nr. 113
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2003
Op 8 april 2003 heeft u de motie met kenmerk 28 600 XII en 28 600
A nr. 95 van het lid Van Haersma Buma c.s. aangenomen. Bij deze informeer
ik u over op welke wijze ik met deze motie om ga.
Motie
In de motie:
• verzoekt u de regering in elk geval € 25 mln van het
pakket van de brief van 25 maart 2003 nog in 2003 te beschikken zodat realisatie
van al deze voorzieningen alsnog mogelijk wordt;
• verzoekt u de regering de projecten die dit jaar kunnen worden
gerealiseerd, doorgang te laten vinden door in ieder geval gebruik te maken
van de aangeboden voorfinanciering door decentrale overheden;
• verzoekt u de regering tevens te bewerkstelligen dat er een eventuele
leenfaciliteit wordt gerealiseerd waaruit de overige benodigde bedragen kunnen
worden voorgefinancierd, dan wel gebruik te maken van andere vrije bestedingsruimte
in dit begrotingsjaar.
Naar aanleiding van de door u aangenomen motie verwacht ik binnen een
maand de beschikkingen voor de bouw van de stations Tilburg Reeshof, Almere
Oostvaarders en de perronverlengingen van de HSL-Oost kopgroep af te kunnen
geven. De besluitvorming over de andere projecten is aan het volgende kabinet.
Een toelichting op dit standpunt treft u hieronder aan.
Leenfaciliteit en onderuitputting 2003
Tijdens ons overleg over het onderhavige onderwerp op 12 en 26 maart 2003
heb ik u reeds toegelicht dat de mogelijkheid van een leenfaciliteit en het
gebruik maken van de vrije bestedingsruimte reeds een aantal keren besproken
is met mijn collega's. Dit heeft geleid tot de conclusie dat van de door u
voorgestelde financieringswijze geen gebruik kan worden gemaakt ter dekking
van de realisatie van de aangegeven projecten. Overleg in het
kabinet naar aanleiding van uw motie heeft niet geleid tot andere inzichten.
Voorfinanciering
Van de decentrale overheden heb ik voorstellen voor voorfinanciering ontvangen
van de gemeenten Houten, Almere en Tilburg en van een gezamenlijk voorstel
van het bestuur van de regio Utrecht, de provincie Utrecht en de gemeente
Utrecht (regio Utrecht).
• Almere Oostvaarders.
Het aanbod van de gemeente Almere betreft de voorfinanciering van het
gehele bedrag dat noodzakelijk is voor de bouw van het station. Het kabinet
heeft, in lijn met uw motie, besloten gebruik te maken van dit aanbod en alsnog
een beschikking af te geven voor de realisatie van dit project.
• Tilburg Reeshof.
Het aanbod van de gemeente Tilburg betreft de voorfinanciering van het
gehele bedrag dat noodzakelijk is voor de bouw van het station. Het kabinet
heeft, in lijn met uw motie, besloten gebruik te maken van dit aanbod en alsnog
een beschikking af te geven voor de realisatie van dit project.
• Houten-Houten Castellum.
De beschikking voor Houten-Houten Castellum betreft een meerjarige verplichting
van € 105 mln. Het aanbod van de gemeente Houten betreft het voorstel
een deel van de gereserveerde middelen voor het realiseren van twee onderdoorgangen
te gebruiken voor de spoorverdubbeling in Houten. Daarmee is slechts een paar
miljoen van de benodigde € 105 mln voorgefinancierd. Het huidige
demissionaire kabinet heeft daarom besloten deze beschikking niet meer af
te geven, mede gezien het meerjarige en grote beslag dat het afgeven van deze
beschikking heeft op de begroting van de komende jaren. De 4-sporigheid Houten-Houten
Castellum inclusief VINEX station (€ 105 mln) is ook vanuit spoorcapaciteit
prioritair en reeds in de Begroting 2003 in het realisatieprogramma opgenomen.
Definitieve besluitvorming over dit project en de uitvoeringsperiode zullen
na verwerking van de financiële kaders van het hoofdlijnenakkoord bij
de begrotingsvoorbereiding 2004 worden betrokken.
• Perronverleningen HSL-Oost kopgroep.
De regio Utrecht heeft bij brief gemeld dat de regionale partijen bereid
zijn enkele projecten voor te financieren. In de brief wordt ingegaan op de
projecten Vleuten-Utrecht-Geldermalsen en de HSL-Oost. Voor wat betreft Vleuten-Utrecht-Geldermalsen
geeft de regio aan de hoogste prioriteit te geven aan de beschikking Houten-Houten
Castellum. Ten aanzien van deze laatste beschikking verwijs ik naar bovenstaande
passage. Voor wat betreft de HSL-Oost heb ik in de brief van 25 maart 2003
en onze bespreking van 26 maart 2003 reeds aangegeven dat de kopgroep-maatregelen
te splitsen zijn in een deelbeschikking voor de perronverlengingen en een
deelbeschikking voor de andere maatregelen.
De geplande activiteiten voor 2003 betroffen de perronverleningen. Het
gaat daarbij om een bedrag van € 5,7 mln voor de jaren 2003–2004.
Naar aanleiding van de brief van de regio heb ik overleg gevoerd. Daarbij
heeft het Bestuur Regio Utrecht aangegeven de perronverleningen van de kopgroep
HSL-Oost te willen voorfinancieren. Het kabinet heeft, in lijn met uw motie,
besloten gebruik te maken van dit aanbod en alsnog een beschikking af te geven
voor de realisatie van dit project.
Zoals u kunt opmaken uit mijn brief, is in de afgelopen weken veel werk
verzet om aan de wensen van de Kamer tegemoet te komen. Met het afgeven van
de beschikkingen voor Almere Oostvaarders, Tilburg Reeshof en de perronverleningen
in het project HSL-Oost, waarmee in totaal een bedrag gemoeid is van € 15,3
mln is gemoeid, spreek ik de hoop uit dat nog in 2003 kan worden begonnen
met het in uitvoering nemen van deze projecten.
Tot slot het project Arnhem 4e perron. Er is sprake van een nauwe samenhang
tussen dit project en het Nieuwe Sleutelproject Arnhem. Ten behoeve van de
verbreding en verlenging van de voetgangerstunnel, de direct noodzakelijke
werkzaamheden aan de Zijpse Poort en de te treffen maatregelen voor de verlegging
van de Amsterdamse weg, zal ik een subsidie verlenen van ten hoogste € 35
miljoen. Deze beschikking zal op korte worden afgegeven. Het uitgavenritme
wordt mede bepaald aan de hand van de herijking op basis van het regeerakkoord
in de begrotingsvoorbereiding 2004. In het kader van de visie Betrouwbaar
Benutten Spoor zal – uitgaande van het onderkende belang – door
de regering worden bezien op welke manier en op welk moment de aanleg van
het vierde perron en de vrije kruising West mogelijk kan worden gemaakt.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
R. H. de Boer