Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2002-2003
Kamerstuk 28600-X nr. 2

Gepubliceerd op 2 oktober 2003



28 600 X
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2003

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

. Inhoudsopgave blz
   
A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel2
   
B.De begrotingstoelichting3
   
1.Leeswijzer4
   
2.Het beleid9
2.1.A. Beleidsagenda9
 B. Beleidsprogramma32
2.2.De beleidsartikelen39
 Inleiding tot de beleidsartikelen39
 Beleidsartikel 01 Koninklijke marine41
 Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht59
 Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht83
 Beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee100
 Beleidsartikel 09 Uitvoeren vredesoperaties112
 Beleidsartikel 10 Civiele taken120
 Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking126
2.3.De niet-beleidsartikelen132
 Niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht132
 Niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven143
 Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien144
 Niet-beleidsartikel 90 Algemeen146
   
3.De bedrijfsvoering152
   
4.Baten-lastendiensten157
4.1Defensie Telematica Organisatie157
4.2Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen165
   
5.Bijlagen173
 Bijlage 1: Verdiepingsbijlage174
 Bijlage 2: Moties en toezeggingen194
 Bijlage 3: Overzicht wetgeving en circulaires198
 Bijlage 4: Aanstellingsbehoefte199
 Bijlage 5: Meerjarenramingen200
 Bijlage 6: Ramingskengetallen en volumegegevens217
 Bijlage 7: Conversielijst237
 Bijlage 8: Trefwoordenregister239
 Bijlage 9: Lijst van afkortingen240

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Defensie voor het jaar 2003 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2003. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2003.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2003 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingen baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en- ontvangsten van de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO) en de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) voor het jaar 2003 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B van deze memorie van toelichting (de begrotingstoelichting) en wel in de paragraaf inzake de baten-lastendiensten.

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van het bepaalde in artikel 25a, derde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State.

De Minister van Defensie,

A. H. Korthals

B. DE BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

2. Het beleid

2.1. De beleidsagenda

2.2. De beleidsartikelen

2.3. De niet-beleidsartikelen

3. De bedrijfsvoering

4. Baten-lastendiensten

5. Bijlagen

1. LEESWIJZER

1.1 Algemeen

De evaluatie van de beleidsbegroting 2002 en het hierover gevoerde overleg met de Kamer vormt de basis van de beleidsbegroting 2003. De indeling van de begroting 2002 blijft naar aanleiding van de wens van de Kamer grotendeels gehandhaafd. Wel zijn met inachtneming van de Rijksbegrotingsvoorschriften enkele aanpassingen doorgevoerd, welke voornamelijk leiden tot een verbeterd onderscheid tussen de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen.

1.2 Indeling van de beleidsbegroting 2003

De begroting 2003 is opgebouwd uit een begrotingsstaat, een beleidsparagraaf, een bedrijfsvoeringsparagraaf, een paragraaf inzake de baten-lastendiensten en de bijlagen. De beleidsparagraaf bevat de beleidsagenda waarin de beleidsprioriteiten van Defensie voor 2003 worden belicht. Deze beleidsprioriteiten of speerpunten zijn verder uitgewerkt bij de beleidsartikelen waarin een relatie wordt gelegd tussen de doelstellingen (wat wil Defensie bereiken?), de activiteiten (wat gaat Defensie daarvoor doen?) en de middelen (wat kost Defensie dat?).

De indeling van de beleidsbegroting is nog steeds inputgeoriënteerd, dat wil zeggen dat de uitgaven welke worden gedaan voor het instandhouden (qua materieel, personeel maar ook geoefendheid) van de vier krijgsmachtdelen afzonderlijk worden geraamd. Daarnaast worden onder afzonderlijke beleidsartikelen geraamd de uitgaven die extra worden gedaan voor inzet ten behoeve van het uitvoeren van vredesoperaties (beleidsartikel 09 Uitvoeren vredesoperaties), de inzet van eenheden voor het uitvoeren van civiele taken en hulp aan civiele autoriteiten (beleidsartikel 10 Civiele taken). Tenslotte worden onder het beleidsartikel 11 Internationale samenwerking de bijdragen aan de Navo en de extra uitgaven in het kader van het Europese Veiligheids- en Defensie Beleid geraamd.

De uitgaven voor de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), Wetenschappelijk Onderzoek en Ontwikkeling (WOO), Pensioenen en uitkeringen en Ziektekostenverzekering Defensiepersoneel zijn indirecte apparaatsuitgaven en gekoppeld aan meerdere beleidsdoelstellingen. Ze zijn daarom begroot onder het niet-beleidsartikel Algemeen.

Omdat de activiteiten van het Defensie Interservice Commando (Dico) worden verricht ten behoeve van verschillende beleidsartikelen en een bedrijfsmatig karakter hebben worden de hiervoor benodigde gelden geraamd in een niet-beleidsartikel «Ondersteuning krijgsmacht». Het onderscheiden van de bedrijfsmatige activiteiten past in de ontwikkeling naar de invoering van het, door het ministerie van Financiën verder gestalte te geven, Eigentijds Begrotingsstelsel (EBS). Door de ondersteunende activiteiten waar mogelijk op te delen naar «afnemers» verbetert het inzicht in de relatie tussen middelen, activiteiten en operationele doelen.

In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt het groeitraject voor de mededeling over de bedrijfsvoering toegelicht en aandacht besteed aan de verdere verbetering van het financieel- en materieel beheer, de informatievoorziening en de uitvoering van de projecten VBTB en EBS. De paragraaf inzake de baten-latendiensten presenteert de gegevens van de Defensie Telematica Organisatie (DTO) en de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T).

Het aantal bijlagen is, net als in 2002, op verzoek van de Kamer fors groter dan is voorgeschreven in de Rijksbegrotingsvoorschriften. Zo zijn naast de verplichte overzichten «Verdiepingsbijlage» en «Moties en toezeggingen» ook de overzichten «Wetgevingsprojecten», «Aanstellingsbehoefte», «Ramingkengetallen», «Meerjarenramingen», een lijst met «Afkortingen» en een trefwoordenlijst opgenomen. Tenslotte is toegevoegd een conversie-overzicht, waarmee wordt aangegeven uit welke onderdelen van de begrotingsartikelen 2002 de nieuwe beleids- en niet-beleidsartikelen zijn opgebouwd.

1.3. Defensie VBTB-groeiparagraaf

In de begroting 2003 is bij de beleidsartikelen een VBTB-groeiparagraaf opgenomen. Hierin wordt ingegaan op de specifieke ambities en activiteiten voor het betreffende beleidsartikel. Omdat een aantal onderwerpen defensiebreed wordt aangepakt, is hierna deze defensiebrede groeiparagraaf opgezet.

Omdat, op verzoek van de Kamer, de voorliggende artikelindeling nog grotendeels inputgeörienteerd is, zal voor de begroting 2004 nogmaals worden bezien welke mogelijkheden bestaan de defensiebegroting in te delen conform de VBTB-uitgangspunten. Bij de verdere uitwerking van de begrotingsindeling zal de hieraan gekoppelde interne verantwoordelijkheidsverdeling in kaart worden gebracht en de relatie tussen doelstellingen, activiteiten en middelen verder zijn verbeterd.

In aansluiting op het VBTB-project wordt de systematiek van toerekening van uitgaven aan doelstellingen in samenhang met het project Eigentijds Begrotingsstelsel (EBS) vorm gegeven. Binnen deze kaders wordt de toerekening van uitgaven aan doelstellingen per beleidsartikel nader uitgewerkt. De precieze uitwerking zal per beleidsartikel verschillen maar voor de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht zal worden gestreefd naar kosteninzicht per (samengevoegde) categorie van wapensysteem of eenheid, zoals vastgelegd in de doelstellingenmatrix. Naast de bij wet geautoriseerde uitgaven (of kosten) zal extracomptabel worden aangegeven welke uitgaven aan de onderscheiden categorieën uit de doelstellingenmatrix zijn toe te rekenen. Voorzien wordt dat in de toekomst alle uitgaven van het eigen beleidsartikel, met uitzondering van de apparaatsuitgaven, zinvol en éénduidig worden toegerekend aan de genoemde categorie uit de doelstellingenmatrix. De apparaatsuitgaven, waarbij gedacht kan worden aan de krijgsmachtdeelstaf, worden niet toegerekend maar separaat zichtbaar gemaakt. In de begroting 2004 zal het artikel ondersteuning krijgsmacht per afnemer extracomptabel worden weergegeven. Tevens zal bij de ondersteunende diensten van de krijgsmachtdelen inzicht worden geboden in de producten per afnemende categorie uit de doelstellingenmatrix en de daaraan gerelateerde uitgaven. Daar waar bij de krijgsmachtdelen in deze begroting nog geen sprake is van inzicht in uitgaven per samengevoegde categorie van wapensystemen of eenheden, zal dit met de ontwerpbegroting 2004 worden doorgevoerd.

Alle beleidsartikelen zullen tenminste eens per vijf jaar worden geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid, conform de RegelingPrestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid. De programmering hiervoor is vermeld bij de beleidsartikelen.

De Tweede Kamer heeft met de moties van Walsem c.s. van 13 december 2000 en van 15 april 2002 de regering gevraagd garanties te geven dat niet-financiële informatie in begroting en jaarverslag betrouwbaar is en hiervoor een normenkader te ontwikkelen. In de Comptabiliteitswet (CW) 2001 zijn eisen geformuleerd ten aanzien van de betrouwbaarheid van de in het jaarverslag opgenomen gegevens. De betrouwbaarheidseisen ten aanzien van de financiële gegevens zijn ten opzichte van de CW 1976 niet gewijzigd. De niet-financiële informatie, zoals deze in de begroting is opgenomen, moet conform de CW 2001 op een deugdelijke wijze totstandkomen en aan daaraan te stellen kwaliteitsnormen voldoen. De verdere invulling van deze eis is afhankelijk van de ontwikkeling van een kwalitatief normenkader voor de niet-financiële informatie. Om de betrouwbaarheid van niet-financiële informatie in het algemeen te kunnen waarborgen worden bij Defensie binnen de reguliere bedrijfsvoering verbeteringen doorgevoerd van de in 2002 totstandgekomen standaard begrippenlijst. Daarnaast zullen in 2003 in het kader van de verbetering van de informatievoorziening de processen worden ingedeeld en benoemd. Ook worden audits uitgevoerd naar de kwaliteit van de informatievoorziening. Er is gestart met het ontwikkelen van geautomatiseerde managementinformatiesystemen voor de defensieleiding en voor de krijgsmachtdelen. Eerste versies hiervan zullen in 2003 verschijnen. Hiermee moet op flexibele, gestructureerde en betrouwbare wijze informatie bijeen worden gebracht als ondersteuning voor het planning- en controlproces. Tenslotte worden alle prestatie-indicatoren, zoals gepresenteerd in de defensiebegroting 2003, systematisch getoetst op volledigheid, relevantie en eenduidigheid en waar nodig verbeterd ten behoeve van de begroting 2004.

In de bedrijfsvoeringsparagraaf is een groeiparagraaf opgenomen ten aanzien van de Mededeling over de Bedrijfsvoering bij Defensie.

1.4 Voortgang projecten in het kader van het Defensiematerieelproces (DMP)

Met ingang van de begroting 2003 is het Materieelprojectenoverzicht (MPO), dat voorheen als bijlage werd gevoegd, geïntegreerd in de Artikelsgewijze toelichting. Daarin vindt u informatie over de lopende niet-gemandateerde DMP-projecten, alsmede de niet-gemandateerde DMP-projecten waarvan wordt voorzien, dat in de periode tot eind 2003 een behoeftestellingsbrief zal worden aangeboden aan de Kamer. Ondanks de integratie van de informatie uit het MPO en de artikelsgewijze toelichting, blijft het MPO als zodanig bestaan. Het is beschikbaar op de internetsite van het ministerie van Defensie (www.mindef.nl).

De informatie in de artikelsgewijze toelichting omvat de doelstelling van het project en de DMP-fasering. Voorts wordt in de inhoudelijke toelichting bij de projecten met name ingegaan op activiteiten en ontwikkelingen die in het begrotingsjaar 2003 worden voorzien. Waar mogelijk en voor zover dit uit commercieel oogpunt toelaatbaar wordt geacht, wordt nadere financiële informatie gegeven over de niet-gemandateerde DMP-projecten indien in de periode van de meerjarenbegroting een verplichting of kasuitgave wordt voorzien. In andere gevallen zal worden volstaan met een indicatieve aanduiding van de financiële projectomvang.

Tevens zijn opgenomen de niet-gemandateerde projecten die in de fase van realisatie verkeren. Voorts is een overzicht opgenomen van de gemandateerde projecten. Hierop is een inhoudelijke toelichting opgenomen indien sprake is van een reële prijsoverschrijding c.q. prijsonderschrijding van meer dan € 2,5 miljoen. Tenslotte zijn opgenomen de vervallen en verschoven projecten, voorzien van een korte toelichting. Een actualisering van de voortgangsinformatie zal worden gegeven bij de eerste suppletore begroting. Hiermee wordt invulling gegeven aan de in de brief over de evaluatie van het Defensiematerieelkeuzeproces gedane toezegging om twee maal per jaar een overzicht te geven van de grote investeringsprojecten.

1.5 Budgetflexibiliteit

De overzichten met betrekking tot de budgetflexibiliteit die zijn opgenomen bij de beleidsartikelen, zijn ten opzichte van de begroting 2002 gewijzigd. Thans wordt slechts ingegaan op de flexibiliteit van de geraamde programma-uitgaven en niet, zoals in de begroting 2002 op de flexibiliteit van de totaal geraamde uitgaven. Over de aanpassing van de wijze waarop de budgetflexibiliteit wordt gepresenteerd, is door de minister van Financiën overleg gevoerd met de Kamer. In lijn met de VBTB-gedachte is, conform de aanwijzingen van de minister van Financiën, bij de beleidsartikelen onderscheid gemaakt tussen apparaatsuitgaven en programma-uitgaven. Een deel van de als zodanig onderkende programma-uitgaven kent overigens een aanzienlijke component apparaatsuitgaven in enge zin. Dit betreft de bezoldigings- en exploitatieuitgaven van de operationele en direct ondersteunde eenheden. Bij het weergeven van de budgetflexibiliteit is er voor gekozen om de bezoldigingsuitgaven als juridisch verplicht te beschouwen en de overige exploitatieuitgaven als complementair verplicht. In het licht van de taakstellingen voortvloeiend uit het Regeerakkoord is evenwel een klein deel met ingang van 2003 als niet (complementair) verplicht aangemerkt.

Als extra zijn bij het beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee, evenals in de begroting 2002, naast de juridisch en complementair verplichte bedragen, de ramingen voor de speerpuntprojecten (in de Defensienota 2000 genoemde investeringsprojecten) opgenomen, voor zover deze nog niet zijn begrepen in de juridisch dan wel complementair verplichte bedragen. Deze projecten zijn noodzakelijk om het beleid zoals verwoord in de Defensienota 2000 te realiseren en dienen derhalve als verbonden bedragen te worden beschouwd. Bij de andere krijgsmachtdelen zijn deze projecten reeds begrepen in de juridisch dan wel complementair verplichte bedragen.

1.6 Dollarproblematiek

Door Defensie wordt een groot deel van het budget besteed in dollars. De bedragen die hiervoor in de begroting zijn opgenomen zijn tegen een vaste koers omgerekend. Voor de begroting 2003, inclusief de meerjarencijfers, is uitgegaan van een verhouding €1 = $ 1. Om de negatieve gevolgen van een stijging van de dollarkoers zo veel als mogelijk te beperken wordt door Defensie gebruik gemaakt van termijndollars. Zodra een contract, luidend in dollars is afgesloten, worden de hiervoor benodigde dollars ingekocht tegen een vastgestelde koers. Het streven is erop gericht 80 % van de dollarbehoefte af te dekken met termijndollars, teneinde het negatieve effect van een excessieve koersontwikkeling zo veel als mogelijk in te dammen. Ondanks dit instrument bleek dat de dollarkoersontwikkeling voor grote problemen bleef zorgen voor de defensiebegroting. Inmiddels is dan ook de dollarcompensatie tot een specifiek onderdeel van de jaarlijkse prijsbijstellingsmethodiek verheven. Dit betekent dat Defensie wordt gecompenseerd voor een afwijking in de dollarkoers van meer dan 15% ten opzichte van de in de laatste gepresenteerde beleidsnota (de Defensienota 2000) gehanteerde koers. Bij het bepalen van de compensatie wordt derhalve rekening gehouden met een «eigen risico». Tevens is de ondergrens van de compensatie gesteld op 0,3% van de netto begrotingsuitgaven. De systematiek werkt evenwel twee kanten uit: indien de koers meer dan 15% daalt onder de koers die is gebruikt in de laatst gepresenteerde beleidsnota, vindt er een vrijval plaats.

2. HET BELEID

2.1.A. BELEIDSAGENDA

1. HET STRATEGISCH AKKOORD

De taakstellingen in het Strategisch Akkoord zijn er vooral op gericht door «ontstaffing» en «ontbureaucratisering» tot verbetering van de doelmatigheid te komen. Daarnaast is er een volumekorting op het burgerpersoneel en zijn er beperkingen van de prijsbijstelling, de subsidies, de ramingsbijstelling voor het asielbeleid en de inhuur van externen. Ook bevat het Strategisch Akkoord een aantal maatregelen op het gebied van arbeidsvoorwaarden die resulteren in kortingen op de loonbijstelling, die nog niet verwerkt zijn in de begroting en de onderstaande tabel. Het ambitieniveau voor de deelneming aan vredesoperaties is aangepast. Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB). De taakstellingen zijn als volgt vastgesteld (vanaf 2006 structureel):

(x € 1 miljoen)
 2003200420052006cumulatief
Beperking prijsbijstelling tranche 200256,655,755,353,8221,4
Volume- en efficiencykorting burgerpersoneel26,744,061,469,5201,6
Efficiencykorting militair personeel (excl. Kmar)24,649,373,998,6246,4
Subsidietaakstelling2,43,95,56,318,1
Taakstelling inhuur externen7,07,07,07,028,0
Ramingsbijstelling SDD-fase30,020,010,0 60,0
Ramingsbijstelling asielbeleid*3,73,73,73,714,8
Versobering ziektekostenregeling** 5,210,710,826,7
Totaal taakstellingen Strategisch Akkoord151,0188,8227,0249,7816,5

* Deze ramingsbijstelling wordt op initiatief van het ministerie van Justitie eerst in de Nota van wijziging budgettair verwerkt.

** De gevolgen van deze taakstelling kunnen pas worden verwerkt bij de rijksbrede uitdeling van de Kabinetsbijdrage.

De beleidsintensivering voor het EVDB (vanaf 2006 structureel):

(x € 1 miljoen)
 2003200420052006cumulatief
Uitgavenverhoging t.b.v. EVDB10,030,040,050,0130,0

Er is de bewindslieden veel aan gelegen de personele taakstellingen op verantwoorde wijze uit te voeren: een efficiencykorting van vier procent voor al het burgerpersoneel en het militair personeel (met uitzondering van de marechaussee) en daarbovenop een volumekorting van vijf procent voor het burgerpersoneel, behalve het burgerpersoneel bij de marechaussee. Een generieke korting op het militaire en het burgerbestand zou onvoldoende recht doen aan de specifieke kenmerken van de krijgsmacht en de evenwichtige samenstelling van de defensie-organisatie verstoren. Het streven naar meer doelmatigheid zou zo zijn doel voorbij kunnen schieten. In plaats hiervan zal zorgvuldig worden bezien hoe en waar werkzaamheden op een minder personeelsintensieve wijze kunnen worden uitgevoerd, te beginnen in het begrotingsjaar 2003. In overeenstemming met de Agenda van de Toekomst die de sociale partners begin 2002 met Defensie zijn overeengekomen, zal een concrete aanpak het personeel snel uitsluitsel over de toekomst geven. Zakelijkheid en zorgvuldigheid zullen hand in hand gaan om personeelsleden waarvoor geen plaats meer is zo snel mogelijk naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Andere ingrijpende maatregelen, zoals een selectieve vacaturestop, zijn evenmin uitgesloten.

Het departement van Defensie zal verschillende sporen volgen om de beoogde personele en financiële taakstellingen te bereiken en richt zich vooral op de verbetering van de verdere doelmatigheid van staven en ondersteunende eenheden, alsmede de verdere verbetering van de doelmatigheid van operationele eenheden (het primaire proces). Naast de maatregelen op het gebied van doelmatigheid wordt, voor zover het de beperking prijsbijstelling betreft, ook bezien het tijdelijk (meerjarig) korten op of beëindigen van investeringen en, zo nodig, het aanpassen van onderdelen van de Defensienota 2000. De sporen zullen nader moeten worden uitgewerkt tot concrete maatregelen die op termijn effect zullen sorteren. Vóór de behandeling van de begroting van Defensie wordt de Kamer bij brief ingelicht over deze maatregelen. Bij deze brief wordt een Nota van wijziging gevoegd.

Het streven is er op gericht aantasting van de operationele capaciteiten zoveel mogelijk te vermijden. Dit is allerminst een eenvoudige opgave, want Defensie wordt de laatste jaren geconfronteerd met oplopende spanning op de materiële exploitatiekosten, terwijl de investeringen onder druk staan. Daarom zijn al eerder diverse maatregelen getroffen om de kosten van de exploitatie bij Defensie te drukken. Daar komen nu de taakstellingen bij. Het pakket aan maatregelen waartoe uiteindelijk zal worden besloten, zal daarom niet alleen de vereiste besparingen moeten genereren, maar ook de voorwaarden moeten scheppen voor een gezonde bedrijfsvoering in de komende jaren.

Kernelementen in de defensieparagraaf in het Strategisch Akkoord – ontschotting en integratie, betere samenwerking tussen de krijgsmachtdelen, grotere doelmatigheid en een duidelijke structuur en aansturing – zijn belangrijke drijfveren van het Veranderingsproces Defensie. Termen als «paars», «joint» en «combined» zijn hiervoor kenmerkend. Het veranderingsproces zal de komende tijd mede in het licht van het rapport-Franssen worden voortgezet. Naar verwachting zullen in de Nota van wijziging de eerste resultaten hiervan zichtbaar worden.

De terreuraanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten hebben het besef versterkt dat de bescherming van het nationale en bondgenootschappelijke grondgebied andere, meer uiteenlopende eisen aan de krijgsmacht stelt dan in afgelopen decennia het geval was. De transformatie van de krijgsmacht in de richting van expeditionaire, mobiele, veelzijdig inzetbare en modulair opgebouwde eenheden zal dan ook worden voortgezet. Nederland blijft betrokken bij crisisbeheersingsoperaties. De regering trekt de komende jaren de grens bij drie gelijktijdige vredesoperaties van bataljonsgrootte, of het equivalent daarvan. De gevolgen voor de bedrijfsvoering worden bezien in samenhang met de uitvoering van de taakstelling voor Defensie in het Strategisch Akkoord, die aanzienlijke personele reducties met zich meebrengt. Een nadere uitwerking hiervan wordt meegenomen in de eerder genoemde brief aan de Kamer, die vóór de begrotingsbehandeling zal worden verstuurd.

In overeenstemming met het Strategisch Akkoord zijn de Defensienota 2000 en de beleidsnotities inzake het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid en «Defensie en terrorisme» (nota van 18 januari 2002, Kamerstuk 27 925, nr. 40, vergaderjaar 2001–2002), alsmede het «Actieplan Terrorismebestrijding en veiligheid» (5 oktober 2001, Kamerstuk 27 925, nr. 10, vergaderjaar 2001–2002) van de regering, de komende jaren richtinggevend bij de verdere verbetering van de operationele capaciteiten van de krijgsmacht. De initiatieven die in de EU en de Navo zijn genomen ter versterking van de operationele capaciteiten, vullen elkaar aan en dienen tevens ter preventie en bestrijding van de gevolgen van het terrorisme. De beleidsintensiveringen ten behoeve van het EVDB, oplopend tot € 50 miljoen in 2006, komen evenzeer het bondgenootschap ten goede. De modulaire benadering stelt partners in staat door middel van concrete projecten de gezamenlijke capaciteiten te versterken en tekortkomingen ongedaan te maken.

2. VEILIGHEIDSANALYSE1

Op 11 september 2001 kreeg de wereld een andere aanblik. Sindsdien wordt de mogelijkheid dat terreuraanslagen tot grootschalige politieke en economische ontwrichting van kwetsbare Westerse maatschappijen leiden, veel scherper onder ogen gezien. De terroristische dreiging mag niet lichtvaardig worden opgevat. Zij richt zich niet uitsluitend tegen de Verenigde Staten, maar kan zich ook bij ons voordoen. Waar de risico's van terreuraanslagen momenteel veel aandacht krijgen in de analyse van de veiligheidssituatie, laat deze zich mede karakteriseren door andere gevaren waarmee Nederland rekening moet houden. Voor het uitvoeren van een doelmatig veiligheidsbeleid in deze voortdurend veranderende internationale context is de intensieve samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken van belang. De defensieorganisatie levert aan het geïntegreerde veiligheidsbeleid een op de expertise van de krijgsmacht toegesneden bijdrage. De hoofdtaken van de krijgsmacht en de internationale veiligheidsorganisaties waarin ons land opereert hebben hun geldigheid dan ook niet verloren.

2.1 Veiligheidsrisico's

In de Defensienota 2000 wordt de aard van de gevaren gekarakteriseerd, waaraan de Westerse wereld, en dus ook Nederland, blootstaat. Deze eigenschappen zijn in 2003 nog steeds bepalend:

– moeilijke voorspelbaarheid – bij de aanslagen tegen de Verenigde Staten op 11 september 2001 werd deze eigenschap op dramatische manier bewaarheid;

– grotere diversiteit – niet-conventionele veiligheidsrisico's aan de lagere zijde van het geweldsspectrum, zoals de gevaren van fundamentalisme, criminaliteit en drugshandel, van onbeheersbare vluchtelingenstromen en milieurampen, nemen in uiteenlopende verschijningsvormen toe. Niettemin wordt in de veiligheidsanalyse ook rekening gehouden met grootschalige gewapende conflicten (bijvoorbeeld tussen India en Pakistan en in het Midden-Oosten);

– het ontbreken van een scherpe scheiding tussen binnen- en tussenstatelijke conflicten – conflicten die binnen één staat begonnen zijn, verstoren vaak de stabiliteit van een hele regio. Dit wordt onder meer geïllustreerd door de olievlekwerking van conflicten op de Balkan in de jaren negentig en in de Afrikaanse Grote Meren-regio. De oorzaken hiervoor zijn zowel «spill-over» (door bijvoorbeeld vluchtelingenstromen), als het verstoren van machtsverhoudingen in (stabiele) landen door de inmenging van buurlanden;

– afstanden verdwijnen – de juistheid van dit kenmerk werd bevestigd doordat de terroristische aanslagen van 11 september hun origine hadden in Afghanistan en andere landen die terroristen onderdak bleken te bieden. Meer in het algemeen gaan van staten met gebrekkige staatsstructuren («failing» of zelfs «failed» staten) vaak negatieve externe effecten uit (proliferatierisico's; handel in mensen, drugs en wapens; etc.) op de Westerse samenlevingen;

– proliferatierisico's – de betekenis van de verspreiding van massa-vernietigingswapens (nucleair, biologisch of chemisch) en hun overbrengingsmiddelen in de veiligheidsanalyse groeit, zeker in relatie met de dreiging van terrorisme. Risicolanden als Irak, Iran, Syrië, Noord-Korea en Libië hebben op dit gebied ambities. Voor de Verenigde Staten was deze dreiging mede aanleiding afstand te nemen van het ABM-verdrag en over te gaan tot het aanleggen van «missile defenses». Dit onderwerp was nogmaals nadrukkelijk aan de orde op de bijeenkomst van de Navo-ministers van Defensie op 6 juni 2002.

Tussen de continenten kan een grote differentiatie in veiligheidsrisico's worden geconstateerd. In sommige regio's is geweldsuitoefening (of de dreiging daarmee) aan de orde van de dag. Daar heerst continu een toestand waarin het onderscheid tussen oorlog en vrede nauwelijks kan worden gemaakt. Bovendien hebben gewapende conflicten hun eigen dynamiek. Zo kan een strijd die voornamelijk om machtspolitieke redenen was begonnen ontaarden in een oorlog waarin economische motieven op de voorgrond staan. De bandbreedte aan veiligheidsrisico's die vooral uit instabiele regio's afkomstig zijn, is echter sterk toegenomen. Hieronder vallen bijvoorbeeld de proliferatie van conventionele wapens en middelen (bijvoorbeeld mijnen in allerlei verschijningsvormen) die vooral bedoeld zijn om de toegang te ontzeggen tot een bepaald gebied, een gebied waar later eventueel Nederlandse militairen in een vredesoperatie kunnen worden ingezet.

Maar de veiligheidsrisico's gelden in het bijzonder in het geval van terrorisme. In de Defensienota 2000 werden terroristische dreigingen nog gerekend tot geweldsvormen met een lage intensiteit. Zoals onder meer ook blijkt uit het «Actieplan Terrorismebestrijding en veiligheid» en de nota «Defensie en terrorisme» is het Kabinet doordrongen van het potentieel ontwrichtende karakter van terreuraanslagen. Het voorkomen en beperken van de gevolgen van terrorisme is dientengevolge verheven tot speerpunt van het defensiebeleid in 2003.

2.2 Hoofdtaken van de krijgsmacht

In de Defensienota 2000 worden naast de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied (inclusief de Nederlandse Antillen en Aruba) twee andere beleidsdoelstellingen van de krijgsmacht beschreven: respectievelijk de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit en de ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp (zowel nationaal als internationaal). Deze traditionele afbakening van taken doet steeds minder recht aan de verscheidenheid aan scenario's waarin de inzet van Nederlandse militairen denkbaar is. Zoals hiervoor is opgemerkt, hebben de terreuraanslagen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten het besef versterkt dat de bescherming van het nationale en bondgenootschappelijke grondgebied andere, meer uiteenlopende eisen aan de krijgsmacht stelt dan in afgelopen decennia het geval was. De transformatie tot een expeditionaire krijgsmacht met veelzijdig inzetbare en modulair opgebouwde eenheden is dan ook noodzaak.

Nederland blijft betrokken bij crisisbeheersingsoperaties. Deze betrokkenheid is het resultaat van de afwegingen die worden gemaakt in het licht van de internationale politiek-militaire ontwikkelingen. Nauwe samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken is hierbij van belang. Op het ogenblik zijn ongeveer 2300 Nederlandse militairen over de hele wereld ingezet in grote en kleine vredesmissies. Het grote aantal vredesoperaties waaraan Nederland de afgelopen drie jaar heeft deelgenomen, onder meer in Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Macedonië, op Cyprus, tussen Ethiopië en Eritrea, in Afghanistan en thans opnieuw in Macedonië, onderstreept het belang van crisisbeheersing. Ook de derde hoofdtaak heeft de afgelopen jaren aan belang gewonnen. Dit blijkt niet alleen uit de rol die de krijgsmacht speelt bij de preventie van terrorisme en de bestrijding van de gevolgen ervan, maar ook uit de inschakeling van militairen bij natuurrampen, de landbouwcrises en humanitaire catastrofes. In het Strategisch Akkoord wordt een uitgebreid pakket aan maatregelen gepresenteerd op het gebied van veiligheid en rechtshandhaving. Bezien zal worden welke bijdragen Defensie hieraan kan leveren.

2.3 Internationale veiligheidsorganisaties

De Navo blijft de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. De verdragsorganisatie belichaamt de transatlantische band. De Navo staat garant voor de collectieve verdediging. De onmisbaarheid hiervan trad wederom aan het licht bij het inroepen van de bijstandsverplichting na de aanslagen van 11 september. Daarnaast stabiliseert de Balkan zich, dankzij de door de Verenigde Naties gemandateerde Navo-operaties. Uit onder andere het Strategisch Concept, dat de Navo in 1999 heeft aangenomen, blijkt dat de Alliantie zich aanpast aan de steeds veranderende veiligheidssituatie. In navolging en in de geest van het «Defence Capabilities Initiative» (DCI) zoekt de Navo naar een meer op de huidige omstandigheden toegesneden, geconcentreerde aanpak, gericht op de versterking van de militaire capaciteiten en met een kritische blik op de besteding van de nationale defensiebudgetten. Op de top van Praag, die in november 2002 wordt gehouden, wordt een nieuw initiatief voor de versterking van een beperkt aantal capaciteiten van het bondgenootschap gelanceerd, dat in tegenstelling tot het DCI een meer verplichtend karakter zal hebben. De regering heeft bij de totstandkoming van het initiatief een actieve rol gespeeld. De mogelijkheden van prioriteitsstelling, modulevorming en rolspecialisatie, «pooling» van capaciteiten, multinationale planning en multinationale verwerving moeten in de nieuwe Navo-aanpak centraal staan. Het is belangrijk dat dit nieuwe initiatief en het «European Capabilities Action Plan» (ECAP) van de EU elkaar versterken. Ook beslist het bondgenootschap in Praag over uitbreiding met een tweede groep toetreders. Niet alleen door het opnemen van nieuwe lidstaten in de gepacificeerde zone van het bondgenootschap, maar ook door samenwerking met andere staten in het Euro-Atlantisch gebied (in de vorm van het Partnerschap voor de Vrede en het MAP-proces), draagt de Navo bij aan het vergroten van stabiliteit. De verder verbeterde relatie met de Russische Federatie, zoals die na 11 september 2001 tot stand is gekomen, werd onlangs vorm gegeven door de oprichting van de Navo-Rusland Raad en, bilateraal tussen Rusland en de Verenigde Staten, door het verdrag over de vermindering van het aantal strategische kernwapens.

De regering ziet het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) geenszins als tegenstrijdig met de betekenis van de Navo. Integendeel: als de EU ook in de toekomst een waardevolle partner van de Verenigde Staten wil blijven, zullen de Europese landen zélf een grotere militaire bijdrage moeten kunnen leveren. Dit streven is vervat in de «Headline Goal» (HLG): het vermogen van de Unie om in 2003 een strijdmacht van 50 000 – 60 000 militairen voor minstens één jaar te kunnen uitzenden ten behoeve van de uitvoering van zogeheten Petersberg-taken. De relatieve verschuiving van territoriale verdediging naar crisisbeheersing voltrekt zich ook in de Navo. De uitvoering van vredesoperaties buiten het verdragsgebied en de campagne tegen het terrorisme heeft het onderscheid tussen artikel 5- en niet-artikel 5-operaties verder doen vervagen.

Het EVDB blijft kortom een speerpunt van het defensiebeleid, en Nederland blijft gangmaker bij de versterking van Europese militaire capaciteiten. Tegen deze achtergrond kreeg Defensie eerder incidenteel extra financiële middelen en is nu in het Strategisch Akkoord besloten tot een beleidsintensivering. Hiermee voert Defensie projecten uit die de tekorten in Europese militaire capaciteiten beogen op te heffen. Met dit oogmerk heeft Nederland het initiatief genomen tot het «European Capabilities Action Plan», binnen het kader waarvan thans op negentien punten werkgroepen actief zijn. Op eigen initiatief heeft ons land vooral projecten geëntameerd met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Aan de hand van de veiligheidsanalyse liggen achtereenvolgens de maatregelen tegen het terrorisme en de maatregelen die gericht op het versterken van het EVDB in de rede als speerpunten van het defensiebeleid in 2003. Daarnaast blijft de uitvoering van de Defensienota 2000 onverminderd noodzakelijk, onder meer om de krijgsmacht adequaat van materieel te voorzien. Als vierde speerpunt is het voortzetten van het veranderingsproces van de defensieorganisatie zelf gehandhaafd. Het personeelsbeheer blijft ten slotte grote aandacht vragen en wordt in 2003 op een aantal punten verder aangescherpt. Deze maatregelen zijn vooral gericht op zakelijkheid en zorgvuldigheid ter uitvoering van de taakstellingen van het Strategisch Akkoord.

3. SPEERPUNTEN

Samenvattend, de vijf speerpunten van het Defensiebeleid in 2003 zijn dus:

– bestrijding van terrorisme;

– versterking van Europese militaire capaciteiten en samenwerking;

– uitvoering van de Defensienota 2000;

– voortzetting van het Veranderingsproces bij Defensie, met bijzondere aandacht voor de uitvoering van het Strategisch Akkoord;

– versterking van het personeelsbeheer.

3.1 Speerpunt 1: Bestrijding van terrorisme

Na de aanslagen op de VS werkt Nederland aan het voorkomen van terroristische dreigingen en de bestrijding van de gevolgen als terroristische aanslagen toch hebben plaatsgehad. Defensie werkte actief mee aan het eerdergenoemde «Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid». Daarnaast stelde de minister van Defensie kort na de aanslagen van 11 september de ambtelijke taakgroep «Defensie en terrorisme» in. Het eindrapport van deze taakgroep is, na bespreking in het kabinet, aan de Tweede Kamer gestuurd en daar op 4 april 2002 besproken. Het departement is ook betrokken bij de uitvoering van de Gemeenschappelijke Verklaring over intensivering van de samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk bij de bestrijding van het terrorisme.

