28 625 Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Nr. 110 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 januari 2011

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verzocht mij om een afschrift van een verklaring van elf EU-lidstaten over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en een kabinetsreactie op de betreffende verklaring.

Als bijlage bij deze brief treft u de gevraagde verklaring aan die is ondertekend door Bulgarije, Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden.1 De verklaring, die niet is gepresenteerd of besproken in de Landbouwraad van 13-14 december 2010, is een reactie van de genoemde lidstaten op de Mededeling van de Europese Commissie van 18 november 2010 over het GLB voor de periode 2014–2020, getiteld «The Common Agricultural Policy towards 2020: meeting the food, natural resources and territorial challenges of the future». De visie van het kabinet op deze Commissiemededeling (TK 28 625 nr. 108) ontving uw Kamer op 26 november 2010 en bespraken wij in het Algemeen Overleg van 7 december 2010.

In hun gezamenlijke verklaring, waarvan ik met belangstelling kennis heb genomen, pleiten de genoemde elf lidstaten voor een versterking van het EU-plattelandsbeleid en daarmee voor een versterking van de tweede pijler van het GLB. Het kabinet streeft, zoals in bovengenoemde kabinetsreactie is uitgewerkt, net als veel andere lidstaten echter juist naar de vervanging van directe betalingen door doelgerichte betalingen en daarmee naar een beleidsomslag in de eerste pijler van het GLB. Verder heb ik aarzelingen bij de door de groep van elf lidstaten bepleite mogelijkheid van cofinanciering en staatssteun in de eerste pijler. Voorts is Nederland geen voorstander van uitbreiding van marktmaatregelen zoals door de groep gesuggereerd.

Ten slotte roept de groep van elf lidstaten op te komen tot «nieuwe, objectieve en eerlijke criteria» voor de verdeling van GLB-steun. Over de nadere invulling van deze nieuwe criteria spreken zij in hun verklaring niet. Wat de leden van de groep echter verbindt, is dat zij vrijwel zonder uitzondering een lagere hectaresteun ontvangen dan het EU-gemiddelde. Verondersteld mag daarom worden dat hun roep om «nieuwe, objectieve en eerlijke criteria» in een herverdeling van GLB-middelen ten gunste van hun eigen lidstaten zou moeten resulteren.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven