nr. 60
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 22 augustus 2003
Op 25 juni jl. heeft een Algemeen Overleg plaatsgevonden tussen de Vaste
Kamercommissie voor Economische Zaken, de Minister van Economische Zaken en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De Minister van Economische
Zaken heeft toen toegezegd (Kamerstuk 28 600-XIII/26 143, nr. 59,
blz. 8) de vragen over de brief «Bouwstenen voor de Economische Structuurversterking»
schriftelijk te beantwoorden. U treft deze antwoorden aan in de bijlage.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
C. E. G. van Gennip
Vraag Kamerlid Van Dam, PvdA
Zijn de huidige bewindslieden in staat om de rol van architect op zich
te nemen en de losse Bouwstenen te integreren?
Vraag kamerlid Hessels, CDA
Bent u van plan om een actualisering van de Bouwstenenbrief te sturen
en, zo ja, wanneer?
Antwoord
Oorspronkelijk was het de bedoeling om een zogenaamde impulsbrief te sturen,
waarin voorstellen voor investeringspakketten zouden worden gedaan. De Bouwstenenbrief
van 15 april 2002 is opzettelijk geen brief met beleidsvoorstellen of -keuzes
geworden omdat de ongunstige budgettaire situatie het onmogelijk maakte om
tot een uitgebalanceerd investeringspakket te komen. In plaats daarvan heeft
het kabinet ervoor gekozen om een brief te sturen met alleen de bouwstenen
voor een dergelijk investeringspakket. Deze bouwstenen bevatten, nog steeds
bruikbare, informatie over de eerdere investeringsimpulsen, de beleidsopgaven,
de investeringsvoorstellen, de beoordelingen door de planbureaus en de budgettaire
situatie op dat moment.
Uit bovenstaande is op te maken dat de Bouwstenenbrief in zijn uiteindelijke
vorm niet het oorspronkelijke streven was, maar eerder een onvermijdelijke
eindhalte van een intensief voorbereidingsproces voor de nieuwe investeringsimpuls.
In een actualisering van deze brief is dan ook niet voorzien. Over de planning
en voortgang van de in de Bouwstenenbrief opgenomen afzonderlijke investeringsvoorstellen
zult u, indien relevant, separaat worden geïnformeerd door de verantwoordelijke
bewindspersonen.
Het Kabinet is voornemens om begin 2004 in de nota Ruimte een samenhangende
visie neer te leggen op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland in de komende
decennia. Deze nota schept mede het kader voor de ruimtelijk-economische investeringen
op de langere termijn. Met betrekking tot die ruimtelijk-economische investeringen
zullen ook de geprognosticeerde FES-middelen voor de periode na 2010 in beschouwing
moeten worden genomen.
Vraag Kamerlid Van der Laan, D66
Hoe is de situatie nu met betrekking tot de financiële ruimte voor
de vorig jaar ingediende projectvoorstellen?
Antwoord
De budgettaire situatie is op dit moment, zoals bekend, nog steeds zorgelijk.
We zitten in een situatie waarin bezuinigingen en taakstellingen de boventoon
voeren. Hoewel investeringen in de economische structuur ook in deze Kabinetsperiode,
waar mogelijk, moeten worden gedaan, zullen er scherpe keuzes moeten worden
gemaakt. De in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigde herprioritering van het
MIT is hiervan een voorbeeld.
Ook het Fonds Economische Structuurversterking (FES) kan op dit moment
nog niet de helpende hand bieden, omdat het FES zoals in de Bouwstenenbrief
is aangegeven tot en met 2010 geheel is belegd. De middelen die daarná
in het FES zullen stromen hebben nog geen bestemming. Ik vind
het te vroeg om die middelen op dit moment te oormerken voor concrete investeringsprojecten.
In lijn met het vorige antwoord lijkt het wel in de rede te liggen, mede ook
gezien de lange planprocedures van veel investeringsprojecten, dat binnenkort
een begin zou moeten worden gemaakt met de voorbereiding van de toewijzing van deze FES-middelen na 2010.
Desondanks is er het afgelopen jaar toch ook, zij het op bescheiden schaal,
sprake geweest van enkele intensiveringen op het gebied van structuurversterkende
investeringen. Zo is naar aanleiding van het Strategisch Akkoord van het vorige
Kabinet voor de periode tot en met 2006 een totaalbedrag van € 820
mln. vrijgemaakt voor benuttingsmaatregelen op het hoofdwegennet (ZSM I) en
voor externe veiligheid. Voor de periode van 2007 tot en met 2010 komt hiervoor
nog eens een (geëxtrapoleerd) bedrag van € 410 mln. per jaar
beschikbaar.
Daarnaast heeft het huidige Kabinet in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigd
dat het Kwartje van Kok (€ 3,7 mld.) grotendeels zal worden besteed
aan een mix van investeringen en van onderhoud in wegen, vaarwegen en spoorwegen.
Vraag Kamerlid Van der Laan, D66
Waarom hebben zo weinig projectvoorstellen een A gescoord bij de beoordelingen
van de planbureaus? Hoe kan dat worden verbeterd?
Antwoord
Inderdaad heeft slechts 10% van de ingediende voorstellen een A-score
(«robuust») toebedeeld gekregen. Ik zie twee redenen die aan dit
bescheiden percentage ten grondslag liggen.
Om te beginnen worden de voorstellen aan een strenge toets onderworpen.
De planbureaus bekijken de voorstellen zeer kritisch op basis van o.a. de
volgende beoordelingscriteria:
• Legitimiteit van overheidsoptreden;
• Effectiviteit van de maatregel;
• Efficiëntie (verhouding tussen maatschappelijke kosten en
maatschappelijke baten);
• Onzekerheden (bijv. wat betreft effecten of kosten);
• Proceskenmerken;
• Mogelijke alternatieven.
Hierin kan een gedeeltelijke verklaring voor het kleine percentage A-scores
worden gevonden.
Ik constateer ook dat er maar liefst 400 voorstellen zijn ingediend. Dat
is aan de hoge kant. Achteraf bezien was het aantal vrijheidsgraden voor de
indieners (departementen en landsdelen) wellicht wat te groot. Dit kan een
tweede reden zijn dat zich tussen deze voorstellen ook een groot aantal minder
voldragen projecten bevond. Bij een eventuele volgende investeringsimpuls
zullen we de procedure dan ook zó moeten inrichten dat de «controle
bij de poort» voldoende is om het percentage A-scores te verhogen. Daarmee
kan het proces ook efficiënter worden gemaakt.
Overigens geven zowel het rapport van de planbureaus als het (daaraan
als bijlage toegevoegde) oordeel van de wetenschappelijke klankbordgroep aanbevelingen
om tot betere projectvoorstellen te komen.
Ik hecht er tenslotte wel aan om te benadrukken dat bijna 45% van de voorstellen
een B-score («opwaardeerbaar») heeft gekregen. Dit betekent dat
deze projecten op de meeste criteria positief scoren, maar op onderdelen
nog herformulering en/of aanscherping behoeven. Dit betekent dat in totaal
meer dan de helft van de projectvoorstellen van een voldoende tot uitstekend
kwaliteitsniveau zijn.