Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2016
Hierbij informeer ik u over de voortgang van de directe betalingen en de vaststelling
van de betalingsrechten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In november
2015 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het betaalschema (Kamerstuk 28 625, nr. 231).
Stand van zaken directe betalingen
De rechtstreekse betalingen in het kader van het GLB bestaan uit:
-
– de basisbetaling;
-
– de vergroeningsbetaling;
-
– de extra betaling jonge landbouwers;
-
– en de betaling voor graasdieren.
De betalingen moeten formeel plaatsvinden tussen 1 december van het aanvraagjaar en
30 juni het jaar daarop, met dien verstande dat vóór 1 december een voorschot kon
worden betaald.
Voorschot
In november 2015 heeft 32,1% van de aanvragers een voorschot ontvangen van 70% van
de basisbetaling.
Regulier betalingstraject
Vanaf 1 december 2015 is het reguliere betalingstraject van start gegaan.
Per 31 maart 2016 had 91,3% van de relaties een betaling ontvangen. Hiervan is 64,3%
volledig afgehandeld. De laatste circa 9% van de aanvragers die nog geen basisbetaling
hebben ontvangen, zal vanaf april worden behandeld, nadat de betalingsrechten zijn
vastgesteld.
De verwachting is dat eind april 70% en eind mei 85% van de relaties volledig betaald
is. Formeel moeten alle betalingen voor 30 juni 2016 zijn afgerond.
Graasdierpremie
De betaling van de graasdierpremie start conform planning vanaf 1 april 2016.
Vaststelling betalingsrechten
Zoals in de brief van 10 april 2015 (Kamerstuk 28 625, nr. 224) aan uw Kamer is medegedeeld, moesten nieuwe betalingsrechten worden vastgesteld
op basis van de op 15 mei 2015 aanwezige subsidiabele landbouwgrond. De Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is, nadat de noodzakelijke controles van de aanvraaggegevens
volledig uitgevoerd waren, vanaf december 2015 gestart met het vaststellen van de
betalingsrechten voor landbouwers. Op 31 maart 2016 waren voor 93,1% van de aanvragers
de betalingsrechten vastgesteld.
Helaas lukt het derhalve niet voor alle relaties om de betalingsrechten vast te stellen
voor 1 april 2016. Ik betreur dat circa 7% van de aanvragers nog geen duidelijkheid
heeft over hun betalingsrechten.
De belangrijkste oorzaak voor deze vertraging is dat de mate van complexiteit die
is ontstaan door zogenaamde private overeenkomsten, niet in voldoende mate voorzien
is en pas recent in volle omvang duidelijk werd. Bij dergelijke overeenkomsten maken
partijen afspraken over het gebruik en/of de eigendom van landbouwgrond en de bijbehorende
betalingsrechten. Wanneer deze overeenkomsten met meerdere partijen worden aangegaan,
ontstaan ketens van aanvragers. Dat blijkt bij 85% van de overeenkomsten het geval
te zijn. Pas na controle van alle betrokken overeenkomsten en de vaststelling van
de exacte grootte en de subsidiabiliteit van alle bijbehorende percelen kan voor de
hele keten van aanvragen het aantal betalingsrechten en de waarde juist worden vastgesteld.
Veel controles in deze ketens moeten handmatig worden uitgevoerd.
Van 1 april tot en met 15 mei is de Gecombineerde Opgave 2016 geopend. Aanvragers
willen daarvoor duidelijkheid hebben over hun betalingsrechtenpositie, mede met het
oog op eventuele transacties daarin. RVO.nl zet alles op alles om de vaststelling
zo snel mogelijk voor alle aanvragers af te ronden en heeft daarvoor extra capaciteit
ingezet. De relaties waarover op 1 april nog geen besluit is genomen, krijgen uiterlijk
21 april 2016 duidelijkheid omtrent het aantal en de waarde van de betalingsrechten;
voor de meesten zal dat vóór half april gebeuren.
Alle relaties waarvan de rechten na 1 april worden vastgesteld, ontvangen hierover
van RVO.nl een brief. Daarin wordt onder andere aangegeven hoe de Gecombineerde opgave
2016 alvast kan worden ingediend, ook als nog geen betalingsrechten zijn toegekend.
De Gecombineerde Opgave moet uiterlijk 15 mei zijn ingediend. Er resteert ook na 21 april
nog voldoende tijd om de Gecombineerde Opgave in te vullen. Het systeem heeft daarvoor
voldoende capaciteit. Ook zal RVO.nl waar mogelijk behulpzaam zijn bij het invullen
van de Gecombineerde Opgave en het voorspoedig laten verlopen van eventuele transacties
met betalingsrechten. Voor de volledigheid wijs ik erop dat de einddatum van de Gecombineerde
Opgave van 15 mei Europees bepaald is en niet kan worden aangepast.
Ik heb begrip voor het ongemak dat deze vertraging in de uitvoering van het nieuwe
GLB bij de betreffende boeren kan veroorzaken. Ik hoop en verwacht dat de inzet van
RVO.nl zal zorgen dat de gevolgen in de praktijk hanteerbaar zijn. De vaststelling
van de nieuwe betalingsrechten is eenmalig vanwege de invoering van het nieuwe GLB.
Het probleem zal zich dus in de komende jaren niet meer voordoen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam