking tot verbetering van de ketensamenwerking rond de opvang wordt hierbij ook het Coördinatiecentrum Mensenhandel (Comensha) betrokken. De samenwerking met de betrokken landen heeft dus vorm gekregen in meerjarige programma’s en betreft zowel de opsporing en vervolging van mensenhandelaren als de preventie van mensenhandel en de opvang van slachtoffers.

Daarnaast wordt samenwerking gezocht met NGO’s uit verschillende landen om vrouwen in Oost-Europese landen die beogen in Nederland in de prostitutie te gaan werken te wijzen op hun rechten en (on)mogelijkheden om dit op een legale basis te doen. Zo heeft het toenmalige ministerie van Justitie met het ministerie van Buitenlandse Zaken een driejarig project van de Rode Draad gesubsidieerd dat gericht was op zowel het voorlichten van vrouwen in landen van herkomst als op het informeren van Oost-Europese prostituees die reeds in Nederland werkzaam waren omtrent hun rechten.

Verder heeft het ministerie van SZW in samenwerking met de ministeries van OCW en VWS informatiekaartjes over prostitutie en uitbuiting in verschillende (Oost-Europese) talen ontwikkeld. Deze kaartjes worden verspreid door hulpverleners in de prostitutie en zijn onder meer beschikbaar via de website www.prostitutiegoedgeregeld.nl.

Ngo’s nemen ook zelf initiatieven op dit punt. Zo is het Coördinatiecentrum Mensenhandel lid van het zogeheten La Strada netwerk. Dit netwerk houdt zich onder andere bezig met een preventieproject waarbinnen een drietal campagnes in acht centraal- en Oost-Europese landen3 wordt uitgevoerd.

Zowel de samenwerking bij de opsporing en vervolging van mensenhandel als de preventieve maatregelen die worden getroffen moeten bijdragen aan het tegengaan van immigratie van prostituees uit Oost-Europese landen naar Nederland, maar ook het tegengaan van mensenhandel van Oost–Europese prostituees.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers


XNoot
1

Staatscourant, nr. 2699, 30 december 2008.

XNoot
2

Kamerstukken II, vergaderjaar 2009–2010, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 2131 en nr. 1584.

XNoot
3

Deze landen zijn: Bosnië, Macedonië, Bulgarije, Moldavië, Oekraïne, Tsjechië, Polen en Wit-Rusland.

Naar boven