Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200228607 nr. 1;2

28 607
Wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2003 Deel I)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2003 Deel I).

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

17 september 2002

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2003 wenselijk is maatregelen te treffen betreffende de modernisering van de arbeidsmarkt, de combinatie van werk en levensloop, milieu en mobiliteit, alsmede enkele regelingen af te schaffen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1.7a, derde lid, vervalt.

B. In artikel 2.10 wordt de tarieftabel vervangen door:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan maar niet meer danbedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat
IIIIIIIV
€ 15 8831,70%
€ 15 883€ 28 850€   2706,75%
€ 28 850€ 49 464€ 1 145  42%
€ 49 464€ 9 802  52%

C. Na artikel 3.29 wordt ingevoegd:

Artikel 3.29a. Waardering van een als belegging gehouden onroerende zaak

1. Een onroerende zaak die als belegging wordt gehouden, daaronder mede begrepen een onroerende zaak die bestemd is om direct of indirect hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan een ander dan een met de belastingplichtige verbonden persoon, wordt te boek gesteld voor de aanschaffings- of voortbrengingskosten, of, indien dat lager is, de gecorrigeerde waarde in het economische verkeer.

2. Voor de toepassing van dit artikel:

a. worden de samenstellende onderdelen van een opstal en de daarbij behorende ondergrond en aanhorigheden, alsmede daarmee samenhangende rechten, als één onroerende zaak aangemerkt;

b. wordt onder een met de belastingplichtige verbonden persoon verstaan:

1°. een persoon als bedoeld in artikel 3.91, tweede lid, onderdeel b;

2°. een vennootschap waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon, een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in hoofdstuk 4 behoudens indien sprake is van een aanmerkelijk belang op grond van de artikelen 4.10 of 4.11;

c. wordt onder gecorrigeerde waarde in het economische verkeer verstaan de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak vermeerderd met de met betrekking tot die zaak gevormde passiefposten in verband met toekomstige kosten.

3. Op een onroerende zaak waarop dit artikel van toepassing is, vindt geen afschrijving plaats.

D. In artikel 3.31, derde lid, wordt «- daaronder begrepen het verbruik van energie en grondstoffen -» vervangen door: – daaronder begrepen het verbruik van grondstoffen –.

E. Artikel 3.34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

2. Het tweede lid wordt vervangen door:

2. Als andere aangewezen bedrijfsmiddelen kunnen uitsluitend worden aangewezen bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bevordering van de economische ontwikkeling of de economische structuur, daaronder begrepen de bevordering van het ondernemerschap.

F. In artikel 3.36, tweede lid, onderdeel d, wordt «Onze Minister van Economische Zaken respectievelijk met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

G. In artikel 3.37, tweede lid, wordt «Onze Minister van Economische Zaken respectievelijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

H. In artikel 3.48 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het vierde lid en het tiende lid vervallen, onder vernummering van het vijfde tot en met negende lid tot respectievelijk vierde tot en met achtste lid.

2. In het tot zesde lid vernummerde zevende lid, wordt in onderdeel b, «voor de toepassing van het zesde lid» vervangen door: voor de toepassing van het vijfde lid.

I. In artikel 3.49 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In onderdeel a wordt «scholing, ter bepaling» vervangen door: scholing en ter bepaling.

Voorts vervalt de zinsnede «en het gedeelte daarvan dat kan worden toegerekend aan in de onderneming werkzame personen van 40 jaar en ouder».

2. In onderdeel b wordt «artikel 3.48, vijfde lid» vervangen door: artikel 3.48, vierde lid.

3. Onderdeel c komt te luiden:

c. ter bevordering van een goede uitvoering van artikel 3.48, achtste lid.

J. In artikel 3.52, eerste lid, onderdeel a, onder 4°., wordt «Onze Minister van Economische Zaken of met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

K. Artikel 3.85 wordt vervangen door:

Artikel 3.85. Werknemersaftrek

De werknemersaftrek is het gezamenlijke bedrag van de reisaftrek en de zeedagenaftrek.

L. Artikel 3.86 vervalt.

M. Artikel 3.127 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt. Het tweede tot en met zesde lid worden vernummerd tot respectievelijk eerste tot en met vijfde lid.

2. In het tot eerste lid vernummerde tweede lid wordt «vijfde lid» vervangen door: vierde lid. Voorts vervalt de tweede volzin.

3. In het tot tweede lid vernummerde derde lid wordt «tweede lid» vervangen door: eerste lid.

4. In de aanhef van het tot vierde lid vernummerde vijfde lid wordt «tweede lid» vervangen door: eerste lid. Voorts vervalt in onderdeel a de zinsnede «, met dien verstande dat de aangroei die het gevolg is van de aanwending van besparingen en spaarpremies ingevolge een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, en van spaarloon als bedoeld in artikel 32 van die wet ter voldoening van vrijwillig te betalen premies ingevolge een pensioenregeling, buiten aanmerking blijft».

5. In het tot vijfde lid vernummerde zesde lid wordt «vijfde lid» vervangen door: vierde lid.

N. In artikel 3.129, derde lid, onderdeel c, wordt «artikel 3.127, eerste, tweede en derde lid» vervangen door: artikel 3.127, eerste en tweede lid.

O. In artikel 3.130, tweede lid, wordt «artikel 3.127, tweede lid» vervangen door: artikel 3.127, eerste lid.

P. In artikel 3.133, tweede lid, onderdeel k, wordt «artikel 3.127, tweede of derde lid» vervangen door: artikel 3.127, eerste of tweede lid.

Q. Artikel 5.11 vervalt.

R. Artikel 8.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel i wordt de puntkomma vervangen door: en.

2. Aan het slot van onderdeel j wordt de puntkomma vervangen door een punt.

3. De onderdelen k, l en m vervallen.

S. In artikel 8.7, eerste lid, eerste volzin, wordt «, de aanvullende ouderenkorting, de korting voor maatschappelijke beleggingen of de korting voor beleggingen in durfkapitaal» vervangen door: of de aanvullende ouderenkorting. Voorts wordt in de tweede volzin «, de aanvullende ouderenkorting, de korting voor maatschappelijke beleggingen en de korting voor beleggingen in durfkapitaal» vervangen door: en de aanvullende ouderenkorting.

T. In artikel 8.9, eerste lid, wordt «, combinatiekorting en toetrederskorting» vervangen door: «en combinatiekorting». Voorts wordt «, de combinatiekorting en de toetrederskorting.» vervangen door: en de combinatiekorting.

U. Het in artikel 8.10, tweede lid, vermelde bedrag wordt verhoogd met € 50.

V. Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, genoemde percentage wordt vervangen door: 10,7%.

2. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 119.

3. Het in het derde lid, onderdeel a, genoemde percentage wordt vervangen door: 13,7%.

4. Het in het derde lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 119.

5. Het in het derde lid, onderdeel b, genoemde percentage wordt vervangen door: 16,7%.

6. Het in het derde lid, onderdeel b, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 119.

7. Het in het derde lid, onderdeel c, genoemde percentage wordt vervangen door: 19,6%.

8. Het in het derde lid, onderdeel c, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 119.

W. Het in artikel 8.17, tweede lid, vermelde bedrag wordt verhoogd met € 46.

X. Het in artikel 8.18, tweede lid, vermelde bedrag wordt verlaagd met € 24.

Y. De artikelen 8.19 en 8.20 vervallen.

Z. Artikel 8.21 vervalt.

AA. Artikel 9.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel a. Voorts worden de onderdelen b, c, d, e, f en g verletterd tot respectievelijk a, b, c, d, e en f.

2. In het tweede lid vervallen, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel f door een punt, de onderdelen g, h en i.