Nederland beschikt over een moderne, goed uitgeruste krijgsmacht die een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bestrijding van het terrorisme, zowel in de vorm van militaire bijstand en steunverlening in Nederland als in het buitenland. Snelle inzetbaarheid, flexibiliteit en «joint» optreden van elementen van de krijgsmacht zijn ook van belang bij de bestrijding van het terrorisme. De hiertoe in de Defensienota 2000 genomen maatregelen zijn onverkort relevant. Dat geldt ook voor de beleidsvoornemens ter versterking van de Europese crisisbeheersingscapaciteiten in het kader van de EU Headline Goal en het DCI (en het vervolg daarop) van de Navo. Als actief lid van de brede coalitie tegen het terrorisme draagt Nederland op veel verschillende manieren in deze internationale strijd bij, ook op het militaire vlak. Zo leveren onze militairen een waardevolle bijdrage aan de operatie «Enduring Freedom». Ook spelen zij als leden van de «International Security and Assistance Force» (ISAF) een belangrijke rol bij de stabilisering van Afghanistan. De krijgsmacht draagt in Koninkrijksverband bij met de kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Ook in 2003 zullen Nederlandse militairen en de defensieorganisatie een belangrijke rol blijven spelen bij de bestrijding van het terrorisme.

3.1.1 Wat gaat Defensie doen in het kader van de strijd tegen het terrorisme?

De krijgsmacht levert de militairen die hun werk doen aan de grenzen van het Koninkrijk en in operaties in het buitenland. Ook in 2003 zullen Nederlandse militairen in de operatie «Enduring Freedom» en in vredesmissies worden ingezet. Om de defensieorganisatie beter in staat te stellen tot een bijdrage aan de bestrijding van het terrorisme is afgelopen voorjaar een groot aantal maatregelen van sterk uiteenlopende aard voorgesteld. Het gaat om zowel nieuwe beleidsvoornemens als om eerder geformuleerde behoeftestellingen die in het licht van de terroristische dreiging een hogere prioriteit verdienen. Sommige maatregelen zijn organisatorisch of procedureel van aard en konden op korte termijn en met geringe kosten worden verwezenlijkt. Andere maatregelen vergen grotere uitgaven of moeten in internationaal verband, met name in de EU en de Navo, gestalte krijgen.

3.1.2 Terrorismebestrijding: geen nieuwe hoofdtaak, wél een nieuwe uitdaging

Terrorismebestrijding wordt géén aparte hoofdtaak van de krijgsmacht, noch komt het in de plaats van een van de bestaande taken. De betrokkenheid van de krijgsmacht bij de bestrijding van het terrorisme vloeit namelijk voort uit alle drie bestaande hoofdtaken. Het is in dat verband ook goed voor ogen te houden dat de rol van het ministerie van Defensie bij de bestrijding van het terrorisme in Nederland, naast de taken van de Koninklijke marechaussee in het politiebestel, bestaat uit de ondersteuning van andere overheidsdiensten. De defensieorganisatie is het vangnet en, in bijzondere omstandigheden, de sterke arm van de civiele autoriteiten. Terrorismebestrijding vormt voor het militaire apparaat vooral een extra uitdaging. Dit sluit accentverschuivingen binnen en tussen hoofd- taken echter niet uit.

Zo is in het licht van de terroristische dreiging het belang van de derde hoofdtaak van de krijgsmacht – de ondersteuning van civiele autoriteiten – onmiskenbaar toegenomen. Ter ondersteuning van civiele instanties kan om de inzet van militaire middelen worden gevraagd om terroristische aanslagen te verijdelen of hun gevolgen te beperken. Defensie moet zich samen met andere overheidsdiensten zo goed mogelijk voorbereiden op deze ondersteunende taak. Het rapport van de taakgroep bevat daartoe nuttige maatregelen. Het gaat in 2003 onder meer om de verdere realisering van de reeds in gang gezette:

– gezamenlijke beoefening van procedures van militaire en civiele autoriteiten en organisaties zoals politie, brandweer en GGD. Ook zullen vaker operationele oefeningen worden gehouden waarbij zowel militaire als civiele autoriteiten zijn betrokken. In het kader van een recente Navo-brede oefening was hiervan al sprake. Ook de operationele samenwerking tussen Defensie en de brandweer krijgt op korte termijn meer aandacht;

– verbetering van de nationale vertaling van bewakings- en beveiligingsmaatregelen in het kader van het alarmingssysteem van de Navo (het «NATO Precautionary System»);

– oprichting van een krijgsmachtbreed kenniscentrum over bescherming tegen nucleaire, biologische en chemische middelen (NBC) en een NBC-school, waarvan civiele instanties eveneens gebruik kunnen maken;

– oprichting van een parate NBC-compagnie bij de Koninklijke landmacht, die tevens kan worden ingezet in het kader van militaire bijstand en steunverlening;

– intensivering van de samenwerking met de politie op het gebied van explosievenopruiming.

3.1.3 Het Actieplan van de regering

Defensie werkt ook actief mee aan andere elementen uit het «Actieplan terrorismebestrijding en veiligheid» van de regering. Voor de uitvoering van deze maatregelen wordt tot en met 2006 in totaal ongeveer € 90 miljoen aan de defensiebegroting toegevoegd uit de fondsen die de regering voor het Actieplan beschikbaar heeft gesteld. De inspanningen zijn mede gericht op de opheffing van tekortkomingen in Europees verband. Het gaat in 2003 om een bedrag van afgerond € 20,2 miljoen dat Defensie zal besteden aan:

– de versterking van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), waarvoor jaarlijks € 1,7 miljoen is uitgetrokken;

– de versterking van de Koninklijke marechaussee (persoonsbeveiliging, buitengrenscontroles, versterking Kmar-teams grensoverschrijdende criminaliteit, beveiliging luchtvaart). Hiervoor is in 2003 € 2,5 miljoen begroot, en tevens voor de jaren 2003 tot en met 2006 een structurele bijdrage van € 12,5 miljoen jaarlijks voorzien; en

– de exploitatie van de versterking van de Bijzondere Bijstandseenheden (BBE) van het Korps mariniers, waarvoor jaarlijks € 3,4 miljoen wordt uitgetrokken.

3.1.4 Verdere maatregelen

Op grond van de aanbevelingen van haar eigen departementale taakgroep heeft Defensie besloten al op korte termijn een aantal verdere maatregelen uit te voeren:

– voor de speciale eenheden wordt specialistische apparatuur aangeschaft. Ook wordt de samenwerking geïntensiveerd tussen het Korps commandotroepen, de speciale eenheden van het Korps mariniers en de hierbij behorende ondersteunende eenheden. In Navo-verband heeft Nederland hiervoor nadrukkelijk aandacht gevraagd;

– verder worden maatregelen genomen op het gebied van inlichtingen en veiligheid, en de bewaking en beveiliging van defensieobjecten en -personeel;

– het oprichten van een «joint» kenniscentrum van de explosievenopruimingsdienst (EOD), ter ondersteuning van de krijgsmachtdelen en de tevens op te richten «joint» EOD-school. Het kenniscentrum en de school worden in een «joint» EOD-centrum ondergebracht;

– op eenzelfde manier worden kenniscentra en opleidingen op het gebied van de bescherming tegen nucleaire, biologische en chemische (NBC-)middelen gezamenlijk ondergebracht;

– voorts worden projecten ontwikkeld ter versterking van de mogelijkheden van de krijgsmacht zich tegen NBC-wapens te weer te stellen. Het betreft de projecten «Geïmproviseerde collectieve NBC-protectiesystemen», «Verwerving NBC-ontsmettingscapaciteit» en «Vervanging NBC-beschermende kleding».

De aan de uitvoering van deze maatregelen verbonden kosten worden geraamd op ongeveer € 4,5 miljoen voor het begrotingsjaar 2002. Zij zijn structureel en drukken hierdoor voor de gehele periode van de Defensienota 2000 (2002–2009) voor ongeveer € 32 miljoen op de defensiebegroting. Deze kosten worden binnen de defensiebegroting geaccommodeerd. De financiële gevolgen van deze maatregelen zijn verwerkt in de eerste suppletore begroting voor 2002. De meerjarige doorwerking is opgenomen in de huidige begroting.

3.1.5 Internationale samenwerking

De terroristische dreiging vergt toch vooral ook een internationaal antwoord. Dit houdt ook in dat de aanpassing van het Nederlandse defensiebeleid alleen zin heeft als met andere landen wordt samengewerkt. Defensie heeft daarom het initiatief genomen om in Navo-verband ervaringen uit te wisselen en inspanningen op elkaar af te stemmen om, waar mogelijk, gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden tot internationale samenwerking. In navolging van Nederland hebben veelbondgenoten eveneens laten weten hun defensiebeleid aan te passen. Het rapport van de taakgroep van Defensie biedt een goede basis voor de inbreng van Nederland.

Ook de discussie in de Navo over de structurele bijdrage van het bondgenootschap aan de bestrijding van het terrorisme is goed op gang gekomen. Duidelijk is dat de Navo zich rekenschap zal moeten geven van de terroristische dreiging tegen leden van het bondgenootschap. De rol van de Navo bij de bescherming tegen biologische en chemische wapens en versterking van de samenwerking op inlichtingengebied staan hierbij vanzelfsprekend hoog op de agenda. Tijdens de Navo-Top van Praag in november 2002 moet de rol van de Navo bij de bestrijding van het terrorisme zijn beslag krijgen.

3.2 Speerpunt 2: Versterking van de Europese militaire capaciteiten in EVDB- en Navo-verband

De versterking van de Europese militaire capaciteiten heeft vanwege 11 september 2001 niet aan belang ingeboet. Integendeel, de wenselijkheid van capaciteitversterking – nodig voor een grotere Europese rol en een evenwichtiger lastenverdeling tussen de transatlantische partners – is nog eens beklemtoond. De versterking van de capaciteiten op het gebied van inlichtingenverzameling, strategisch transport en commandovoering is juist ook in de context van de internationale strijd tegen het terrorisme van belang. Tegen de achtergrond van het nemen van verantwoordelijkheden op het gebied van militaire operaties als een meer gelijkwaardige en meer bruikbare partner van de VS krijgt de ambitie van de EU gestalte om metterdaad crisisbeheersingsoperaties ter hand te nemen. Zo wordt per 1 januari 2003 de UNIPTF in Bosnië-Herzegovina opgevolgd door een civiele politiemissie van de EU, de EUPM. Daarnaast heeft de EU zich onder voorwaarden bereid verklaard de militaire missie «Amber Fox» van de Navo in Macedonië over te nemen. Ten slotte dient het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2004 zich aan. Nederland wordt in die periode belast met de verdere ontwikkeling van het EVDB. De minister van Defensie is in deze periode eerstverantwoordelijk voor de militaire aspecten van het EVDB, in het bijzonder de capaciteitversterking. In 2003 wordt begonnen met de organisatorische en inhoudelijke voorbereidingen van het EU-voorzitterschap. Om deze redenen blijft de versterking van de Europese militaire capaciteiten een speerpunt van het Nederlandse defensiebeleid.

3.2.1 Wat gaat Defensie doen voor de versterking van de Europese capaciteiten?

Het speerpunt krijgt in 2003 op drie manieren gestalte. Ten eerste via de Europese projecten die worden gefinancierd uit de initiële EVDB-voorziening van € 136 miljoen. Nederland draagt hiermee bij aan de opheffing van de tekorten die zowel in het kader van de HLG, als van het DCI van de Navo zijn vastgesteld. Daarnaast is Defensie als een vervolg op de EVDB-voorziening voor de komende kabinetsperiode een structurele bijdrage toegekend voor de versterking van de Europese militaire capaciteiten, oplopend tot € 50 miljoen in 2006 en vanaf dat jaar structureel. Ten derde door middel van de aanpassing van bestaande nationale plannen; waar mogelijk worden plannen bijgesteld om in internationaal verband de doelmatigheid te vergroten. Ten vierde door de verdere intensivering van de (bilaterale) samenwerking met onder meer Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze intensivering versterkt zichzelf en lijkt steeds meer natuurlijk door de toenemende convergentie tussen de Europese krijgsmachten als gevolg van de concentratie op crisisbeheersingstaken.

3.2.2 EVDB-projecten

De EVDB-projecten vormen de kern van het EVDB-beleid. De uitvoering van deze projecten vordert gestaag. De volgende beleidsintensiveringen wordt de hoogste prioriteit toegekend vanwege het grote belang dat deze EVDB-projecten hebben voor de strijd tegen het terrorisme:

– het ombouwen van zes pantserwielvoertuigen van het type «Fuchs» voor NBC-detectie voor de gezamenlijke Duits-Nederlandse NBC-detectiecapaciteit, die eind 2003 goeddeels operationeel kan zijn. Hiervoor is in 2003 € 9,5 miljoen geraamd;

– het onderzoeken van de mogelijkheden en middelen voor een verkenningscapaciteit tegen biologische wapens, waarvoor in 2003 € 0,5 miljoen is geraamd.

Het gaat in 2003 voorts om projecten die voor een deel al in uitvoering zijn:

– de installering van commandofaciliteiten op het tweede «Landing Platform Dock» (LPD). Hiervoor is in 2003 in de EVDB-voorziening een bedrag van € 4,2 miljoen geraamd;

– de versnelde invoering van een defensiebreed «tracking and tracing»-systeem, dat de logistieke ondersteuning van de krijgsmacht zal verbeteren. De kosten hiervan bedragen in totaal € 8,6 miljoen; in 2003 € 1,2 miljoen;

– de operationalisering van de in 2002 opgerichte «European Airlift Coordination Cell» (EACC), waarvoor over de periode tot en met 2005 € 0,9 miljoen en in 2003 € 0,225 miljoen is geraamd;

– de uitwerking van de overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk over het «role 3» veldhospitaal, waarvoor de kosten in 2003 € 1,9 miljoen bedragen;

– de omvorming van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps tot Navo «High Readiness Forces»-hoofdkwartier. Hiervoor wordt in 2003 € 3,6 miljoen vrijgemaakt;

– deelneming aan de ontwikkeling van een Europees luchtgrondwaarnemingsradarsysteem (Sostar-X), waarvoor in 2003 € 1,2 miljoen is geraamd.

3.2.3 De aanpassing van de nationale plannen

Ingegeven door de wens de plannen zo goed mogelijk af te stemmen op de Europese behoeften en de mogelijkheden tot internationale samenwerking maximaal te benutten, heeft Defensie heeft in 2001 haar nationale plannen getoetst aan de HLG en het DCI. Een resultaat daarvan was het besluit af te zien van de aanschaf van «Light Utility Helicopters» (LUH), waarvoor € 129,5 miljoen was gereserveerd. In plaats daarvan wordt in 2003 een behoefte bepaald voor de aanschaf van (middel)zware helikopters, mede om de tekorten in de Europese transporthelikoptercapaciteit te verminderen. Ook werden de investeringen voor «Short Range Air Defence» (Shorad) uitgesteld, zodat in multinationaal verband een doelmatiger organisatie van de luchtverdediging kan worden ontwikkeld. Hierdoor viel € 52 miljoen in de planning vrij. Voor de verwerving van (middel)zware transporthelikopters kon daardoor in totaal € 181,5 miljoen worden gereserveerd, waarvan in 2003 € 0,5 miljoen wordt benut.

3.2.4 Intensivering Europese militaire samenwerking

Nederland zoekt samen met zijn Europese partners naar mogelijkheden om de internationale militaire samenwerking zo effectief en doelmatig mogelijk te benutten. Hierbij zijn «pooIing» van gezamenlijke capaciteiten en taakspecialisatie nadrukkelijk aan de orde. In aanvulling op reeds bestaande samenwerkingsverbanden, zoals de «Western European Armaments Group» (WEAG) waarvan Nederland in 2003 en 2004 voorzitter is, gaat het in 2003 om de volgende projecten:

Bilateraal:

– de samenwerking met Duitsland wordt als gevolg van de op 19 juni 2002 in Fassberg (Duitsland) ondertekende ministeriële intentieverklaring op de volgende terreinen versterkt (zie Kamerstuk 28 000X, nr. 33 d.d. 2 juli 2002):

• Patriot-eenheden, onder meer door de overname van drie Duitse Patriot-systemen ter vervanging van de verouderde Hawk PIP III-systemen als onderdeel van een Europese capaciteit voor de verdediging tegen tactische ballistische raketten («Extended Air Defence»/»Tactical Ballistic Missile Defence»);

• de grondgebonden luchtverdediging, vooral op het gebied van Shorad;

• de bescherming van militaire eenheden tegen NBC-wapens. De initiatieven betreffen onder andere de samenwerking op het gebied van onderzoek naar beschermingsmaatregelen tegen de inzet van biologische wapens en de oprichting van een gezamenlijke «pool» voor mobiele NBC-detectiemiddelen;

• het luchtmobiel optreden;

• het strategische zeetransport en de opleiding en training voor amfibisch optreden.

Ook wordt met Duitsland in het kader van het Duits-Nederlandse legerkorps gewerkt aan een «Corps Troops Concept», dat erop is gericht snel legerkorpseenheden te kunnen uitzenden ter ondersteuning van een crisisbeheersingsoperatie die door het Duits-Nederlands legerkorpshoofdkwartier wordt geleid en waarin afspraken zijn vastgelegd over de werkverdeling tussen Duitsland en Nederland;

– de beoogde samenwerking met Frankrijk inzake de gezamenlijke ontwikkeling, verwerving en exploitatie, alsmede de gezamenlijke operationele inzet, van een binationale UAV-capaciteit (Unmanned Aerial Vehicles).

Multilateraal:

– het in gebruik nemen van de in september 2002 op te richten «European Sealift Co-ordination Cell» en het maximeren van het gebruik van de «Air Transport and Air-to-air Refuelling Exchange of Services» (ATARES) van de European Air Goup (EAG);

– het verder uitwerken van de Europese maritieme samenwerking in het algemeen (de samenwerking tussen de «Channel Commanders», de bevelhebbers der zeestrijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland) en de amfibische samenwerking in het bijzonder (het Europees Amfibisch Initiatief: het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Frankrijk en Nederland);

– in het licht van de intensivering van de Europese samenwerking op het gebied van de grondgebonden luchtverdediging is onder andere met Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk een raamovereenkomst gesloten over de ontwikkeling van de toekomstige grondgebonden luchtverdedigingssystemen. Een eerste stap van Nederland betreft de verwerving van een «Battlefield Management Command, Control, Communication & Computerisation and Information» (BMC4I) -systeem. Hiervoor is in 2003 € 10,9 miljoen uitgetrokken.

3.2.5 European Capabilities Action Plan

Er is veel winst te behalen met het verder coördineren van de versplinterde Europese inspanningen en het intensiveren van de samenwerking tussen de partners. In dat kader wijst Nederland in zowel de Navo als EU op de noodzaak de effectiviteit en de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen te vergroten. Het op Nederlands initiatief eind 2001 tot stand gekomen «European Capabilities Action Plan» (ECAP) is hiervan het resultaat. Onder de paraplu van het ECAP zijn inmiddels zeventien landenpanels geformeerd, waarin wordt gezocht naar mogelijkheden om capaciteiten te versterken door plannen en projecten beter af stemmen. Nederland neemt deel aan twaalf landenpanels. In de landenpanels op het gebied van onbemande vliegtuigen («Unmanned Aerial Vehicles» – UAV), «Theatre Ballistic Missile Defence» (TBMD) en die op het gebied van verken- en doelopsporingscapaciteit, de zogenaamde STA-units waaronder ook het Istar-project valt, is Nederland de (co-) voorzitter. Overigens zal de Navo, mede op voorspraak van de minister van Defensie, op de Top van Praag in november 2002 als een gemodificeerde voortzetting van het DCI soortgelijke initiatieven ontplooien.

3.2.6 Financiële aspecten van het voorzitterschap van de EU

Nederland bekleedt van 1 juli tot 31 december 2004 het voorzitterschap van de Europese Unie. In het kader van het voorzitterschap wordt Defensie, in tegenstelling tot voorgaande voorzitterschappen, met aanzienlijk meer taken belast. Dit is het gevolg van de ontwikkeling van het EVDB en de verwezenlijking van de Headline Goal. Hiervoor zullen extra organisatorische en personele kosten moeten worden gemaakt. Met het oog op de voorbereiding van het voorzitterschap is voor 2003 in de defensiebegroting een bedrag van € 1,25 miljoen gereserveerd.

3.3 Speerpunt 3: Uitvoering van de Defensienota 2000

De activiteiten van de krijgsmachtdelen zijn er ook in 2003 op gericht de gevechtskracht en het expeditionair vermogen te versterken, met het oog op het gezamenlijk optreden van de krijgsmachtdelen («joint») en/of van staten («combined»). Per krijgsmachtdeel worden de volgende projecten uitgevoerd, onder het voorbehoud dat de maatregelen die genomen moeten worden in het kader van de taakstellingen van het Strategisch Akkoord consequenties kunnen hebben voor het onderstaande overzicht:

3.3.1 De Koninklijke marine:

– de aanvang van de bouw van het tweede LPD;

– het vervolgen van de paraatstelling van het derde mariniersbataljon;

– de proeftocht van het derde LCF;

– het voltooien van de studie naar de mogelijkheden de LCF-fregatten uit te rusten met een «Theatre Ballistic Missile Defence» (TBMD) capaciteit;

– het voortzetten van de modernisering van tien mijnenbestrijdingsvaartuigen;

– de voortgang van de bouw van twee hydrografische opnemingsvaartuigen;

– de voortgang van de modernisering van tien P-3C Orion maritieme patrouillevliegtuigen,

– de verwerving in «single service management» (SSM) van militaire satelliet communicatie (milsatcom)-capaciteit ten behoeve van de gehele krijgsmacht.

3.3.2 De Koninklijke landmacht:

– het voorzien in nieuwe C2-ondersteuningsmiddelen voor het HRF-hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps;

– de verdere paraatstelling van de pantserinfanteriebataljons;

– de gevechtswaardeverbetering van de Leopard-2;

– het voorbereiden van de instroom van het «Medium Range Anti-Tank» (MRAT) wapensysteem, mede ten behoeve van de Koninklijke marine;

– de voortzetting van het project vervanging van de pantservoertuigen (inclusief die voor de pantserinfanterie), waarbij voor 2003 geldt dat:

• met betrekking tot het infanteriegevechtsvoertuig (IGV) de specifieke vereisten van de vier overgebleven productalternatieven worden vastgesteld, alsmede studies op het gebied van munitie en bewapening worden vervolgd;

• van het bewakings- en verkenningsvoertuig de «Fennek» de eerste voertuigen instromen;

• met betrekking tot het groot pantserwielvoertuig (PWV) de trilaterale ontwikkelingsfase wordt voortgezet en de eerste prototypen worden getest;

– de invoering van de hoofdcomponenten van de Tactische Indoorsimulator (Tactis), waarmee verschillende wapensystemen geïntegreerd kunnen trainen in een gesimuleerde omgeving;

– de voorbereiding van de verwerving van wissellaadsystemen, de trekker-opleggercombinatie;

– de voorziene vervanging van de M114/39 en een deel van de M109 vuurmonden door de invoering van het nieuwe artilleriesysteem PzH-2000;

– het uitwerken van de samenwerking met de Koninklijke luchtmacht op luchtmachtbasis De Peel bij de oprichting van de «Joint Air Defence School» en het «Joint Air Defence Centre»;

– de integratie met de Grondgebonden Luchtverdediging van de Koninklijke luchtmacht op luchtmachtbasis De Peel;

– in 2003 zal de operationele gereedheidsstatus van de «Air Manoeuvre Brigade» worden bereikt.

3.3.3 De Koninklijke luchtmacht:

– de deelneming aan de «System Development and Demonstration» (SDD)-fase van de «Joint Strike Fighter» (JSF);

– de versterking van de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de Tactische Helikoptergroep;

– een voorstudie en verwervingsvoorbereiding van middelzware helikopters in het licht van het Europese tekort aan transporthelikopters, waarbij tevens wordt voorzien in de behoefte aan lichte helikopters;

– elektronische zelfbeschermingsmiddelen in te bouwen in de transporthelikopters;

– het doen van behoeftestellingen voor generieke capaciteitsverbetering van de gevechtshelikopters;

– de beoogde vervanging van de HAWK PIP III geleide raketsystemen door drie moderne Patriot luchtverdedigingssystemen met TMD-capaciteit, die van Duitsland kunnen worden overgenomen;

– het aanvullen van de tijdens operatie «Allied Force» in Kosovo verbruikte precisiewapens van de F-16. Een verdere uitbreiding van deze wapens is voorzien vanaf 2003.

3.3.4 De Koninklijke marechaussee:

– de optimalisering van de planning en controlcyclus;

– het implementeren van de door de «Reorganisatie Staven van de Koninklijke marechaussee» ontwikkelde nieuwe organisatiestructuur en de daaraan gekoppelde personele uitbreiding;

– de verbetering van het financieel beheer;

– het ontwikkelen van een op maat gesneden personeelsbeleid;

– het uitvoeren van de beleidsintensiveringen ten aanzien van de grensbewaking op Schiphol en het actieplan «Terrorismebestrijding en Veiligheid»;

– de aanpassing van de infrastructuur van het opleidingscentrum in Apeldoorn;

– het verbeteren van de samenwerking tussen de KLPD, de regiokorpsen van de politie en de Koninklijke marechaussee.

3.3.5 Milieubeleid en ruimtelijke ordening

Milieubeleid

Het milieubeleid bij Defensie wordt gestimuleerd en geïntensiveerd. De doelstelling is het verbeteren van het inzicht in, alsmede de beheersing en vermindering van de belasting van het milieu. De middelen worden voornamelijk gebruikt voor de bevordering van het gebruik van duurzame energie zoals wind- en zonne-energie en voor het bevorderen van doelmatiger energiegebruik. Voor de intensivering van het milieubeleid is in 2003 € 9 miljoen beschikbaar. De Defensie Milieubeleidsnota 2000 loopt in 2004 af. In 2003 zal verder worden gewerkt aan de verwezenlijking van de verschillende milieudoelstellingen uit de nota en aan de voorbereidingen van de opvolger van deze milieunota.

Ruimtelijke ordening

– Na de parlementaire behandeling van de delen 2 en 3 van het «PKB Structuurschema Militaire Terreinen-2» kan in 2003 begonnen worden aan de uitvoering van het Structuurschema;

– in 2003 zullen de risicoanalyses van munitiecomplexen worden voortgezet. Daar waar tegenstrijdigheden met het externe veiligheidsbeleid van Defensie worden geconstateerd zullen deze zo nodig worden weggenomen;

– voor vier luchtvaartterreinen (Woensdrecht, Eindhoven, Volkel en De Peel) zal in 2003 in overleg met het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu een definitieve geluidszone worden vastgesteld. Ook zal in 2003 het geluidsisolatieprogramma rondom de militaire luchtvaartterreinen worden voltooid;

– vóór 2004 zal in samenwerking met het ministerie van Verkeer en Waterstaat de Luchtvaartwet worden gewijzigd op het punt van de aanwijzing van luchtvaartterreinen en het vastleggen van milieuaspecten. Onderdeel daarvan is een betere regulering van burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen.

3.4 Speerpunt 4: de voortzetting van het Veranderingsproces Defensie, met bijzondere aandacht voor de uitvoering van het Strategisch Akkoord

Het in 1998 begonnen Veranderingsproces Defensie heeft vruchten afgeworpen. De defensieorganisatie functioneert beter en er zijn met de ambtelijke en militaire leiding duidelijke afspraken gemaakt over de informatievoorziening aan de bewindslieden:

– iedereen weet nu wie waarvoor verantwoordelijk en afrekenbaar is;

– gaat er onverhoopt iets mis, dan kan direct worden opgetreden en verantwoording worden afgelegd;

– incidenten of ongewenst gedrag moeten onverwijld en compleet worden gemeld. Hiervoor zijn de commandantenmeldingen aan de bewindslieden;

– het Crisisonderzoeksteam heeft Defensie geholpen om een goede werkwijze te ontwikkelen bij het omgaan met calamiteiten;

– de bevelhebbers zitten elke maandag om de tafel met de bewindslieden en de ambtelijke top;

– de bevelhebbers en de commandant van het Dico leveren drie keer per jaar een Toprapportage in waarin zij verantwoording afleggen over het functioneren van hun organisatiedeel;

– de rol van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht is versterkt. Dit is een extra waarborg dat informatie zijn weg naar de bewindslieden vindt.

Deze concrete maatregelen blijken in de praktijk belangrijke verbeteringen, maar geven geen aanleiding tot zelfgenoegzaamheid. Evenals andere delen van de rijksoverheid staat de defensieorganisatie steeds voor de uitdaging de organisatie toe te snijden op de hoge eisen van onze tijd.

Eerder is vastgesteld dat het Veranderingsproces Defensie voldoende is gerijpt om nieuwe, transparante werkwijzen binnen Defensie te verankeren in nieuwe organisatiestructuren. Het externe adviesbureau dat het Veranderingsproces Defensie ondersteunde, kwam tot hetzelfde oordeel. Inmiddels was ook de vraag opgekomen of de gewenste versterking van de positie van de Chef Defensiestaf zou moeten uitmonden in het koppelen van een opperbevelhebberschap aan die functie. Op verzoek van de voormalige minister van Defensie heeft de Adviescommissie Opperbevelhebberschap, de zogenoemde commissie Franssen, zich beraden op vragen inzake de inrichting van de defensieorganisatie, in het bijzonder of aan de functie van Chef Defensiestaf een opperbevelhebberschap zou moeten worden verbonden. De commissie heeft haar rapport op 19 april jl. uitgebracht.

3.4.1 Hoe wordt het Veranderingsproces Defensie voortgezet?

Het Veranderingsproces Defensie krijgt nieuwe impulsen. Op het kerndepartement worden civiele functionarissen benoemd op van oorsprong militaire stoelen en omgekeerd. De instelling van het Directoraat-Generaal Financiën en Control (DGF&C) onderstreept het belang van «toezicht» en «control». De intensivering van de samenwerking tussen de krijgsmachtdelen wordt met kracht voortgezet. De krijgsmachtdelen en het Dico groeien in 2003 verder naar elkaar toe. «Joint» optreden is niet alleen relevant in het veld, in het luchtruim en op zee, maar ook bij de staven en op het departement. Activiteiten reiken steeds vaker over grenzen van krijgsmachtdelen heen.

De commissie-Franssen heeft belangwekkende aanbevelingen gedaan om de organisatie en structuur van Defensie nog doeltreffender en doelmatiger te maken. Ook het Strategisch Akkoord onderstreept het belang van de beoogde veranderingen. Het zal hierbij tevens als leidraad dienen. Daarin is immers vastgesteld dat «de samenwerking tussen de krijgsmachtonderdelen moet worden verbeterd. Dat bevordert de doelmatigheid en de efficiency. Dit vereist een duidelijke structuur en aansturing. Langs de lijnen die al ingezet zijn dient te worden gewerkt aan verdere ontschotting en integratie binnen de krijgsmacht, onder andere in operationeel denken en opleidingen.»

3.5 Speerpunt 5: versterking van het personeelsbeheer

Het personeel blijft de kurk waarop de defensieorganisatie drijft. Het personeelsbeheer is voor de krijsmacht dan ook onverminderd een speerpunt. Zoals in hoofdstuk 1 is vermeld, onderzoekt het ministerie hoe de taakstellende reducties op evenwichtige wijze kunnen worden uitgevoerd. Deze reducties raken buiten de Koninklijke marechaussee ál het militaire personeel, in zowel in de aansturing en ondersteuning, als op de werkvloer. De termen «ontstaffing» en «ontbureaucratisering» zijn het belangrijkste richtsnoer: daardoor moet de doelmatigheid worden vergroot. Het streven is gericht op het uitvoeren van de taakstelling voor het militaire personeel zonder de primaire doelstelling van de defensieorganisatie, namelijk het leveren van gevechtskracht, te raken. Ook de geoefendheid dient op peil te blijven. Daarbij geldt dat veel burgers bij de krijgsmacht in ondersteunende en uitvoerende sectoren, zoals onderhoud en herstel, werkzaam zijn. Er moet dan ook voor worden gewaakt dat de vermindering van burgerpersoneel juist tot een verlies aan doelmatigheid leidt. Dit zijn de randvoorwaarden waarbinnen de reducties zullen worden uitgevoerd. In overeenstemming met de «Agenda voor de toekomst» die eerder dit jaar met de sociale partners is overeengekomen, zullen de concrete voornemens snel worden bekendgemaakt, zodat het personeel niet onnodig lang in het ongewisse wordt gelaten over de gevolgen van de taakstellingen.

Een modern personeelsbeheer blijft in de komende jaren een voorwaarde voor een sterke positie op de arbeidsmarkt. Met de Defensienota 2000 is een belangrijke stap gezet op weg naar de versterking en professionalisering ervan. De eerste resultaten hiervan zijn geboekt. Met de werknemers is een uitstekend pakket aan arbeidsvoorwaarden overeengekomen. Op basis van de nu overeengekomen arbeidsvoorwaarden moet verder worden gewerkt aan het optimaliseren van het personeelsbeheer en de verhouding tussen werkgever en werknemer. De komende jaren worden maatregelen genomen om de verhoudingen tussen werknemer en werkgever te optimaliseren. Dit is dan ook een van de belangrijke punten uit de in de vorige alinea genoemde «Agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst».

Een deel van de maatregelen is er op gericht de belangstelling voor een werkkring bij Defensie te vergroten en, zonder concessies aan de selectie-eisen voor het militair personeel te doen, een groter deel van de sollicitanten metterdaad aan te trekken. Deze wervingsbevorderende maatregelen moeten dan ook voortvarend worden doorgezet. Verhoudingsgewijs werken er op dit moment weinig vrouwen bij Defensie, hoewel vrouwen een steeds groter deel uitmaken van de beroepsbevolking. Een van de aandachtspunten is dan ook om het aandeel vrouwen in de defensieorganisatie te vergroten, zowel via de werving, als door beleid gericht op het behoud van vrouwen die reeds bij Defensie werkzaam zijn.

3.5.1 Het personeelsbeheer in 2003. De «Agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst»

In februari 2002 is de «Agenda voor de toekomst» verschenen. Dit document is het resultaat van een aantal gesprekken tussen de sociale partners en de vertegenwoordigers van Defensie: de staatssecretaris, de CDS, de bevelhebbers, de toenmalige DG Personeel en de voorzitters van de bonden (het AC, de ACOP, de CCOOP en de CMHF). De agenda omvat negen thema's waarin het personeelsbeleid een belangrijke rol speelt. Concrete voornemens op personeelsgebied werden ondergebracht in de «Agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst» en in een plan van aanpak dat onder regie van het kerndepartement en in nauw overleg met de krijgsmachtdelen en de sociale partners wordt uitgevoerd. Dit plan van aanpak betreft op hoofdlijnen:

– bij de totstandkoming van het personeelsbeheer en de arbeidsvoorwaarden moet Defensie met maatwerk beter inspelen op de individuele wensen van de werknemers. Met het oog hierop wordt gedacht aan regelingen die commandanten een zekere mate van vrijheid van handelen geven, en een betere voorbereiding van het lijnmanagement en de personeelsdiensten. Het functioneren van de medezeggenschapsorganen kan worden verbeterd en er komt een studie naar de relatie tussen rang, functie en bezoldiging;

– in de opleidingen zal meer aandacht worden geschonken aan de versterkte werkgeversrol van leidinggevenden op de uitvoerende niveaus. Een punt van aandacht is de manier waarop de politieke besluitvorming rondom uitzendingen beter de werkvloer zou kunnen bereiken;

– Defensie werkt aan een meer «open» personeelssysteem. Motiverende loopbaanmogelijkheden vormen hierin een centraal element. Voorts moeten voorzieningen worden getroffen om personeelsleden waarvoor geen plaats meer is met perspectief te laten terugkeren naar de burgermaatschappij. Maatregelen in dit kader zijn verbetering van de loopbaanbegeleiding, regulering van de uitstroom, begeleiding van personeel naar functies en werk buiten de defensieorganisatie. De maatregelen komen neer op de flexibilisering en individualisering van het personeelsbeleid (CAO à la carte);

– ter versterking van de arbeidsmarktpositie gaat Defensie het militaire personeelssysteem veranderen. Overwogen wordt het personeel in de toekomst aan te stellen voor onbepaalde tijd, zodat het onderscheid tussen BOT en BBT vervalt. Dat betekent niet dat iedereen een volledige carrière binnen de krijgsmacht kan doorlopen. Zowel de organisatie als het personeel zal op relevante momenten in de loopbaan keuzes moeten maken tussen voortzetting van het werk bij Defensie of daarbuiten. Dat vergt een zorgvuldige loopbaanbegeleiding en toereikende opleidingsfaciliteiten. In 2003 komt er een nieuwe sturingssystematiek voor de personeelsplanning en zullen de nodige aanpassingen van de rechtspositie worden voorbereid;

– het debat over de vermaatschappelijking van de krijgsmacht en de positie van de militair in de samenleving wordt voltooid. De specifieke eisen die voor het militaire beroep gelden (en hoe deze eisen moeten worden vastgelegd in regelgeving) worden nader bepaald. Ook wordt vastgesteld in hoeverre algemene wetgeving en zorgvoorzieningen van toepassing zijn op defensiepersoneel;

– het stelsel van vergoedingen en toelagen wordt vereenvoudigd en er wordt onderzoek gedaan naar te gedetailleerde of knellende regelgeving.

Het plan van aanpak zal in 2003 ten dele kunnen worden verwezenlijkt. Dit hangt onder meer af van de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen. Een aantal projecten is inmiddels begonnen.

4. FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET DEFENSIEBELEID

Om de aansluiting van de begroting 2003 met de begroting 2002 (in totalen) mogelijk te maken, is hieronder een overzicht opgenomen met de belangrijkste mutaties:

Bedragen x € 1 miljoen
 200120022003200420052006
Ingediende ontwerpbegroting 20027 257,47 017,36 977,96 986,66 999,06 965,8
Nota van wijziging in verband met terrorismebestrijding 16,920,217,617,617,6
Begroting 20027 257,47 034,26 998,17 004,27 016,66 983,4
       
Najaarsnotamutaties 2001– 37,6     
Slotwetmutaties 2001– 27,6     
       
Vredesoperaties (exclusief ontvangsten) 88,45,55,55,55,5
       
Beleidsmatige mutaties Voorjaarsnota      
       
Bewaking Koninklijk Huis («De Eikenhorst») 0,74,44,44,44,4
Bestrijding terrorisme o.b.v. midden- 1,43,43,43,43,4
sommen Koninklijke marechaussee      
Grensbewaking 1,02,03,04,04,0
       
Efficiencymaatregelen  – 1,4– 3,0– 3,7– 4,0
Totaal beleidsmatige mutaties 91,513,913,313,613,3
       
Technische mutaties      
       
Loonbijstelling 192,2191,2193,2194,8195,9
Prijsbijstelling (100 %) 96,375,574,373,771,7
Toevoeging eindejaarsmarge (incl. EVDB) 105,8    
Bijstelling ontvangstenramingen      
(incl. vredesoperaties € 5,5 miljoen) 23,911,511,63,62,6
Financiering SDD-fase 48,097,099,3115,721,2
Voorschot premietekort prepensioen  56,055,455,355,2
Middensommenonderzoek Kmar 2,74,15,58,311,0
Niet-relevante ramingsbijstelling militair      
ouderdomspensioen   – 25,7– 37,5– 6,5
Overige mutaties 1,61,71,82,12,5
Totaal technische mutaties 470,5437,0415,4416,0353,6
       
Strategisch Akkoord (inclusief augustusbrief)      
Korting prijsbijstelling – 72,2– 56,6– 55,7– 55,3– 53,8
Volume- en efficiencykorting personeel  – 51,3– 93,3– 135,3– 168,1
Taakstelling subsidie  – 2,4– 3,9– 5,5– 6,3
Taakstelling inhuur externen  – 7,0– 7,0– 7,0– 7,0
Ramingsbijstelling SDD-fase  – 30,0– 20,0– 10,0 
Intensivering EVDB  10,030,040,050,0
Totaal Strategisch Akkoord – 72,2– 137,3– 149,9– 173,1– 185,2
Totaal mutaties 489,8313,6278,8256,5181,7
Ontwerpbegroting 20037 192,27 524,07 311,77 283,07 273,17 165,1

Vredesoperaties

Het kabinet heeft in 2001 besloten tot deelneming aan de operatie «Enduring Freedom» en de «International Security Assistance Force» (ISAF). Hiertoe is in 2002 het budget voor vredesoperaties, inclusief € 5,5 miljoen verrekenbare ontvangsten, verhoogd met € 93,9 miljoen. Voor nadere reserveringen wordt vanaf 2003 € 5,5 miljoen toegevoegd.

Beleidsmatige mutaties Voorjaarsnota

Bewaking Koninklijk Huis («De Eikenhorst»)

De beveiliging van «De Eikenhorst» in Wassenaar leidt tot een intensivering van de bewakingstaak van de Koninklijke marechaussee. Hiertoe is een uitbreiding van het aantal marechaussees nodig. Voor het noodzakelijke beheer en de personele inzet zijn gelden ter beschikking gesteld.

Bestrijding terrorisme o.b.v. middensommen Koninklijke marechaussee

Het middensommenonderzoek bij de Koninklijke marechaussee (zie ook de technische mutaties) heeft ten aanzien van het «Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid» van de regering geleid tot een bijstelling.

Grensbewaking

Door het ministerie van Justitie zijn normen gesteld voor de doorlooptijden bij de grenscontrole op de luchthaven Schiphol. Om deze normen te kunnen halen is extra inzet nodig waarvoor middelen ter beschikking zijn gesteld.

Doelmatigheidsmaatregelen

Het Kabinet heeft bij Voorjaarsnota besloten tot een taakstellende efficiencykorting op het defensiebudget.

Technische mutaties

De belangrijkste technische mutaties betreffen de uitdeling van de loonbijstelling 2002, de uitdeling van de prijsbijstelling, de toevoeging, conform de systematiek van de eindejaarsmarge, van de niet in 2001 tot aanwending gekomen gelden (waaronder een deel van het EVDB-budget) en de verhoging van het uitgavenbudget als gevolg van hogere ontvangsten dan voorzien. De uitdeling van de prijsbijstelling is in het overzicht opgenomen alsof deze voor de volle 100% door het ministerie van Financiën is uitgekeerd. Het niet uitgekeerde deel (75%) is opgenomen onder de «Taakstellingen Strategisch Akkoord».

Financiering SDD-fase

Aangezien de betaling voor de «System Development and Demonstration» (SDD)-fase voor de ontwikkeling van het JSF-gevechtsvliegtuig geheel via de begroting van het ministerie van Defensie zal verlopen, zijn de hiertoe op de begroting van het ministerie van Economische Zaken opgenomen bedragen overgeboekt naar de defensiebegroting. Tevens zijn hiervoor fondsen uit de algemene middelen beschikbaar gesteld.

Voorschot premietekort prepensioen

In het kader van de introductie van een militair prepensioen is een financieringsarrangement overeengekomen met het ministerie van Financiën, hetgeen leidt een bevoorschotting van het initieel aan de orde zijnde premietekort. Dit voorschot wordt vanaf 2015, als het tekort omslaat in een overschot, terugbetaald.

Middensommenonderzoek Koninklijke marechaussee

Het bleek dat in de afgelopen jaren bij diverse intensiveringen een te lage middensom per vte werd gehanteerd. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met kosten voor «overhead». Het exploitatiebudget van de Koninklijke marechaussee kwam hierdoor onder druk te staan. Een vergelijkend onderzoek tussen de politie en de Koninklijke marechaussee naar de opbouw van de middensommen heeft geleid tot een aanpassing van de middensommen en de daarbij te hanteren systematiek voor de overhead. Dit onderzoek heeft geleid tot de vaststelling van de middensom per executieve vte van € 55 062,– op het prijspeil van 2001. Voorts zal een opslag van 26% voor overhead en stafcapaciteit worden gerekend. Bij de Voorjaarsnota van 2002 is dat verrekend en zijn de gelden aan de begroting van de Koninklijke marechaussee toegevoegd. Tevens zijn op basis van deze middensommen gelden toegevoegd voor de gedeeltelijke uitbreiding van de stafcapaciteit.

Niet relevante ramingsbijstelling militair ouderdomspensioen

De in de begroting opgenomen reeks, welke als niet-relevant is gekwalificeerd, is als gevolg van recente inzichten nader bijgesteld.

Overige mutaties

Tenslotte vallen onder de overige mutaties de overhevelingen tussen het ministerie van Defensie en andere departementen, de extra-gelden voor het NIOD-rapport over Srebrenica en afrondingsverschillen.

Strategisch Akkoord

Strategisch Akkoord (incl augustusbrief)

De door Defensie in te vullen taakstelling uit het Strategisch Akkoord, inclusief 75 % van het bedrag van de prijsbijstelling, is naar soort taakstelling weergegeven. In afwachting van nadere besluitvorming over te nemen maatregelen zijn de hiermee gemoeide bedragen gestald op het artikel Nominaal en Onvoorzien.

Intensivering EVDB

Besloten is om de EVDB-voorziening, welke een tot nu toe een incidenteel karakter droeg, structureel van aard te doen zien. Hiertoe is een oplopende reeks toegevoegd aan de defensiebegroting, welke uiteindelijk vanaf 2006 structureel € 50,0 miljoen bedraagt.

2.1.B. BELEIDSPROGRAMMA

Toelichting

Bij de uitvoering van het Strategisch Akkoord zullen in de periode 2003–2006 de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:

Hoofdtaken krijgsmacht

De Nederlandse krijgsmacht kent drie hoofdtaken. Naast de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied (inclusief de Nederlandse Antillen en Aruba) zijn dat de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit en de ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving (onder meer grensbewaking), rampenbestrijding en humanitaire hulp (zowel nationaal als internationaal). Thans worden wereldwijd zo'n 2300 militairen ingezet in het kader van crisisbeheersingsoperaties. Verder wordt de krijgsmacht ingeschakeld bij het voorkomen en bestrijden van terrorisme, natuurrampen, landbouwcrises en humanitaire catastrofes.

Taakstellingen

De taakstellingen in het Strategisch Akkoord zijn vooral gericht op de vergroting van de doelmatigheid van de defensieorganisatie door ontstaffing en ontbureaucratisering. Verder gaat het om een volumekorting op het burgerpersoneel en beperkingen van de prijsbijstelling, de subsidies, de ramingsbijstelling voor het asielbeleid en de inhuur van externen. Het Strategisch Akkoord omvat tevens maatregelen op het gebied van arbeidsvoorwaarden die resulteren in kortingen op de loonbijstelling; deze zijn nog niet verwerkt in de begroting. Het ambitieniveau voor de deelneming aan vredesoperaties is aangepast. Daarentegen zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB).

Sporen

Defensie zal verschillende sporen volgen om de beoogde personele en financiële taakstellingen te bereiken. Daarbij zullen de inspanningen zich vooral richten op de verbetering van de doelmatigheid van staven en ondersteunende eenheden, alsmede de verbetering van de doelmatigheid van operationele eenheden (het primaire proces). Naast de doelmatigheidsmaatregelen worden, voor zover het de beperking van de prijsbijstelling betreft, ook de mogelijkheden bezien om tijdelijk (meerjarig) te korten op investeringen of deze te beëindigen en om, zo nodig, onderdelen van de Defensienota 2000 aan te passen. In dit verband zullen ook de mogelijke gevolgen van de verlaging van het ambitienivau worden bezien. De sporen zullen nader worden uitgewerkt tot concrete maatregelen die op termijn effect zullen sorteren. Vóór de behandeling van de begroting van Defensie wordt de Kamer bij brief ingelicht over deze maatregelen.

Doelstellingen

Het streven is aantasting van operationele capaciteiten zo veel mogelijk te vermijden. Dit is allerminst eenvoudig, aangezien Defensie de laatste jaren wordt geconfronteerd met oplopende spanning op de materiële exploitatiekosten, terwijl de investeringen onder druk staan. Tegen die achtergrond zijn al eerder diverse maatregelen getroffen om de exploitatiekosten te verlagen. Defensie bereidt een pakket van maatregelen voor dat niet alleen de vereiste besparingen moet opleveren, maar ook de voorwaarden moeten scheppen voor een gezonde bedrijfsvoering in de komende jaren.

Er is de bewindslieden veel aan gelegen de personele taakstellingen van het Strategisch Akkoord verantwoord uit te voeren. Het betreft een efficiencykorting van vier procent voor al het burgerpersoneel en het militair personeel (met uitzondering van de marechaussee) en een volumekorting van vijf procent voor het burgerpersoneel, behalve het burgerpersoneel bij de marechaussee. Een generieke korting op het militaire en het burgerbestand zou onvoldoende recht doen aan de specifieke kenmerken van de krijgsmacht en de evenwichtige samenstelling van de defensieorganisatie verstoren. Het streven naar meer doelmatigheid zou zo zijn doel voorbij kunnen schieten. In plaats hiervan zal zorgvuldig worden bezien hoe en waar werkzaamheden op een minder personeelsintensieve wijze kunnen worden uitgevoerd, te beginnen in het begrotingsjaar 2003. In overeenstemming met de Agenda van de Toekomst zal een concrete aanpak het personeel snel uitsluitsel over de toekomst geven. Zakelijkheid en zorgvuldigheid zullen hand in hand gaan om personeelsleden waarvoor geen plaats meer is zo snel mogelijk naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Andere ingrijpende maatregelen, zoals een selectieve vacaturestop, zijn evenmin uitgesloten.

Criminaliteitsbestrijding, rechtshandhaving en rampenbestrijding

In het Strategisch Akkoord zijn gelden beschikbaar gesteld voor criminaliteitsbestrijding, rechtshandhaving en rampenbestrijding. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal in oktober, voor de begrotingsbehandeling van dit ministerie, een plan van aanpak aanbieden aan de Kamer. In dat kader houdt Defensie rekening met intensiveringen. Binnen de veiligheidsketen speelt Defensie immers een rol van betekenis, in de eerste plaats de Koninklijke marechaussee en in sommige gevallen de overige krijgsmachtdelen (bijvoorbeeld kustwachtactiviteiten).

Verankering

Het Strategisch Akkoord wordt verankerd in de speerpunten van het Defensiebeleid:

De bestrijding van het terrorisme

Defensie draagt hieraan bij via de inzet van militairen in en rondom Afghanistan (operatie «Enduring Freedom» en «ISAF»). Verder heeft Defensie in het licht van het toegenomen belang van de ondersteuning van civiele autoriteiten diverse maatregelen genomen. Het betreft onder meer de gezamenlijke beoefening van procedures van militaire en civiele autoriteiten en organisaties, operationele oefeningen en de oprichting van een kenniscentrum over bescherming tegen nucleaire, biologische en chemische middelen (NBC) en een NBC-school, waarvan civiele instanties gebruik kunnen maken. Verder werkt Defensie mee aan het «Actieplan Terrorismebestrijding en veiligheid» van de regering via de versterking van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), de Koninklijke marechaussee (persoonsbeveiliging, buitengrenscontroles, bestrijding grensoverschrijdende criminaliteit, beveiliging luchtvaart) en van de Bijzondere Bijstandseenheden (BBE) van het Korps mariniers. Met deze maatregelen draagt Nederland overeenkomstig het Strategisch Akkoord eraan bij dat Nederland een betrouwbare partner blijft in de internationale strijd tegen het terrorisme.

De versterking van de Europese militaire capaciteiten

Defensie draagt hier in de eerste plaats aan bij door de defensieplannen te toetsen aan de vastgestelde Europese militaire tekortkomingen. Aan de hand daarvan kunnen plannen worden bijgesteld om ruimte te maken voor nieuwe projecten. In de tweede plaats heeft Defensie sinds 2000 € 136 miljoen gekregen voor extra projecten ter versterking van de Europese militaire capaciteiten. Met de EVDB-intensivering van het Strategisch Akkoord kan Defensie ook de komende periode Europese projecten in gang zetten. In de derde plaats werkt Nederland aan de vergroting van de Europese doelmatigheid. In dat kader streeft Nederland naar vergaande militaire samenwerking met zijn Europese bondgenoten en partners.

De uitvoering van de Defensienota 2000

De activiteiten van de krijgsmachtdelen zijn ook de komende jaren gericht op de versterking van de gevechtskracht en het expeditionair vermogen, met het oog op het gezamenlijk optreden van de krijgsmachtdelen. De hoofdlijnen van de Defensienota stemmen overeen met de kernelementen van de defensieparagraaf van het Strategisch Akkoord – ontschotting en integratie, betere samenwerking tussen de krijgsmachtdelen, grotere doelmatigheid en een duidelijke structuur en aansturing. De Defensienota wordt uitgevoerd onder voorbehoud van de gevolgen van de uitwerking van het Strategisch Akkoord.

Het veranderingsproces

Het in 1998 begonnen Veranderingsproces Defensie heeft vruchten afgeworpen. De defensieorganisatie functioneert beter en er zijn met de ambtelijke en militaire leiding duidelijke afspraken gemaakt over de informatievoorziening aan de bewindslieden. Defensie blijft zich inspannen de organisatie optimaal toe te snijden op de hoge eisen van onze tijd. De commissie-Franssen heeft terzake belangwekkende aanbevelingen gedaan. Het Strategisch Akkoord onderstreept het belang van de beoogde veranderingen en zal hierbij als leidraad dienen.

Het personeelsbeheer

Defensie werkt verder aan de optimalisering van het personeelsbeheer, een voorwaarde voor een sterke positie op de arbeidsmarkt. Met de Defensienota 2000 en de begin 2002 met de sociale partners overeengekomen Agenda voor het Personeelsbeleid zijn belangrijke stappen gezet op weg naar de versterking en de verdere professionalisering van het personeelsbeheer. De komende periode wordt verder gewerkt aan de optimalisering ervan, evenals de verhouding tussen werkgever en werknemer. De personele taakstellingen van het Strategisch Akkoord zullen conform de doelstellingen (zie boven) ter hand worden genomen.

BELEIDSPROGRAMMA

Internationaal

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Voortzetting tweesporenbeleid Navo/GBVB• Versterking militair crisisbeheersingsvermogen van de Navo en de Europese Unie • Bijdrage aan mondiale stabiliteit• Bevordering internationale militaire samenwerking • Modernisering militaire structuren/capaciteiten Navo • Verwezenlijking Headline Goal • Deelneming crisisbeheersingsope-raties, thans in en rondom Afghanistan (ISAF/«Enduring Freedom»), Bosnië (SFOR) en Macedonië (Task Force Fox)Defensie Defensie, BZ Defensie Defensie, BZ Navo-top Praag HGIS
      
Versterking EVDB• Nederlandse bijdrage aan de versterking van de Europese capaciteiten• Aanwijzing aanvullende projecten ter versterking van de Europese militaire capaciteitenMinisterRapportage: november 2002€ 130,0 t/m 2006

De Navo blijft de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid, belichaamt de transatlantische band en staat garant voor de collectieve verdediging. Tegen die achtergrond hecht de regering grote betekenis aan de ontwikkeling van het EVDB. Langs deze weg kan Europa ook in de toekomst een waardevolle transatlantische partner blijven. Nederland zet zich binnen de EU en de Navo in het bijzonder in voor versterking van de Europese militaire capaciteiten. De beleidsintensivering welke oploopt tot € 50 miljoen structureel vanaf 2006 stelt Nederland in staat actief bij te dragen aan het opheffen van de militaire tekortkomingen die zijn vastgesteld in het kader van de Helsinki Headline Goal van de EU en van het Defence Capability Initiative (DCI) van de Navo. Defensie stelt thans een lijst samen met aanvullende projecten ter versterking van de Europese militaire capaciteiten. Mede met het oog op de Navo-top van november 2002 in Praag wil Defensie deze projecten op korte termijn vaststellen. Gezien de omvang van de EVDB-intensivering betreft het waarschijnlijk een vijftal projecten, gericht op specifieke Europese militaire tekortkomingen. Het eerste project is recentelijk vastgesteld. Het gaat om de ombouw van zes Fuchs-pantservoertuigen voor de gezamenlijke Duits-Nederlandse NBC-detectiecapaciteit. Deze capaciteit, waarvan de kosten zijn geraamd op € 10 miljoen, zal eind 2003 goeddeels operationeel zijn.

Nationaal

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Verlaging ambitieniveau van max. vier naar max. drie operaties per jaar • Beoordeling op basis van het Toetsingskader • Onderzoek naar mogelijke gevolgen voor de Defensie-organisatie, in samenhang met de taakstelling uit het Strategisch AkkoordMindef, MinBuza en MP Eerste rapportage: november 2002  
      
Betrouwbare partner in internationale strijd tegen terrorisme• Bestrijding en voorkoming terrorisme• Bijdrage aan Actieplan Terrorisme en Veiligheid – 2001 • Overige maatregelen • Bijdrage aan versterking Europese militaire capaciteiten ten behoeve van terrorismebestrijding • Deelneming aan internationale operaties in het kader van terrorismebestrijdingDefensie, overige betrokken departementenDefensie Defensie Defensie, BZ € 89,7 miljoen t/m 2006 € 32,0 miljoen t/m 2009 HGIS

In het voorjaar van 2002 heeft Defensie ter verbetering van de bijdrage aan de bestrijding van het terrorisme een groot aantal maatregelen voorgesteld. Deze omvatten zowel nieuwe beleidsvoornemens als eerder geformuleerde behoeftestellingen die in het licht van de terroristische dreiging een hogere prioriteit verdienen. Sommige maatregelen zijn organisatorisch of procedureel van aard en konden op korte termijn worden verwezenlijkt en binnen de begroting worden opgevangen. Andere maatregelen zijn nog niet geëffectueerd, maar worden nader bezien. Zij vergen grotere uitgaven en worden betrokken bij de invulling van de EVDB-intensivering.

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Verbetering samenwerking krijgsmachtdelen• Vergroting doelmatigheid en efficiency• Ontschotting en integratie, zie verder actiepunten efficiencytaakstellingenMinister en staatssecretarisEerste rapportage: november 2002 

«Paars», «joint» en «combined» zijn sleutelbegrippen bij de vergroting van de doelmatigheid en de efficiency van de krijgsmachtdelen. Activiteiten overschrijden steeds vaker de grenzen tussen de krijgsmachtdelen. De mogelijkheid om gezamenlijk militair op te treden wordt steeds meer de norm. Dat heeft logischerwijs ook gevolgen voor de staven en het departement. Langs de reeds ingezette lijnen van de Defensienota 2000 kan de Defensie-organisatie verder worden ontschot en geïntegreerd. Daarbij kan worden gedacht aan de gehele of gedeeltelijke samenvoeging van de krijgsmachtdeelstaven met het kerndepartement, vermindering van het aantal defensielocaties (via concentratie), centralisatie en concentratie van de operationele eenheden en ondersteuning, en aan maatregelen op personeel, financieel, organisatorisch, materieellogistiek en ICT-terrein.

TAAKSTELLINGEN

Efficiency

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Efficiencykorting (4%) en volumekorting (5%) bij het burgerpersoneel Efficiencykorting (4%) bij het militair personeel• Vergroting doelmatigheid en efficiency• Ontstaffing en ontbureaucratisering van staven en ondersteunende eenheden • Verbetering van het primaire proces, de operationele eenhedenMinister en staatssecretaris, sociale partnersEerste rapportage: november 2002€ 201,6 € 246,4

Overig

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Beperking inhuur externen• Terugdringen inhuur als onderdeel van de totale efficiencykorting• Onderzoek, in samenhang met de volume- en efficiencykorting op het totale personeelsbestandMinister en staatssecretarisEerste rapportage: november 2002€ 28,0
Subsidietaakstelling• Generieke vermindering van het budget• OnderzoekMinister en staatssecretarisEerste rapportage: november 2002€ 18,1
Ramingsbijstelling asielbeleid• Bijstelling budget Asielbeleid als gevolg aangepaste instroomraming• Ramingsbijstelling voor het taakveld Handhaving VreemdelingenwetMindef en MinjustEerste rapportage: november 2002€ 14,8

Arbeidsvoorwaarden

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Aanpassing arbeidsvoorwaarden sector Defensie• Versobering ziektekostenregeling • Aansluiting bij het nieuwe WAO/WW-beleid en fiscale wetgeving• Overleg met Centrales van Overheidspersoneel in het kader van de eerstvolgende CAO (2004 en later)Staatssecretaris, Sociale partnersVersobering ziektekosten in 2004. Overige maatregelen in lijn met rijksbrede afspraken€ 26,7

In de aanloop naar de invoering van een basisverzekering in de zorg worden de ziektekosten-regelingen van overheidspersoneel met ingang van 2004 versoberd. Deze taakstelling zal loonsomevenredig over de sectoren worden verdeeld. Voorts zijn de in het Strategisch Akkoord opgenomen afspraken op het gebied van de sociale zekerheid (uitkeringen bij ziekte, WAO en WW) voor de sector Defensie relevant omdat deze van invloed kunnen zijn op de thans bij Defensie geldende bovenwettelijke uitkeringen. In de sfeer van de fiscale regelgeving gaat het met name om de voorziene totstandkoming van de levensloopregeling binnen het bestaand fiscaal kader.

Prijsbijstelling

1. Voornemens Strategisch Akkoord2. Doelen3. Acties4. Actoren5. Deadlines6. Budget x 1mln
Inhouding van 75% van prijsbijstellingstranche 2002 • Onderzoek exploitatieuitgaven en omvang en tijdstip investeringsprojectenMinister en staatssecretarisEerste rapportage: november 2002€ 221,4
Ramingsbijstelling dollarkoers SDD-fase• Aanpassing budget op basis van recent aangekochte termijndollars• Budgettaire verwerking in begrotingMindefEerste rapportage: Voorjaarsnota 2003€ 60,0

2.2 De beleidsartikelen

Inleiding tot de beleidsartikelen

De hoofddoelstellingen van Defensie

De basis van de hoofddoelstellingen van Defensie is het gestelde in (het herziene) artikel 97, lid 1 van de Grondwet: «Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht». Voor de krijgsmacht gelden drie hoofddoelstellingen, te weten:

1. de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Nederlandse Antillen en Aruba;

2. de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit;

3. ondersteuning van de civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

De drie hoofddoelstellingen worden gerealiseerd met behulp van de vier krijgsmachtdelen. Al naar gelang de aard en wijze van optreden zijn per krijgsmachtdeel nader geoperationaliseerde doelstellingen bepaald en in het betreffende beleidsartikel opgenomen en toegelicht.

Eerste doel van het defensiebeleid is het verzekeren van de eigen en bondgenootschappelijke territoriale integriteit. Aan deze algemene beleidsdoelstelling wordt invulling gegeven door het gereedstellen en instandhouden van operationele eenheden van de krijgsmacht en het daarnaast beschikbaar hebben van mobilisabele eenheden. Voor de algemene verdediging kunnen alle middelen van de krijgsmacht worden ingezet. Omdat Nederland vrijwel altijd met andere landen, in de eerste plaats de Navo-partners, zal optreden is interoperabiliteit en flexibiliteit van de strijdkrachten vereist. Door spanningen en destabiliserende ontwikkelingen aan de rand van het Navo-verdragsgebied of door terrorisme kunnen eigen en bondgenootschappelijke belangen worden aangetast. Hierdoor kunnen verplichtingen op grond van artikel 5 van het Navo-verdrag ontstaan. Zowel het inzetgereed krijgen en houden van operationele eenheden als het gezamenlijk kunnen optreden («joint») van krijgsmachtdelen is in een dergelijk geval van cruciaal belang.

Met de inzet van militaire middelen levert Defensie een bijdrage aan een actief veiligheidsbeleid, dat zich niet beperkt tot de zorg voor de veiligheid van het eigen land en die van de bondgenoten, maar zich ook uitstrekt tot breed opgezette conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Ook in 2003 zal Nederland, teneinde de internationale rechtsorde te handhaven en te bevorderen, met militaire middelen bijdragen aan internationale vredesoperaties. Naast de al langer lopende operaties op de Balkan, worden Nederlandse militairen tevens ingezet in de internationale wateren rond het Arabisch schiereiland en het Caribisch gebied, in Afghanistan en omringende landen en op verschillende andere plaatsen in de wereld. Hiermee wordt invulling gegeven aan het ambitieniveau zoals dat in de Defensienota 2000 is verwoord. De verwachting is dat in 2003 in ieder geval (een deel van) de operaties zal worden voortgezet. Het belang van crisisbeheersing voor de krijgsmacht is na 11 september 2001 geenszins afgenomen. De teloorgang van staatsstructuren en samenlevingen elders in de wereld, hoe ver weg ook, kan immers klaarblijkelijk gevolgen hebben voor onze eigen veiligheid. Ook het lenigen van humanitaire nood en het voorkomen van vluchtelingenstromen is een belangrijk motief om deel te nemen aan vredesoperaties.

Defensie wil voorts door middel van internationale samenwerking bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid. Het belang van internationale samenwerking is verder toegenomen in het licht van de in EU- en Navo-verband voorgenomen versterking van de Europese crisisbeheersingscapaciteiten. Deze versterking – een van de speerpunten uit de beleidsagenda – is nodig om de effectiviteit en de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen te vergroten, zowel binnen de Navo (DCI) als bij de realisatie van de Helsinki Headline Goal van de Europese Unie. De Navo is de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Het Navo-lidmaatschap vergroot de mogelijkheden tot handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde en veiligheid. Door bij te dragen aan de financiering van de Navo-programma's en budgetten draagt Nederland bij aan de instandhouding van de geïntegreerde militaire structuur van het bondgenootschap.

Door de plaatsing van attachés op een aantal geselecteerde ambassades in het buitenland en vlag- en opperofficieren bij internationale staven draagt Nederland bij aan het veiligheidsbeleid in het algemeen en aan de bestaande veiligheidsstructuren. Overige internationale samenwerking neemt voornamelijk de vorm aan van het bijstaan van Midden- en Oost-Europese (MOE) landen op het gebied van opleiding en training, financiële en materiele ondersteuning. Doel hiervan is de toetreding van deze staten tot de Navo mede te faciliteren.

Naast de taken die de krijgsmacht uitvoert in het kader van de internationale veiligheid, worden militairen en in voorkomend geval ook militair materieel – op verzoek en onder gezag van civiele autoriteiten – ingezet om bij te dragen aan de handhaving van de nationale rechtsorde en veiligheid en steunverlening in het kader van het algemeen belang.

Behalve aan het voldoen aan mogelijke verzoeken van deze aard door de civiele autoriteiten zal in 2003 ook de nodige aandacht worden gegeven aan de beoefening van procedures die militaire en civiele autoriteiten en organisaties tijdens crises dienen te hanteren. Zo staan bijvoorbeeld rampenbestrijdingsoefeningen op luchtvaartterreinen op het programma, waarbij vooral lokale overheden en instanties een rol van betekenis spelen. Op nationaal niveau is een Crisis Management Exercise (CMX) gepland. Ook is een oefening van het Defensie beleidsteam voorzien.

De aanslagen van 11 september en de daarop volgende gebeurtenissen hebben het belang van deze derde hoofddoelstelling van de krijgsmacht – de ondersteuning van civiele autoriteiten – onderstreept. Defensie werkt, mede op grond van bestaande regelingen in het kader van de militaire bijstand en steunverlening, nauw samen met andere overheidsdiensten in Nederland. De krijgsmacht fungeert op die manier met de haar ter beschikking staande middelen als «vangnet» voor civiele autoriteiten.

Beleidsartikel 01 Koninklijke marine

Algemene beleidsdoelstelling

De Koninklijke marine beoogt de realisatie van een adequaat maritiem-militair vermogen door de gereedstelling van voor hun taak berekende eenheden ter ondersteuning van de hoofddoelstellingen van Defensie. Een samenstel van eenheden vormt een module die met eenheden van andere krijgsmachtdelen (joint) en/of krijgsmachten van andere staten (combined) inpasbaar zijn in grotere internationale verbanden. De bijdrage van de zeestrijdkrachten aan het totale militaire vermogen wordt voor een groot deel bepaald door het gebruik van de vrije zee. Dit stelt hen in staat vroegtijdig in een operatiegebied aanwezig te zijn zonder de territoriale integriteit van andere landen te schenden. Zodoende zijn zij geschikt om bij te dragen aan het voorkomen van een conflict of op te treden in geval van een crisis. Als de preventie van een conflict faalt, zijn zeestrijdkrachten in staat direct (door de inzet van scheepswapens of mariniers) of indirect (door het opleggen van een embargo) de situatie op land te beïnvloeden. In geval van een grootschaliger, landgebonden operatie leveren zeestrijdkrachten cruciale ondersteuning en bescherming. Zeestrijdkrachten zijn daarnaast in staat om de veiligheid op en nabij de eigen territoriale wateren te waarborgen.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De geoperationaliseerde doelstellingen van de Koninklijke marine worden weergegeven in de onderstaande doelstellingenmatrix. Hierin is aangegeven hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar dienen te zijn voor inzet ten behoeve van de drie hoofddoelstellingen van Defensie. Uitgangspunt daarbij is dat de eenheden binnen de aangeven gereedheidstermijn voor het gehele geweldsspectrum inzetbaar zijn (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluiten aan bij de Navo-indeling in High Readiness Forces (HRF) en Forces of Lower Readiness (FLR). De eerstvolgende evaluatie naar de doelstellingen van dit beleidsartikel vindt plaats in 2005.

Type eenheidInzetbaarTotaalHRFFLR
   Directop korte termijnop lange termijn
Commandant der Zeemacht in NederlandFregatten*)13372+1
 Bevoorradingsschepen2 2 
 Amfibisch schip (LPD)1 1 
 Onderzeeboten4121
 Mijnenbestrijdingsvaartuigen12282
 Hydrografische vaartuigen2 2 
 Maritieme helikopters20794
 Maritieme patrouillevliegtuigen7232
Commandant van het Korps MariniersMariniersbataljons **)4121
 Ondersteunende mariniers- bataljons ***)312 
 Bijzondere bijstandseenheid mariniers11  
Commandant der Zeemacht in het Caribisch GebiedFregat11  
 Maritieme helikopter11  
 Maritieme patrouillevliegtuigen33  
 Ondersteuningsvaartuig1 1 
 Marinierspelotons met gevechtssteun624 
 Pelotons Antilliaanse militie2 2 
 Peloton Arubaanse militie1 1 

*) Het additionele fregat in de kolom FRL betreft een LCF in proeftochtstatus.

**) Dit zijn de manoeuvrebataljons, waarvan 3 MARNSBAT in oprichting is. Van dit MARNSBAT zijn permanent 2 compagnieën (6 pelotons) met een beperkte organieke ondersteuning gestationeerd in de West (zie CZMCARIB).

***) Betreffen het Gevechtssteun-, het Amfibisch Ondersteunings- en het Logistieke Bataljon.

Veranderdoelstellingen

In deze paragraaf worden de veranderdoelstellingen van de Koninklijke marine uit de Defensienota 2000 toegelicht voor zover deze geen projecten betreffen. De projecten worden toegelicht in de paragraaf investeringen. De eerder al gereed gemelde veranderdoelstellingen (MHKC (Marine Hoofdkwartier/Kustwachtcentrum), afstoting van twee fregatten) zijn niet meer opgenomen.

De afstoting van drie mijnenbestrijdingsvaartuigen in de periode 2000 tot 2002.

De mijnenbestrijdingsvaartuigen Hr.Ms. Alkmaar, Hr.Ms. Delfzijl en Hr. Ms. Dordrecht zijn uit dienst gesteld. Naar een koper wordt gezocht.

De afstoting van drie P-3C Orions in de periode 2001–2003.

De drie P-3C Orions zijn geïdentificeerd. In verband met de omvangrijke inzet van de P-3C Orions onder gelijktijdige aanloop van de Capability Upkeep P-3C Orions en de doorloop van groot onderhoud, is besloten één P-3C Orion tot einde 2002 door te laten vliegen. Alle drie de vliegtuigen blijven beschikbaar voor verkoop.

Budgettaire gevolgen van beleid

De financiële middelen die de Koninklijke marine ter beschikking staan voor de realisatie van de nader geoperationaliseerde doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen.

Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 01 (bedragen x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen1 359 0101 597 3511 234 9991 261 1701 170 5781 165 9031 387 750
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Commandant der Zeemacht in Nederland334 560338 388342 113339 168337 844337 174335 906
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied66 00371 08670 45870 70570 10869 92769 908
Commandant van het Korps Mariniers115 085119 259121 887123 979122 723121 662120 611
Ondersteunende eenheden288 073290 104283 017276 958272 543274 720272 069
Subsidies217149149149149149149
Investeringen408 222379 180411 534396 726376 833327 362368 047
Totaal Programmauitgaven1 212 1601 198 1661 229 1581 207 6851 180 2011 130 9931 166 690
Apparaatsuitgaven       
Admiraliteit213 909220 446195 099192 931193 246197 151194 330
Wachtgelden en inactiviteitswedden16 95316 19812 18611 19610 2609 4038 723
Totaal Apparaatsuitgaven230 862236 644207 285204 127203 506206 554203 053
Totale uitgaven1 443 0221 434 8101 436 4431 411 8121 383 7071 337 5471 369 743
Ontvangsten45 28054 508115 92060 92153 92052 90852 908

Activiteiten

De activiteiten van de Koninklijke marine worden onderverdeeld in operationele, ondersteunende en bestuurlijke activiteiten, deze zijn ondergebracht bij de Resultaat Verantwoordelijke Eenheden. De Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED), de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) en de Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS) zijn verantwoordelijk voor de operationele activiteiten. Het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen (CAMS, voorheen CAWCS), Marinebedrijf (MB), Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) en Opleidingen Koninklijke marine (OKM) geven inhoud aan de ondersteunende activiteiten. De bestuurlijke activiteiten worden door de Admiraliteit gecoördineerd en ondersteund. kst-28600-X-2-1.gif

De activiteiten van de Koninklijke marine zijn veelomvattend. Naast de in deze begroting opgenomen activiteiten zijn er ook activiteiten die hier niet nader zijn benoemd. Deze niet nader benoemde ondersteuning, zoals bewaking, is veelal intern van aard en is onlosmakelijk verbonden met de benoemde activiteiten. Ze draagt evenzeer bij aan de realisatie van de doelstellingen.

Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)

CZMNED is verantwoordelijk voor het gereedstellen, inzetbaar houden en inzetten van de operationele eenheden van de vloot, met uitzondering van de eenheden die vallen onder CZMCARIB en de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten (BDZ). Tevens vervult hij de functie van Admiraal BENELUX (ABNL). Daartoe beschikt hij over een geïntegreerde Belgisch-Nederlandse operationele staf en een taakorganisatie. De taakorganisatie realiseert de operationele inzet van de Belgische en Nederlandse eenheden. CZMNED heeft als nevenfunctie de operationele leiding over de Kustwacht Nederland (KWNED) waartoe het kustwachtcentrum is gecolloceerd met het Marine Hoofd Kwartier (zie ook beleidsartikel Civiele taken).

CZMNED bestaat uit de Groep Escorteschepen, de Groep Maritieme Helikopters, de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen, de Onderzeedienst en de Mijnendienst. Naast deze operationele groepen omvat CZMNED diverse commandementen en ondersteunende organisatiedelen. Voor het uitvoeren van de taken zijn de onderstaande vaardagen en vlieguren geraamd.

Prestatiegegevens CZMNEDMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Fregatten/bevoorradingsschepen/amfibisch schip (LPD)    
Standing Naval Forces Atlantic & MediterreanVaardagen431140294
UK/NL Amphibious Force & NAVO Striking fleetVaardagen17858130
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVaardagen759692767
Onderzeeboten    
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVaardagen465200430
Mijnenbestrijdingsvaartuigen    
Mine Counter Measure Forces North & SouthVaardagen171259252
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVaardagen573361268
Hydrografische vaartuigen    
Hydrografische opnemingenVaardagen270330330
Maritieme helikopters    
Standing Naval Forces Atlantic & MediterreanVlieguren20023166
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVlieguren4 4801 8953 579
Maritieme patrouillevliegtuigen    
Stationering maritiem patrouillevliegtuig KevlavikVlieguren347275300
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVlieguren2 2051 1751 650

Bovenstaande ramingen zijn exclusief de vaardagen en vlieguren voor KWNED (zie hiervoor het beleidsartikel Civiele taken) en eventuele inzet voor vredesoperaties, zoals Enduring Freedom, verificatievluchten boven Kosovo en deelname aan de Multinational Interdiction Force in de Arabische Golf (zie hiervoor het beleidsartikel uitvoeren vredesoperaties).

Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB)

CZMCARIB is verantwoordelijk voor het inzetbaar houden en inzetten van de operationele eenheden in zijn bevelsgebied. De autoriteit waaronder de eenheden organiek vallen, blijft logistiek verantwoordelijk. CZMCARIB vervult de nevenfunctie van Commandant KWNA&A (zie voor deze kustwachttaak ook beleidsartikel Civiele taken). In de Amerikaanse organisatie voor de bestrijding van drugs, de Joint Interagency Task Force East (JIATF-EAST), vervult CZMCARIB de functie van Commander Task Group 4.4 (CTG 4.4). CZMCARIB is tevens belast met het oproepen, keuren, selecteren en plaatsen van de Antilliaanse en Arubaanse militie.

CZMCARIB bestaat uit vloot- en marinierseenheden, eenheden van de Antilliaanse en Arubaanse militie, het hoofdkwartier, drie kazernes en ondersteunende eenheden. Het hoofdkwartier en het kustwachtcentrum zijn gecolloceerd. Voor de activiteiten van CZMCARIB zijn de volgende vaardagen, vlieguren en manoefendagen geraamd.

Prestatiegegevens CZMCARIBMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 20021Raming 2003
Fregatten    
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVaardagen564227
Operationele gereedheid op peil houdenVaardagen642
Bestrijding illegale handel verdovende middelenVaardagen1074
Maritieme helikopters    
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVlieguren123100100
Operationele gereedheid op peil houdenVlieguren131313
Bestrijding illegale handel verdovende middelenVlieguren282222
Maritieme patrouillevliegtuigen    
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVlieguren757070
Operationele gereedheid op peil houdenVlieguren323030
Ondersteuningsvaartuig    
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVaardagen707272
Operationele gereedheid op peil houdenVaardagen151818
Marinierspelotons met gevechtssteun    
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedMensoefendagen7471 4501 450
Operationele gereedheid op peil houdenMensoefendagen8 00013 05013 050
Pelotons Antilliaanse en Arubaanse militie    
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedMensoefendagen202525
Operationele gereedheid op peil houdenMensoefendagen640775775

*) Vermoedelijke uitkomst 2002 betreft de vaardagen en vlieguren exclusief de te maken vaardagen en vlieguren voor de operatie Enduring Freedom.

Bovenstaande ramingen zijn exclusief de dagen en uren die beschikbaar zijn voor de uitvoering van civiele taken voor de KWNA&A (zie beleidsartikel Civiele taken) en eventuele inzet voor vredesoperaties (zie hiervoor het beleidsartikel uitvoeren vredesoperaties),

Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS)

CKMARNS is verantwoordelijk voor het gereedstellen en inzetbaar houden van de operationele eenheden van de mariniers.

CKMARNS bestaat uit het hoofdkwartier, de Groep Operationele Eenheden van de Mariniers (GOEM), de kazernes in Doorn, Rotterdam, Den Helder (vanaf 2004) en Texel en de Marinierskapel der Koninklijke marine.

Prestatiegegevens CKMARNSMeeteenheidRealisatie 2001*Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Mariniersbataljons en Ondersteunende marnsbat    
UK/NL Landing Force & ACE Mobile Force (Land)Mensoefendagen5 69037 64842 050
Beschikbaar houden nood-hulpverkenningseenheidMensoefendagen242424
Gereedstelling Bataljons-groep, op 14 dagen notice**)Mensoefendagen01 8692000
Training (nationaal en internationaal)Mensoefendagen46 11277 60561 329
OpleidingenMensoefendagen17 43515 00015 000
Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE)    
GereedstellingMensoefendagen4 86015 39615 000

*) De lage realisatie in 2001 is het gevolg van de uitzendingen in het kader van UNMEE.

**) Als strategische reserve voor SFOR. Een bataljonsgroep bestaat uit een MARNSBAT en toegesneden combat en combat service support vanuit de ondersteunende bataljons en de vloot.

Bovenstaande ramingen zijn exclusief de eventuele inzet voor vredesoperaties (zie hiervoor het beleidsartikel Uitvoeren vredesoperaties).

In het door het ministerie van Justitie opgestelde Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid is een uitbreiding van de Bijzondere Bijstandseenheid van de Mariniers en de Amfibische capaciteit aangekondigd. De invulling door de Koninklijke marine bestaat uit de toevoeging aan het Korps Mariniers van een peloton BBE van 75 militairen, alsmede een structurele verhoging van het activiteitenniveau met 9 000 mensoefendagen per jaar.

Materieel Logistiek

De materieel-logistieke ondersteuning wordt geleverd door het Marinebedrijf (MB) en het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen (CAMS). Bij de opgenomen activiteiten zijn de afnemers vermeld. Het is nog niet mogelijk de activiteiten in deze begroting al uit te splitsen naar de in de tabel opgenomen afnemers (zie ook de groeiparagraaf). De afnemers binnen de Koninklijke marine betreffen de operationele eenheden en de Admiraliteit. De afnemers buiten de Koninklijke marine zijn aangegeven als «EXTERN'. Hieronder worden onder meer begrepen de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en Navo-partners.

De belangrijkste activiteiten worden als volgt gekwantificeerd.

Prestatiegegevens Materieel LogistiekMeeteenheidAfnemerRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Meerjaarlijks onderhoudAantalCZMNED233
  CZMCARIB   
Tussentijds onderhoudAantalCZMNED774
  CZMCARIB   
ReparatieordersAantalCZMNED10 08110 90010 900
  CZMCARIB   
  CKMARNS   
  ADMIRALITEIT   
  EXTERN   
Modificatie opdrachtenAantalCZMNED341320300
  CZMCARIB   
  CKMARNS   
  ADMIRALITEIT   
  EXTERN   
Projecten nieuwbouwAantalADMIRALITEIT655
  EXTERN   
Projecten afstoting schepenAantalADMIRALITEIT331

Het meerjaarlijks onderhoud (MJO) is het onderhoud aan een eenheid van de vloot dat nodig is om de materiële gereedheid ten minste tot aan de volgende geplande onderhoudsperiode van die eenheid kostenefficiënt op peil te houden. Het tussentijds onderhoud (TTO) is een tussen de MJO's vallende korte reparatieperiode, inclusief dokbeurt, waarbij in principe alleen de met de directe veiligheid en materiële gereedheid verband houdende werkzaamheden worden uitgevoerd.

Het uitvoeren van noodzakelijke reparatieorders tussen de geplande reparatieperiodes (MJO/TTO) betreft het incidenteel onderhoud.

Met ingang van 2003 wordt het uitvoeren van de modificatie opdrachten, de projecten nieuwbouw en afstoting van schepen (de engineering) niet meer in uren maar in aantallen uitgedrukt.

Opleidingen

Het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de Opleidingen Koninklijke marine (OKM) en het Mariniers Opleidingscentrum (MOC) dragen zorg voor de initiële opleidingen en bijscholings- en functieopleidingen. Bij de opgenomen activiteiten zijn de afnemers vermeld. Het is nog niet mogelijk de activiteiten in deze begroting al uit te splitsen naar de in de tabel opgenomen afnemers (zie ook de groeiparagraaf). De afnemers buiten de Koninklijke marine zijn aangegeven als «EXTERN». Hieronder worden onder meer begrepen de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht, Navo-partners, andere overheidsinstanties en in een enkel geval civiele afnemers.

De belangrijkste activiteiten worden als volgt gekwantificeerd:

Prestatiegegevens OpleidingenMeeteenheidAfnemerRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Initiële opleidingen OKMGeslaagde cursistenCZMNED1 0951 193981
Initiële opleidingen MOCGeslaagde cursistenCKMARNS650650650
Initiële opleidingen KIMGeslaagde cursistenCZMNEDCKMARNS241241247
      
Bij- en omscholingsopleidingen OKMGeslaagde CZMNED15 06211 58011 580
 cursistenCZMCARIB   
  CKMARNS   
  OVERIG INTERN KM   
  EXTERN   
Bij- en omscholingsopleidingen KIMGeslaagde CZMNED202020
 cursistenCZMCARIB   
  CKMARNS   
  EXTERN   
KIM-publicatiesAantalKM-breed694444

Admiraliteit

De Admiraliteit draagt zorg voor de coördinatie en ondersteuning van de bestuurlijke activiteiten en bestaat uit een beleidsstaf en diverse uitvoerende diensten. De beleidsstaf ondersteunt de bevelhebber en draagt zorg voor het uitwerken van het beleid en het opstellen van plandocumenten. De grotere uitvoerende diensten betreffen:

• de ARBO-dienst;

• de Audiovisuele Dienst;

• het Centrum voor Operationele Data-Analyse;

• de Dienst Bedrijfsgezondheidszorg;

• de Dienst der Hydrografie;

• de Dienst Maritieme Historie, inclusief de marinemusea;

• de Publicatievoorziening en reproductie;

• de Sociaal Medische Dienst;

• het Verbindingscentrum Den Haag.

Daarnaast valt onder de Admiraliteit ook het personeel dat is geplaatst in het buitenland (zoals bij de Navo, de EU, de VN, de OVSE), bij het Koninklijk Huis en dat revalidatie ondergaat bij de Sociaal Medische Dienst.

Investeringen

Onderstaand wordt per onderscheiden begrotingscategorie nader ingegaan op investeringsprojecten. Hierbij is de informatie welke tot voor kort in het Materieelprojectenoverzicht werd opgenomen met de financiële informatie uit de artikelsgewijze toelichting samengevoegd. De projecten die hier nader worden toegelicht zijn de DMP-projecten die in realisatie zijn en de DMP-projecten waarover in het begrotingsjaar een behoeftestellingsbrief naar het Parlement zal worden gezonden.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen en vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.

Project Fregatten van de Zeven Provinciën-klasse

DoelstellingInstandhouding van capaciteiten op het vlak van maritieme commandovoering, maritieme oorlogsvoering en luchtverdediging voor de lange afstand door het in gebruik nemen van vier Luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF). 
Projectomvang€ 1 601,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
ActiviteitenBouwBouw en proeftocht D-briefBouw, proeftocht en integratie hard- en software1e LCF operationeel  
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)39 40081 46751 763    
Uitgaven (x € 1 000)233 133165 836147 755117 20069 01112 74215 977

LCF-1 (Hr. Ms. De Zeven Provinciën) is op 26 april 2002 in dienst gesteld. LCF-2 voert in oktober 2002 de proeftocht uit. LCF-3 bevindt zich in de afbouwfase, LCF-4 is in aanbouw. In 2003 wordt vervolgd met de hardware/software integratie en proefnemingen aan boord van LCF-1. De uitvoering van het project verloopt volgens plan. Er wordt samengewerkt met Duitsland en Canada. Over de verwervingsvoorbereiding van het deelproject Sirius, een infra rood-systeem waarmee geleide wapens kunnen worden waargenomen, wordt de Kamer eind 2002 geïnformeerd.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)

DoelstellingInstandhouding van de mijnenbestrijdingscapaciteit door modernisering van de jaagcomponent (sonar/C2-deel) en herintroductie van de veegcomponent (drone-deel). 
Projectomvang€ 288,1 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten UitvoeringUitvoeringUitvoering 1e gereedUitvoeringUitvoeringUitvoering, bouw PPM
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)103 60034 07817 638    
Uitgaven ( x € 1 000)46615 58133 59226 02725 05427 46818 194

De jaagcomponent betreft de modernisering van tien mijnenjagers van de Alkmaar-klasse. De uitvoering is begonnen. Het project vindt plaats in samenwerking met België. De veegcomponent betreft de verwerving van mijnenveegdrones. Ten gevolge van nadere prioriteitstelling vindt de instroom hiervan later en over een langere periode plaats. Het pre-productiemodel (PPM) komt beschikbaar in de tweede helft van dit decennium. Na evaluatie volgt seriebouw in de eerste helft van het volgende decennium.

Project Hydrografische Opnemingsvaartuigen (HOV)

DoelstellingInstandhouding van een militair hydrografische capaciteit door vervanging van de twee verouderde Noordzee-opnemers door twee opnemingsvaartuigen en de afstoting van Hr.Ms. Tydeman. 
Projectomvang€ 53,0 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten BouwHOV-1 in de vaartHOV-2 in de vaart   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 48 6292 137    
Uitgaven (x € 1 000) 19 32927 9375 481   

De militaire hydrografische capaciteiten betreffen de ondersteuning van militaire operaties en de uitvoering van de (civiele) hydrografische taak op het Nederlands deel van het continentaal plat en in de wateren rond de Nederlandse Antillen en Aruba. Het project loopt volgens plan.

Project Tweede Landing Platform Dock (LPD-2)

DoelstellingZekerstellen van het voortzettingsvermogen van LPD-1 alsmede de uitbreiding van de amfibische liftcapaciteit en strategische zeetransportcapaciteit door de verwerving van een tweede amfibisch transportschip. In het kader van EVDB wordt het schip voorzien van commandofaciliteiten waarbij wordt gestreefd naar internationale cofinanciering. 
Projectomvang€ 202,6 miljoen exclusief € 34,9 miljoen voor commandofaciliteiten ten laste van beleidsartikel 11 «Internationale samenwerking». 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  BouwBouwBouwProeftochtOperationeel
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)2 200148 85951 583    
Uitgaven (x € 1 000)2 0256 83030 38951 94756 37850 1924 881

Het contract met de Koninklijke Schelde Groep (KSG) is op 3 mei 2002 getekend. Overdracht aan de Koninklijke marine vindt plaats in 2006. Conform de Defensienota is LPD-2 in 2007 operationeel.

Project Vervanging Hr.Ms. Zuiderkruis

DoelstellingInstandhouding van de maritiem logistiek capaciteiten door vervanging van Hr.Ms. Zuiderkruis 
Projectomvang€ 192,4 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten   B-brief  Aanloop bouw
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000)      4 500

Het DMP-A document is in 1995 ingediend. Vanwege een herziening van de prioriteiten is de vervanging van Hr.Ms. Zuiderkruis tien jaar vertraagd onder gelijktijdige uitvoering van levensverlengend onderhoud. De DMP-B brief zal in 2004 aan de Kamer worden aangeboden.

Project NH-90

DoelstellingInstandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten alsmede capaciteiten op het vlak van tactisch maritiem luchttransport en opsporing en redding door de vervanging van de Lynx-helikopter door 20 NH-90 helikopters. De combinatie van 14 full mission capable en 6 provisions for helikopters levert een doelmatige en doeltreffende mix ten behoeve van het takenpakket. 
Projectomvang€ 843,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten    Deelname multinationale OPEVALAflevering 1e NH90
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)26 7001 2951 087    
Uitgaven (x € 1 000)18 24115 26611 65216 47544 24170 819128 046

De Koninklijke marine zal deelnemen aan de multinationale operationele evaluatie (OPEVAL) door de levering van schepen en vliegtuigen voor de uitvoering van de evaluatie en het wetenschappelijk onderzoek. Naar verwachting zullen alle NH-90 helikopters in 2012 zijn afgeleverd. Het project NH-90 is een multinationaal project waaraan inmiddels acht landen deelnemen.

Project CUP-Orion

DoelstellingInstandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten alsmede capaciteiten op het gebied van surveillance boven land en opsporing en redding door de modernisering van tien Orions naar eenzelfde, op oppervlakte surveillance gerichte basisconfiguratie en de multifunctionele uitrusting van zeven van de tien Orions. 
Projectomvang€ 202,3 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten In uitvoeringIn uitvoering, 1e gereedIn uitvoeringIn uitvoeringLaatste gereed 
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)3 3005 0522 073    
Uitgaven (x € 1 000)12 79110 86726 40637 62245 43736 99123 028

Het testprogramma van het eerste vliegtuig is gereed. In het tweede kwartaal van dit jaar beginnen de overige vliegtuigen aan de modernisering. In het project wordt samengewerkt met de Verenigde Staten.

Theatre Ballistic Missile Defence (TBMD)

DoelstellingVerwerving van een «lower tier» maritieme TBMD-capaciteit. Daartoe vindt momenteel de «Concept Validation Phase (CVP)» plaats. De uitkomst dient als basis voor besluitvorming over implementatie aan boord van het LCF. 
Projectomvang€ 148,6 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  CVP afgerond    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)5001 000     
Uitgaven (x € 1 000)2 7482 6801 048    

De Koninklijke marine gaat voor de verwerving van een «lower tier» capaciteit voor de onderschepping vanaf zee van tactische ballistische raketten uit van de ontwikkeling van het «Standard Missile 2 Block IV A» in het kader van het Amerikaanse «Navy Area Missile Programme». Eind 2001 hebben de VS dit programma echter beëindigd. Op dit ogenblik voeren zij proefnemingen uit om te bepalen of – en zo ja, in hoeverre – de beoogde TBMD-capaciteit met enkele aanpassingen alsnog kan worden gerealiseerd. De VS hebben toegezegd Nederland van de resultaten op de hoogte te stellen. Politieke besluiten over de verwerving van een TBMD-capaciteit voor de LCF-fregatten van de Koninklijke marine zijn pas aan de orde na de voltooiing van de «Concept Validation Phase» in 2003.

Vervanging Verbindingsapparatuur Mariniers (NIMCIS)

DoelstellingVerbetering van de capaciteiten op het vlak van informatieuitwisseling en «situational awareness» van de operationele marinierseenheden door de vervanging van communicatie- en data apparatuur. 
Projectomvang€ 86,0 miljoen. Dit is inclusief aanschaf ten behoeve van het 3e MARNSBAT (€ 12,3 miljoen).  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-ABC-BriefEerste afleveringen   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000)   7 0529 9139 40219 156

Dit project omvat de introductie van VHF- en HF-communicatieappratuur met daarbij een beperkte capaciteit tot informatie-uitwisseling. Dat laatste betreft met name de verwerking van digitale kaarten en de geautomatiseerde positiebepaling. Naar verwachting zullen in 2004 de eerste systemen in gebruik worden genomen bij eenheden van de mariniers. Het project houdt rekening met de interoperabiliteit met andere eenheden, waaronder de UK/NL Landing Force.

Project Marinierskazerne Buitenveld

DoelstellingVoorzien in infrastructuur ten behoeve van het paraatstellen van 3 MARNSBAT, teneinde het voortzettingsvermogen van een mariniersbataljon voor vredesoperaties te waarborgen. 
Projectomvang€ 30,8 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-ABCUitvoeringParaat   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)60013 33814 595    
Uitgaven (x € 1 000)5007 13810 39510 8151 472525 

3 MARNSBAT wordt op 10 december 2004 volledig paraat gesteld. Daartoe wordt het terrein Buitenveld te Den Helder ingericht als kazerne en wordt materieel verworven. De inrichting van de kazerne verloopt volgens plan.

Project Satellietcommunicatie voor militair gebruik (MILSATCOM)

DoelstellingDe verbetering van command and control en informatieverwerking door introductie van lange-afstand verbindingsapparatuur op basis van satellietcommunicatie. 
Projectomvang€ 242,1 miljoen. Hiervan is € 179,1 miljoen ondergebracht in de begroting van de KM  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten   D2-brief   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)3 00058 2173 824    
Uitgaven (x € 1 000)1 62613 55722 02416 9156 8519 06715 321

Het project bestaat uit twee delen. Het korte termijn deel omvat een anker- of grondstation en bijbehorende mobiele tactische terminals voor de Koninklijke landmacht en Koninklijke luchtmacht. Het contract is getekend op 8 mei 2002. Het bouwkundig deel van het grondstation (Lauwersmeer) is opgeleverd. De ingebruikname is voorzien vanaf oktober 2003 en is naar verwachting gereed in maart 2004. Het lange-termijndeel voegt een satellietcapaciteit in de EHF-band toe door het gebruik van het Amerikaanse Advanced EHF-systeem. Dit omvat tevens de plaatsing van een AEHF-terminal op het grondstation, scheepsterminals en tactische terminals voor de Koninklijke marine, land- en luchtmacht. Als gevolg van vertraging in het AEHF-programma wordt de beschikbaarheid van satellietcapaciteit voor Nederland nu voorzien in 2009. Hierover vindt nog nader overleg plaats met de Verenigde Staten.

Overige investeringen

Naast bovengenoemde investeringen zijn er kleine investeringen en investeringen in munitie en projecten zoals infrastructuur die naar hun aard niet op een van de artikelonderdelen van groot materieel kunnen worden ondergebracht. Op het artikelonderdeel munitie zijn daarbij de uitgaven geraamd voor de aanschaf van kapitale munitie. Tevens is daar ondergebracht de aanschaf van conventionele munitie voor kanons en klein kaliber wapens voor zover dit geldt als aanvulling van de oorlogsvoorraden. Voorts is de opbouw van voorraden nieuwe typen conventionele munitie, zoals voor het LCF, hiervan een onderdeel. Als basis voor de raming van kapitale munitie wordt de «NATO Maritime Stockpile Policy Guidance» gehanteerd. Hierin zijn normen voor de Koninklijke marine vastgesteld, uitgaande van de sterkte en samenstelling van de vloot.

Naar aanleiding van de motie-Van 't Riet c.s. (26 900 nr. 12) bestudeert Defensie de vervanging van de L-fregatten nader. De operationele behoeftestelling wordt in 2003 aan de Kamer aangeboden. Vóór 2008 is geen beslag op de begroting voor dit project voorzien.

Subsidies

De Koninklijke marine verleent subsidies aan instanties die activiteiten uitvoeren die het belang van de Zeemacht dienen. Het betreft de Koninklijke marine Jacht Club (€ 0,053 miljoen), de Marine Watersportvereniging (€ 0,032 miljoen), de Koninklijke Vereniging Marine Officieren (€ 0,034 miljoen), het Zeekadettenkorps (€ 0,007 miljoen) en de Stichting Militaire Tehuizen Overzee (€ 0,023 miljoen). In totaal wordt in 2003 voor een bedrag van € 0,149 miljoen aan subsidies verleend. Deze vermelding vormt voor de onder dit artikel opgenomen subsidieverleningen de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Ontvangsten

De ontvangstenbegroting van de Koninklijke marine beslaat in 2003 € 115,9 miljoen. Deze ontvangsten hebben onder andere betrekking op:

• aan personele uitgaven gerelateerde ontvangsten voor onder andere voeding, huisvesting, onderwijskosten van gezinsleden in het buitenland en geneeskundige declaraties;

• teruggevorderde BTW (de grootste post);

• ontvangsten voor werkzaamheden en dienstverlening door het Marinebedrijf;

• terugontvangsten op Foreign Military Sales-programma's;

• verrekeningen met Navo-partners;

• verrekening van (mede)gebruik van de vliegkampen Valkenburg en De Kooy.

Indien de ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten of goederen aan andere beleidsterreinen of Defensie baten-lastendiensten worden additionele uitgaven gehanteerd.

Indien ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten en goederen aan andere ministeries of derden worden respectievelijk integrale kosten en marktconforme prijzen gehanteerd.

Budgetflexibiliteit

De budgetflexibiliteit van dit beleidsartikel wordt in onderstaande tabel opgenomen en vervolgens in de begrotingsgrafiek weergegeven.

Bedragen x € 1 000
Omschrijving 2003 2004 2005 2006 2007
Totaal geraamde kasuitgaven 1 436 443 1 411 812 1 383 707 1 337 547 1 369 743
Waarvan apparaatsuitgaven 207 285 204 127 203 506 206 554 203 053
Dus programma-uitgaven (incl. investeringen) 1 229 159 1 207 685 1 180 201 1 130 993 1 166 690
Waarvan juridisch verplicht71%870 06965%782 75159%696 83760%682 00655%638 484
Waarvan complementair noodzakelijk27%330 97330%357 80333%387 96330%334 47035%402 790
Resterende plannen2%28 1176%67 1318%95 40010%114 51711%125 416
Totaal100%1 229 159100%1 207 685100%1 180 201100%1 130 993100%1 166 690

Budgetflexibiliteitkst-28600-X-2-2.gif

Veronderstellingen

De volgende veronderstellingen liggen ten grondslag aan het beoogde beleid en de context waarin dit moet worden uitgevoerd.

De realisatie van de operationele doelstellingen in de begroting is afhankelijk van een adequate personele vulling van de organisatie. Daarom moeten werving en uitstroom zich volgens plan ontwikkelen. De achterblijvende werving van operationeel en technisch personeel en de mate van uitstroom in het recente verleden hebben aangetoond, dat voor het zekerstellen van de (operationele) prestaties grote inspanningen vereist zijn.

Voorts is de volledige uitvoering van het beleid mede afhankelijk van een stabiele verhouding tussen de euro en de dollar.

Groeiparagraaf VBTB

De prestatiegegevens van het Mariniers Opleidingscentrum worden in de ontwerpbegroting 2004 nog verder uitgebreid met de bij- en omscholingsopleidingen. Voor het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen worden in de ontwerpbegroting 2004 eveneens prestatiegegevens geïntroduceerd zodat aangesloten kan worden bij de overige ondersteunende eenheden. Bovendien bestaat voor de ontwerpbegroting 2004 het voornemen om de prestatiegegevens van de ondersteunende eenheden nader te specificeren over de afnemers.

Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht

Algemene beleidsdoelstelling

De Koninklijke landmacht levert met landstrijdkrachten een bijdrage aan de hoofddoelstellingen van de krijgsmacht. Uitgangspunt is dat de algemene verdedigingstaak moet kunnen worden uitgevoerd. Tevens levert de Koninklijke landmacht een bijdrage aan het halen van het Nederlandse ambitieniveau. Hiervoor dient een scala aan taken te kunnen worden uitgevoerd in verschillende scenario's in zowel Navo- als EU-verband. Belangrijke kenmerken van het hiervoor benodigde optreden zijn veelzijdige inzetbaarheid binnen het gehele geweldsspectrum, modulaire inpasbaarheid in multinationale verbanden en een expeditionaire oriëntatie, zodat inzet over grote afstanden en snelle ontplooiing mogelijk zijn. De Koninklijke landmacht levert de gevechtskracht voor het fysiek bezetten en beheersen van gebieden, waarbij gebruik wordt gemaakt van middelen waarvan een belangrijke afschrikwekkende werking uitgaat en die worden gebruikt om eigen en bondgenootschappelijke troepen te beschermen en zo nodig tegenstanders uit te schakelen. Ze is in staat een verscheidenheid aan middelen in te zetten om de tactische mobiliteit te verschaffen die een strijdmacht nodig heeft om, ook op grote afstand van Nederland, de gebeurtenissen te beïnvloeden (preventief) en te kunnen reageren op onvoorziene negatieve ontwikkelingen (reactief). Met de beschikbare capaciteiten kan de Koninklijke landmacht ook civiele overheden ondersteunen bij de handhaving van de rechtsorde en veiligheid.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De geoperationaliseerde doelstellingen van de Koninklijke landmacht worden weergegeven in de onderstaande doelstellingenmatrix. Hierin is aangegeven hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar dienen te zijn voor inzet ten behoeve van de drie hoofddoelstellingen van Defensie. Uitgangspunt daarbij is dat de eenheden binnen de aangeven gereedheidstermijn voor het gehele geweldsspectrum inzetbaar zijn (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluiten aan bij de Navo-indeling in High Readiness Forces (HRF), Forces of Lower Readiness (FLR) en Long Term Build-up Forces (LTBF). De eerstvolgende evaluatie naar de doelstellingen van dit beleidsartikel vindt plaats in 2006.

   HRFFLRLTBF
Type eenheidInzetbaarheidTotaalDirectKorte termijnLange termijnReserve
HRF(L)HQStaf11   
 Staff Support batallion11   
 CIS batallion11   
 Special operations Staf11   
 Commandotroepencompagnie33   
Air Manoeuvre Brigade1Staf en Stafcompagnie11   
 Infanteriebataljon Luchtmobiel33   
 Mortiercompagnie Luchtmobiel11   
 Geniecompagnie Luchtmobiel11   
 Luchtverdedigingscompagnie Luchtmobiel11   
1 DivisieStaf1   1
Gemechaniseerde brigade2Staf en Stafcompagnie3111 
(13, 41 en 43 Mechbrig)Pantserinfanteriebataljon61113
 Tankbataljon3111 
 Brigade verkenningseskadron3111 
 Afdeling veldartillerie3111 
 Pantserluchtdoelartilleriebatterij3111 
 Pantsergeniecompagnie3111 
Divisie GevechtssteunStaf11   
CommandoISTAR bataljon Staf11   
 ISTARmodule3312  
 Pantsergeniebataljon4 Staf31  2
 Pantsergeniecompagnie461  5
 Geniebataljon4 Staf11   
 Constructiecompagnie4321  
 Brugcompagnie21  1
 NBC-compagnie511   
 Afdeling luchtdoelartillerie Staf11   
 Luchtdoelartilleriebatterij31  2
 Pantserluchtdoelartilleriebatterij2   2
 Divisie veldartilleriegroep Staf1   1
 Afdeling veldartillerie3   3
 MLRS-batterij21  1
 Verbindingsbataljon21+1/3e1/3e1/3e 
Divisie LogistiekStaf611   
CommandoBevoorradings- en Transportbataljon722/3e2/3e2/3e 
 Materieeldienstcompagnie3111 
 Geneeskundigbataljon821/3e1/3e1/3e1
National support command 11   
Nationale Reserve Bataljon9 55   
NL-deel CIMIC Group North 12/3e1/3e
NL CIMIC Support Unit11

1 De logistieke eenheden binnen de brigade zijn in het schema niet opgenomen. Hun gereedheid is gerelateerd aan de te ondersteunen eenheden.

2 Bij inzet van een gemechaniseerde brigade als Peace Enforcing (PE) brigade wordt deze aangevuld door de eenheden van de andere brigade.

3 Intelligence surveillance target acquisition and reconaissance (Istar)module: deze modulair opgebouwde eenheid bestaat uit Verkennings-, Remotely Piloted Vehicle (RPV)-, Elektronische Oorlogsvoerings- (EOV), Militaire Inlichtingen (MI)- en Artillerie ondersteuningsmiddelen.

4 Bij inzet als onderdeel van een samengesteld noodhulpbataljon geldt de gereedheidstermijn van 10 dagen. Personeel ten behoeve van noodhulpverkenningsteam heeft een gereedheidstermijn van 24 uur.

5 Drie parate NBC-pelotons zijn ingedeeld bij de constructiecompagnieën. Één peloton heeft een gereedheidstermijn van 10 dagen.

6 Stafelement ten behoeve van Support Command 11 Air Manoeuvre Brigade.

7 De parate eenheden van beide Bevoorradings- en Transportbataljons kennen gezamenlijk een interne driedeling. Hiermee is (samen met de brigadebevoorradingscompagnie) de ondersteuning (National Support Element) ten behoeve van maximaal 3 bataljons over 2 assen mogelijk.

8 Het parate deel van 400 Geneeskundigbataljon kent een interne driedeling. Hiermee is (samen met de brigadegeneeskundigecompagnie) de ondersteuning ten behoeve van maximaal 3 bataljons over 2 assen mogelijk.

9 Natresbataljons direct inzetbaar voor nationale taken.

Veranderdoelstellingen

Onderstaand worden de veranderdoelstellingen van de Koninklijke landmacht toegelicht, voor zover deze geen materieelprojecten betreffen. Materieelprojecten worden toegelicht in de paragraaf investeringen.

HRF(L)HQ

Sinds eind 2000 werkt de legerkorpsstaf zich op tot een snel inzetbaar binationaal hoofdkwartier, het «High Readiness Force (Land) HeadQuarters» (HRF(L)HQ). De HRF-status van de legerkorpsstaf zal in 2002 een feit zijn. Ter ondersteuning van de staf worden een «Communication and Information System» (CIS)-bataljon en een «Combat Service Support» (CSS)-bataljon opgericht.

Operationele Gereedheidsstatus (OGS) 11 Air Manoeuvre Brigade in 2003

De 11 Luchtmobiele brigade gaat samen met de Tactische Helikopter Groep van de Koninklijke luchtmacht op in één inzetbare eenheid, de 11 Air Manoeuvre Brigade. Deze geïntegreerde eenheid bereikt ultimo 2003 haar operationele gereedheid. Bij de 11 Luchtmobiele brigade worden de komende jaren enige organisatiewijzigingen doorgevoerd. Deze organisatieaanpassing is mede het gevolg van de transformatie van de luchtmobiele doctrine tot een «Air Manoeuvre» doctrine. Hierover vindt internationale (doctrinaire) afstemming plaats met het Verenigd Koninkrijk.

Versterken van de gevechtskracht en het expeditionaire vermogen

De drie gemechaniseerde brigades van 1 Divisie «7 December» zijn de eenheden die in de meeste gevallen de bataljons leveren voor vredesoperaties. Om het voortzettingsvermogen te vergroten wordt de parate capaciteit van deze brigades versterkt door per brigade het gedeeltelijk parate pantserinfanteriebataljon geheel paraat te stellen. De laatste compagnieën worden uiterlijk in 2004 paraat gesteld. Het parate pantserinfanteriebataljon zal dan bestaan uit vier parate compagnieën. De Remotely Piloted Vehicle-batterij is als onderdeel van het Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissance (ISTAR)-bataljon per 1 januari 2002 operationeel gesteld. De eenheid werkt zich nu op tot het voor operationele inzet gewenste niveau van geoefendheid. Naar verwachting kan een deel van de eenheid vanaf medio 2003 worden ingezet.

Optimaliseren platform Peace Enforcement brigade

Voor inzet in het hoge deel van het geweldsspectrum dient aan een hoge trainingsstandaard voor gevechtsoperaties te worden voldaan. De invulling en oefening van de brigades voor de zwaardere taken als «Joint Peace Enforcement» platform (PE-brigade) zullen in de planperiode meer aandacht krijgen. Het huidige accentmodel, waarin de drie brigades een half jaar de tijd hebben voor recuperatie, een half jaar voor opleiding en training en vervolgens een half jaar inzetbaar zijn, wordt daarom herzien. In het verbeterde accentmodel krijgen de brigades meer tijd om te oefenen en trainen, maar zijn vervolgens ook langer beschikbaar voor uitzending; één jaar en niet slechts een half jaar zoals in het huidige model.

Joint Air Defence School (JADS)

Op de luchtmachtbasis De Peel worden de grondgebonden luchtverdedigingseenheden (GLVD) van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht gestationeerd om samen te werken binnen JADS en JADCentre. Dit leidt tot de gewenste verdieping van de operationele samenwerking binnen de Nederlandse GLVD en geeft op termijn mogelijkheden tot internationalisering. Daarnaast zijn er dringende redenen om de huidige locatie van de GLVD van de Koninklijke landmacht (de Prins Mauritskazerne te Ede) te verlaten. Daarbij gaat het vooral om de staat van de infrastructuur en de planologische ontwikkelingen in de directe omgeving. De verhuizing van de GLVD van de Koninklijke landmacht naar De Peel vindt plaats in 2004 en 2005.

Stroomlijning van de bedrijfsvoering en staven

De Koninklijke landmacht heeft een onderzoek gestart naar een «stroomlijning van de bedrijfsvoering en staven» (SBSKL). Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een verbetering van de «teeth» (meer groen op de grond) ten opzichte van de «tail» en een meer op het operationeel optreden afgestemde bedrijfsvoering («work as you fight»). Met uitzondering van het Nederlandse aandeel in de staf van het HRF(L)HQ zullen alle operationele eenheden en operationele staven van de Koninklijke landmacht in één Operationeel Commando worden opgenomen. De staf van de 1 Divisie zal om deze reden worden omgevormd. Verder zal éénhoofdige verantwoordelijkheid voor de personele keten en de materieellogistieke keten in respectievelijk een Personeelscommando en een Materieellogistiek Commando worden ingevoerd.

Overzicht budgettaire gevolgen van beleid

De financiële middelen die de Koninklijke landmacht ter beschikking staan voor het realiseren van haar doelstellingen en activiteiten zijn opgenomen in de volgende tabellen. Omdat de 1 Divisie «7 December» de bedrijfvoeringstaken van het 1(GE/NL)Corps heeft overgenomen, is in de tabel budgettaire gevolgen 1(GE/NL)Corps vervangen door 1 Divisie «7 December».

Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 02 (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen (x € 1000)3 134 5892 716 9182 230 3792 032 5842 194 5701 969 3272 708 286
Uitgaven       
Programma-uitgaven       
1 Divisie «7 December»547 312566 587574 130581 590595 319615 561636 461
Nationaal Commando, exclusief Civiele Taken619 284630 928631 655638 097626 794618 315603 815
Opleidings- en trainingscommando KL214 055229 741236 031237 408239 017238 993241 934
Subsidies en bijdragen878913949932932932931
Investeringen438 609351 736388 260382 371323 851351 918329 975
Totaal programma-uitgaven1 820 1381 779 9051 831 0251 840 3991 785 9131 825 7191 813 116
Apparaatsuitgaven       
Landmachtstaf107 464144 251111 136108 114107 851104 414104 340
Overige Eenheden BLS287 494296 477251 483253 308248 309256 293255 292
Wachtgelden en inactiviteitswedden48 96942 78435 52136 24434 16633 26733 616
Totaal Apparaatsuitgaven443 927483 512398 140397 666390 326393 974393 248
Totaal Uitgaven2 264 0652 263 4172 229 1652 238 0652 176 2392 219 6932 206 364
Ontvangsten82 46267 36659 49359 51659 51659 51659 516

Activiteiten

De Koninklijke landmacht hanteert voor het realiseren van bovenstaande doelstellingen de volgende organisatiestructuur:kst-28600-X-2-3.gif

1 Divisie «7 December»

In verband met de vorming van de HRF(L)HQ heeft de 1 Divisie «7 December» de taken in het kader van de vredesbedrijfsvoering van het 1 (GE/NL) Corps overgenomen. De 1 Divisie is daarmee nu de belangrijkste leverancier binnen de Koninklijke landmacht van operationeel gerede eenheden. De 1 Divisie bestaat uit de Divisiestaf, het Nederlandse deel van het HRF(L)HQ, de Luchtmobiele brigade, drie gemechaniseerde brigades, het Divisie Gevechtssteun Commando en het Divisie Logistiek Commando.

Opleiden en trainen zijn de kernactiviteiten die leiden tot het tijdig beschikbaar hebben van operationeel gerede eenheden. Daarnaast wordt 1 Divisie ook belast met het uitvoeren van steunverlenende activiteiten. Binnen deze opleidings- en trainingsactiviteiten is het oefenen één van de belangrijkste pijlers waarop de operationele gereedheid wordt gebouwd. Dit wordt als volgt gekwantificeerd:

Prestatiegegevens 1 Div. 7 December (mensoefendagen)OefeningRealisatie 20013Vermoedelijke uitkomst 20023Raming 2003
11Lumbl BrigBrigade oefening (VI) Voorbereiden OGS1  22 500
 Brigade oefening (VI) OGS1  76 000
13 MechbrigBataljonsoefening (V) Eindoefening SFOR 14  18 000
 Field Training Exercise (FTX)  5 000
41 MechbrigBataljonsoefening (V) Eindoefening SFOR 15  8 280
 Diverse oefeningen (V)  24 440
43 MechbrigBataljonsoefening (V) CMTC2 (of gelijkwaardig)  27 760
Divisie Logistiek CommandoBrigade oefening (IV)    
 OGS1 11 Lumbl Brig  14 250
Divisie Gevechtssteun CommandoDiverse oefeningen (V)  39 100
Overige oefeningenSOB Oefeningen (I-IV)4  86 400
 Oefening Vogelsang (I-IV)  43 200
 Overig (I-IV)  268 070
Totaal 560 000580 000633 000

1 Operationele Gereedheidsstatus

2 Combat Manoeuvre Training Center

3 Voor de jaren 2001 en 2002 is de verdeling over de oefeningen niet beschikbaar

4 Schietoefening Bergen

De Koninklijke landmacht onderkent in haar opleidings- en trainingstraject verschillende niveaus van oefeningen. Op laagste niveau (niveau I) wordt de individuele militair getraind. Daarboven worden de groeps- (niveau II), pelotons- (niveau III) en compagnieoefeningen (niveau IV) onderscheiden. Omdat bataljons voor vredesoperaties kunnen worden ingezet en brigades het platform voor peace-enforcing vormen zijn de oefeningen van deze eenheden (respectievelijk niveau V en VI) separaat in de tabel opgenomen. Tijdens het oefenen op een bepaald niveau worden ook de oefendoelen van lagere niveaus getraind.

Nationaal Commando (NATCO)

Het ondersteunende NATCO bestaat in 2003 uit een ressortstaf, vijf Regionaal Militaire Commando's, het Netherlands Armed Forces Support Agency Germany, het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL, het Hogere Onderhoudsbedrijf KL en het Explosieven Opruimingscommando KL (EOCKL). Wegens het grotendeels civiele karakter van het EOCKL is deze eenheid geraamd onder het beleidsartikel Civiele Taken.

De volgende activiteiten worden onderscheiden:

• operationele diensten: hieronder vallen alle steunverleningen;

• logistieke diensten: het uitvoeren van hoger onderhoud, bevoorrading, beheer en opleg;

• facilitaire diensten: dit zijn diensten op het gebied van infrastructuur en milieu, klein onderhoud, integrale veiligheidszorg, geleverde voedings- en kantinediensten, ontwikkeling en ontspanning, taken voor de in Duitsland gelegerde eenheden;

• specifieke diensten: dit betreft de gedetineerdenzorg, reproductiewerkzaamheden, functioneel beheer van Koninklijke landmacht-brede IT-systemen.

Prestatiegegevens NATCO (in mensuren)Realisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Operationele diensten100 000107 500107 500
Logistieke diensten1 436 5001 269 5001 252 600
Onderhoud536 500516 000508 300
Bevoorrading900 000753 500744 300
Facilitaire diensten4 338 7004 614 0004 538 000
Specifieke diensten145 000487 400474 600
InkopenInkoopwaarde(x € 1 000)
Onderhoud9 668
Klasse I Voeding30 521
Klasse II/IV PGU32 869
Klasse II/IV Overig70 785
Klasse III Brandstof20 191
Klasse V Munitie29 582
Facilitaire diensten83 968
Totale inkoopwaarde277 584

Opleidings- en TrainingsCommando (OTCKL)

In de periode tot 2006 wordt het COKL omgevormd tot het OTCKL, waarmee de kennis van training en opleiding wordt geconcentreerd en flexibeler en effectiever aan 1 Divisie kan worden aangeboden.

Het OTCKL bestaat uit een staf, acht opleidingscentra (Manoeuvre, Vuursteun, Genie, Ede, Logistiek, Rijden, Initiële Opleidingen en de Koninklijke Militaire School) en twee bijzondere organisatie-eenheden: de Begeleidingsorganisatie Civiel Onderwijs en de Lichamelijke Oefening en Sportorganisatie. De Begeleidingsorganisatie Civiel Onderwijs ondersteunt BBT'ers bij het zoeken naar en volgen van civiele opleidingen.

Prestatiegegevens OTCKLMeet-eenheidAfnemerRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Initiële opleidingOpleidings-plaatsenTotaal8 125  
 Opgeleide1 Divisie 3 0473 015
 leerlingenOverig  336
  Totaal  3 351
VervolgopleidingenOpleidings-1 Divisie  22 613
 plaatsenOverig  16 714
  Totaal34 59035 80039 327
TrainingsondersteuningMensuren1 Divisie  119 717
  Overig  0
  Totaal148 000147 840119 717
LO/SportMensuren1 Divisie  107 498
  Overig  99 000
  Totaal187 642211 920206 498
KennisproductieMensuren1 Divisie  0
  Overig  179 278
  Totaal118 000147 520179 278
SteunverleningMensuren1 Divisie  6 078
  Overig  54 698
  Totaal39 53630 24060 776
Maatschappelijke meerwaarde Aantal afgerondTotaal1 627  
opleidingenAantal in 1 Divisie  5 550
 opleidingOverig  700
  Totaal 6 2006 200

Overige Eenheden BLS

De Overige Eenheden BLS ondersteunen de Landmachtstaf en de overige ressorts bij het uitvoeren van de hun opgedragen taken. Hieronder vallen de Directie Personeel en Organisatie, de Directie Materieel, de Koninklijke Militaire Academie en de Topografische Dienst Nederland (TDN). De TDN voorziet de Koninklijke landmacht van geografische informatie in de vorm van bestanden, kaartseries en afgeleide producten. Voorzien wordt dat deze dienst wordt overgedragen aan het Kadaster.

Landmachtstaf

De Landmachtstaf ondersteunt de bevelhebber bij de sturing van de Koninklijke landmacht. De Landmachtstaf zorgt voor het uitwerken van het beleid, het opstellen van plandocumenten en de informatie-uitwisseling met de Centrale organisatie. Tot slot verzorgt de Landmachtstaf de beleidsmatige voorbereiding, de coördinatie en de evaluatie van alle uitzendingen en treedt zij op als aanspreekpunt en coördinator van contacten met de Defensiestaf en met instanties buiten de Koninklijke landmacht.

Investeringen

Onderstaand wordt per onderscheiden begrotingscategorie nader ingegaan op investeringsprojecten. Hierbij is de informatie welke tot voor kort in het Materieelprojectenoverzicht werd opgenomen met de financiële informatie uit de artikelsgewijze toelichting samengevoegd. De projecten die hier nader worden toegelicht zijn de DMP-projecten die in realisatie zijn en de DMP-projecten waarover in het begrotingsjaar een behoeftestellingsbrief naar het Parlement zal worden gezonden.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen en vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.

Automatisering

Project Tracking en Tracing

DoelstellingActief volgen van goederenstromen 
Projectomvang€ 17,22 miljoen (waarvan € 8,62 miljoen EVDB )  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Contract    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 2008 400    
Uitgaven (x € 1 000) 2006003 9002 2001 700 

Dit project voorziet in de verwerving van een «tracking en tracing» systeem voor het volgen van de goederenstromen tijdens expeditionair optreden in crisisbeheersingsoperaties tot en met het niveau van inzet van een «Peace Enforcing» brigade. In 2005 dient Defensie te beschikken over een gestandaardiseerd en werkend systeem dat in staat is afzonderlijke zendingen door de gehele logistieke keten te volgen. Het vormt daarmee het eerste element van een Navo «tracking en tracing»-systeem dat aansluit bij internationaal ingevoerde civiele standaarden.

Logistiek

Project Wissellaadsystemen 165kN

DoelstellingVergroting van de logistieke mobiliteit 
Projectomvang€ 270 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  DMP-D    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000)1 3001 750  15 00025 00040 000

Dit project omvat de verwerving van vrachtauto's, containers, flatracks, aanhangwagens en overslagmiddelen voor de parate eenheden. Het militaire voertuig dat zowel containers als flatracks met lading kan laden, vervoeren en lossen, wordt het basisvoertuig voor de fysieke distributie. De Koninklijke landmacht zal het project in single service management uitvoeren voor de andere krijgsmachtdelen. Als gevolg van prioriteitstelling binnen de projecten van de Koninklijke landmacht is de planning van de instroming van de wissellaadsystemen aangepast. Dit project zal een bijdrage leveren aan de Europese tekortkoming op dit gebied

Project Vervanging Trekkeropleggercombinatie (Tropco's) 400kN en 650kN

DoelstellingVervoeren van rupsvoertuigen met ingang van 2004 
Projectomvang€ 56,1 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Contract Einde levering  
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)  55 900    
Uitgaven (x € 1 000)  9 10023 20023 800  

Dit project voorziet in de verwerving van twee typen trekkeropleggercombinaties ter vervanging van de huidige generatie technisch verouderde voertuigen. De lichte versie van 400kN is geschikt voor het vervoer van onder andere het toekomstige infanterievoertuig en andere uitrustingsstukken, zoals brugdelen. De zware versie van 650kN is geschikt voor het vervoer van de (gemodificeerde) gevechtstank Leopard 2A6 en afgeleide versies en voor de nieuwe gemechaniseerde vuurmond, de PzH 2000. Instroming is voorzien vanaf 2004.

Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen

Programma TITAAN (Theater Independent Tactical Army and Airforce Network)

DoelstellingVerbeteren van de C3I-ondersteuning op de niveaus legerkorps, divisie, brigade en bataljon 
Projectomvang€ 128,7 miljoen (waarvan € 11,5 miljoen voor Klu-behoefte en € 24,1 miljoen EVDB) 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)40038 65031 700    
Uitgaven (x € 1 000) 5 91022 10031 55014 8059 5602 200

Het huidige communicatiesysteem van de Koninklijke landmacht, Zodiac, is onvoldoende geschikt voor datacommunicatie en is niet in staat operaties over grote afstanden en eventueel in bergachtig gebied te ondersteunen. Hierdoor kan Zodiac niet worden ingezet tijdens crisisbeheersingsoperaties. De Koninklijke landmacht voorziet uitgezonden eenheden op ad-hoc basis van aanvullende verbindingsmiddelen. De Koninklijke landmacht heeft, evenals de Koninklijke luchtmacht, ten gevolge van de veranderende operationele dimensies behoefte aan mobiele C2-ondersteuningssystemen. Met Titaan wordt in deze behoefte voorzien. Binnen het programma worden communicatiemiddelen, beveiligingsmodules, interfaces, etc. verworven. Ook worden onder dit programma nieuwe straalzenders verworven.

Project Battlefield Management System (BMS)

DoelstellingOndersteuning van Command en Control op het niveau van bataljon en lager. 
Projectomvang€ 30,7 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-B DMP-C   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 4 000     
Uitgaven (x € 1 000)1 8001 6204 130    

Het BMS is een systeem voor de ondersteuning van Command en Control (C2) op het niveau van het bataljon en lager. De Koninklijke landmacht zal het BMS als eerste implementeren bij 13 Mechbrig. Afhankelijk van de resultaten hiervan wordt het BMS daarna beperkt ingevoerd bij operationele eenheden. Als gevolg van prioriteitstelling is de volledige invoering van het systeem vertraagd.

Luchtverdediging

Future Ground Based Air Defence system (FGBAD) 1e fase

DoelstellingVerbeteren van de informatievoorziening in de grond-luchtverdediging 
Projectomvang€ 52,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP B/CDMP-D    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)  48 100    
Uitgaven (x € 1 000) 60012 70035 400   

Het project Future Ground Based Air Defence system (voorheen genoemd NESRADS) bestaat uit twee delen, BMC4I (Battlefield Management Command, Control, Communication, Computerisation en Intelligence) en SHORAD (Short Range Air Defence), de zogenaamde «shooters». Door invoering van BMC4I wordt het mogelijk de luchtverdedigingssystemen van zowel de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht als de Koninklijke luchtmacht en andere Navo- en EU-partners aan elkaar te koppelen (plug and fight). Het project wordt gefaseerd uitgevoerd. De eerste twee fasen omvatten de verwerving van het deel van de BMC4I-middelen dat noodzakelijk is voor joint samenwerking met de Koninklijke luchtmacht (op luchtmachtbasis «De Peel»), alsmede internationale samenwerking met Duitsland. Deze samenwerking zal worden ingebracht als deel van de bestaande Umbrella MOU voor luchtverdediging met onder andere Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Turkije.

Manoeuvre

Project Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig (LVB) en klein pantservoertuig

DoelstellingVervanging van de verouderde verkenningsvoertuigen M113 en Landrover en een deel van de pantservoertuigen 
Projectomvang€ 394 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
ActiviteitenDMP-D Start instroom    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)380 330      
Uitgaven (x € 1 000)14047 73014 61096 50086 86081 82052 800

Dit project wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. Het voertuig vervangt de verouderde M113 en de Landrover. Eind 2001 is het contract voor de productie en levering van de lichte verkennings- en bewakingsvoertuigen getekend. Vanaf medio 2003 zullen de 202 voertuigen onder de benaming «Fennek» aan de Koninklijke landmacht worden geleverd. Daarnaast voorziet het project in de verwerving van 208 kleinere pantserwielvoertuigen in een algemene dienst-versie en een versie voor de anti-tankteams.

Project Vervanging Pantservoertuigen, deelproject Groot Pantserwielvoertuig (GTK/MRAV/PWV), 1e fase

DoelstellingVervanging van de verouderde pantserrupsvoertuigen 
Projectomvang€ 547 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten Contract   DMP-D 2e serie Realisatie 1e fase  
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)94 5502 5009 330    
Uitgaven (x € 1 000)38 15018 80030 60014 3908 4702 270 

Dit project maakt deel uit van het overkoepelend project Vervanging Pantservoertuigen en voorziet in de verwerving van een groot gepantserd wielvoertuig ter vervanging van het pantserrupsvoertuig YPR in de afgeleide versies voor onder meer gewondentransport, commandovoering en de berging van voertuigen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij het Duits-Britse pantserwielvoertuigenproject GTK/MRAV. Voor de deelname aan de ontwikkeling is het contract in 2001 getekend. Als gevolg van prioriteitstelling wordt het project gefaseerd uitgevoerd. De 1e fase omvat de ontwikkeling en een initiële serie van 200 voertuigen. De verwerving van de 2e serie voertuigen zal in een later stadium plaatsvinden.

Project Vervanging Pantservoertuigen, deelproject Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV)

DoelstellingVervanging van het pantserinfanteriegevechtsvoertuig 
Projectomvang€ 828 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-B DMP-C   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)  5 500    
Uitgaven (x € 1 000)  5 500    

Dit project betreft de vervanging van de YPR PRI door een nieuw infanteriegevechtsvoertuig. Als gevolg van prioriteitstelling is de invoering van het voertuig vertraagd. In 2003 wordt de inpasbaarheid van een 35mm boordwapen beproefd in het nieuwe infanteriegevechtsvoertuig.

Project Gevechtswaardeverbetering Leopard 2

DoelstellingVersterken van de personele bescherming en vuurkracht van de Leopard 2 gevechtstank 
Projectomvang€ 358,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten     Realisatie 2e fase 
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)101 238      
Uitgaven (x € 1 000)1 82040 36044 00019 9508 8001 850 

Het project Verbetering Leopard 2 wordt in twee fasen uitgevoerd. De eerste fase, de bescherming van het personeel door het verbeteren van de bepantsering, is reeds voltooid. In deze tweede fase wordt de vuurkracht van de Leopard 2 verbeterd door het aanbrengen van een verlengde schietbuis en het verwerven van verbeterde munitie. Met deze aanpassingen is de Leopard 2 ook in de nabije toekomst in staat moderne tanks uit te schakelen.

Project Medium Range Antitank (MRAT)

DoelstellingVoorzien in een MRAT-systeem voor de bestrijding van gepantserde doelen tot een afstand van 2000 meter 
Projectomvang€ 218,1 miljoen (inclusief KM-deel en ontwikkeling)  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
ActiviteitenDMP-D   Realisatie  
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)178 4511 2005 600    
Uitgaven (x € 1 000)41 6202 52027 30051 20048 35013 7002 269

Het medio 2001 getekende contract omvat de aanschaf van een fire-and-forget medium range anti-tanksysteem met een effectieve dracht tot 2000 meter. Met deze aanschaf worden in de jaren 2003 en 2004 de operationeel verouderde DRAGON- en TOW-systemen van de infanterie- en verkenningseenheden van de Koninklijke landmacht en het Korps mariniers vervangen. Het fire-and-forget-systeem vermindert de kwetsbaarheid van het bedienend personeel.

Project Tactische Indoorsimulator (TACTIS)

DoelstellingVoorzien in een simulatiesysteem voor zowel de technische als de tactische opleidingen van manoeuvre eenheden 
Projectomvang€ 80,1 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-D     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 73 6602 725    
Uitgaven (x € 1 000)3003038 16518 70021 8101 5001 000

TACTIS is een indoor-simulatiesysteem waarmee in verschillende teamsamenstellingen in een door een computer gegenereerd oefenterrein kan worden getraind. De resultaten van de gevechtssimulaties kunnen worden geëvalueerd. Aan de TACTIS-kern kunnen verschillende (wapensysteem-)deelsimulatoren worden gekoppeld. TACTIS voorziet tevens in de vervanging van de bedieningssimulator voor de Leopard 2.

Project Gevechtsveldcontroleradar

DoelstellingDetectie en classificatie van personen, voertuigen, helikopters en granaatinslagen 
Projectomvang€ 18 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten Contract Invoering   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 17 904     
Uitgaven (x € 1 000)  7 7136 8003 391  

Het project wordt in samenwerking met de Koninklijke marine uitgevoerd. Het systeem moet, ter ondersteuning van het optreden van verkenningseenheden van de Koninklijke landmacht en het Korps mariniers, tot een afstand van twintig kilometer personen, voertuigen en helikopters kunnen detecteren en classificeren. Het moet inslagen van granaten tot ongeveer twaalf kilometer kunnen waarnemen. In vredesoperaties kan de radar een belangrijke rol spelen bij de bescherming van het personeel. Invoering zal in 2004 zijn afgerond.

Project Duelsimulatoren en geïnstrumenteerd oefenterrein (DS-IOT)

DoelstellingVoorzien in een aantal duelsimulatoren en (mobiele) instrumentatie voor oefenterreinen van de Koninklijke landmacht 
Projectomvang€ 45,3 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Operationeel-stelling
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)  2 275    
Uitgaven (x € 1 000)4 89021 5809 970    

Het gebruik van deze middelen maakt het mogelijk zeer realistisch te velde te oefenen, mede doordat het oefenverloop kan worden geregistreerd en geëvalueerd.

Vuursteun

Project Vervanging M109

DoelstellingVervanging van de technisch en operationeel verouderde vuurmonden M-114 en M-109 door een nieuwe vuurmond met verbeterde vuursnelheid, langere dracht, verbeterde bescherming en grotere nauwkeurigheid 
Projectomvang€ 426,5 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-D en contract    Realisatie vervanging
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 389 0001 000    
Uitgaven (x € 1 000)  2 80027 90028 80095 200102 400

Dit project betreft de vervanging van de parate M109-vuurmonden. Het project is inclusief de verwerving van een initieel munitiepakket «extended range» 155 mm projectielen, waarvoor een separaat verwervingstraject wordt voorbereid. De vervanging wordt uitgevoerd vanaf 2003. Hierbij worden de M109-vuurmonden van de parate afdelingen veldartillerie op brigade-niveau vervangen door de nieuwe vuurmond, de Panzerhaubitze (PzH) 2000. De beste vrijkomende M109-vuurmonden worden dan deels ingedeeld bij de reserve-afdelingen veldartillerie op divisieniveau. Hierna zal de verouderde getrokken vuurmond M114 uitfaseren.

Project Waarnemingsopbouw

DoelstellingAdequate waarneming en leiding van artillerie- en mortiervuur 
Projectomvang€ 15,9 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 15 900     
Uitgaven (x € 1 000)  6 3003 7002 3003 600 

Het project voorziet in een modificatie van de functionaliteiten van de hoogwaardige waarnemingsapparatuur van het Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig (LVB). Daarmee wordt deze apparatuur ook geschikt voor het waarnemen en leiden van artillerie- en mortiervuur. Ook voorziet dit project in de koppeling met het «Advanced Fire Support Information System» en is het opgenomen in de «NATO force goals 2000».

Gevechtssteun

Project Vervanging Brugleggende tank Leopard 1

DoelstellingVoorzien in een brugsysteem dat bestand is tegen hogere belastingen 
Projectomvang€ 13,8 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000) 770820    

Het project betreft de vervanging van de brugleggende tank Leopard 1 die thans in gebruik is bij de pantsergeniecompagnieën. De ontwikkelingsfase waarin het project momenteel verkeert, wordt samen met Duitsland uitgevoerd. Als gevolg van prioriteitstelling is de planning voor dit project aangepast. De verwervingsvoorbereidingsfase valt thans buiten de periode van de meerjarenbegroting.

Infrastructuur

Infrastructuurproject Legering officieren en onderofficieren in Den Haag

DoelstellingVoorzien in legering voor officieren en onderofficieren in Den Haag 
Projectomvang€ 23,6 miljoen (inclusief KM- en KMar-deel)  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
ActiviteitenDMP-A      
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 22 235790    
Uitgaven (x € 1 000) 6 40013 6403 573   

De legering in Den Haag wordt gerealiseerd in samenwerking met de Koninklijke marine en de Koninklijke marechaussee. De totale financiële projectomvang is daarop gebaseerd. Dit project is gemandateerd.

Infrastructuurproject Integrale Veiligheidszorg (IVZ)

DoelstellingInvoeren van een effectiever en efficiënter bewakingsconcept 
Projectomvang€ 117 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)25 60035 800     
Uitgaven (x € 1 000)25 70022 70012 800    

De herstructurering van de Koninklijke landmacht en de overgang naar een beroepskrijgsmacht zijn aanleiding de bewaking en beveiliging van militaire objecten op een andere wijze in te richten. Doel is enerzijds het verhogen van de kwaliteit van de bewaking en anderzijds het bereiken van een personeelsreductie. Het project IVZ is gebaseerd op een nieuw concept van bewaken en beveiligen, dat bestaat uit een mengeling van organisatorische, bouwkundige en elektronische maatregelen. Van de 16 regio's die van het systeem worden voorzien, zijn er 13 grotendeels gereed.

Project Hoger Onderhoud KL

DoelstellingOnderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid om (een deel van) de mechanische werklast te privatiseren 
Projectomvang€ 11,1 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-B/C     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000)    5001 5004 100

Dit project betreft een studie naar de toekomst van het hoger onderhoud van de Koninklijke landmacht. In deze studie wordt de wenselijkheid en mogelijkheid onderzocht om (een deel van) de mechanisch georiënteerde werklast te privatiseren. In de huidige budgetreeksen is rekening gehouden met een mogelijke privatisering van een deel van de Mechanische Centrale Werkplaats en een vervangende huisvesting voor de Elektronische Centrale Werkplaats.

Infrastructuurproject De Peel

DoelstellingConcentratie van de luchtverdediging op de luchtmachtbasis De Peel 
Projectomvang€ 56,6 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-A     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 1 40038 080    
Uitgaven (x € 1 000)  22 08021 00513 285200 

Ten behoeve van de concentratie van de luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht worden achtereenvolgens een Joint Air Defence School en een Joint Air Defence Centre opgericht. Het project wordt gerealiseerd door verbouw van bestaande infrastructuur en door nieuwbouw.

Infrastructuurproject De Strijpse Kampen

DoelstellingNieuwbouw voor het Opleidingscentrum Rijden 
Projectomvang€ 67,8 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)30 8009 1006 380    
Uitgaven (x € 1 000)4 10030 10012 4806 6052 9987 6003 904

De eenheden van het Opleidingscentrum Rijden op het Prinses Irene Kamp te Eindhoven en de Frederik Hendrikkazerne in Venlo worden geconcentreerd op de Strijpse Kampen in Oirschot. Het project is mede gefinancierd door de gemeente Eindhoven. Dit project wordt volledig door nieuwbouw gerealiseerd.

Niet meer opgenomen DMP-projecten

Als gevolg van de algehele stijgende uitgaventendens van de Koninklijke landmacht is de planning van een aantal materieelprojecten aangepast en zodanig in tijd verschoven dat ze niet meer in de toelichting voorkomen. Het betreft de projecten:

• Vervanging vrachtauto 100 kN

• Vervanging ziekenauto MB L 508 D

• Vervanging aggregaten

• Antitankwapen korte dracht (Short Range Anti Tank SRAT)

• Soldier Modernisation Programme

• Grondgebonden doelopsporingsmiddelen

• Vervanging mijnsysteem

• Verschietbaar anti-tank mijnsysteem

• Mijndoorbraaksysteem/Vervanging Leopard 1 Genietank

• Capability Upgrade Program (CUP) KL EOV systeem

• Elektronische Oorlogsvoering (EOV) fase 2

Het project Gevechtswaarde instandhouding Pantser Rups Tegen Luchtdoelen ( GWI PRTL) is inmiddels geheel afgerond evenals de projecten Vervanging enkel zijband (EZB) radio's en Remotely Piloted Vehicle (RPV).

Niet onder Investeringen vallende exploitatieprojecten

Project NBC-kleding

DoelstellingBescherming van het personeel van de krijgsmacht tegen een grote verscheidenheid aan NBC-strijdmiddelen onder uiteenlopende klimatologische omstandigheden 
Projectomvang€ 27,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)9 100      
Uitgaven (x € 1 000) 9 100     

Het project betreft een gemandateerd exploitatieproject van de Directie Materieel (vallend onder het ressort Overige eenheden BLS) met een technologisch sterk vernieuwend karakter. Het uitgangspunt is de Navo-eis dat het personeel moet kunnen beschikken over kleding die gedurende minimaal 24 uur bescherming biedt. De bestaande kleding is technisch aan het verouderen, waardoor de effectiviteit afneemt. De totale krijgsmachtbehoefte zal in drie fasen worden aangeschaft.

Subsidies en bijdragen

De Koninklijke landmacht verleent subsidies aan de stichtingen Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum «Generaal Hoefer» (KNLWM) (€ 0,718 miljoen) en Jeugdwerk Duitsland (€ 0,195 miljoen). Het KNLWM verzamelt en bewaart voorwerpen van krijgsgeschiedkundige aard. De stichting Jeugdwerk Duitsland richt zich op de uitvoering van jeugd- en jongerenwerk voor in Duitsland woonachtige kinderen van Nederlandse militairen.

Ontvangsten

De ontvangstenraming van de Koninklijke landmacht bedraagt in 2003 € 59,5 miljoen. De geraamde ontvangsten hebben betrekking op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding, verhuur van woningen, vermindering afdracht loonheffing en de terugvordering van BTW. Voorts vormen de verkoop van topografische kaarten en drukwerk en de ontvangsten uit dienstverlening bronnen van ontvangsten. Waar de ontvangsten het gevolg zijn van in rekening gebrachte tarieven, zijn deze tarieven kostendekkend.

Budgetflexibiliteit

De budgetflexibiliteit van dit beleidsartikel wordt in onderstaande tabel opgenomen en vervolgens in de begrotingsgrafiek weergegeven

Bedragen x € 1 000
Omschrijving 2003 2004 2005 2006 2007
Totaal geraamde kasuitgaven 2 229 165 2 238 065 2 176 239 2 219 693 2 206 364
Waarvan apparaatsuitgaven 398 140 397 666 390 326 393 974 393 248
Dus programma-uitgaven (incl. investeringen) 1 831 025 1 840 399 1 785 913 1 825 719 1 813 116
Waarvan juridisch verplicht65%1 190 93763%1 159 20462%1 115 59862%1 125 27660%1 080 531
Waarvan complementair noodzakelijk32%577 10028%523 78128%507 18027%491 26129%523 496
Resterende plannen3%62 9889%157 4149%163 13511%209 18212%209 089
Totaal100%1 831 025100%1 840 399100%1 785 913100%1 825 719100%1 813 116

Budgetflexibiliteitkst-28600-X-2-4.gif

Veronderstellingen

De hoofdinspanning van de Koninklijke landmacht is en blijft de komende jaren gericht op de voorbereiding en daadwerkelijke inzet van eenheden. Met de vergroting van de parate capaciteit en de bijgestelde toepassing van het accentmodel wordt daarvoor een goede basis gelegd. De drie gemechaniseerde brigades en de Luchtmobiele brigade vormen de hoekstenen van de Koninklijke landmacht, van waaruit een platform PE-brigade of modules van bataljonsgrootte worden samengesteld voor vredesmissies of als kern van een peace-enforcing strijdmacht kunnen dienen.

Groeiparagraaf VBTB

Om de relatie tussen de doelstellingen, activiteiten en middelen verder te verbeteren zijn in deze begroting de te bereiken operationele doelstellingen voor de operationele eenheden apart inzichtelijk gemaakt. Wat betreft de 1 Divisie zijn de opleidings- en trainingsactiviteiten van de gevechtsgerede eenheden gekwantificeerd voor de niveau V- en VI-oefeningen. De oefendagen voor de oefeningen niveau I tot en met IV zullen in de begroting 2004 in het activiteitenoverzicht van de 1 Divisie per opgenomen eenheid worden verdeeld. Daarnaast zal worden onderzocht of een koppeling tussen bevoorradings- en onderhoudsactiviteiten enerzijds en de niveau V- en VI-oefeningen van de 1 Divisie anderzijds tot stand kan worden gebracht.

Het compleet inzichtelijk maken van alle prestaties/prestatiegegevens van het NATCO als facilitair bedrijf voor de Koninklijke landmacht (maar ook voor andere krijgsmachtdelen en in voorkomend geval andere overheden) blijkt ingewikkeld. Het inzicht in het hoger onderhoud is verbeterd door een onderverdeling te maken naar onderhoud van elektronisch, mechanisch en overig materieel. In de begroting 2004 zal dit onderhoud in producten en diensten per afnemende eenheid worden weergegeven. De aanschafwaarde van de klasse I t/m V goederen (voeding, kleding en uitrusting, brandstof, munitie en overige goederen) is inzichtelijk gemaakt. Op termijn wordt bezien in hoeverre deze aanschafwaarde aan de activiteiten of eenheden van de 1 Divisie kan worden gerelateerd.

Bij OTCKL zijn de producten en diensten heroverwogen. Voor wat betreft de initiële opleiding is het aantal opgeleide leerlingen als outputgegeven inzichtelijk gemaakt. Voor de vervolgopleidingen zal voor de begroting 2004 het planningsbegrip opleidingsplaats (capaciteitsgegeven) worden vertaald in opgeleide leerlingen (outputgegeven). Het onderdeel LO/Sport zal in mensuren gehandhaafd blijven omdat deze dienst niet in meer zinvolle outputgegevens is uit te drukken. Ten aanzien van de trainingsondersteuning zal voor de begroting 2004 worden onderzocht of de ingezette capaciteit kan worden uitgedrukt in het aantal ondersteunde oefeningen per eenheid van de 1 Divisie.

Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht

Algemene beleidsdoelstelling

De Koninklijke luchtmacht levert met luchtstrijdkrachten een bijdrage aan de realisatie van de drie hoofddoelstellingen van de krijgsmacht door personeel en middelen inzetgereed te stellen en te houden. De Koninklijke luchtmacht levert slagkracht in de vorm van Airpower. Met haar inzetbaar personeel en middelen is zij in staat het luchtruim te domineren en daarmee vrijheid van handelen te creëren voor operaties vanuit de lucht, te land en ter zee. Luchtstrijdkrachten kunnen zich door reactiesnelheid, bereik, snelheid en mobiliteit goed aanpassen aan wisselende omstandigheden.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De geoperationaliseerde doelstellingen van de Koninklijke luchtmacht worden weergegeven in de onderstaande doelstellingenmatrix. Hierin is aangegeven hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar dienen te zijn voor inzet ten behoeve van de drie hoofddoelstellingen van Defensie. Uitgangspunt daarbij is dat de eenheden binnen de aangeven gereedheidstermijn voor het gehele geweldsspectrum inzetbaar zijn (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluiten aan bij de Navo-indeling in High Readiness Forces (HRF), Forces of Lower Readiness (FLR) en Long Term Build-up Forces (LTBF). De eerstvolgende evaluatie naar de doelstellingen van dit beleidsartikel vindt plaats in 2007.

  HRFFLR/LTBF
Type eenheidInzetbare capaciteitDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarop lange termijn inzetbaar
Squadron jachtvliegtuigen633 
Squadron Gevechtshelikopters2 2 
Squadron Transporthelikopters2 2 
Squadron Light Utility Helikopters1 1 
Squadron Lutra tankervliegtuigen11  
Triad squadron422 
Air Operations Control Station11  

De gevechts-, transport- en Light Utility Helikopters van de Tactische Helikopter Groep Koninklijke luchtmacht (THGKlu) maken in het concept van 11 Air Manoeuvre Brigade (11 AMB) integraal deel uit van deze brigade. In 2003 zal de THGKLu de operationele gereedheidsstatus (OGS) bereiken. De inzetbaarheid van de Light Utility Helikopters wijzigt hierdoor van lange termijn inzetbaar (begroting 2002) naar korte termijn inzetbaar. Bij eventuele uitzendingen van delen van THGKLu wordt de invloed op het OGS-opwerkschema in de besluitvorming meegewogen.

Veranderdoelstellingen

Hierna worden de belangrijkste veranderdoelstellingen van de Koninklijke luchtmacht toegelicht voor zover het geen materieelprojecten betreffen. Deze laatste worden toegelicht in de paragraaf investeringen.

Versterking van de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de THGKLu

De organisatietabel van de THGKLu is uitgebreid met 300 functies. Hoewel met de uitbreiding rekening is gehouden in de aanstellingsopdrachten, zal in 2003 niet het volledige personeelsbestand zijn opgeleid.

Verbetering inzetbaarheid/voortzettingsvermogen van Reaction Force (RF)-squadrons

Het 306 squadron heeft de opleidingstaak overgenomen. Het 313 squadron wordt met ingang van eind 2002 operationeel aangeboden aan de Navo als High Readiness Force.

Opheffing 336 squadron en afstoting twee F-27M vliegtuigen

Het 336 squadron is opgeheven en de twee F-27M vliegtuigen zijn verkocht. De overdracht vindt plaats in 2002.

Vergroting doelmatigheid door integratie opleidingen in operationeel squadron

De integratie van het opleidingssquadron van de Groep Geleide Wapens in één van de vier operationele squadrons wordt in 2002 gerealiseerd.

Voortzettingsvermogen waarborgen door maatregelen in de logistieke sfeer

Op basis van de Defensienota 2000 is een defensiebreed beleidskader voor de logistieke ondersteuning van militaire operaties ontwikkeld. De behoefte hieraan is ontstaan ten gevolge van het feit dat de krijgsmacht in toenemende mate te maken krijgt met operaties met een joint karakter. Daarnaast is de logistieke ondersteuning van operaties in multinationaal verband niet langer uitsluitend een nationale verantwoordelijkheid. Het Logistiek Beleidskader 2006 wordt thans nader uitgewerkt en moet via een standaardisatie van logistieke basisgegevens leiden tot een defensiebrede procesharmonisatie en -standaardisatie. Belangrijke onderdelen hierbij betreffen de externe logistieke ondersteuning voor onder meer eenheden van de Koninklijke luchtmacht die binnen een landcomponent worden uitgezonden en de ondersteuning voor een Peace Keeping of een Peace Enforcing Operatie van een luchtcomponent.

Concentratie van de grondgebonden luchtverdediging op luchtmachtbasis De Peel

Zoals nu voorzien zal in 2003 een aanvang worden gemaakt met de bouw van infrastructuur voor de verplaatsing van de grondgebonden luchtverdediging van de Koninklijke landmacht naar luchtmachtbasis De Peel. Daarnaast worden plannen voor toekomstige samenwerking in werkgroepverband verder uitgewerkt. Het betreft de werkgroep «Platform De Peel» (PDP) die zich bezig houdt met het vaststellen van de personeelsconsequenties voor het platform, de werkgroep Infrastructuur, de werkgroep «Joint Air Defence School» (JADS) en de werkgroep «Joint Air Defence Centre» (JADC).

Budgettaire gevolgen van beleid

De financiële middelen die aan de Koninklijke luchtmacht ter beschikking staan voor het realiseren van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen.

Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 03 (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen1 605 3162 430 0951 467 4971 196 4583 749 8891 047 3111 382 510
Uitgaven       
Programma-uitgaven       
Tactische luchtmacht431 516423 208441 339450 064443 956445 799432 782
Logistiek Centrum Kon. luchtmacht104 362121 746111 823121 639122 610123 830120 766
Koninklijke Militaire School Luchtmacht73 33490 97687 64688 35690 38092 90692 230
Investeringen372 001432 827425 269437 533459 360462 146438 456
Subsidies       
Totaal programma-uitgaven981 2131 068 7571 066 0771 097 5921 116 3061 124 6811 084 234
Apparaatsuitgaven       
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten380 050356 935351 191341 959360 314343 962347 839
Wachtgelden en inactiviteitswedden13 05010 4247 1766 2875 8365 8335 833
Totaal Apparaatsuitgaven393 100367 359358 367348 246366 150349 795353 672
Totaal uitgaven1 374 3131 436 1161 424 4441 445 8381 482 4561 474 4761 437 906
Ontvangsten37 68339 09739 09739 09739 09739 09739 097

Uitgavenverdeling naar wapensystemen

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn de uitgaven gepresenteerd van de Koninklijke luchtmacht die samenhangen met de realisatie van de operationele doelstellingen. Bij deze presentatie is de organisatorische indeling van de Koninklijke luchtmacht gehanteerd. In onderstaande tabel zijn de programmauitgaven exclusief investeringen van de Koninklijke luchtmacht op basis van de huidige beschikbare informatie zoveel mogelijk extra-comptabel toegerekend aan de operationele doelstellingen i.c. (clusters van) wapensystemen. Met deze presentatie wordt een belangrijke stap gezet in de richting van het gewenste inzicht in de met de operationele doelstellingen samenhangende uitgaven. In navolging hierop wordt voor 2004 gestreefd naar een verdere verfijning van de toerekeningssystematiek en het verduidelijken van de samenhang tussen doelstellingen, activiteiten en middelen.

Uitgaven (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Toe te rekenen uitgaven       
Jachtvliegtuigen 217 651222 841239 274234 270233 466232 485
Helikopters 110 121111 792115 976114 642114 969117 313
Luchttransport 38 14737 71337 81837 58737 24739 871
Grond-lucht geleide wapens 48 06548 47849 05049 05947 54949 698
Commandovoering 24 34421 11021 21720 95320 53421 865
Nog niet toe te rekenen uitgaven609 212197 602198 874196 724200 435208 770184 546
Totaal programma-uitgaven (exclusief investeringen)609 212635 930640 808660 059656 946662 535645 778

Activiteiten

Voor het realiseren van de genoemde doelstellingen beschikt de Koninklijke luchtmacht over de volgende organisatiestructuur.kst-28600-X-2-5.gif

Tactische Luchtmacht

De Tactische Luchtmacht (TL) bestaat uit een staf TL en de operationele onderdelen van de Koninklijke luchtmacht. De operationele eenheden zijn verdeeld in de volgende vijf clusters: jachtvliegtuigen, helikopters, luchttransport, grond-lucht geleide wapens en commandovoering.

De TL levert de operationeel inzetbare eenheden. Hiertoe dienen de eenheden te voldoen aan specifieke gereedheidseisen, waarvoor zij een jaarlijks oefenprogramma (JOP) uitvoeren. Dit JOP bestaat uit specifieke trainingen en deelname aan oefeningen binnen en buiten Navo-verband. Het JOP voldoet aan de eisen die de Navo stelt aan de verschillende eenheden, wapensystemen en middelen.

Jachtvliegtuigen

Voor operaties met de F-16 beschikt de TL over de vliegbases Leeuwarden, Twente en Volkel (de drie «Main Operating Bases« – MOB's) met elk twee inzetbare squadrons van 18 F-16's. Om aan de eisen van directe inzetbaarheid te voldoen dient de cluster jachtvliegtuigen in 2003 over 120 volledig opgeleide en operationeel inzetbare vliegers te beschikken. De individuele F-16 vlieger van de Koninklijke luchtmacht dient te voldoen aan de Navo-eis om een jaarlijks oefenprogramma (JOP) van 180 vlieguren te hebben doorlopen.

Prestatiegegevens jachtvliegtuigenRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Begroting 2003
Vlieguren19 15520 00022 000
Waarvan ten behoeve van uitvoering Vredesoperaties (zie ook beleidsartikel 09) 3 2853 285

In 2003 wordt het activiteitenniveau weer teruggebracht naar het vereiste niveau. Voor het jaar 2002 is besloten het vliegprogramma voor jachtvliegtuigen met 20% te reduceren. Deze maatregel heeft tot doel de exploitatiekosten te verminderen en ruimte te scheppen om de bedrijfsvoering te verbeteren. Deze maatregel kan echter slechts gedurende korte tijd worden volgehouden, zonder de inzetbaarheid in gevaar te brengen.

In het jaarlijks oefenprogramma (JOP) wordt gestreefd naar een optimale mix van realistische trainingen in luchtverdediging, luchtverkenningoperaties, laagvliegen, nachtvliegen, grondaanval en ondersteuning van maritieme eenheden. Tevens zijn operaties met nachtzicht- en laserdoelaanstralingsapparatuur mogelijk. Het JOP wordt gerealiseerd via deelname aan nationale en internationale oefeningen en specifieke trainingen zoals de oefeningen in Goose Bay (laagvliegtrainingen), Strike Eval en El Centro.

Helikopters

De helikoptervloot van de Koninklijke luchtmacht is ingedeeld bij de THGKLu en bij de vliegbasis Leeuwarden. De THGKLu is gestationeerd op de vliegbasis Soesterberg (13 Chinook CH-47D, 17 Cougar AS-532U2 en 4 Alouette III) en Gilze-Rijen (30 Apache AH-64D waarvan 8 in de Verenigde Staten en 15 Bölkow BO-105). De vliegbasis Leeuwarden beschikt over een Search and Rescue eenheid, uitgerust met drie Augusta AB-412SP helikopters. Deze kunnen binnen zeer korte tijd optreden bij calamiteiten op de schietranges of tijdens vliegoefeningen boven de Noordzee en dienen secundair voor patiëntenvervoer vanaf de Waddeneilanden.

Prestatiegegevens HelikoptersMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Begroting 2003
GevechtshelikoptersVlieguren1 9134 0005 100
TransporthelikoptersVlieguren4 7356 1006 850
Light Utility Helikopters (LUH)Vlieguren2 9413 0002 800
Search and Rescue (SAR) helikoptersVlieguren8911 0501 050

De toename van de vlieguren van gevechtshelikopters en transporthelikopters wordt veroorzaakt door de instroom van de Apache gevechtshelikopters en het opwerken naar de OGS status van de THGKLu.

Voor de eisen van geoefendheid van de THGKLu zijn diverse niveaus van training vastgesteld. Deze variëren van het niveau I (opleiding van de enkele man) tot en met het niveau VI (geïntegreerd optreden met de luchtmobiele brigade). De helikopters van de THGKLu maken integraal deel uit van de 11 Air Manoeuvre Brigade (11 AMB). Deze brigade maakt per 2003 niet langer deel uit van de Multi National Division (Central) maar blijft onderdeel van het High Readiness Forces (Land) HeadQuarters. Belangrijke oefeningen van de THGKLu betreffen op brigade niveau de oefeningen Gainfull Sword en Poly Falcon en op bataljonsniveau de oefeningen Snow Falcon, Falcon Indian, Falcon Stoter en Falcon Guard.

Luchttransport

De luchttransportvloot van de Koninklijke luchtmacht is ondergebracht bij het 334 Squadron op de vliegbasis Eindhoven. Voor de diverse luchttransporttaken en air-tot-air refueling beschikt het squadron over twee KDC-10, twee C-130H-30 Hercules, vier F-60U Fokker, twee F-50 Fokker toestellen en één G-IV Gulfstream.

Luchttransport omvat verplaatsingen van militair personeel en materieel en vervoer van leden van het Koninklijk Huis, de regering en overige instanties, departementen en personeel van andere Navo-krijgsmachten. De KDC-10's kunnen onder andere bij Navo-operaties worden ingezet voor air-to-air refueling van diverse typen vliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht en andere luchtmachten.

Om aan de eisen van directe inzetbaarheid te voldoen dient luchttransport over 23 volledig opgeleide en operationeel inzetbare bemanningen te beschikken, die voldoen aan de Navo-richtlijn van 240 vlieguren per vlieger per jaar.

Prestatiegegevens LuchttransportRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Begroting 2003
Vlieguren5 9608 0008 000

De omvang van de vlieguren bevindt zich in 2002 en 2003 op het juiste niveau. De realisatie in 2001 bleef achter vanwege groot onderhoud dat aan de vliegtuigen moest worden verricht.

Grond-lucht geleide wapens

De Grondgebonden Luchtverdediging (GLVD)-eenheden van de Groep Geleide Wapens Koninklijke luchtmacht (GGWKLu) hebben hun thuisbasis op de luchtmachtbasis De Peel. De slagkracht van GGWKLu wordt gevormd door de vier operationele TRIAD-squadrons, waarbinnen sprake is van geïntegreerd optreden van PATRIOT-, HAWK- en Stinger systemen. De eenheden nemen jaarlijks deel aan (inter)nationale- en Navo-oefeningen, zodat wordt voldaan aan Navo-criteria voor deelname aan crisisbeheersingsoperaties. Belangrijke oefeningen van de GGWKLu zijn Roving Sands, Lot Validation Firing en een gezamenlijke luchtverdedigingsoefening met Polen.

Commandovoering

Het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM) bestaat uit de gecoloceerde onderdelen Control and Reporting Centre (CRC) en Military Air Traffic Control Centre (MilATCC). Het CRC staat onder operationeel bevel van de Navo en bewaakt permanent de integriteit van het Nederlandse luchtruim en het toegewezen Navo luchtruim buiten Nederland. Tevens ondersteunt het CRC met commandovoering en gevechtsleiding de oefenprogramma's van de squadrons van de drie MOB's en buitenlandse bases alsmede de GGWKLu. Het MilATCC is belast met het de luchtverkeersleiding en vluchtinformatie voor delen van het Nederlands luchtruim. Tevens vindt coördinatie plaats van het gebruik van het luchtruim tussen de militaire en civiele luchtverkeersbeveiligingsinstanties. Luchtruimbewaking vereist de continue operationele inzetbaarheid van het AOCS. In 2003 vindt er een intensief opwerkprogramma plaats voor de in 2004 te houden tactische evaluatie (Taceval).

Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht

Het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht (LCKLu) draagt met het instandhoudingbeheer van de wapensystemen, het preventief en correctief onderhoud aan wapensystemen, het uitvoeren van modificaties, de fysieke distributie van artikelen, technische expertise, ontmanteling van wapensystemen, de berging van vliegtuigen alsmede het voorzien in een explosievenopruimingsdienst, ook ter ondersteuning van civiele overheden, bij aan de operationele gereedheid van de Koninklijke luchtmacht.

Prestatiegegevens LCKLuMeeteenheidAfnemerRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Begroting 2003
ModificatiesAantal Jachtvliegtuigen811818
 opdrachtenHelikopters01122
  Overige wapensystemen000
Preventief onderhoudAantalJachtvliegtuigen110207152
 opdrachtenHelikopters251717
  Overige wapensystemen212723

Toerekening uitgaven LCKlu aan operationele doelstellingen/wapensystemen kst-28600-X-2-6.gif

Koninklijke Militaire School Luchtmacht

De opleidingsactiviteiten bij de Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL), waaronder de Elementaire Militaire Vliegopleiding (EMVO) op vliegbasis Woensdrecht, omvatten het geven van initiële- en bijscholingsopleidingen om personeel gereed te maken en te houden teneinde te functioneren bij de Koninklijke luchtmacht.

Prestatiegegevens KMSLMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Begroting 2003
Initiële opleidingenAantal geslaagden9139511 037
Initiële vliegopleidingenAantal geslaagden776055
Overige opleidingenAantal geslaagden4 3373 4203 420

Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten

De activiteiten van de Staf BDL zijn erop gericht zodanige beleidsrichtlijnen te creëren die de eenheden van de Koninklijke luchtmacht in materieel en personeel opzicht in staat stellen om de vereiste operationele doelstellingen te realiseren.

Investeringen

Onderstaand wordt per onderscheiden begrotingscategorie nader ingegaan op investeringsprojecten. Hierbij is de informatie welke tot voor kort in het Materieelprojectenoverzicht werd opgenomen met de financiële informatie uit de artikelsgewijze toelichting samengevoegd. De projecten die hier nader worden toegelicht zijn de DMP-projecten die inrealisatie zijn en de DMP-projecten waarover in het begrotingsjaar een behoeftestellingsbrief naar het Parlement zal worden gezonden.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen en vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.

Jachtvliegtuigen

Project F-16 MLU (Mid Life Update)-ontwikkeling, productie en inbouw

DoelstellingVerlenging operationele levensduur F-16 tot 2010 op het gebied van avionica en gebruik van moderne wapens 
Projectomvang€ 824 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Afronding inbouwFinanciële afronding project
Financiële gevolgen        
        
Verplichtingen (x € 1 000) 240     
Uitgaven (x € 1 000)11 77911 1713 9055 4741 227  

De ontwikkeling en de productie van de MLU modificatiepakketten is al enige tijd afgerond. De inbouw van de modificatiepakketten in de Nederlandse F-16's is gestart in 1997. Deze inbouw vindt plaats bij het Logistiek Centrum KLu op de Vliegbasis Woensdrecht en bij Fokker Services Woensdrecht en zal begin 2003 worden afgerond.

Project F-16 ALQ-131 Update

DoelstellingVerbetering van de zelfbeschermingscapaciteit van de F-16 door modernisering ALQ-131 
Projectomvang€ 25–100 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  DMP-A brief    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000)   3 99719 99919 99513 004

De F-16's zijn voorzien van een ALQ-131 systeem, dat is bedoeld om radarsystemen en radargeleide luchtdoelraketten te misleiden. De zelfbeschermingscapaciteit van de F-16 zal ten gevolge van technische en operationele veranderingen binnen enkele jaren onvoldoende zijn, waardoor bij operaties in gebieden met hoge dreiging grote risico's ontstaan. Het project ALQ-131 Update beoogt de capaciteiten van het systeem ALQ-131 te verbeteren.

Project verbetering lucht-grond bewapening F-16

DoelstellingVebetering wapenpakket jachtvliegtuigen voor gronddoelen 
Projectomvang€ 100–250 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-A briefStart deelproject 1   Start deelproject 2
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)  78 520    
Uitgaven (x € 1 000)  19 24229 64029 636 9 076

Tijdens het uitvoeren van een grondaanval dienen wapens accuraat te worden ingezet, de juiste uitwerking te hebben en een minimum aan onbedoelde nevenschade te veroorzaken. Het verbeterde wapenpakket voor gronddoelen dient te bestaan uit een mix van wapens, die tegen een diversiteit aan doelen en onder uiteenlopende weersomstandigheden met de vereiste mate van precisie kunnen worden ingezet.

Het project Verbetering Lucht/Grond wapens bestaat uit drie, in de tijd gefaseerde, deelprojecten: «Precisie Geleide Wapens Jachtvliegtuigen» (2003–2006), «Stand-off en Gebiedsdekkende Wapens jachtvliegtuigen» (na 2006) en «Niet-Letale Precisiewapens Jachtvliegtuigen» (na 2010). Het eerste deelproject «Precisie geleide Wapens Jachtvliegtuigen betreft de behoefte aan laser en GPS-geleide wapens, alsmede verbeterde munitie voor het boordkanon.

Project F-16 Luchtverkenning (LVS)

DoelstellingVervanging huidige technisch en operationeel verouderde luchtverkenningssystemen om aan de operationele (inter)nationale luchtverkenningstaken te kunnen blijven voldoen 
Projectomvang€ 30 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  DMP-B/C brief    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)  29 630    
Uitgaven (x € 1 000)35402516 88612 751  

De huidige luchtverkenningsystemen zijn technisch en operationeel verouderd. Om de operationele (inter)nationale luchtverkenningstaken te kunnen blijven uitvoeren, dienen maatregelen te worden getroffen. Voor tactische luchtverkenning worden de analoge daglichtcamera's in de MARS-gondels vervangen door digitale sensoren. Tevens bestaat het voornemen enkele aanvullende gondels aan te schaffen om te beschikken over voldoende capaciteit en voortzettingsvermogen.

Project Unmanned Reconnaissance Aerial Vehicles (URAV's)

DoelstellingVerwerving URAV's voor tactische luchtverkenning alsmede voor bewaking van vitale objecten vanuit de lucht, voor justitiële opsporingsdoeleinden en bij dreigende of actuele calamiteiten (zoals dijkbewaking) 
Projectomvang€ 25–100 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  DMP-A brief    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 18090 580    
Uitgaven (x € 1 000) 682 5033 0007 99711 99624 003

Tijdens de operaties in Kosovo is gebleken dat de vraag naar luchtverkenning groter is dan eerder was verwacht. Complementair aan de tactische luchtverkenningsmissies met jachtvliegtuigen werden onbemande verkennningsvliegtuigen ingezet voor langdurige surveillance missies. In Afghanistan spelen de onbemande vliegtuigen momenteel een vitale rol voor het vergaren van inlichtingen. Ook is onderkend dat deze toestellen een essentiële rol kunnen spelen bij de uitvoering van belangrijke taken als de nationale bewaking van vitale objecten vanuit de lucht, voor justitiële opsporingsdoeleinden en bij dreigende of actuele calamiteiten (zoals dijkbewaking). Operationele URAV-eenheden zijn echter schaars, zowel in Navo als in Europees verband. Om die reden zijn ze opgenomen in programma's voor capaciteitsversterking van de Navo. De Koninklijke luchtmacht bestudeert de mogelijkheden om onbemande vliegtuigen voor bovengenoemde taken te verwerven.

Op basis hiervan wordt een nieuwe beleidsvisie opgesteld om de behoefte aan Unmanned Aerial Vehicles (UAV's) die zowel internationaal, als nationaal kunnen worden ingezet, in kaart te brengen. Zoals gemeld in de brief van 29 mei 2002 zijn de afspraken over samenwerking met Frankrijk inzake onbemande vliegtuigen vastgelegd in een «General Memorandum of Understanding». Doelstelling is de ontwikkeling van een binationale UAV-capaciteit, bestaande uit een Frans en een Nederlands element. De beoogde samenwerking gaat evenwel verder dan de gezamenlijke ontwikkeling en verwerving van onbemande vliegtuigen. Zij omvat tevens training, onderhoud, logistiek en aanverwante zaken.

Project Vervanging F-16

DoelstellingTijdig voorzien in adequate vervanging van de F-16 vliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht 
Projectomvang> € 250 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP B/C brief  DMP D-brief  
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 745 026     
Uitgaven (x € 1 000) 50 68294 096105 576123 605142 581127 229

De Nederlandse F-16's bereiken vanaf ongeveer 2010 het einde van hun operationele, technische en economische levensduur. Het project Vervanging F-16 is gericht op tijdige vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen. Op 4 juni 2002 heeft een Kamer-meerderheid ingestemd met deelname aan de «System Development and Demonstration»-fase van het Joint Strike Fighter-project. Vervolgens zijn op 5 juni de Medefinancieringsovereenkomst (MFO) met de Nederlandse industrie en het Memorandum Of Understanding met de Amerikaanse overheid getekend.

Helikopters

Project Luchtmobiele brigade

DoelstellingOprichting luchtmobiele brigade 
Projectomvang€ 1 488 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten Ontvangst laatste AH64-D     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)32 19676 8002 000    
Uitgaven (x € 1 000)138 022125 14232 82322 33428 17714 61819 209

De invoering van de Cougar en de Chinook is voltooid. De laatste AH64-D is in mei 2002 aan de Koninklijke luchtmacht overgedragen. Een aantal betalingen inzake deze aanschaf dient echter nog te worden verricht.

Project Capaciteitsverbetering AH-64D

DoelstellingVerbetering van de operationele capaciteiten van de gevechtshelikopter gericht op elektronische zelfbescherming, detectie en identificatie, communicatie, verbeteringen aan het airframe en bewapening 
Projectomvang€ 100–250 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  DMP-A brief    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 3 2001 500    
Uitgaven (x € 1 000) 4504 2201 15030 11031 58032 770

Voor het garanderen en zo mogelijk verbeteren van de effectiviteit van het AH-64D wapensysteem zijn aanvullende investeringen noodzakelijk. De beschouwde investeringen richten zich op elektronische zelfbescherming, detectie en identificatie, communicatie, verbeteringen aan het airframe en bewapening.

Project Zelfbescherming Transporthelikopters

DoelstellingOm inzet van transporthelikopters in het gehele gewelds- en dreigingspectrum mogelijk te maken worden deze voorzien van elektronische zelfbescherming 
Projectomvang€ 42 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)30 242      
Uitgaven (x € 1 000)11 30721 1319 902343   

Om de inzet van transporthelikopters in het gehele gewelds- en dreigingspectrum mogelijk te maken worden alle transporthelikopters voorzien van elektronische zelfbescherming. Het project betreft de aanschaf en integratie van waarschuwingsapparatuur tegen radargeleide wapens en van waarschuwingsapparatuur tegen infrarood geleide wapens, alsmede de bijbehorende afweermiddelen en bedieningsapparatuur. Tevens omvat het project de levering van enkele reservedelen, documentatie, grondapparatuur en initiële opleidingen.

Geleide wapens

Project Vervanging HAWK PIP III

DoelstellingOm luchtverdedigingstaken uit te kunnen blijven voeren is vervanging van het HAWK PIP III systeem noodzakelijk vanwege het bereiken van de operationele en technische levensduur rond 2005. 
Projectomvang€ 100–250 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-A/B/C brief     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 81 000     
Uitgaven (x € 1 000) 7025 00260 99639 00336 99921 996

Met het oog op de vervanging van het HAWK PIP III systeem en de versterking van de «lower tier» capaciteit van de Koninklijke luchtmacht voor de onderschepping van tactische ballistische raketten zijn met Duitsland beginselafspraken gemaakt over de overname van Duitse Patriot-systemen. Deze zijn vastgelegd in een op 19 juni jl. getekende «Declaration of Intent». Met de overname wordt tevens beoogd de bilaterale samenwerking met Duitsland op uiteenlopende terreinen te verdiepen. Als gevolg van deze ontwikkelingen zullen de fondsen op korte termijn worden bijgesteld.

Project Patriot PAC-III upgrade (basic load)

DoelstellingCapaciteitsverbetering van luchtverdedigingssystemen door aanpassingen van de Patriot radar en de commandocentrale, de verwerving van PAC III raketten alsmede de invoering PAC-III lanceerinrichtingen. 
Projectomvang€ 128 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP-B/C/D brief     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000) 128 450     
Uitgaven (x € 1 000) 4 89922 40020 20019 10029 42732 400

Sinds de introductie van de Patriot is het systeem geregeld aangepast. Om de capaciteit van luchtverdedigingssystemen tegen «Tactical Ballistic Missiles» en «Cruise Missiles» te verbeteren is voor het Patriot-systeem een speciaal modificatiepakket ontwikkeld. Deze PAC-III modificatie omvat aanpassingen van de Patriot radar en de commandocentrale, de verwerving van PAC III raketten alsmede de modificatie op PAC III standaard.

Commandovoering

Project Naderingsapparatuur (Military Approach and Surveillance System MASS)

DoelstellingBlijvend zorgdragen voor adequate luchtverkeersleidingscapaciteit door vervanging van de huidige verouderde naderingsapparatuur. 
Projectomvang€ 47 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten   Oplevering   
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)43 3413 900     
Uitgaven (x € 1 000)2 6217 24723 03513 494   

De huidige Airfield Surveillance Radars (ASR) met de bijbehorende Secondary Surveillance Radars (SSR) hebben het einde van hun technische levensduur bereikt. Vervanging is noodzakelijk om de radardekking rondom de vliegbases van de Koninklijke luchtmacht te kunnen blijven garanderen, zodat een optimale veiligheid voor het vliegverkeer in het gehele luchtruim blijft bestaan. Het Military Approach and Surveillance System (MASS) (radarapparatuur met bijbehorende consoles) wordt medio 2004 opgeleverd en geplaatst op het Air Operations Control Station te Nieuw Milligen (AOCS NM).

Project Link-16

DoelstellingUitrusting van de F-16 met de Navo-standaard Link-16 datalink-apparatuur ten behoeve van verbetering van de informatieuitwisseling bij het uitvoeren van operaties. 
Projectomvang€ 128 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten DMP- B/C/D brief     
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)51 90016 00060 100    
Uitgaven (x € 1 000)7 69116 84515 86622 58421 30320 58720 303

Voor een effectieve en flexibele operationele taakuitvoering is het belangrijk dat de beschikbare informatie zo snel mogelijk kan worden uitgewisseld tussen alle participanten. De Navo-standaard voor tactische datalink is Link-16. Uit het oogpunt van interoperabiliteit zal onder andere de F-16 worden uitgerust met Link-16. De integratie in het F-16 wapensysteem zal via een «software-update» M3 plaatshebben. Naast deze softwarematige aanpassing zijn ook hardware aanpassingen nodig. De verwerving van de Link-16 modificatiepakketten bevindt zich in de realisatiefase. Het DMP-proces inzake de Link-16 terminals verkeert in de B/C/D-fase.

Overige systemen

Project vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen

DoelstellingVervanging van de Klu en KM vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen voor de vliegbases, vliegkampen en de KMSL 
Projectomvang€ 26 miljoen (alleen Klu deel)  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten Invoeren voertuigen    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)20 097450     
Uitgaven (x € 1 000)5 4362 71111 0496 337   

Project infrastructuur LCKLu

DoelstellingVoorzien in vervangende infrastructuur voor de huidige infrastructurele voorzieningen van enkele productie-eenheden van het LCKLu die (ARBO-)technisch zijn afgeschreven 
Projectomvang€ 25–100 miljoen  
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  DMP-A brief    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1 000)       
Uitgaven (x € 1 000)     2 30011 500

De uitvoering van het project infrastructuur LCKLu is afhankelijk van de uitkomsten van een studie over motorenonderhoud en van een strategische toekomstvisie voor het LCKLu.

Ontvangsten

De ontvangstenbegroting beslaat in 2003 € 39,1 miljoen en betreft personele, materiële en specifieke ontvangsten.

Budgetflexibiliteit

De budgetflexibiliteit wordt in onderstaande tabel en grafiek weergegeven.

Omschrijving 2003 2004 2005 2006 2007
Totaal geraamde kasuitgaven 1 424 444 1 445 838 1 482 456 1 474 476 1 437 906
Waarvan apparaatsuitgaven 358 367 348 246 366 150 349 795 353 672
Dus programma-uitgaven(incl. investeringen) 1 066 077 1 097 592 1 116 306 1 124 681 1 084 235
Waarvan juridisch verplicht per 1-1-200357%608 21552%568 61847%528 14547%532 85747%509 183
Waarvan complementair per 1-1-200336%383 60738%418 73242%463 08342%470 61639%420 154
Resterende plannen7%74 25410%110 24211%125 07811%121 20714%154 898
Totaal100%1 066 077100%1 097 592100%1 116 306100%1 124 681100%1 084 235

Budgetflexibiliteitkst-28600-X-2-7.gif

Veronderstellingen

Voorwaarde voor de realisatie van de operationele doelstellingen is een adequate personele vulling en het intact blijven van het huidige begrotingsniveau. Als een verstoring optreedt, heeft dit een negatieve invloed op het vermogen de operationele doelstellingen te halen.

Groeiparagraaf VBTB

Met het beleidsartikel Koninklijke luchtmacht dient uiteindelijk inzicht te worden gegeven in de (samenhang tussen) te bereiken doelstellingen, de hiertoe uit te voeren activiteiten c.q. in te zetten instrumenten en de hiervoor aan te wenden middelen. Na het concreet vorm geven van te bereiken doelstellingen in de vorm van inzetgereedheid van de operationele eenheden is in de begroting 2003 een volgende stap gezet in het verbeteren van de relatie tussen doelstellingen, activiteiten en middelen.

De nader geoperationaliseerde doelstellingen van de Koninklijke luchtmacht betreffen de gereedheid van de operationele eenheden van de clusters jachtvliegtuigen, helikopters, luchttransport, geleide wapens en commandovoering. In de voorliggende begroting is de gereedheid van wapensystemen en de daarvoor benodigde activiteiten verder inzichtelijk gemaakt. De vervolgstappen voor de begroting 2004 bestaan uit het beter inzichtelijk maken van prestaties en doelmatigheid door het nader uitwerken van de activiteiten en het verder verfijnen van de aan de operationele doelstellingen toe te kennen middelen. De activiteiten worden inzichtelijk gemaakt door ze te relateren aan de aspecten personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid.

De ondersteunende activiteiten en de daarvoor aangewende middelen worden voor de begroting 2004 beter inzichtelijk gemaakt in de vorm van prestatiegegevens en doelmatigheidsgegevens van de ressorts LCKLu en KMSL. Hierbij worden activiteiten en middelen zoveel mogelijk toegerekend aan de operationele doelstellingen.

Het streven is er op gericht om de begroting 2004 de Koninklijke luchtmacht in te richten naar operationele doelstellingen (inzetgereedheid wapensystemen) waarbij prestatiegegevens en doelmatigheidsgegevens in samenhang inzicht verstrekken in de doelstelling, de hiertoe uit te voeren activiteiten en de hiervoor aan te wenden middelen.

Beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee

Algemene beleidsdoelstelling

De Koninklijke marechaussee draagt zorg voor de handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan civiele autoriteiten. De Koninklijke marechaussee is als politieorganisatie met een militaire status verantwoordelijk voor de handhaving van de rechtsorde en de integriteit van de krijgsmacht en haar personeel, zowel in Nederland als daarbuiten. Daarnaast kan de Koninklijke marechaussee bijdragen aan de realisatie van de andere hoofdtaken van de krijgsmacht, in het bijzonder op het terrein van crisisbeheersing, vredestaken en humanitaire taken. De Koninklijke marechaussee neemt als zelfstandig krijgsmachtdeel een wezenlijke plaats in binnen het Nederlandse politiebestel en vervult taken ten behoeve van de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze taken zijn omschreven in artikel 6 van de Politiewet.

In tegenstelling tot de andere krijgsmachtdelen kent de Koninklijke marechaussee een scheiding tussen het gezag en het beheer. De minister van Defensie is belast met het beheer van de organisatie. Bovendien heeft de minister van Defensie het gezag over de militaire taken van de marechaussee, voor zover die geen opsporing, vredesoperaties of internationale taken betreffen. Het gezag over de overige taken van de marechaussee ligt bij andere binnenlandse bestuurlijke instanties, onder de eindverantwoordelijkheid van de minister van Justitie en die van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Verder heeft de Koninklijke marechaussee een landelijke organisatiestructuur die centraal wordt aangestuurd.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De algemene beleidsdoelstelling van de Koninklijke marechaussee is geoperationaliseerd in vijf taakvelden. De geoperationaliseerde doelstellingen worden hoofdzakelijk vastgesteld door de verschillende gezagsdragers. De prestatiegegevens per taakveld zijn gebaseerd op deze doelstellingen en de daaraan gekoppelde activiteiten en budgetten. Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van de doelstellingen van dit beleidsartikel vindt plaats in 2004.

TaakveldenDoelstelling
I. Beveiliging«Het handhaven van het veiligheidsniveau overeenkomstig de geldende veiligheidsconcepten, zoals deze zijn bekrachtigd door het bevoegd gezag.»
  
II. Handhaving vreemdelingenwet«Het uitvoeren van haar wettelijke taken in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en binnen de met het gezag overeengekomen, of nog overeen te komen normafspraken.»
  
III. Politietaken Defensie«Het handhaven van de openbare orde op en rondom de militaire terreinen en het handhaven van strafrechtelijke rechtsorde binnen de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen zowel in Nederland als in internationaal verband, alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.»
  
IV. Politietaken burgerluchtvaartterreinen«Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen nationale luchthavens in overeenstemming met het bevoegd gezag gemaakte afspraken alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.»
  
V. Assistentieverlening samenwerking en bijstand«Het zorgdragen voor het gereedhouden van het bijstandsreservoir alsmede het op verzoek van het bevoegd gezag leveren van personeel, eenheden en materieel voor de samenwerking, bijstand en assistentieverlening aan de politie.»

Veranderdoelstellingen

Uitbreiding ten behoeve van terrorismebestrijding

De terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten zijn wereldwijd aanleiding geweest tot het nemen van (preventieve) maatregelen. Op 18 december 2001 is door de Interdepartementale Werkgroep de definitieve versie van het actieplan vastgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De actiepunten van de Koninklijke marechaussee hebben betrekking op verschillende taakvelden en resulteren onder meer in een uitbreiding met 168 vte'n. Het betreft hier de vergroting van de observatie- en persoonsbeveiligingscapaciteit van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB), toezicht in de beveiliging burgerluchtvaart, documentenspecialisten, opsporing van mensensmokkel, analyse van biometrie en Europol. Ook voor de handhaving van de extra opleidingscapaciteit te Vught zijn gelden vrijgemaakt.

Verbetering interne en externe sturing

Het project «Beleid en Bedrijfsvoering Koninklijke marechaussee 2000» is beëindigd. De verankering van de werkzaamheden die voortkomen uit het project geschiedt in de nieuwe Afdeling Integrale Bedrijfsvoering bij de centrale staf van de Koninklijke marechaussee (Staf Kmar). De planning en controlcyclus is inmiddels geïmplementeerd en wordt verder geoptimaliseerd. Hierbij zal de nadruk liggen op het, samen met het bevoegde gezag, concretiseren van de normen, op de verhoging van de betrouwbaarheid van de output-gegevens en op het vergroten van het draagvlak binnen de organisatie.

Voortgang Beleidsplan Kmar 2000

Op basis van het «Beleidsplan Kmar 2000» heeft in 2001 een inventarisatie van de knelpunten in de huidige organisatie plaatsgevonden. Deze inventarisatie heeft geresulteerd in een voorstel tot reorganisatie en uitbreiding van de staven. Medio 2002 is naar aanleiding hiervan begonnen met de implementatie van de nieuwe organisatiestructuur en het hieraan gerelateerde verbeterde personeelsbeleid.

Uitbreiding opleidingscapaciteit OCKmar

Het vergroten van de opleidingscapaciteit is noodzakelijk om het personeelsbestand vanaf instroom aan de voet verder te vullen. De capaciteit van het Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee (OCKmar) en de twee dependances te Vught en Eefde is volledig benut.

Overname 103 eskadron van de Koninklijke landmacht

In de Defensienota 2000 is vastgelegd dat het 103e paraatgestelde eskadron van de Koninklijke landmacht, de reserve-eenheden 41e, 102e en 690e eskadron, alsmede de reservepelotons 893 en 894 van het regionale Navo-hoofdkwartier in Brunssum (HQ AFNORTH) zouden overgaan naar de Koninklijke marechaussee. Op 1 januari 2001 zijn de genoemde eenheden inderdaad onder bevel gesteld van de Bevelhebber der Marechaussee. Per 1 januari 2002 is ook het beheer overgedragen aan de Koninklijke marechaussee.

Budgettaire gevolgen van beleid

De financiële middelen die de Koninklijke marechaussee ter beschikking staan voor het realiseren van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid beleidsartikel 04 (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen300 634345 530344 589347 704344 493342 293344 213
Uitgaven       
Programma-uitgaven       
Operationele taakvelden       
– Beveiliging37 61041 83644 08544 54744 50244 13444 075
– Handhaven vreemdelingenwet82 63792 87196 987100 849101 142101 101100 655
– Politietaken Defensie (exclusief internationale en vredesoperaties)47 41053 11153 51053 51853 21653 21152 828
– Politietaken burgerluchtvaartterreinen7 1518 0118 2098 0438 0918 1388 127
– Assistentieverlening, samenwerking en bijstand4 2384 7474 5614 6404 6684 6954 689
Investeringen20 13747 96036 06433 85329 79824 81127 145
Totaal programma-uitgaven199 183248 536243 416245 450241 418236 090237 519
Apparaatsuitgaven       
– Staven Koninklijke marechaussee33 37237 38638 30939 28841 39043 50844 388
– Opleidingscentrum52 44258 74958 37558 46858 19658 21957 830
Wachtgelden en inactiviteitswedden973858753737749749749
Totaal apparaatsuitgaven86 78796 99397 43698 493100 335102 476102 967
Totaal uitgaven285 970345 529340 853343 943341 753338 566340 486
Ontvangsten5 3625 2005 2005 3005 4005 4005 500

Toerekening per taakveld (op basis van huidige formatiebestand) als volgt:

Budgetverdeling over de taakvelden % van het budget
 2001200220032004200520062007
Taakveld Beveiliging14,214,414,814,614,414,314,3
Taakveld Handhaving vreemdelingenwet31,230,531,131,831,831,631,5
Taakveld Politietaken Defensie17,918,217,817,517,317,217,1
Taakveld Politietaken burgerluchtvaartterreinen2,72,72,72,62,62,62,6
Taakveld Assistentieverlening, samenwerking en bijstand1,61,61,51,51,51,51,5
Opleiding19,820,019,419,118,918,818,7
Staven Koninklijke marechaussee12,612,712,712,913,514,114,3
Totaal100100100100100100100

Budgetverdeling 2003 Koninklijke marechausseekst-28600-X-2-8.gif

Activiteiten

De Koninklijke marechaussee beschikt voor het realiseren van bovenstaande doelstellingen over zes districten die het tactische niveau van de organisatie vormen. Onder de districten ressorteren de brigades van de Koninklijke marechaussee.kst-28600-X-2-9.gif

Onderstaand worden per taakveld de activiteiten opgesomd met bijbehorende prestatie-indicatoren. In het komende jaar worden, in overleg met de gezagsdragers, de normeringen en streefwaarden per activiteit verder afgestemd (n.n.t.b.= nog nader te bepalen).

Prestatiegegevens Taakveld 1Beveiliging
ActiviteitenPrestatie-indicatorenNormering/streefwaarde
1. Het beveiligen van objecten in binnen- en buitenland, het adviseren en ondersteunen ten aanzien van het beveiligen van objecten en optreden in geval van incidenten bij het beveiligen van objecten1. Aantal gerealiseerde mensuren objectbeveiliging 2. Servicegraad objectbeveiliging (percentage gerealiseerde uren objectbeveiliging versus planning)1. n.n.t.b. 2. 100%
2. Het beveiligen en begeleiden van personen in binnen- en buitenland1. Aantal gerealiseerde mensuren persoonsbeveiliging 2. Servicegraad persoonsbeveiliging per opdrachtgever (percentage aantal gerealiseerde aanvragen persoonsbeveiliging versus aantal binnengekomen aanvragen)1. n.n.t.b. 2. 95%
3. Het beveiligen van de burgerluchtvaart, waaronder «high risk» vluchten*)1. Aantal gerealiseerde mensuren beveiliging 2. Servicegraad beveiliging (percentage gerealiseerde uren beveiliging versus geplande uren beveiliging)1. n.n.t.b. 2. 100%
4. Het beveiligen van waardetransporten van De Nederlandsche Bank1. Aantal gerealiseerde mensuren transportbeveiliging 2. Servicegraad transportbeveiliging (percentage gerealiseerde aanvragen transportbeveiliging versus aantal aangevraagde transportbeveiligingen) 1. N.n.t.b. 2. 100%
5. Het uitvoeren van ceremoniële diensten1. Aantal gerealiseerde uren ceremoniële diensten 2. Servicegraad ceremoniële diensten (percentage gerealiseerde uren ceremoniële diensten versus aantal geplande uren ceremoniële diensten)1. n.n.t.b. 2. 100%

*) Door wijziging van de Luchtvaartwet zal de Koninklijke marechaussee belast worden met toezicht op vracht in 2003. In overleg met het ministerie van Justitie zullen hiervoor de indicatoren en normeringen vastgesteld dienen te worden.

Prestatiegegevens Taakveld 2Handhaving Vreemdelingenwet
ActiviteitenPrestatie-indicatorenNormering/streefwaarde
1. Het uitvoeren van de grensbewaking, waaronder het uitvoeren van persoonscontroles en het verstrekken van nooddocumenten1. Aantal vreemdelingen dat de toegang tot Nederland is ontzegd c.q. is geweigerd 2. Aantal verstrekte visa 3. Aantal verstrekte nooddocumenten 4. Aantal gate controles1 n.n.t.b. 2. n.n.t.b. 3. n.n.t.b. 4. 10 000
2. Het uitvoeren van het mobiel toezicht vreemdelingen (MTV), waaronder het houden van controles 1. Aantal illegalen dat is aangetroffen in het grensgebied 2. Gemiddeld aantal MTV-controles per brigade (Totaal aantal MTV-controles versus het aantal brigades)1. n.n.t.b. 2. 365
3. Het geven van ondersteuning bij de asielprocedure op de AC'a Schiphol, Zevenaar, Rijsbergen en Ter Apel 1. Aantal onderzoeken reisdocumenten 2. Aantal onderzoeken brondocumenten1. n.n.t.b. 2. n.n.t.b.
4. Het verwijderen of uitzetten van geweigerde of illegale vreemdelingen1. Aantal vreemdelingen dat Nederland is uitgezet1. 13 200
5. Het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken mensensmokkel 1. Aantal middelgrote onderzoeken mensensmokkel 2. Aantal kleine onderzoeken mensensmokkel in het kader van grensbewaking 3. Aantal kleine onderzoeken mensensmokkel in het kader van MTV 4. Aantal GOC-mensensmokkel onderzoeken1. 19 2. 165 3. 130 4. 30
Prestatiegegevens Taakveld 3Politietaken Defensie
ActiviteitenPrestatie-indicatorenNormering/streefwaarde
1. De zogenoemde beschikbaarheid- of bereikbaarheidfunctie (surveillance/planton ofwel de beschikbare capaciteit om binnen de afgesproken tijd te reageren op calamiteiten)1. Aantal mensuren bezetting 1. n.n.t.b.
2. Het handhaven van de openbare orde en de rechtsorde1. Aantal misdrijfverbalen 2. Percentage processen verbaal (PV'n) «lik-op-stuk» 3. Aantal uitgevoerde middelgrote/grote rechercheonderzoeken 4. Percentage technisch sepot 5. Gemiddelde doorlooptijd van laatste verhoor tot sluiten PV 6. Gemiddelde doorlooptijd van sluiten PV tot inzenden naar het Openbaar Ministerie1. 1 500 2. 40% 3. 10 4. 5% 5. 30 dagen 6. 20 dagen
Prestatiegegevens Taakveld 4Politietaken burgerluchtvaartterrein
ActiviteitenPrestatie-indicatorenNormering/streefwaarde
1. De zogenoemde beschikbaarheid- of bereikbaarheidfunctie (surveillance/planton ofwel de beschikbare capaciteit om binnen de afgesproken tijd te reageren op calamiteiten)1. Aantal mensuren bezetting1. n.n.t.b.
2. Het handhaven van de openbare orde en de rechtsorde1. Aantal drugskoeriers (invoer) 2. Aantal drugskoeriers (uitvoer) 3. Aantal uitgevoerde middelgrote/grote rechercheonderzoeken.1. 2000 2. 100 3. n.n.t.b.

Ter bestrijding van de problematiek van drugskoeriers (bolletjesslikkers) die via Schiphol Nederland binnenkomen is in het plan van aanpak van de minister van Justitie voorzien in een pakket van maatregelen. Concreet heeft dit geresulteerd in een structurele uitbreiding van het Schipholteam, uitbreiding van opvangcapaciteit voor slikkers te Bloemendaal en het invoeren van een nieuw controle-instrument in de vorm van pre-flightchecks. Verder wordt op Schiphol-Oost een nieuw cellencomplex gebouwd, welke ultimo 2002 operationeel moet zijn.

Ondanks deze resultaten zijn nog niet alle doelstellingen van het plan van aanpak gerealiseerd. In dit kader wordt aanvullend beleid ontwikkeld teneinde de druk op de gehele keten te verminderen.

Prestatiegegevens Taakveld 5Assistentieverlening, samenwerking en bijstand
ActiviteitenPrestatie-indicatorenNormering/streefwaarde
1. Het operationeel gereedstellen en inzetten van ME-eenheden, pantserwagenpelotons en de bijzondere bijstandseenheid krijgsmacht (BBEK)1. Aantal inzetbare bijstandseenheden 2. Aantal mensuren geleverde bijstand1. n.n.t.b. 2. n.n.t.b.
2. Het leveren/inzetten van overige vormen van assistentie 1. Aantal mensuren geleverde assistentie 1. n.n.t.b.

Staven

De staven bestaan uit de centrale staf van de Bevelhebber (Staf Kmar) en de staven van de districtscommandanten in het land.

De staf KMar heeft de verantwoordelijkheid voor het namens de Bevelhebber der Marechaussee beheren van het algemeen operationeel beleidskader. De staf vervult een sturende en coördinerende rol in aangelegenheden die het districtsniveau te boven gaan, onder andere op het gebied van gezag en beheer.

De districtsstaven regelen het beheer en ondersteuning van het operationeel proces op decentraal niveau.

Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee (OCKMar)

De activiteiten van het OCKMar omvatten initiële opleidingen aan binnenstromend personeel, cursussen en opleidingen voor het vervullen van specifieke functies en zogenoemde loopbaanopleidingen. De opleidingen worden grotendeels verzorgd op het OCKMar te Apeldoorn. Daarnaast zijn er twee dependances van het opleidingscentrum in Eefde en Vught.

Investeringen

De financieel omvangrijke investeringsprojecten worden onderstaand afzonderlijk vermeld. De overige investeringen betreffen kleine projecten, bedrijfsmatige investeringen en vervangingsinvesteringen.

Project «C2000 Startregio KMar»

DoelstellingVerbouwen en herinrichten van de meldkamer op Schiphol en het implementeren en invoeren van C2000 communicatie-apparatuur, met inbegrip van het verzorgen van opleidingen en het opzetten van beheer 
Projectomvang€ 6,6 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Afronding    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1000)2 2524 326     
Uitgaven (x € 1000)1 0605 42989    

Volgens planning zal het project in de eerste helft van 2003 zijn afgerond.

Project «C2000 Landelijke Roll-out Defensie»

DoelstellingVerbouwing en herinrichting van de KMar-meldkamer in Den Haag en het implementeren en invoeren van C2000 communicatie-apparatuur voor de KMar en KM-, KL- en KLu-eenheden met taken op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Tevens omvat het project het verzorgen van opleidingen en het inrichten van een beheersorganisatie.  
Projectomvang€ 10,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten       
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1000) 2 8416 687    
Uitgaven (x € 1000) 2 8416 687688   

De positieve resultaten van beproevingen van de C2000 communicatie-apparatuur in de startregio hebben eind 2001 geleid tot de landelijke implementatie van C2000. Hiervoor treedt de Koninklijke marechaussee op als «single service manager» voor de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht. Het project is sterk afhankelijk van het C2000-project dat wordt uitgevoerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waarvan de ministeries van Defensie en Volksgezondheid Welzijn en Sport mede-opdrachtgever zijn. In overeenstemming met de door de regering vastgestelde einddatum, zal het project naar verwachting in de eerste helft van 2004 zijn afgerond.

Project «Nieuwbouw District Noord-Holland/Utrecht»

DoelstellingNieuwbouw op het terrein van de marinekazerne in Amsterdam 
Projectomvang€ 6,2 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Oplevering    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1000)174265 696    
Uitgaven (x € 1000)173011 3294 600   

Als gevolg van het door de Koninklijke landmacht afstoten van de Kolonel Sixkazerne, waarvan de Koninklijke marechaussee medegebruiker is, en het afstoten van de Robert Kochkazerne, moet de Koninklijke marechaussee voorzien in vervangende huisvesting voor de staf van het district Noord-Holland/Utrecht en de motorgroep van de brigade Amsterdam. Volgens planning zal oplevering medio 2003 plaatsvinden.

Project «Aanpassing en uitbreiding infrastructuur OCKMar»

DoelstellingAanpassing en uitbreiding infrastructuur OCKMar  
Projectomvang€ 35,9 miljoen 
 Realisatie 2001Verwachting 2002Begroting 20032004200520062007
Activiteiten  Oplevering    
Financiële gevolgen       
        
Verplichtingen (x € 1000)1224 4583 339    
Uitgaven (x € 1000)1234 4573 3399 4724 8104 0809 569

De groei van het personeelsbestand van de Koninklijke marechaussee die het gevolg is van de recente taakuitbreidingen, heeft gevolgen voor het aantal cursisten en daarmee voor de benodigde infrastructurele voorzieningen van het OCKMar. Zo zal de instroom van het aantal leerlingen wachtmeester beroeps bepaalde tijd (BBT) in de komende jaren gefaseerd toenemen. Een en ander uit zich momenteel in tekorten aan legeringcapaciteit, parkeerplaatsen, facilitaire voorzieningen, sportaccommodatie, schietbaancapaciteit en leslokalen.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Koninklijke marechaussee bedragen € 5,2 miljoen. De ontvangsten hebben betrekking op:

• verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen;

• inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding en huisvesting;

• verrekeningen met derden in verband met dienstverlening.

Budgetflexibiliteit

De budgetflexibiliteit van dit beleidsartikel wordt in onderstaande tabel weergegeven.

Bedragen x € 1 000
Omschrijving 2003 2004 2005 2006 2007
Totaal geraamde kasuitgaven 340 853 343 943 341 753 338 566 340 486
Waarvan apparaatsuitgaven 97 437 98 493 100 335 102 476 102 967
Dus programma-uitgaven (incl. investeringen) 243 416 245 450 241 418 236 090 237 519
Waarvan juridisch verplicht per 1-1-200369%169 04268%165 96964%155 53163%149 39363%151 227
Waarvan complementair per 1-1-200322%53 52022%53 54622%52 43522%51 56822%51 759
Te realiseren projecten uit de DN20005%11 3556%15 0302%4 8102%4 0804%9 569
Resterende plannen4%9 4994%10 90512%28 64313%31 04911%24 964
Totaal100%243 416100%245 450100%241 418100%236 090100%237 519
Specificatie projecten uit de Defensienota 2000 (voorzover niet opgenomen in juridisch en/of complementair verplicht) bedragen x € 1 000
Projectomschrijving20032004200520062007
Project C 2000 -landelijke roll-out6 687688
Infra NH/U1 3294 600
Infra OCKMar3 3399 4724 8104 0809 569
Totaal11 35514 7604 8104 0809 569

Budgetflexibiliteitkst-28600-X-2-10.gif

Veronderstellingen

Bij de totstandkoming van deze tweede VBTB-begroting is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de pas ingevoerde resultaatgerichte bedrijfsvoering van de Koninklijke marechaussee. Dit heeft onder meer geresulteerd in de indeling in taakvelden. Aangezien het budget van de Koninklijke marechaussee in hoge mate wordt bepaald door personeelsgerelateerde uitgaven en omdat de inzet van personeel afhankelijk is van de te leveren prestatie, vindt de verdeling van middelen over de taakvelden daarbij, evenals in de begroting 2002, plaats op basis van het aantal geplande vte'n (formatiesterkte) per taakveld.

Tevens dient te worden opgemerkt dat het opleidingscentrum en de centrale beleidsstaf (Staf KMar) als ondersteunende eenheden ook nu weer separaat in de begroting zijn opgenomen. Het voornaamste argument hiervoor is dat beide eenheden organisatiebreed de operationele eenheden ondersteunen. Een valide toerekening aan de afzonderlijke taakvelden is hierdoor nagenoeg onmogelijk en ook weinig zinvol.

Groeiparagraaf VBTB

Conform de VBTB-gedachte biedt deze begroting een beter inzicht in de te leveren prestaties in relatie tot de hiervoor in te zetten middelen. Niettemin voldoet deze begroting nog niet aan het beoogde kwaliteitsniveau. Een éénduidige en transparante relatie tussen doelstellingen, activiteiten en middelen vergt nog verdere ontwikkeling. Zoals in de begroting 2002 reeds is aangekondigd, zal de Koninklijke marechaussee door middel van een groeitraject toewerken naar de optimalisatie van deze relatie.

Aansluitend op het project BBKMar2000 is hierbij voorrang gegeven aan transparantie, waarbij door middel van output-sturing en een kostprijsmodel uiteindelijk beter zicht kan worden verkregen in de prestaties en de hieraan gerelateerde kosten. In dit kader is het onderzoek naar de hoogte en samenstelling van een integrale middensom voor de Koninklijke marechaussee reeds afgerond. Voor een consistente en betrouwbare VBTB-verantwoording zal echter zicht moeten bestaan op de werkelijke kosten per taakveld. Op dit moment is het inzicht in de kosten per taakveld nog beperkt. Door middel van een herinrichting van haar administratie streeft de Koninklijke marechaussee ernaar eind 2003 voldoende zicht te hebben op de realisatie in de verschillende taakvelden.

Ook inzake de meetbaarheid van de activiteiten aan de hand van prestatiegegevens moeten nog belangrijke stappen worden gezet. Initiatieven op dit terrein moeten ertoe leiden dat een éénduidig en betrouwbaar beeld wordt verkregen van de prestaties binnen de diverse taakvelden. Zo zal in 2003 naar verwachting een operationeel Managament Informatie Model worden beproefd en verder worden ontwikkeld ten aanzien van de ondersteunende processen. Uiteindelijk zal dit binnen enkele jaren een set aan gekwantificeerde prestatiegegevens opleveren die een compleet en juist beeld geven van de activiteiten van de Koninklijke marechaussee. In afwachting van de uitkomsten hiervan zijn in de huidige presentatie van activiteiten de prestatie-indicatoren weliswaar benoemd, maar nog niet volledig gekwantificeerd met behulp van een norm of streefwaarde. Het is de bedoeling in de volgende begroting de nog ontbrekende streefwaarden toe te voegen aan de prestatie-indicatoren, waarbij betrouwbaarheid en consistentie als belangrijke randvoorwaarden gelden. Bovendien zullen de streefwaarden in samenspraak met het gezag moeten worden bepaald.

Beleidsartikel 09 Uitvoeren vredesoperaties

Algemene beleidsdoelstelling

Nederland draagt onverminderd bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde, waarbij in het bijzonder wordt gestreefd naar stabielere verhoudingen in het Navo-verdragsgebied.

Nederland voert daartoe een actief veiligheidsbeleid, dat zich niet beperkt tot de zorg voor de veiligheid van het eigen land en die van de bondgenoten, maar zich uitstrekt tot breed opgezette conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Deelnemen aan vredesoperaties maakt daar deel van uit.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De Nederlandse ambitie om deel te nemen aan internationale crisisbeheersingsoperaties is in algemene zin als volgt gedefinieerd:

• deelneming aan een vredesafdwingende operatie met een brigade of het equivalent daarvan zoals een maritieme taakgroep, drie squadrons jachtvliegtuigen of een combinatie daarvan;

• gelijktijdige deelneming gedurende langere tijd aan maximaal drie vredesoperaties met bijdragen van bataljonsgrootte of equivalenten daarvan, zoals een squadron jachtvliegtuigen, of twee fregatten.

De krijgsmachtdelen zorgen ervoor dat de voor inzet beschikbare militaire eenheden voldoen aan de kwalitatieve criteria die voor inzet in vredesoperaties zijn gesteld. De belangrijkste criteria die van toepassing zijn op de gereedstelling van de operationele eenheden, zijn de mogelijkheden tot:

• optreden onder uiteenlopende geografische en klimatologische omstandigheden;

• tijdig optreden met de juiste middelen;

• samen optreden met andere krijgsmachtdelen («joint») en andere krijgsmachten («combined»);

• inzet voor langere tijd.

Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van deze doelstellingen vindt plaats in 2003.

Budgettaire gevolgen van beleid

Voor het realiseren van de doelstellingen op het gebied van crisisbeheersingsoperaties staan planmatig financiële middelen ter beschikking. Het gaat hier om de verwachte additionele uitgaven die gemoeid zullen zijn met het uitvoeren van vredesoperaties. In onderstaande tabel worden deze financiële middelen vermeld.

Budgettaire gevolgen van het beleid beleidsartikel 09 (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen198 290264 077178 401178 401178 401178 401178 401
Uitgaven       
VN-contributies53 77359 44559 44559 44559 44559 44559 445
SFOR87 11875 50075 00075 00075 00075 00075 000
KFOR 3 300     
Enduring Freedom 39 70013 800    
ISAF 34 50010 000    
UNFICYP1 347      
Task Force Fox 17 0005 000    
UNMEE47 3253 700     
PSO 1 8151 8151 8151 8151 8151 815
Overige operaties en voorziening8 72729 11713 34142 14142 14142 14142 141
Totale uitgaven198 290264 077178 401178 401178 401178 401178 401
Totale ontvangsten54 9536 9071 4071 4071 4071 4071 407

Activiteiten

Stabilisation Force (SFOR)

Aan Sfor nemen in 2002 per rotatie ongeveer 1 300 Nederlandse militairen deel. Zij zijn onderverdeeld in een gemechaniseerd bataljon, een National Support Element (NSE), een verbindingsondersteuningscompagnie, een helikopterdetachement en medewerkers voor het hoofdkwartier van Sfor in Sarajevo en het hoofdkwartier van de Multinational Division South West (MND SW) in Banja Luka. In MND SW participeren Canada, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Momenteel wordt gesproken over een herstructurering van Sfor, die voor Nederland hooguit zichtbaar wordt in een beperkte reductie bij het hoofdkwartier. In verhouding tot de andere landen neemt het Nederlandse aandeel in Sfor toe.

De hoofdtaak voor het Nederlandse gemechaniseerde bataljon in MND SW is het afschrikken van de voormalig strijdende partijen om hun vijandelijkheden te hervatten. Het bataljon geeft met name door presentiepatrouilles invulling aan deze taak. Hierdoor ontstaat een veilige omgeving waardoor andere organen van de internationale gemeenschap hun (opbouw)activiteiten kunnen ontplooien. Met financiële steun van Ontwikkelingssamenwerking kan het bataljon lokaal kleinschalige hulpverleningsprojecten uitvoeren. Daarmee wordt de acceptatie van het bataljon in de Bosnische samenleving versterkt.

Vanaf 1 juli 2002 bestaat de Nederlandse helikopterbijdrage uit twee Cougar transporthelikopters, die ten behoeve van het «Immediate Response Team» worden ingezet. De helikopters opereren vanuit Bugojno in centraal Bosnië.

Operatie «Enduring Freedom» (OEF)

In het kader van de strijd tegen het terrorisme neemt de Nederlandse krijgsmacht in 2002 deel aan de operatie «Enduring Freedom». Vanaf juni 2002 is een fregat onder het operationeel bevel van de Verenigde Staten gesteld voor het uitvoeren van taken op het gebied van «Intelligence, Surveillance and Reconnaissance», het escorteren van schepen en het «(unopposed) boarden» van verdachte vaartuigen. Voorts is een C-130 Hercules gestationeerd op het vliegveld Manas in Kirgizië. Dit maakt deel uit van een Noors-Deens-Nederlands transportdetachement. Tevens worden per 1 oktober 2002 zes F-16 gevechtsvliegtuigen gestationeerd in Kirgizië voor een periode van een half jaar. Ook wordt een KDC-10-tankervliegtuig ingezet. Een P-3C Orion maritiem patrouillevliegtuig voor inzet in deze regio is vanaf medio 2002 ingezet vanuit de Verenigde Arabische Emiraten. Ten slotte is een onderzeeboot ingezet in het kader van deze operatie. Ter vervanging van Amerikaanse eenheden («backfill») zijn voorts in het Caribisch gebied een Nederlands fregat en twee P-3C Orions ingezet in operaties tegen drugssmokkel.

«International Security Assistance Force» (ISAF)

ISAF ondersteunt de Afghaanse interim-regering bij het handhaven van een veilige omgeving in Kaboel en omstreken. Begin december 2001 kwamen Afghaanse groeperingen in Bonn tot een akkoord over de opbouw van een nieuw Afghanistan na de val van het bewind van de Taliban. De installatie van een interim-regering en het stationeren van een internationale troepenmacht maakten deel uit van dit politieke akkoord. ISAF heeft de bevoegdheid om desnoods met geweld zijn militaire opdracht af te dwingen. De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 220 militairen, die deel uitmaken van een Duits-Deens-Oostenrijks-Nederlands bataljon. De regering heeft besloten tot een verlenging van de Nederlandse inzet voor een nieuwe periode van zes maanden.

«Task Force Fox» (TFF)

De regering heeft ingestemd met de uitzending van een Nederlands detachement naar Macedonië, ten behoeve van de Navo-geleide troepenmacht «Task Force Fox». De Nederlandse eenheden hebben met ingang van 26 juni 2002 voor een periode van in principe vier maanden, met een mogelijk verlenging tot zes maanden, het commando van TFF met een joint brigadestaf overgenomen. De TFF is in Macedonië aanwezig om, indien de Macedonische autoriteiten hierin tekortschieten, bescherming te bieden aan de waarnemers van de EU en de OVSE die de voortgang van het in 2001 op gang gebrachte vredesproces in Macedonië monitoren.

«Peace Support Operations» (PSO)

In een aantal Navo-geleide operaties, zoals Sfor en Kfor, heeft de Navo in het betreffende operatiegebied centrale hoofdkwartieren ingericht. Aan de exploitatie van deze hoofdkwartieren dragen de lidstaten naar rato bij. De Nederlandse contributies hiervoor worden in de Defensiebegroting ten laste van de kostenpost «Peace Support Operations» (PSO) gebracht.

Kleine missies, waaronder: «Bosnia Kosovo Air Component» (BKAC)

Nederland neemt deel aan de BKAC, de missie van de Navo-luchtstrijdkrachten ter ondersteuning van de militaire grondoperaties op de Balkan. De Nederlandse bijdrage bestaat uit vier F-16 gevechtsvliegtuigen en één KDC-10 voor «air-to-air»-refuelling. Hiervoor geldt een gereedheidsstatus van twintig dagen. Ook is binnen één etmaal een F-60 transportvliegtuig inzetbaar. Alle vliegtuigen zijn op hun reguliere bases in Nederland gestationeerd. Nederland assisteert eveneens bij het toezicht houden op de naleving van het bestand in Kosovo, VN-resolutie 1244. Een P-3C Orion maritiem patrouillevliegtuig voert hiertoe ongeveer acht maal per jaar gedurende twee weken waarnemingsmissies uit. Het opereert gedurende die tijd vanaf het militaire vliegveld Sigonella op Sicilië.

«United Nations International Police Task Force» (UNIPTF)

De UNIPTF steunt in Bosnië de lokale autoriteiten bij het herstructureren, democratiseren en moderniseren van de civiele politie. Het mandaat voorziet in programma's die onder andere gericht zijn op samenwerking op het gebied van criminaliteitsbestrijding, de opbouw van politie-instituties, de samenwerking tussen Bosnische politie-eenheden onderling, de bekendheid en vertrouwdheid van de bevolking met het werk van de politie, alsmede de deelname van Bosnië-Herzegovina aan de politieprogramma's van de VN. Het mandaat van deze politiemissie loopt in oktober 2002 formeel af. De huidige Nederlandse bijdrage aan de UNIPTF bestaat uit 55 militairen. De «European Police Mission» zal de UNIPTF per 1 januari 2003 opvolgen. Nederland zal hieraan een bijdrage leveren.

«European Community Police Assistance Mission» (ECPA)

De European Community Police Assistance Mission (ECPA) is in het najaar van 2001 van start gegaan als opvolger van de Multinational Advisory Police Element (MAPE). Deze WEU-missie beoogt om in een tijdsbestek van tien maanden een advies uit te brengen over de opzet en ontwikkeling van de Albanese politie. De missie bestaat op dit moment uit 15 politiefunctionarissen, onder wie twee Nederlanders: een politiefunctionaris en een functionaris van de Koninklijke marechaussee.

«Federation Mine Action Centre» (FEDMAC)

Het «Bosnië-Herzegovina Mine Action Centre» (BHMAC) coördineert en inventariseert de informatie over en de ruiming van de talrijke na de oorlog in Bosnië-Herzegovina achtergebleven mijnen en ongesprongen explosieven. Op het grondgebied van de Moslim-Kroatische Federatie ressorteert onder de BHMAC de FEDMAC. Nederland draagt momenteel met één officier bij aan de staf van FEDMAC.

«European Union Monitoring Mission» (EUMM)

De EUMM (voorheen ECMM) is sinds 1991 belast met het toezicht op de monitoring van de militaire, politieke, humanitaire en economische ontwikkelingen op het grondgebied van de voormalige Republiek Joegoslavië. Daarover wordt gerapporteerd aan de lidstaten van de Europese Unie (EU). Ongeveer 150 personen uit veertien EU-lidstaten en vier OVSE-staten die geen lid zijn van de EU, nemen deel aan deze missie. Het hoofdkwartier van de EUMM bevindt zich in Sarajevo en geeft leiding aan regionale centra, die elk één of meer coördinatiecentra aansturen. De waarnemers ressorteren onder een coördinatiecentrum en zijn onder meer actief in Albanië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo en Macedonië. Er nemen zes Nederlanders aan deze monitormissie deel: drie militairen en drie ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast bekleedt een functionaris van de Koninklijke marechaussee een staffunctie in de OVSE-politiemissie in Macedonië.

OVSE-missie in Albanië

In 1997 stuurde de Europese Unie (EU) in het kader van de OVSE een missie naar Albanië, die de autoriteiten adviseert over humanitaire, economische en politieke zaken, veiligheidsaangelegenheden en de mogelijkheden om economische en financiële hulp aan dit land te verstrekken. De Nederlandse bijdrage aan de OVSE-missie in Albanië bestaat uit twee officieren.

OVSE-missie in Moldavië

Sinds 1993 opereert een OVSE-missie in Moldavië met als doel het consolideren van de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van Moldavië. Belangrijk aandachtspunt daarbij is de speciale status van Transdnjestrië waar onder andere toezicht wordt gehouden op de terugtrekking van het 14e Russische leger uit Moldavië. Nederland levert sinds mei 1993 één militaire waarnemer aan deze missie.

«United Nations Truce Supervision» (UNTSO)

Sinds de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog in 1948 ziet UNTSO toe op het handhaven van de bestandslijnen tussen Israël en zijn buurstaten. In die rol zag UNTSO onder andere toe op de Algemene Wapenstilstand Overeenkomst uit 1949. Sinds 1967 observeert de missie het staakt-het-vuren in het gebied rond het Suez-kanaal en op de Golanhoogte. Nederland neemt vanaf 1956 deel aan UNTSO. Voor 2003 wordt een Nederlandse bijdrage van twaalf militaire waarnemers voorzien.

