nr. 98
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN W.A.J. VERBURG
TE RIJNSATERWOUDE BETREFFENDE DE VERMOGENSRENDEMENTSHEFFING
Vastgesteld 20 maart 2003
De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris
van Financiën verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressant zich erover beklaagt dat de staatssecretaris van Financiën
heeft geweigerd om op grond van de hardheidsclausule ex artikel 63 van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen goed te keuren dat de forfaitaire rendementsheffing
over zijn vermogen in box 3 achterwege blijft,
dat adressant met ingang van het jaar 2001, als gevolg van de belastingherziening
per 1 januari 2001, belasting verschuldigd is over het forfaitaire rendement
van 4 procent over het vermogen in box 3,
dat adressant aanvoert dat hij in de jaren vóór 2001 geen
belasting verschuldigd was over dat vermogen doch door de wetswijziging aanzienlijke
belastingbedragen schuldig blijkt in de jaren daarna, hetgeen naar zijn mening
in strijd is met de verkondiging dat de belastingherziening niet tot lastenverzwaring
zou leiden,
dat tegenover de invoering van de forfaitaire vermogensrendementsheffing
staan het afschaffen van de vermogensbelasting en verlaging van het belastingtarief,
doch dat nimmer is uitgesloten dat dit in individuele gevallen tot nadeel
ofwel lastenverzwaring zal leiden,
dat het door adressant aangevoerde verschil tussen de aanslag in de inkomstenbelasting/premie
volksverzekeringen over het jaar 2000 en de aanslag over het jaar 2001 voorts
verklaard kan worden uit het feit dat hij over het jaar 2000 aftrekbare kosten
kon opvoeren in verband met zijn inkomsten uit vermogen,
dat voorts is gebleken dat bij adressant over het jaar 2000 vermogensbelasting
had kunnen worden geheven,
dat de bij adressant gebleken gevolgen van de wetswijziging door de wetgever
zijn voorzien, zodat daar niet op grond van de hardheidsclausule aan kan worden
tegmoetgekomen,
dat overigens het systeem van de vermogensrendementsheffing zal worden
betrokken bij de voorziene evaluatie van de belastingherziening;
van oordeel,
dat niet is gebleken dat ten aanzien van adressant een onjuist fiscaal
beleid is gevoerd,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
De voorzitter van de commissie,
Mosterd
De griffier van de commissie,
Van Dijk
XNoot
1Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste
hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange
Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.
XNoot
2De commissie bestaat uit de leden: Kalsbeek (PvdA), Giskes (D66), Mosterd
(CDA) (Voorzitter), Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Blok (VVD),
De Wit (SP) en Kraneveldt (LPF) en de plaatsvervangende leden Van Heemst (PvdA),
Van Vroonhoven-Kok (CDA), Vietsch (CDA), Tonkens (GroenLinks), Slob (Christen
Unie) en Varela (LPF).