AB. In artikel 10.1, eerste volzin, wordt als volgt gewijzigd:

1. «3.48, 3.52a, 3.68» wordt vervangen door: 3.48, 3.68.

2. «3.77, 3.86, 3.87» wordt vervangen door: 3.77, 3.87.

3. «8.18, 8.21, derde lid» wordt vervangen door: 8.18.

AC. Voor de kalenderjaren 2003 en 2004 wordt artikel 10.7 vervangen door:

Artikel 10.7 Indexering inkomensgrens en percentage arbeidskorting

1. Bij het begin van het kalenderjaar worden het in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, vermelde percentage en het in artikel 8.11 tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, vermelde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door respectievelijk een ander percentage en een ander bedrag.

2. Het percentage in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, wordt berekend door het in dat onderdeel genoemde bedrag na toepassing van artikel 10.1 te delen door het volgens het derde lid berekende bedrag.

3. Het bedrag in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, wordt gesteld op 50% van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie volgens de Werkloosheidswet en vermeerderd met het werkgeversaandeel in de premie volgens de Ziekenfondswet.

4. Indien volgens een van de sociale-verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het derde lid het percentage in aanmerking genomen dat wordt vastgesteld krachtens artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

5. Het volgens het tweede lid berekende percentage wordt rekenkundig afgerond op drie decimalen.

AD. Artikel 10.7a vervalt.

AE. Artikel 10.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt. Het tweede tot en met vijfde lid worden vernummerd tot respectievelijk eerste tot en met vierde lid.

2. In het tot derde lid vernummerde vierde lid wordt «tot en met het derde lid» vervangen door: en tweede lid.

3. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid wordt «zonder inachtneming van het eerste en het tweede lid» vervangen door: zonder inachtneming van het eerste lid.

ARTIKEL II

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt per 1 januari 2004 als volgt gewijzigd:

Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 51.

2. De in het derde lid genoemde bedragen worden elk verhoogd met € 51.

ARTIKEL III

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt per 1 januari 2005 als volgt gewijzigd:

Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 46.

2. De in het derde lid genoemde bedragen worden elk verhoogd met € 46.

ARTIKEL IV

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt per 1 januari 2006 als volgt gewijzigd:

Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 47.

2. De in het derde lid genoemde bedragen worden elk verhoogd met € 47.

ARTIKEL V

Hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel I, onderdeel Ra, eerste lid, wordt «artikel 3.127, derde lid» vervangen door: artikel 3.127, tweede lid.

B. In artikel I, onderdeel AV, wordt «5.13, 5.14 en 8.19» vervangen door: 5.13 en 5.14.

ARTIKEL VI

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel i, vervalt de zinsnede «en de in artikel 31, tweede lid, onderdeel g,».

2. In het eerste lid vervalt onderdeel p. Voorts worden de onderdelen q tot en met s verletterd tot respectievelijk p tot en met r.

3. In het zesde lid wordt «onderdeel s» vervangen door: onderdeel r.

B. Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «2 percent» vervangen door: 1,75 percent (opbouwpercentage).

2. In het tweede lid wordt «2,25 percent» vervangen door: 2 percent (opbouwpercentage).

3. In het derde lid wordt «35 jaren» vervangen door: 40 jaren.

4. In het zesde lid wordt «2 percent» vervangen door: 1,75 percent.

C. Artikel 18b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «1,4 percent» vervangen door: 1,23 percent.

2. In het tweede lid wordt «1,58 percent» vervangen door: 1,4 percent.

D. Artikel 18c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «0,28 percent» vervangen door: 0,25 percent.

2. In het tweede lid wordt «0,32 percent» vervangen door: 0,28 percent

E. In artikel 20a, eerste lid, wordt de tarieftabel vervangen door:

Bij een belastbaar loon van meer danmaar niet meer danbedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat
IIIIIIIV
€ 15 8831,70%
€ 15 883€ 28 850€   2706,75%
€ 28 850€ 49 464€ 1 145  42%
€ 49 464€ 9 802  52%

F. Het in artikel 22, tweede lid, vermelde bedrag wordt verhoogd met € 49.

G. Artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, genoemde percentage wordt vervangen door: 10,7%.

2. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 119.

3. Het in het derde lid, onderdeel a, genoemde percentage wordt vervangen door: 13,7%.

4. Het in het derde lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt verhoogd met: € 119.

5. Het in het derde lid, onderdeel b, genoemde percentage wordt vervangen door: 16,7%.

6. Het in het derde lid, onderdeel b, genoemde bedrag wordt verhoogd met: € 119.

7. Het in het derde lid, onderdeel c, genoemde percentage wordt vervangen door: 19,6%.

8. Het in het derde lid, onderdeel c, genoemde bedrag wordt verhoogd met: € 119.

H. Het in artikel 22b, tweede lid, vermelde bedrag wordt verhoogd met € 46.

I. Het in artikel 22c, tweede lid, vermelde bedrag wordt verlaagd met € 24.

J. Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervallen de onderdelen f en g. De puntkomma aan het slot van onderdeel e wordt vervangen door een punt.

2. In het derde lid vervalt onderdeel c. De puntkomma aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een punt.

3. Het zevende en het achtste lid vervallen. Het negende lid wordt vernummerd tot zevende lid.

K. Artikel 31a vervalt.

L. Artikel 32 vervalt.

M. In artikel 38b wordt «1 juni 2004» vervangen door: 1 januari 2005.

N. Na artikel 38b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 38c

Voor op 31 december 2002 bestaande pensioenregelingen blijven tot 1 januari 2005 de artikelen 18a, 18b en 18c zoals die luidden op 31 december 2002 van toepassing.

ARTIKEL VII

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt per 1 januari 2004 als volgt gewijzigd:

Artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 51.

2. De in het derde lid genoemde bedragen worden elk verhoogd met € 51.

ARTIKEL VIII

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt per 1 januari 2005 als volgt gewijzigd:

Artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 46.

2. De in het derde lid genoemde bedragen worden elk verhoogd met € 46.

ARTIKEL IX

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt per 1 januari 2006 als volgt gewijzigd:

Artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het in het tweede lid, derde volzin, genoemde bedrag wordt verhoogd met € 47.

2. De in het derde lid genoemde bedragen worden elk verhoogd met € 47.

ARTIKEL X

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

Na het vierde lid wordt, onder vernummering van het vijfde tot en met tiende lid, tot respectievelijk zesde tot en met elfde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

5. Voor de toepassing van artikel 3.29a van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt voor een met de belastingplichtige verbonden persoon gelezen: een met de belastingplichtige verbonden lichaam in de zin van artikel 10a, vierde lid.

ARTIKEL XI

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervallen de onderdelen e en g.

2. In het eerste lid, onderdeel n, vervalt: «, alsmede daaraan voorafgaand in Nederland verricht haalbaarheidsonderzoek».

3. In het eerste lid vervalt onderdeel p.

4. Het vierde lid, onderdeel a, wordt vervangen door:

a. artikel 6 in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;.

B. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervallen de onderdelen b en f.

2. In het tweede lid vervalt «, de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof».

3. In het derde lid vervalt «De afdrachtvermindering langdurig werklozen,». Voorts wordt «de afdrachtvermindering onderwijs» vervangen door: De afdrachtvermindering onderwijs.

C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. de afdrachtvermindering lage lonen per kalenderjaar: € 1629;

2. In het eerste lid vervalt onderdeel b.

3. Het vierde lid vervalt.

D. Artikel 7 komt te luiden:

De afdrachtvermindering lage lonen is van toepassing met betrekking tot de werknemer die de leeftijd heeft bereikt van 23 jaren en wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen bedraagt per kalenderjaar: € 17 576.

