Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928625 nr. 266

28 625 Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Nr. 266 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND

Voorgesteld 22 mei 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland de grootste kalvermester van Europa is;

constaterende dat Nederland daartoe ieder jaar maar liefst 700.000 piepjonge kalfjes importeert uit landen zoals Ierland, Litouwen en Letland, waardoor deze dieren – die hun moeder nog nodig hebben – dagenlang in veewagens worden vervoerd;

constaterende dat het welzijn van deze zuigelingen op transport ernstig in het geding is, dat er voortdurend rapportages zijn over het overtreden van de dierenwelzijnsregels en dat onlangs zelfs naar buiten is gekomen dat kalfjes uit Ierland (onderweg naar Nederland) op een officieel door de EU goedgekeurde «high quality» controlepost in Frankrijk in elkaar worden geschopt en geslagen;

constaterende dat de kalversector de afgelopen jaren fors gesubsidieerd is met Europese landbouwsubsidies – gemiddeld meer dan 40 miljoen euro aan directe betalingen per jaar – en dat het kabinet daar jaarlijks meer dan 1 miljoen subsidie bovenop deed met geld dat bedoeld was voor plattelandsontwikkeling;

overwegende dat er groot en groeiend maatschappelijk verzet is tegen het subsidiëren van dierenleed;

spreekt uit dat er in de invulling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid geen belastinggeld meer mag worden gestoken in de financiering van de kalverhouderij,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand