nr. 3
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN U. LODING TE
BEST BETREFFENDE VRIJSTELLING EN KWIJTSCHELDING VAN PREMIES VOLKSVERZEKERINGEN
Vastgesteld 26 september 2002
De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris
van Financiën verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressant zich erover beklaagt dat hem over de jaren 1994 tot en met
1998 geen vrijstelling is verleend van premieheffing volksverzekeringen,
dat adressant aanvoert dat hij, in 1994 vanuit Duitsland naar Nederland
verhuisd, een Duits pensioen geniet,
dat in beginsel een inwoner van Nederland verplicht verzekerd is voor
de volksverzekeringen over zijn wereldinkomen, doch vrijstelling mogelijk
is indien sprake is van een pensioeninkomen mits geen inkomen uit tegenwoordige
arbeid in Nederland wordt betrokken,
dat adressant in genoemde jaren echter arbeidsinkomsten in Nederland heeft
genoten,
dat overigens het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om adressant
geen vrijstelling te verlenen is getoetst door de onafhankelijke rechter,
zowel in eerste aanleg als in hoger beroep,
dat, voorzover adressant een beroep doet op de hardheidsclausule ex artikel
63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de staatssecretaris gelet
op de bewuste keuze van de wetgever voor bovengenoemd hoofdregel en uitzondering(en)
daarop, geen aanleiding ziet om de hardheidsclausule toe te passen,
dat de staatssecretaris daarin kan worden gevolgd,
dat overigens inmiddels een nieuwe vrijstellingsregeling van kracht is
geworden, met een beperkte terugwerkende kracht, op grond waarvan adressant
andermaal een vrijstellingsverzoek bij de SVB kan indienen,
dat het verzoek van adressant om kwijtschelding van de aanslagen in de
inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de genoemde jaren, door
de ontvanger is afgewezen omdat hij over een zekere jaarlijkse betalingscapaciteit
beschikt,
dat overigens wel kwijtschelding is verleend voor het verschil tussen
het totaalbedrag van deze aanslagen en de betalingscapaciteit, hetgeen neerkomt
op kwijtschelding van het grotere deel van de belastingschuld,
dat, voorzover adressant zich er ook over beklaagt dat er sprake is van
dubbele belastingheffing over zijn Duitse pensioen, hiervan inderdaad sprake
lijkt en dat de inspecteur der belastingen alsnog een belastingteruggaaf over
enkele jaren zal verlenen;
van oordeel,
dat niet is gebleken dat ten aanzien van adressant een onjuist fiscaal
beleid is gevoerd,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
De fng. voorzitter van de commissie,
Giskes
De griffier van de commissie,
Van Dijk