E. Hoofdstuk IV vervalt.

F. Artikel 15a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de derde volzin. Voorts wordt in de derde volzin (voorheen vierde volzin) «De afdrachtvermindering wordt tevens verhoogd met 7 percent» vervangen door: De afdrachtvermindering wordt verhoogd met 7 percent.

2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde tot en met het zevende lid in respectievelijk derde tot en met zesde lid.

3. In het tot derde lid vernummerde vierde lid wordt de tweede volzin vervangen door: Bij ministeriele regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van de eerste volzin.

G. Hoofdstuk VIA vervalt.

H. In artikel 21, tweede lid, eerste volzin, wordt: «het in het eerste lid vermelde percentage van 40 vervangen door 70» vervangen door: het in het eerste lid vermelde percentage van 40 vervangen door 60.

I. Artikel 30, zesde lid vervalt.

J. Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

1. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in artikel 14, tweede lid, vermelde toetsloon vervangen door een ander toetsloon.

2. Het tweede en het vierde tot en met zesde lid vervallen. Voorts worden het derde en het zevende lid vernummerd tot respectievelijk tweede en derde lid.

3. In het tot tweede vernummerde derde lid wordt «De in de artikelen 8, eerste lid, tweede volzin, onderdeel a, en 14 vermelde toetslonen worden» vervangen door: Het in artikel 14, tweede lid, vermelde toetsloon wordt.

4. In het tot derde vernummerde zevende lid wordt «voor de toepassing van het tweede tot en met zesde lid» vervangen door: voor de toepassing van het tweede lid.

K. Artikel 33 wordt vervangen door:

Artikel 33

Indien naar de regels van de wet zoals die luidden op 31 december 2002 een inhoudingsplichtige met betrekking tot een op die datum bij hem in dienstbetrekking zijnde werknemer de afdrachtvermindering langdurig werklozen geniet, blijft ten aanzien van die inhoudingsplichtige met betrekking tot die werknemer de met ingang van 1 januari 2003 vervallen regeling inzake de afdrachtvermindering langdurig werklozen doorlopen tot uiterlijk 1 januari 2007.

L. Artikel 35 komt te vervallen.

M. Na artikel 41 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 41a

De met ingang van 1 januari 2003 vervallen regeling inzake de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof blijft doorlopen tot uiterlijk 1 januari 2004 met betrekking tot een werknemer die in 2003 ouderschapsverlof geniet waarbij loon wordt doorbetaald krachtens een op 31 december 2002 bestaande:

a. collectieve arbeidsovereenkomst,

b. regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of

c. regeling van de inhoudingsplichtige welke geldt voor ten minste driekwart van de werknemers van de inhoudingsplichtige.

N. In artikel 52 vervallen het eerste en het tweede lid. Voorts worden het derde en het vierde lid vernummerd tot respectievelijk eerste en tweede lid.

ARTIKEL XII

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt per 1 januari 2004 als volgt gewijzigd:

In artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt het in dat onderdeel opgenomen bedrag vervangen door: € 1104.

ARTIKEL XIII

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt per 1 januari 2005 als volgt gewijzigd:

In artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt het in dat onderdeel opgenomen bedrag vervangen door: € 552.

ARTIKEL XIV

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt per 1 januari 2006 als volgt gewijzigd.

A. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel a.

2. In het tweede lid vervalt «De afdrachtvermindering lage lonen,». Voorts wordt «de afdrachtvermindering scholing» vervangen door: De afdrachtvermindering scholing.

B. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel a.

2. Het achtste lid vervalt.

C. In artikel 6, eerste lid, aanhef, vervalt «en achtste».

D. Hoofdstuk III komt te vervallen.

E. In artikel 30a vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL XV

De Wet op belastingen van rechtsverkeer wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 15, eerste lid, onderdeel o, wordt vervangen door:

o. door in Nederland gevestigde lichamen die de bevordering van stedelijke herstructurering ten doel hebben. Deze bepaling is van toepassing in bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen gevallen onder daarbij te stellen voorwaarden;.

ARTIKEL XVI

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 36i wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «het eerste lid, onderdeel d, en het vierde lid» vervangen door: het eerste lid, onderdeel d, het vierde en het zevende lid.

2. Het zesde lid komt te luiden:

6. Voorzover de belastingplichtige met betrekking tot de levering van elektriciteit een specifiek contract heeft gesloten met de verbruiker en beschikt over een met die levering overeenkomende hoeveelheid groencertificaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998, bedraagt het tarief, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van 12 maanden per aansluiting dat:

– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh€ 0,0333;

– hoger is dan 10 000 kWhnihil.

De eerste volzin is niet van toepassing met betrekking tot groencertificaten die zijn geboekt ter zake van elektriciteit die is opgewekt door middel van waterkracht dan wel van elektriciteit uit biomassa die niet als zuivere biomassa wordt aangemerkt.

3. Het zevende lid komt te luiden:

7. Voorzover de belastingplichtige met betrekking tot de levering van stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas een specifiek contract heeft gesloten met de verbruiker, bedraagt het tarief, in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van 12 maanden per aansluiting dat:

– niet hoger is dan 5000 m3, per m3€ 0,0453;

– hoger is dan 5000 m3nihil.

4. In het negende lid wordt «eerste lid, onderdelen d en e,» vervangen door: eerste lid, onderdelen d en e, het vierde, het zesde en het zevende lid.

5. In het tiende lid, wordt «het tarief, bedoeld in het zesde lid, wordt toegepast» vervangen door: de tarieven, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden toegepast.

B. In artikel 36j, eerste lid, wordt «€ 142» vervangen door: € 176.

C. In hoofdstuk Va vervallen de afdelingen 8, 9, 11 en 13.

D. Artikel 37a komt te luiden:

Artikel 37a

De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 9, eerste en derde lid, 10, 11g, 18, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 27, eerste lid, onderdelen a tot en met k, en achtste lid, 36i, eerste lid, onderdelen a tot en met e, zesde, zevende en achtste lid, vermelde bedragen.

ARTIKEL XVII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2004 als volgt gewijzigd:

Het in artikel 36j, eerste lid, genoemde bedrag wordt vervangen door: € 179.

ARTIKEL XVIII

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2005 als volgt gewijzigd:

Het in artikel 36j, eerste lid, genoemde bedrag wordt vervangen door: € 181.

ARTIKEL XIX

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd:

Het in artikel 36j, eerste lid, genoemde bedrag wordt vervangen door: € 182.

ARTIKEL XX

De Wet tijdelijke fiscale stimulering van de aankoop van schone personenauto's en bestelauto's wordt ingetrokken, met dien verstande dat:

a. het tiende lid van artikel 2 van die wet van toepassing blijft met betrekking tot een op grond van die wet toegepaste vermindering van motorrijtuigenbelasting;

b. op basis van die wet geen vermindering op de motorrijtuigenbelasting wordt toegepast na 31 december 2002.

ARTIKEL XXI

In de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 vervalt hoofdstuk VB, met dien verstande dat:

a. het vijfde tot en met het zevende lid van artikel 35a van die wet van toepassing blijven met betrekking tot een op grond van dat artikel verleende teruggaaf van belasting;

b. op basis van dat artikel geen teruggaaf van belasting wordt verleend na 31 december 2002.

ARTIKEL XXII

In de wet van 14 december 2000 tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. in verband met de tweede tranche van het ondernemerspakket 2001 (Wet ondernemerspakket 2001) (Stb. 567) vervallen artikel I, onderdeel N, artikel II, onderdeel B, eerste lid, en artikel XV, zevende lid.

ARTIKEL XXIII

In de wet van 14 december 2000 tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2001) (Stb. 569) wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel I, onderdeel I, vervalt.

B. Artikel XI, onderdeel F.3, vervalt.

C. De in artikel XI, onderdeel O, opgenomen afdeling 12 van hoofdstuk Va van de Wet belastingen op milieugrondslag vervalt.

D. Artikel XIX wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «onderdelen E, I, R» vervangen door: onderdelen E, R.

2. In het vierde lid wordt «onderdelen C, F.3 en de in onderdeel O opgenomen afdeling 12 van hoofdstuk Va van de Wet belastingen op milieugrondslag» vervangen door: onderdeel C.

ARTIKEL XXIV

De wet van 14 december 2001 tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002-III Natuur, milieu en vervoer) (Stb. 642) wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel III, onderdeel N, vervalt.

B. Artikel III, onderdeel O, vervalt.

C. Artikel IXC wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt «Voor het kalenderjaar 2002» gewijzigd in: Voor de kalenderjaren 2002 en 2003.

2. In onderdeel B wordt «Voor het kalenderjaar 2002» gewijzigd in: Voor de kalenderjaren 2002 en 2003.

3. In onderdeel C wordt «Voor het kalenderjaar 2002» gewijzigd in: Voor de kalenderjaren 2002 en 2003.

4. In onderdeel D wordt «Voor het kalenderjaar 2002» gewijzigd in: Voor de kalenderjaren 2002 en 2003.

5. De onderdelen E, F, G en H vervallen.

D. Artikel X, zevende lid, komt te luiden:

7. In afwijking van het eerste lid treedt artikel III, onderdeel J, tweede lid, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.

ARTIKEL XXV

De Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel g, vervalt «i,».

2. In het eerste lid vervallen de onderdelen i, s en v.

3. In het eerste lid, onderdeel w, wordt «bij de gelegenheden, bedoeld in onderdeel v;» vervangen door: ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de werkgever, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer;

4. Het vijfde tot en met het zevende lid en het twaalfde lid vervallen. Het achtste tot en met elfde lid wordt vernummerd tot vijfde tot en met achtste lid.

B. Na artikel 18f wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18g

1. Artikel 6, eerste lid, onderdelen g en i, zoals deze bepalingen luidden op 31 december 2002, blijven tot en met het kalenderjaar 2007 van toepassing op aanspraken op spaarpremies en op na 31 december 2002 toegekende spaarpremies of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van voor 1 januari 2003 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002.

2. Artikel 13 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op toegekende of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van in het kalenderjaar 2002 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 6, vijfde, zesde en zevende lid, zoals die leden luidden op 31 december 2002.

3. Artikel 22 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op in het kalenderjaar 2002 gespaard loon op de voet van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 6, twaalfde lid, zoals dat lid luidde op 31 december 2002.

4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.

ARTIKEL XXVI

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 6, eerste lid, onderdeel h, vervalt. Voorts wordt onderdeel i verletterd tot onderdeel h.

B. Na artikel 23 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 23a

Artikel 6, eerste lid, onderdeel h, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2002, blijft tot en met het kalenderjaar 2007 van toepassing op na 31 december 2002 toegekende spaarpremies of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van voor 1 januari 2003 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002.

ARTIKEL XXVII

A. Overgangsrecht inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

1. Voor de toepassing van artikel 3.29a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een onroerende zaak gesteld op de aanschaffings- of voortbrengingskosten verminderd met de daarop tot 1 januari 2003 op de voet van artikel 3.30 tot en met 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de daarmee vergelijkbare artikelen van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, gepleegde afschrijvingen.

2. Op een onroerende zaak als bedoeld in artikel 3.29a van de Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking waartoe voor 1 januari 2003 voor de verwerving of verbetering verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt, is artikel 3.39 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet van toepassing.

B. Overgangsrecht inkomstenbelasting

Artikel 3.127, tweede lid, tweede volzin, en vijfde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals die artikelonderdelen luidden op 31 december 2002, blijven van toepassing met betrekking tot opnemingen daarna van spaarpremies en van voor 31 december 2002 gespaarde gelden ingevolge aldaar aangeduide regelingen ter voldoening van vrijwillig te betalen premies ingevolge een pensioenregeling.

C. Overgangsrecht inkomstenbelasting 2003

Artikel 5.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, blijft in het kalenderjaar 2003 van toepassing op:

a. bezittingen wegens in het kalenderjaar 2002 ingehouden besparingen, die worden aangehouden ingevolge een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, en

b. bezittingen wegens in het kalenderjaar 2002 gespaard loon, die worden aangehouden ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002.

D. Overgangsrecht inkomstenbelasting tot en met 2005

1. Voor de belastingplichtige die voor het kalenderjaar 2002 in aanmerking komt voor de eerste tranche van de toetrederskorting als bedoeld in artikel 8.21 Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit artikel luidde in dat kalenderjaar, blijven voor de kalenderjaren 2003 en 2004 de artikelen 1.7a, derde lid, 8.2, onderdeel m, 8.9, eerste lid, 8.21 en 9.3, tweede lid, onderdeel i, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2002, van toepassing.

2. Voor de belastingplichtige die voor het kalenderjaar 2002 nog niet in aanmerking komt voor de eerste tranche van de toetrederskorting als bedoeld in artikel 8.21 Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit artikel luidde in dat kalenderjaar, omdat deze belastingplichtige niet in het kalenderjaar 2002, maar pas in het kalenderjaar 2003 aan de in het eerste lid, aanhef, van dat artikel opgenomen zesmaandseis voldoet of aan de in het eerste lid, onderdeel e, van dat artikel opgenomen inkomenseis voldoet, blijven voor de kalenderjaren 2003, 2004 en 2005 de artikelen 1.7a, derde lid, 8.2, onderdeel m, 8.9, eerste lid, 8.21 en 9.3, tweede lid, onderdeel i, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2002, van toepassing.

E. Overgangsrecht loonbelasting tot en met 2007

Artikel 11, eerste lid, onderdeel i, alsmede artikel 31, tweede lid, onderdeel g, en derde lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals die artikelonderdelen luidden op 31 december 2002, blijven tot en met het kalenderjaar 2007 van toepassing op aanspraken op spaarpremies en op na 31 december 2002 toegekende spaarpremies of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van voor 1 januari 2003 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 2002.

F. Overgangsrecht loonbelasting 2003

1. Artikel 13 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, zoals dit artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op toegekende of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van in het kalenderjaar 2002 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 2002.

2. Artikel 22 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, zoals dit artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op in het kalenderjaar 2002 gespaard loon op de voet van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dit artikel luidde op 31 december 2002.

3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het in dit onderdeel opgenomen overgangsrecht.

ARTIKEL XXVIII

Ingeval de samenloop van wetten die in 2002 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in één of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, herstelt Onze Minister van Financiën dat bij ministeriële regeling.

ARTIKEL XXIX

Artikel 3.52, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is niet van toepassing op een op grond van artikel 3.52, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, van die wet vastgestelde ministeriële regeling die met ingang van 1 januari 2003 voorziet in:

a. afschaffing van de willekeurige afschrijving op investeringen op het continentaal plat;

b. afschaffing van de willekeurige afschrijving op investeringen in immateriële activa;

c. afschaffing van de willekeurige afschrijving op investeringen in nieuwe gebouwen in aangewezen gemeenten.

ARTIKEL XXX

Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke Referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2003, met dien verstande dat:

a. artikel I, onderdelen B, U, V, W en X, en artikel VI, onderdelen E, F, G, H en I, toepassing vinden nadat artikel 10.1 van de Wet IB 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2003 is toegepast.

b. artikel XVI, onderdeel A, tweede en derde lid, toepassing vindt nadat artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 2003 is toegepast.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,

De Minister van Financiën,