28 635
Wijziging van enige wetten in verband met de instelling van de Onderzoeksraad voor veiligheid

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van enige wetten in verband met de instelling van de Onderzoeksraad voor veiligheid.

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

16 oktober 2002

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in verband met de instelling van de Onderzoeksraad voor veiligheid wijziging te brengen in een aantal wetten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Aan artikel 53a, eerste lid, onderdelen c en d, van de Politiewet 1993 wordt telkens een zinsnede toegevoegd, die luidt: , tenzij de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, naar het desbetreffende voorval een onderzoek instelt.

ARTIKEL II

Aan artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de Brandweerwet 1985 wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt: , tenzij de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, naar de brand, het ongeval of de ramp een onderzoek instelt.

ARTIKEL III

In artikel 2b van de Wet rampen en zware ongevallen worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, dat luidt:

2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, vervalt, indien de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, een onderzoek naar de ramp of het zware ongeval instelt.

ARTIKEL IV

In artikel 74, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de Lijkbezorging wordt «de voorzitter van een kamer van de Raad voor de Transportveiligheid, genoemd in artikel 2 van de Wet Raad voor de Transportveiligheid» vervangen door: de voorzitter van de Onderzoeksraad voor veiligheid, genoemd in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid.

ARTIKEL V

Artikel 28 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen vervalt.

ARTIKEL VI

In artikel 11 van de Vaarplichtwet vervallen «1.» voor het eerste lid, alsmede het tweede lid.

ARTIKEL VII

In het Wetboek van Koophandel worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 407, vierde lid, komt te luiden:

4. Tegen besluiten van het hoofd van de Scheepvaartinspectie op grond van het tweede en derde lid kan iedere belanghebbende beroep instellen bij de Minister van Verkeer en Waterstaat.

B

In artikel 411, tweede lid, vervalt de zinsnede «of verkoopen ten bate van de instelling ten behoeve van zeelieden, aangewezen door den voorzitter van den Raad voor de scheepvaart».

C

Artikel 412, derde lid, vervalt.

D

Artikel 450, vierde lid, komt te luiden:

4. De zeewerkgever die meent dat een of meer van de schepelingen ten aanzien van de schipbreuk grove schuld treft, kan zich wenden tot de kantonrechter met het verzoek hem van zijn in het eerste lid bedoelde verplichting tegenover de betrokken schepelingen te ontheffen.

ARTIKEL VIII

Artikel 2:2, eerste lid, onderdeel b, van de Arbeidstijdenwet komt te luiden:

b. een voorval als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Rijkswet Raad voor onderzoek voor veiligheid.

ARTIKEL IX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen V, VI en VII in werking treden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Naar boven