28 625 Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Nr. 125 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 mei 2011

In haar inzet voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) heeft het kabinet aangegeven veel belang te hechten aan doelgerichte betalingen (TK 28 625, nr. 108) gericht op:

  • de versterking van concurrentiekracht in combinatie met verduurzaming en innovatie.

  • de beloning voor (bovenwettelijke) maatschappelijke prestaties, op het terrein van bijvoorbeeld natuur, milieu, waterbeheer, landschap, dierenwelzijn en diergezondheid.

Artikel 68 van Verordening 73/2009 biedt de mogelijkheid om een deel van de nationale enveloppe voor directe betalingen te herbestemmen voor het stimuleren van bijvoorbeeld milieuvriendelijke landbouw, dierenwelzijn, kwaliteitslandbouw en risicoverzekeringen. Artikel 68 is daarmee een instrument om deze kabinetsinzet binnen de zogenoemde eerste pijler van het GLB al voor 2014 mogelijk te maken.

Op 27 april 2009 (TK 28 625, nr. 67) heeft mijn ambtsvoorganger u geïnformeerd over de inzet van artikel 68 in 2010 en 2011.

Met deze brief informeer ik u over mijn inzet van artikel 68 in 2012 en 2013. Ik heb u deze brief toegezegd tijdens het AO Landbouwraad van 15 maart jl. en over de invulling van mijn inzet intensief met de sector overlegd. Ik ben verheugd dat LTO Nederland steun heeft uitgesproken om extra GLB-middelen vrij te maken voor versterking van de concurrentiekracht en duurzaamheid van de landbouwsector via artikel 68.

Deze brief beschrijft de bestaande inzet van artikel 68 in 2010 en 2011 en de daarvoor beschikbare middelen, evenals de voorgenomen inzet in 2012 en 2013.

Artikel 68 in 2010 en 2011

In 2010, doorlopend in 2011, is artikel 68 ingezet met gebruikmaking van de zogenaamde onbenutte middelen (TK 28 625, nr. 67). Tabel 1 geeft hiervan een overzicht.

Tabel 1: Overzicht van de lopende artikel 68 maatregelen in 2010 en 2011

(bedragen x mln. euro)

2010

2011

Dierenwelzijn

– Investeringsregeling duurzame stallen (alle dierlijke sectoren)

– Subsidieregeling diervriendelijk produceren / tussensegmenten (openstelling voor leghennen, vleesrunderen, vleeskalveren, varkens en vleeskuikens; elk € 200 000)

– Diervriendelijke maatregelen (vleesvarkens en vleeskuikens; elk € 500 000)

10,5

9,5

1,0

1,0

Vaarvergoeding

1,0

1,0

Elektronische identificatie en registratie schapen/geiten

– Investering identificatie en registratie

– Omnummersubsidie

1,5

2,0

1,5

Brede Weersverzekering

7,0

8,0

Totaal

22,0

22,0

Bij de melding van het bestaande artikel 68-pakket aan de Europese Commissie in de zomer van 2009 is gerekend met een dekking van de begrote uitgaven in 2010 en 2011 van ca. 22 miljoen euro per jaar aan onbenutte middelen. Dit zijn middelen waarvoor wel toeslagrechten zijn uitgegeven, maar die niet zijn verzilverd.

De onbenutte middelen lopen echter sterk terug. De onbenutte middelen zullen in de jaren 2011, 2012 en 2013 naar verwachting dalen naar resp. € 10,0, € 9,0 en € 7,5 mln. Voor deze daling zijn twee oorzaken aan te wijzen:

  • 1. Na de laatste GLB-hervorming uit 2009 (zgn. Health Check) is de ontkoppeling van de laatste gekoppelde betalingen ingezet. Deze ontkoppeling wordt gebaseerd op een referentieperiode. Uit het Health Check akkoord is in goed overleg met de sector een regeling voortgevloeid voor bedrijven die aan het eind of na de referentieperiode investeringen hebben gepleegd die niet meetelden bij de opbouw van aanspraak op ontkoppelde toeslagen. Deze regeling is met u besproken tijdens het Algemeen Overleg van 10 juni 2009 (TK 28 625, nr. 83).

  • 2. De agrarisch ondernemers zijn mede door de verbeterde perceelsregistratie in staat gebleken een scherpere benutting van de toeslagrechten te realiseren.

De toeslagrechten worden dus beter benut en dat is positief. De keerzijde hiervan is echter dat er daardoor minder onbenutte middelen beschikbaar zijn voor een doelgerichte inzet. Aan het einde van 2011 kan het verschil tussen de kosten van het reeds lopende artikel 68 pakket en de onbenutte middelen meer concreet worden berekend. Het verschil zal maximaal € 12 mln. zijn. Ik heb besloten het verschil in 2011 te financieren uit mijn eigen begroting.

Voorgenomen inzet artikel 68 in 2012 en 2013

Ik ben voornemens de inzet van artikel 68 voor 2012 en 2013 aan te passen en verder uit te bouwen. Deze wijziging moet voor 1 augustus 2011 zijn gemeld in Brussel. Het gebleken draagvlak bij de sector is daarbij voor mij een belangrijke steun in de rug. Een stap die overigens niet alleen op de korte termijn van groot belang is voor de sector. Nederland geeft hiermee ook een duidelijk signaal af voor de komende onderhandelingen over het GLB na 2013. Nederland onderstreept hiermee niet alleen met woord, maar ook met daad, dat het streeft naar blijvende en substantiële mogelijkheden om de agrofood-sector te stimuleren zich verder te richten op versterking van concurrentiekracht, duurzaamheid en innovatie.

Voortzetting bestaand pakket

Ik kies er voor om het huidige pakket artikel 68 maatregelen zoals beschreven in tabel 1 te continueren en in 2012 en 2013 verder uit te bouwen.

De stimulering van integraal duurzame stallen, de bevordering van de elektronische identificatie & registratie voor schapen en geiten en de vaarvergoeding – maatregelen die in 2010 zijn geïntroduceerd – dragen bij aan maatschappelijke doelen en vinden veel weerklank bij de sector.

De overige dierenwelzijnmaatregelen zijn in 2011 geïntroduceerd. De brede weersverzekering kende een late start in 2010 en moet zijn meerwaarde voor de sector nog bewijzen. Ik acht het daarom gewenst ook deze beide maatregelen in 2012 en 2013 te handhaven.

Wijziging/nieuwe elementen voor 2012 en 2013

Voor de regeling «Integraal duurzame stallen» wil ik in 2012 en 2013 meer middelen beschikbaar stellen. De regeling levert een grote bijdrage aan de verbetering van met name dierenwelzijn en milieu en de belangstelling voor de regeling was in de afgelopen periode zeer groot, hetgeen tot overtekening leidde.

In 2011 is de vaarvergoeding van toepassing in de gebieden Laag Holland en de Weerribben en Wieden. Ik wil de regeling in 2012 uitbreiden naar de Biesbosch.

Naast deze impuls voor verduurzaming van de veehouderij wil ik ook extra aandacht geven aan verdere verduurzaming van de plantaardige productie. Daartoe wil ik in 2012 en 2013 precisielandbouw stimuleren. Precisielandbouw helpt de milieubelasting met mineralen en/of gewasbeschermingsmiddelen te reduceren. Met artikel 68 wil ik agrarische ondernemers ondersteunen bij de investeringen die hiervoor nodig zijn.

Tot slot ben ik voornemens om, conform eerdere intentieafspraken met de sector, via artikel 68 tijdelijk middelen beschikbaar te stellen voor de afdekking van vervolgschaderisico’s bij dierziekten en schade als gevolg van maatregelen tegen plantenziekten. Daarbij ga ik ervan uit dat in de komende jaren dergelijke verzekeringen zich zelfstandig in de markt moeten kunnen redden. Met artikel 68 ben ik voornemens een verzekering te introduceren voor de waardedaling van broedeieren bij een onverhoopte uitbraak van Aviaire Influenza en een verzekering voor de afzet van producten van tegen besmettelijke dierziekten gevaccineerde dieren.

Voor schade als gevolg van plantenziekten wordt het (bestaande) Plantgezondheidsfonds verder uitgewerkt.

Een samenvatting van de voornemens is met begroting opgenomen in tabel 2.

Tabel 2: Voorgenomen inzet artikel 68 in 2012 en 2013

(bedragen x mln. euro)

2012

2013

Dierenwelzijn:

– Investeringsregeling duurzame stallen (alle dierlijke sectoren)

– Subsidieregeling diervriendelijk produceren (leghennen, vleesrunderen, vleeskalveren, varkens en vleeskuikens; elk € 200 000)

– Stimulering managementmaatregelen (vleesvarkens, kalveren en vleeskuikens; elk € 500 000)

9 – 17

1,0

1,5

9 – 17

1,0

1,5

Stimulering precisielandbouw en milieuvriendelijke bewaarplaatsen

8 – 12

8 – 12

Vaarvergoeding

1,1

1,1

Elektronische identificatie en registratie schapen/geiten

– Investering identificatie en registratie

1,5

1,5

Verzekeringen (brede weersverzekering, risicoverzekeringen dier/plant)

8 – 13

8 – 13

Totaal begrote uitgaven

38,9

38,9

Onbenutte middelen

9,0

7,5

Herbestemming generieke betalingen

29,9

31,4

Deze voornemens leiden tot een totaal voorziene uitgave van ca. € 38,9 mln. in 2012 en in 2013. De verwachte onbenutte middelen zijn ca. € 9,0 mln. in 2012 en ca. € 7,5 mln. in 2013. In 2012 resteert ca. € 29,9 mln. en in 2013 ca. € 31,4 mln., op te brengen via een doelgerichte herbestemming van een deel van de generieke directe betalingen. Een ander betekent voor beide jaren een korting van maximaal 3,3% in 2012 en maximaal 3,5% in 2013. De totale omvang van de directe betalingen in 2012 en 2013 bestemd voor agrarisch ondernemers blijft overigens ongewijzigd.

Voor een aantal regelingen zijn in tabel 2 de uitgaven nog in bandbreedtes aangegeven. In de komende periode zullen deze uitgaven meer concreet worden bepaald ten behoeve van de melding aan de Europese Commissie. Dit zal mede plaatsvinden op basis van de omvang van de aanvragen voor de maatregelen die vanuit 2010 en 2011 worden voortgezet. Van belang daarbij is dat de vrijgemaakte middelen volledig benut zullen worden.

Zoals ik uw Kamer in het Algemeen Overleg van 15 maart toezegde, heb ik uitgebreid overleg gevoerd over mijn inzet met vertegenwoordigers van LTO. Daarbij heeft LTO mij te kennen gegeven de versterkte inzet van artikel 68 in 2012 en 2013 te ondersteunen. Tegelijkertijd heeft zij een aantal voorwaarden en wensen aan mij kenbaar gemaakt.

Daar waar deze wensen betrekking hebben op de inhoudelijk invulling van artikel 68 voor 2012 en 2013 zijn deze in mijn hiervoor beschreven inzet verwerkt. LTO heeft mij ook verzocht om de herbestemming van de generieke middelen ten behoeve van artikel 68 maatregelen zodanig vorm te geven dat geen vrijgemaakte middelen onbenut blijven. Dat is ook mijn inzet. De concrete uitwerking daarvan moet passen binnen de Brusselse regelgeving. Hiertoe zal ik in overleg treden met de Europese Commissie.

Verder heeft LTO haar wensen over de vormgeving van het nieuwe GLB met mij gedeeld. LTO streeft naar een basispremie met een hoogte die vergelijkbaar is met de ons omringende landen (325 euro per hectare). Tegelijkertijd vraagt LTO om voldoende financiële ruimte voor versterking van concurrentiekracht en verduurzaming en een goed overgangsbeleid.

Ik zal mij vanzelfsprekend sterk maken voor een zo goed mogelijke positie voor de Nederlandse landbouw in het nieuwe GLB. Daarbij wijs ik ook op mijn reactie tijdens het VAO van 16 maart jl. op de motie van Snijder-Hazelhoff c.s. (TK 21501-32, nr. 463) over de hoogte van een basispremie.

De wetgevingsvoorstellen van de Europese Commissie worden in oktober 2011 verwacht. Daarna zal ik u verder informeren over mijn verdere concrete inzet. Daarbij wil ik mij, afhankelijk natuurlijk van de concrete voorstellen, inzetten voor een basispremie in de orde van grootte zoals genoemd door de LTO. Onder voorwaarde dat er voldoende middelen beschikbaar komen voor bevorderen concurrentiekracht, innovatie en verduurzaming (o.a. biodiversiteit).

Vervolg

De hiervoor beschreven voornemens zal ik ruim vóór 1 augustus 2011 melden aan de Europese Commissie om de weg naar implementatie vrij te maken. Vervolgens zullen ook de verschillende benodigde regelingen bijtijds worden uitgewerkt zodat deze per 2012 en 2013 ingevoerd kunnen worden.

Daarmee wordt een overtuigende nieuwe stap gezet op weg naar een GLB dat zich sterker richt op versterking van concurrentiekracht, duurzaamheid en innovatie.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker

Naar boven