Prestatiegegevens Vredesoperaties
Missie(gebied)Periode deelname Nederlandse krijgsmachtBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomsten 2002Raming 2003
SFORVanaf 1995Gemiddelde bezettingAantal personeel1 3881 1271 150
(Bosnië- HQ SFORMensinzetdagen8 0308 0308 030
Herzegovina) HQ MND (SW)Mensinzetdagen16 79016 79016 790
  Division Support GroupMensinzetdagen4 3804 3804 380
  ContingentscommandoMensinzetdagen9 4909 4909 490
  Gemechaniseerd tank/pantserinfanteriebataljonMensinzetdagen178 850178 850193 450
  Mortierpeloton en stafwachtpelotonMensinzetdagen1 8001 800900
  Point of Debarkation-pelotonMensinzetdagen7 3007 3007 300
  National Support ElementMensinzetdagen63 87563 87563 875
  EOV-detachementMensinzetdagen1 4601 4601 460
  VerbindingscompagnieMensinzetdagen35 77035 77035 770
  Geneeskundig detachementMensinzetdagen7 6657 6657 665
  Supportsquadron detachementMensinzetdagen5 1105 8405 840
  TransporthelikoptersVlieguren1 9731 368720
KFOR (Kosovo)Tot juli 2000Gemiddelde bezettingAantal personeel718181
EnduringDec 01-dec 02Totale cumulatieve inzet2Aantal personeel4831 620 
Freedom FregattenVaardagen110649 
  OnderzeebotenVaardagen 280 
  Maritieme helikoptersVlieguren 1 857 
  MPA (Orion)Vlieguren 1 500 
  Medical Team (Oman)Mensinzetdagen 540 
  TransportvliegtuigenVlieguren 1 460 
 Okt 02-mrt 03JachtvliegtuigenVlieguren3 3 2853 285
ISAF(Afghanistan)Jan 02-dec 024Gemiddelde bezettingAantal personeel 230230
  HQ ISAFMensinzetdagen 13 50513 505
  InfanteriecompagnieMensinzetdagen 63 14563 145
  Logistiek pelotonMensinzetdagen 10 22010 220
  TransportvliegtuigenVlieguren 135135
UNFICYP(Cyprus)Juni 98-juni 01Gemiddelde bezettingAantal personeel100  
  PantserluchtdoelartilleriebatterijMensinzetdagen7 500  
  Luchtmobiele compagnieMensinzetdagen7 500  
Task Force FoxJuni-okt 2002Gemiddelde bezettingAantal personeel 300 
(Macedonië) Brigade HQMensinzetdagen 30 260 
  InfanteriecompagnieMensinzetdagen 7 280 
  SupportcompagnieMensinzetdagen 15 300 
UNMEE/NAD(Ethiopië/April-dec 2001Totale cumulatieve inzet2Aantal personeel1 5757535
Eritrea) MariniersbataljonInzetdagen144 144  
  GeniedetachementMensinzetdagen18 900  
  Amfibisch transportschipVaardagen77  
  TransporthelikoptersVlieguren990  
  GevechtshelikoptersVlieguren450  
BKAC(Bosnië/ Gemiddelde bezetting HQAantal personeel888
Kosovo) MPA (Orion)Vlieguren245245245
UNIPTF/EUPM (Bosnië)Vanaf 1996Gemiddelde bezettingAantal personeel55 55 55
ECPA (Albanië)Vanaf okt 2001Gemiddelde bezettingAantal personeel 11
MAPE (Albanië)1997 – juli 2001Gemiddelde bezettingAantal personeel9  
FEDMAC (Bosnië)Vanaf juni 1998Gemiddelde bezettingAantal personeel111
EUMM (Balkan)Vanaf 1996Gemiddelde bezettingAantal personeel343
OVSE (Albanië)Vanaf 1997Gemiddelde bezettingAantal personeel222
OVSE (Moldavië)Vanaf 1993Gemiddelde bezettingAantal personeel111
UNTSO (Israël)Vanaf 1956Gemiddelde bezettingAantal personeel111112

1 Nederlandse bijdrage aan het KFOR HQ in Kosovo.

2 Voor eenmalige, relatief kortlopende, missies wordt de personele bijdrage uitgedrukt in het totaal aantal uitgezonden Nederlandse militairen gedurende de aangegeven duur.

3 Deze vlieguren komen ten laste van het programma van de Koninklijke luchtmacht (zie beleidsartikel 03).

4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2001–2002, 27 295 nr. 61. Er is wel rekening gehouden met de mogelijkheid dat op Nederland een beroep wordt gedaan om de bijdrage aan ISAF voort te zetten.

5 Betreft UNMEE Mine Action Coordination Centre en Force Headquarters UNMEE te Asmara.

Veronderstellingen

• Onder de activiteiten van dit beleidsartikel worden alleen de door de regering besloten participaties aan vredesoperaties opgenomen. Voorafgaande aan elke vredesoperatie vindt een politieke en militaire afweging plaats aan de hand van het toetsingskader. Elke vredesoperatie wordt tevens achteraf geëvalueerd.

• De verrekening van relevante bijdragen aan de operatie «Enduring Freedom» zal grotendeels in 2002 zijn voltooid.

• De verwachting is dat in 2003 en verdere jaren activiteiten van vergelijkbare omvang blijven plaatshebben, waarbij de becijfering van de gevolgen van de deelneming aan de operatie «Enduring Freedom» overigens voorlopig is beperkt tot 2002.

• De internationale veiligheidssituatie blijft onvoorspelbaar. Omdat de Nederlandse deelname aan vredesoperaties niet exact gepland kan worden en dientengevolge in de loop van het begrotingsjaar noodzakelijk kan blijken, bevat dit beleidsartikel een initiële voorziening voor de financiering van toekomstige vredesoperaties.

• De omvang van de Nederlandse bijdrage aan Sfor verandert in 2003 niet wezenlijk ten opzichte van 2002. Na 2003 wordt uitgegaan van een kleine reductie. In de financiële planning is rekening gehouden met een substantiële aanwezigheid van Nederlandse eenheden in Bosnië tot in ieder geval 2007.

• De hoogte van VN-contributies is gebaseerd op een raming van de omvang en aard van door de VN geleide vredesmissies.

Groeiparagraaf VBTB

Elke vredesoperatie wordt na afloop geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluaties worden gebruikt ten behoeve van de verantwoording.

Beleidsartikel 10 Civiele taken

Algemene beleidsdoelstelling

Doel is het in nauw overleg en onder gezag van civiele autoriteiten leveren van een bijdrage aan de handhaving van de nationale rechtsorde en veiligheid alsmede het verlenen van steun ten behoeve van het algemeen belang.

Met de bestaande capaciteit wordt door Defensie een aantal niet-specifieke defensietaken uitgevoerd. Voor de civiele taken worden op dit artikel de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten geraamd. Het betreft hier uitgaven in het kader van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (KWNA&A), de Kustwacht Nederland (KWNED), de explosievenopruiming (EOD) en de hulp aan civiele overheden.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

Doelstellingen van de KWNA&A zijn de bescherming tegen aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen van de veiligheid en van de persoonlijke levenssfeer alsmede de steunverlening aan de gemeenschap en leden der gemeenschap bij (dreigende) noodsituaties die het gevolg zijn van ongevallen en rampen. Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van deze doelstellingen vindt plaats in 2006.

Kustwacht Nederland

Doelstellingen van de KWNED zijn de bescherming tegen de aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen van de veiligheid en van de persoonlijke levenssfeer alsmede de steunverlening op zee-, kust- en aangewezen binnenwateren bij (dreigende) noodsituaties die het gevolg zijn van ongevallen en rampen. Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van deze doelstellingen vindt plaats in 2004.

Explosievenopruiming

Doelstelling van de explosievenopruimingsdiensten van Defensie is het voorzien in de capaciteit voor het opsporen, identificeren en ruimen van explosieven. Het betreft conventionele explosieven, vermoede explosieven en geïmproviseerde explosieven in Nederland, zowel op land als in het water en op zee. Deze capaciteit kan ook overal elders ter wereld ingezet worden in het kader van een bondgenootschap, verdragsorganisatie of een bilaterale overeenkomst. Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van deze doelstellingen vindt plaats in 2004.

Hulp aan civiele overheden

Doel is in het geval van een ramp of een zwaar ongeval als vangnet op te treden indien de civiele hulpverlening moet worden afgelost of aangevuld of indien bijzondere defensie-expertise nodig is die niet civiel voorhanden is. Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van deze doelstellingen vindt plaats in 2005.

Budgettaire gevolgen van beleid

De financiële middelen die onder dit beleidsartikel ter beschikking staan voor de realisatie van de nader geoperationaliseerde doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid beleidsartikel 10 (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen23 55039 15933 02632 37132 44632 45232 449
Uitgaven       
Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba21 89424 21419 00418 41318 46118 47118 471
Kustwacht Nederland5 4215 7195 7645 7645 7645 7665 766
Explosievenopruiming8 3369 1868 2588 1948 2218 2158 212
Hulp aan civiele overheden       
Totaal uitgaven35 65139 11933 02632 37132 44632 45232 449
Ontvangsten       
Totale ontvangsten7 7945 3375 2925 0654 7024 7024 702

Voor de KWNA&A en de KWNED is raming van de integrale uitgaven slechts ten dele mogelijk, als gevolg van de verstrengeling met de Koninklijke marine. De uitgaven voor de inzet van eenheden van de Koninklijke marine zijn geraamd op basis van de tarieven (op additionele grondslag). Van de overige middelen zijn de uitgaven geraamd die eenduidig (en meetbaar) naar gebruik zijn toe te rekenen.

Ook bij de explosievenopruiming doet zich verstrengeling van deze diensten met het apparaat van de diverse krijgsmachtdelen voor. Deze diensten voeren tevens militaire taken uit. Hierbij zijn alle uitgaven van bij de EOD'n geplaatst personeel opgenomen maar zijn de overige kosten vooralsnog beperkt tot de direct toerekenbare uitgaven.

Voor hulp aan civiele overheden worden, ten gevolge van het onvoorspelbare karakter van de hulp, geen uitgaven geraamd. In voorkomende gevallen zullen slechts de additionele uitgaven ten laste van dit artikelonderdeel worden gebracht.

Activiteiten

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

De Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba is een civiele organisatie, waarvan de minister van Defensie beheerder is. De Kustwachtcommissie waarin de drie landen van het Koninkrijk vertegenwoordigd zijn, bereidt het beleid voor de Kustwacht voor. De Koninkrijksministerraad stelt de beleidsdocumenten vervolgens vast. De Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) voert als Commandant Kustwacht (CKW) dienstverlenende, toezichthoudende en opsporingstaken uit. De Kustwacht neemt in het kader van de internationale en regionale maritieme samenwerking deel aan internationale drugsbestrijdingsoperaties.

De KWNA&A voert de onderstaande activiteiten uit:

Toezichthoudende en opsporingstaken:

• algemene politietaken, waaronder het uitvoeren van (internationale) drugsbestrijdingsoperaties;

• grensbewaking;

• douanetoezicht in samenwerking met de douanediensten en politiekorpsen (vreemdelingendiensten) van de Nederlandse Antillen en Aruba;

• toezicht op milieu en visserij;

• toezicht op de scheepvaart, waaronder het verkeer en de uitrusting van schepen.

Dienstverlenende taken:

• hulpverlening en rampenbestrijding waaronder ook het uitvoeren van «Search and Rescue» (SAR) acties al dan niet in samenwerking met particuliere, binnenlandse en/of buitenlandse organisaties;

• afwikkeling van nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.

De dienstverlenende taken, met name SAR, krijgen uiteraard de hoogste prioriteit indien deze zich feitelijk voordoen.

Voor de taken stelt de Koninklijke marine, naast functionarissen voor onder meer de bezetting van het Kustwachtcentrum, vaardagen van het stationsschip en vlieguren van helikopters en maritieme patrouillevliegtuigen ter beschikking. Voorts beschikt de KWNA&A zelf over drie cutters, zes «inshore» vaartuigen en vier patrouilleboten. Voor de uitvoering zijn de onderstaande vaardagen, vaaruren en vlieguren nodig.

Prestatiegegevens t.b.v. KWNA&AMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Fregat (1)Vaardagen929292
Maritieme helikopter (1)Vlieguren390390390
Maritieme patrouillevliegtuigen (3)Vlieguren1 8971 9001 900
AS355 helikopter (1)Vlieguren502500500
Inshore vaartuigen (6)Vaaruren2 8182 8002 800
Cutters (3)Vaardagen361360360
Patrouilleboten (4)Vaaruren1 2152 1002 100

Kustwacht Nederland

De KWNED is een samenwerkingsorganisatie van zes departementen (de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Defensie, Justitie, Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De operationele leiding is in handen van de Koninklijke marine. Voor de uitvoering van deze taken worden door de participerende diensten varende en vliegende eenheden ter beschikking gesteld. De Kustwacht beschikt over een kustwachtcentrum in Den Helder. Dit centrum heeft een 24-uurs bezetting en fungeert als centraal meld-, informatie- en coördinatiecentrum. Het is tevens het Nationale Maritieme- en Aëronautische Redding Coördinatie Centrum (RCC).

De beleidsmatige aansturing voor de uitvoering van deze taken geschiedt door het ministerie van Verkeer en Waterstaat ten aanzien van verkeerstaken en door het ministerie van Justitie ten aanzien van handhavingstaken.

De KWNED voert de volgende activiteiten uit:

Toezichthoudende en opsporingstaken:

• controle op vangstbeperkende en technische maatregelen die van toepassing zijn op de zeevisserij;

• controle op de naleving van scheepvaartverkeersvoorschriften;

• toezicht op de uitrusting van schepen;

• handhaving van milieuvoorschriften;

• controle op de door-, uit- en invoer van goederen;

• weren van ongewenste vreemdelingen.

Dienstverlenende taken:

• permanent afluisteren en afwikkelen van nood-, spoed- en veiligheidsverkeer;

• coördinatie en uitvoering van hulpverlenings- en reddingsacties, al dan niet in samenwerking met de Koninklijke marine en andere particuliere c.q. buitenlandse organisaties;

• bij voorkomende noodzaak zorgdragen voor scheepvaart- en verkeersbegeleidende maatregelen;

• verlenen van hulp.

Voor het uitvoeren van de taken van de KWNED stelt de Koninklijke marine, naast functionarissen voor onder meer de bezetting van het Kustwachtcentrum, de volgende aantallen vaardagen en vlieguren ter beschikking.

Prestatiegegevens t.b.v. KWNEDMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
MijnenbestrijdingsvaartuigenVaardagen139140140
Maritieme helikoptersVlieguren167230230
Maritieme patrouillevliegtuigenVlieguren370550550

Voor de uitoefening van de taken beschikt de KWNED voorts over een bergingsvaartuig, een patrouillevliegtuig, surveillancevaartuigen, betonningsvaartuigen en een oliebestrijdingsvaartuig. Deze eenheden worden voor de kustwachttaken beschikbaar gesteld door de betrokken diensten van de betreffende ministeries. De financiering hiervan wordt bij de diensten van die ministeries geraamd en verantwoord.

Explosievenopruiming

De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid in Nederland ligt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; het in dat kader opsporen en ruimen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (conventionele explosieven) is in beginsel een gemeentelijke aangelegenheid. Het opsporen en ruimen van geïmproviseerde explosieven alsmede het preventief onderzoek van locaties is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de politie en het ministerie van Justitie.

Indien en voor zover de taken die uit de nader geoperationaliseerde doelstelling voortvloeien worden verricht in opdracht van militaire autoriteiten vallen deze onder de militaire taakuitoefening. Voor zover civiele autoriteiten de opdrachtgever zijn vallen zij onder de civiele taakuitoefening.

Het opsporen van conventionele explosieven kan geschieden door zowel civiele bedrijven als door de overheid. Het ruimen van explosieven is voorbehouden aan de rijksoverheid. Defensie is met die taak belast. Het opsporen, de daaraan voorafgaande verkennende zoekacties en het ruimen van explosieven wordt binnen Defensie verricht door de Duik- en Demonteergroep Koninklijke marine (DDG-KM), het Explosievenopruimingscommando Koninklijke landmacht (EOCKL) en de Explosievenopruimingsdienst Koninklijke luchtmacht (EOD-KLu). Elk van deze diensten bestrijkt een specifieke regio van Nederland. Voorts is alles onder water en op zee de verantwoordelijkheid van de DDG-KM en zorgt het EOCKL voor de algehele coördinatie van de ruimingen in Nederland. Het kustwachtcentrum Nederland draagt zorg voor de coördinatie op zee.

De explosievenopruimingsdiensten verrichten civiele werkzaamheden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van het ministerie van Justitie of van gemeenten. Het betreft de eerste verkennende zoekactie alsmede het opsporen en/of ruimen van conventionele of geïmproviseerde explosieven. Voorts wordt preventief onderzoek verricht van locaties. Voor noodgevallen zijn permanent ruimingsploegen op afroep beschikbaar. Een indicatie van de omvang van deze activiteiten geven de cijfers over het jaar 2001: er werden in dat jaar 2424 ruimingen uitgevoerd, er werden 247 verkennende zoekacties/opsporingen verricht en er is 150 maal justitiële bijstand geleverd.

Naast genoemde civiele taken wordt bij vrijwel alle uitzendingen van eenheden van de krijgsmacht naar gebieden van crises en oorlogsdreiging een beroep gedaan op personeel van de DDG-KM, het EOCKL en de EODKLu. De opdrachten aan deze diensten zijn zowel militair als civiel. Ze variëren van het steunen van Navo-bataljons bij het ruimen van aangetroffen explosieven tot het opzetten van «mijnscholen» voor de opleiding van (buitenlandse) lokale ruimploegen.

Ontvangsten

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van de Nederlandse Antillen en Aruba aan de KWNA&A geraamd en verantwoord. Vooralsnog wordt voor het jaar 2003 uitgegaan van een bedrag van € 4,2 miljoen.

Kustwacht Nederland

Ten behoeve van derden in Nederland worden op aanvraag navigatieberichten doorgegeven. Deze worden in rekening gebracht. Tevens worden op structurele basis navigatieberichten aan het Duitse ministerie van Defensie verstrekt. De ontvangstenraming bedraagt in 2003 € 0,164 miljoen.

Explosievenopruiming

De mate waarin en de manier waarop de verrekening van de uitgaven van civiele opdrachten plaatsvindt is afhankelijk van de soort dienst. Voor het opsporen van conventionele explosieven wordt de integrale kostprijs in rekening gebracht. Voor 2003 wordt hiervoor een ontvangst van € 0,9 miljoen geraamd. Voor het ruimen van die explosieven worden geen kosten in rekening gebracht.

Veronderstellingen

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

Het justitieel-, milieu- en visserijbeleid van de landsregeringen binnen het Koninkrijk verandert niet.

Kustwacht Nederland

Het beleid ten aanzien van de verkeerstaken en de handhavingstaken van respectievelijk de beleidsverantwoordelijke ministeries van Verkeer en Waterstaat en van Justitie verandert niet.

Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking

Algemene beleidsdoelstelling

Internationale samenwerking is voor de realisatie van de doelstellingen van het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid een belangrijk instrument. Nederland voert een actief veiligheidsbeleid, dat zich niet beperkt tot de zorg voor de veiligheid van het eigen grondgebied en dat van zijn bondgenoten, maar zich tevens uitstrekt tot conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Nederland zet zich hiervoor tezamen met andere landen in, onder andere in internationale organisaties als de Verenigde Naties (VN), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo) en de Europese Unie (EU). Het belang van internationale samenwerking is verder toegenomen ten gevolge van het versterken van de Europese crisisbeheersingscapaciteiten en het vergroten van de effectiviteit en de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen binnen de Navo.

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Bijdragen aan de gemeenschappelijke Navo-begroting

De Navo is de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Het Navo-lidmaatschap is het primaire instrument om de integriteit van het eigen grondgebied veilig te stellen. Via de Navo worden daarnaast de mogelijkheden tot handhaving van de internationale rechtsorde en veiligheid vergroot; de Navo-crisisbeheersingsoperaties op de Balkan en de samenwerking met de Partnership for Peace(PfP)-landen zijn voorbeelden daarvan. Door bij te dragen aan de financiering van de internationale staven, de gezamenlijke middelen voor bevelvoering en communicatie en bondgenootschappelijke programma's, helpt Nederland mee aan de instandhouding van de geïntegreerde militaire structuur van de Navo.

Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van het DCI en de Headline Goal van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB)

In het kader van de Headline Goal (HLG) van het EVDB, van het Defence Capabilities Initiative (DCI) en de vervolginitiatieven van de Navo, levert Nederland een bijdrage aan de versterking van het Europese crisisbeheersingsvermogen. Uitgangspunt daarbij is de vergroting van de effectiviteit en de doelmatigheid door middel van intensivering van de militaire samenwerking en door een gezamenlijke aanpak bij het opheffen van de militaire tekortkomingen. De nadruk ligt vooral op de versterking van de strategische Europese capaciteiten: bevelvoering, inlichtingenverzameling en strategisch transport. Ook tekortkomingen op het terrein van logistiek, medische voorzieningen en mobiliteit (snelle ontplooiing) worden aangepakt. Tevens wordt gewerkt aan het opbouwen van een capaciteit voor civiele crisisbeheersing. Na de aanslagen op de Verenigde Staten ligt het in de rede bij de besteding van EVDB-gelden in het bijzonder belang te hechten aan die EVDB-projecten waarvan de betekenis in het licht van de terroristische dreiging is toegenomen.

Attachés

Militaire attachés dragen enerzijds bij aan de informatievoorziening van het ministerie van Defensie en anderzijds aan het informeren van bondgenoten en partners over het Nederlands veiligheids- en defensiebeleid. Nederland draagt daarnaast bij aan de bondgenootschappelijke en Europese militaire commandostructuren door vlag- en opperofficieren te plaatsen bij de internationale militaire staven van de bondgenootschappelijke en Europese militaire commandostructuren.

Overige internationale samenwerking

De samenwerking met de landen van Midden- en Oost-Europa (MOE) beoogt bij te dragen aan de inbedding van de krijgsmachten van deze landen in een democratische samenleving en aan de voorbereiding op de mogelijke toetreding van die staten tot de Navo. Versterking van de interoperabiliteit van deze landen bij deelneming aan Navo- of EU-geleide operaties kan leiden tot een verbetering van de operationele effectiviteit van de Nederlandse krijgsmacht en tot doelmatigheidsopbrengsten.

Het eerstvolgende evaluatieonderzoek van de doelstellingen van dit beleidsartikel vindt plaats in 2005.

Budgettaire gevolgen van beleid

De financiële middelen die ter beschikking staan voor het realiseren van de doelstellingen van dit beleidsartikel zijn in onderstaande tabel opgenomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid beleidsartikel 11 (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen132 486170 426303 005118 967137 176145 924145 924
Uitgaven       
Bijdrage aan de Navo62 44271 07872 85272 49373 47572 22272 222
EVDB45 37979 95044 53488 632133 89263 61350 000
Attachés21 85222 21922 27922 28222 28222 28222 282
Overige internationale samenwerking1 7221 3971 4201 4201 4201 4201 420
Totale uitgaven131 395174 644141 085184 827231 069159 537145 924
Ontvangsten4 95214 43014 43014 43014 43014 43014 430

Activiteiten

Bijdragen aan de gemeenschappelijke Navo-begroting

Nederland draagt evenredig bij aan de gemeenschappelijk gefinancierde Navo-programma's. Hierbij gaat het om het «Navo Veiligheids- en Investeringsprogramma» (NVIP), het «Airborne Warning and Control System» (AWACS)-programma en het zogenoemde militaire budget van de Navo. In het NVIP zijn specifieke investeringsprojecten opgenomen die in Nederland worden uitgevoerd. De komende jaren worden in dit kader onder meer werkzaamheden verricht aan infrastructurele voorzieningen en aan commando- en communicatiemiddelen.

Het AWACS-programma heeft betrekking op de investeringen in en de exploitatie van een vloot van zeventien radarvliegtuigen met bijbehorende ondersteuning. De exploitatie van de AWACS-radarvliegtuigen komt voor 3,75 procent ten laste van de Nederlandse defensiebegroting. De huidige investeringsplannen omvatten onder meer de modernisering van radars en verbindingsmiddelen. In de jaren 2001 tot 2003 wordt het «Aircraft Collision Avoidance System» aangeschaft, waarvoor in deze jaren de exploitatiebegroting wordt belast. Nederland geeft een hoge prioriteit aan de vervanging van de huidige motoren van de AWACS-vloot teneinde de geluidshinder rond de basis Geilenkirchen te verminderen.

Naast de vaste bijdrage aan het NIVP en het militaire budget van de Navo draagt Nederland ook bij aan incidentele activiteiten van de militaire hoofdkwartieren en agentschappen alsmede aan specifieke projecten.

Op het gebied van het NVIP is de realisatie van het ARS Nieuw Milligen de komende jaren een speerpunt. Deze nieuwe meldings- en gevechtsleidingsentiteit zal deel uit maken van het Navo «Air Command and Control System» (ACCS) en is geprogrammeerd in een goedgekeurde «Capability Package». De kosten worden grotendeels ten laste van het gemeenschappelijk investeringsprogramma gebracht.

Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van het DCI en de Headline Goal (EVDB-fondsen)

Van de volgende projecten of programma's worden de Europese militaire capaciteiten versterkt:

• De overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk over het «role 3» veldhospitaal is ondertekend. Voor dit project is € 4,5 miljoen gereserveerd voor de jaren 2002–2004;

• De Koninklijke landmacht werkt aan de versterking van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps dat vanaf medio 2002 volledig inzetbaar is als Navo «High Readiness (Land) Headquarters (HRF(L)HQ». In de plannen is voor de versterking van de bevelvoeringscapaciteiten van dit hoofdkwartier € 24 miljoen gereserveerd voor de jaren 2002 en 2003;

• Nederland neemt deel aan het Sostar-X programma gericht op de ontwikkeling van een grondwaarnemingsradar. Dit programma, waarvoor in de jaren 2002–2004 € 4,1 miljoen in de EVDB-voorziening is opgenomen, ligt op schema;

• Voor de commandofaciliteiten op het tweede Landing Platform Dock is over de jaren 2002–2005 € 35 miljoen gereserveerd. Naar partners voor een internationale co-financiering wordt nog gezocht;

• Ter versterking van de Europese capaciteit voor internationale politiemissies (de «civiele Headline Goal») heeft de regering in oktober 2000 besloten de Koninklijke marechaussee vanaf 2003 te versterken met honderd functionarissen. Het gaat om een maatregel met structurele budgettaire effecten, waarvoor in de periode 2002–2005 een voorziening is getroffen van € 13,7 miljoen;

• Tevens wordt de EVDB-voorziening gebruikt voor de versnelde invoering van een defensiebreed «tracking and tracing»-systeem. De verwerving van een «tracking and tracing»-capaciteit draagt bij aan de versterking van de «rapid deployment» – capaciteit van de Nederlandse krijgsmacht en past in de DCI- en Headline Goal-doelstellingen om de mobiliteit en de inzetbaarheid van de Europese krijgsmachten te verhogen. De kosten van ongeveer € 17,2 miljoen worden met € 8,6 miljoen uit EVDB-middelen gedekt en het overige uit de defensieuitgaven 2002–2005;

• Tenslotte heeft Nederland samen met de andere deelnemende staten aan de European Air Group besloten een cel op te richten voor de coördinatie van de inzet van luchttransporten tankercapaciteit («European Airlift Coordination Cell, EACC»). Dit bevordert de internationale effectiviteit en doelmatigheid. Deze coördinatiecel, waaraan een investering van € 0,9 miljoen in de periode 2002–2005 is verbonden, is inmiddels in dienst gesteld op de vliegbasis Eindhoven.

Onderzocht zijn de mogelijkheden om bij te dragen aan de versterking van de Europese (middel) zware transporthelikoptercapaciteit en tegelijkertijd te voorzien in de Defensienota vastgestelde behoefte aan lichte helikopters (LUH). Dit onderzoek heeft als uitkomst dat de LUH-taken (medische- en tijdskritische transporten, verkenningen, command en control) kunnen worden uitgevoerd met de bestaande transporthelikoptercapaciteit van 17 Cougars onder gelijktijdige verwerving van additionele (middel-)zware transporthelikopters. Om de exploitatiekosten zo laag mogelijk te houden is besloten tot standaardisatie en zal de verwerving zich in principe beperken tot een type helikopter dat al in gebruik is dan wel binnenkort in gebruik komt binnen de krijgsmacht. Het oorspronkelijke LUH-budget is in dat kader verhoogd met € 181,5 miljoen. Met dit budget is het mogelijk een bijdrage te leveren aan het voorzien in de Europese behoefte aan transporthelikoptercapaciteit.

Bedragen (x € 1000)
Oprichting HRF(L)HQ24 000
Sostar-X4 100
Commandofaciliteiten LPD-235 000
Role 3 veldhospitaal4 500
100 functies Koninklijke marechaussee13 700
Tracking and tracing8 600
Transporthelikopters181 500
European Airlift Coordination Cell900

Nederland zal van 1 juli tot 31 december 2004 het voorzitterschap van de Europese Unie bekleden. Een deel van de werkzaamheden, waaronder het EVDB, zal in de tweede helft van 2003 aanvangen en worden afgewikkeld in de eerste helft van 2005. In tegenstelling tot voorgaande voorzitterschappen zal Defensie als gevolg van de ontwikkeling van het EVDB en de verwezenlijking van de Headline Goal in 2004 met aanzienlijk meer taken worden belast. Hiervoor zullen extra organisatorische en personele kosten moeten worden gemaakt. Met het oog op de voorbereiding van het voorzitterschap is voor 2003 een bedrag van € 1,25 miljoen gemoeid.

Attachés

De attachés zijn belast met het verzamelen, analyseren en rapporteren van relevante gegevens ten behoeve van de politieke en militaire leiding van het ministerie van Defensie. Anderzijds informeren de attachés bondgenoten en partnerlanden over de militaire aspecten van het Nederlands buitenlands- en veiligheidsbeleid. Ten slotte fungeren de attachés als liaison bij de militaire samenwerking met de desbetreffende landen. Ook door middel van de plaatsing van vlag- en opperofficieren bij internationale staven draagt Nederland bij aan de gemeenschappelijke militaire structuren en wordt de nationale inbreng in deze structuren zeker gesteld. De attachés en hun millitaire ondersteuning maken onderdeel uit van de Nederlandse ambassades.

Overige internationale samenwerking

De samenwerking met landen uit Midden- en Oost-Europa (MOE-landen) bestaat uit informatie-uitwisseling, materiële en financiële ondersteuning, opleiding en training van militair personeel en tevens uit materiële en operationele samenwerking. De invulling van de samenwerking verschilt per land en hangt voor de meeste landen samen met de wens toe te treden tot de Navo. Naast het verder verbeteren van de kwaliteit van de samenwerking richten de inspanningen zich vooral op het verbeteren van de interoperabiliteit en op de opleiding en training van militairen en eenheden van partnerlanden. Dit geldt in het bijzonder voor de Roemeense, Bulgaarse en Slowaakse detachementen die in 2003 in het Nederlandse contingent van Sfor zullen zijn opgenomen. Op incidentele basis steunt Nederland ook andere landen bij de versterking van de democratisering van de defensieorganisatie.

De samenwerking met MOE-landen is met name op het gebied van leiderschapstraining en -vorming geïntensiveerd. Voortbouwend op deze intensivering wordt samen met het Verenigd Koninkrijk gewerkt aan de opzet van een «Junior Staff Officers Course» (JSOC). Na een positief besluit zal de cursus voor het eerst in het voorjaar van 2003 worden gehouden met deelname van cursisten, die afkomstig zijn uit alle Partnership for Peace (PfP)-landen.

Nederland richt zich vooral op cursisten uit MOE-landen en uit Centraal-Azië. Deze opleiding is op het operationele niveau gericht en bestaat uit het doceren van Navo-doctrines voor gezamenlijke operaties. De opleiding vormt geen doublure met opleidingen die gegeven worden op het Instituut Defensie Leergangen (IDL).

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de OVSE, is de enige pan-Europese veiligheidsorganisatie. De OVSE coördineert en ziet toe op een verscheidenheid aan vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen op onder andere militair gebied. Deze betreffen onder andere afspraken over de openheid van defensieplanning en de aanmelding van troepenbewegingen, wapenbeheersing (afspraken over wederzijdse inspecties en evaluatiebezoeken, afspraken over het bezit, het beheer en de vernietiging van kleine wapens), het uitzenden van personeel voor waarnemersmissies en de vreedzame beslechting van geschillen door middel van arbitrage. Nederland is in 2003 voorzitter van de OVSE. Defensie is vertegenwoordigd in een interdepartementale werkgroep die het ministerie van Buitenlandse Zaken zal bijstaan bij de uitvoering van de inhoudelijke aspecten van het voorzitterschap.

Het afsluiten en naleven van wapenbeheersingsovereenkomsten zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Defensie is vooral betrokken bij de informatieuitwisseling en de uitvoering van verificaties, zoals in het kader van het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa (het in 1992 in werking getreden CSE-verdrag), het Weens Document en het «Open Skies»-verdrag. In de loop van 2003 zal waarschijnlijk het in 1999 herziene CSE-verdrag in werking treden. Ten gevolge van de toekomstige inwerkingtreding van het herziene CSE-verdrag wordt de werklast om de naleving te controleren verhoogd. De Defensie Verificatieorganisatie, die wordt aangestuurd door de Defensiestaf, heeft de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht belast met de uitvoering van de verificaties. Hiervoor zijn 21 vte'n nodig. Mede met het oog op de versterking van de centrale aansturing door de CDS zal de Defensiestaf voor het coördineren van het toezien op de verificatieverplichtingen met drie beleidsmedewerkers worden uitgebreid.

Veronderstellingen

Bij het opstellen van het beleidsartikel «Internationale Samenwerking» is verondersteld dat:

• De bijdragen aan de gemeenschappelijk gefinancierde Navo-programma's ook in de toekomst volgens de tot dusverre geldende afspraken worden vastgesteld;

• Over de financiële gevolgen van de Navo-uitbreiding in een later stadium duidelijkheid zal ontstaan.

Groeiparagraaf VBTB

Thans wordt een Beleidskader Internationale Militaire Samenwerking opgesteld, waarin beleidsdoelstellingen, uitgangspunten en instrumenten concreet worden uitgewerkt. Daardoor wordt de transparantie van internationale militaire samenwerking bevorderd en kan beter worden vastgesteld in welke mate de doelstellingen ervan zijn gehaald. Dit zal naar verwachting zijn beslag krijgen in de begroting voor het jaar 2004.

2.3 De niet-beleidsartikelen

Niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht

Grondslag van het artikel

In dit artikel worden de uitgaven van het Defensie Interservice Commando (Dico) opgenomen. Het Dico levert ondersteuning van velerlei aard aan de krijgsmachtdelen. Deze kunnen zich hierdoor beter op hun primaire taken toeleggen. Door de concentratie van gelijksoortige activiteiten bij interservice dienstverlenende organisaties is een doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht mogelijk.

Het Dico bestaat uit twee baten-lastendiensten, twaalf resultaatverantwoordelijke eenheden en een staf. De organisatie ziet er als volgt uit: kst-28600-X-2-11.gif

Budgettaire gevolgen

De financiële middelen die aan het Dico ter beschikking staan voor het realiseren van de ondersteunende activiteiten, zijn in onderstaande tabel opgenomen. De begrotingen van de baten-lastendiensten zijn ten gevolge van het bijzondere financiële stelsel dat zij hanteren, in een afzonderlijke paragraaf van de defensiebegroting opgenomen.

Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen «Ondersteuning krijgsmacht» (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen269 318248 110231 438234 075232 350234 298230 958
Uitgaven       
Programma-uitgaven       
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie56 44358 98460 18560 07460 18360 65760 657
Instituut Keuring en Selectie Defensie68 14016 70815 86015 43615 45015 67815 677
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf55 42356 53457 13255 96456 21056 82356 837
Instituut Defensie Leergangen10 30910 82710 78810 64410 64910 83210 835
Overige Interservice Diensten40 27049 76349 37748 79248 68248 61648 577
Investeringen16 48619 81623 44116 58615 92316 28516 206
Totaal programma-uitgaven247 071212 632216 783207 496207 097208 891208 789
Apparaatsuitgaven       
Staf Defensie Interservice Commando17 58116 84315 49217 89116 31117 52217 978
Wachtgelden en inactiviteitswedden5 0745 1204 6614 6564 6544 6534 653
Totaal apparaatsuitgaven22 65521 96320 15322 54720 96522 17522 631
Totaal uitgaven269 726234 595236 936230 043228 062231 066231 420
Totale ontvangsten26 87523 91222 50122 28221 39021 35221 352

Activiteiten

In de uitwerking van activiteiten zijn per resultaatverantwoordelijke eenheid de prestatiegegevens voor het komende begrotingsjaar geraamd. Gelet op het ondersteunende karakter van de diensten en het karakter van de krijgsmacht, met mogelijke inzet in niet-voorziene operaties, betreffen het voorlopige ramingen die feitelijk pas aan het begin van 2003 beter kunnen worden vastgesteld. De omvang van de diverse ondersteunende capaciteiten is gebaseerd op de voor de langere termijn benodigde krijgsmachtbrede capaciteit. De in deze begroting geraamde prestatiegegevens zijn gebaseerd op die voor de langere termijn benodigde en gecreëerde capaciteit.

Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie

De Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) is belast met het op ieder gewenst moment voorbereiden en (doen) leveren van verkeers- en vervoersdiensten voor het gehele ministerie van Defensie. De DVVO ondersteunt de krijgsmacht bij de realisatie van haar drie hoofddoelstellingen.

Prestatiegegevens DVVOMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Wegvervoer    
VrachtvervoerIn dagen11 89213 20913 209
VrachtvervoerIn aantal pallets308 694291 415291 415
PersonenvervoerIn dagen330 888235 253235 253
Steunverlening viertonnersIn dagen1 5181 518
Luchtvervoer    
GoederenvervoerKilo-vlieguren3 893 0003 172 9453 172 945
PersonenvervoerVlieguren116 978106 028106 028
Spoorvervoer    
GoederenvervoerTon/kilometers48 514 74767 391 73267 391 732
Zeevervoer    
GoederenvervoerLanemetervaardagen92 410124 199124 199
FerryvervoerOvertochten5 3593 4233 423

De levering van vervoersdiensten vindt plaats door de inzet van eigen capaciteit, de inzet van op enig moment vrije operationele vervoerscapaciteit (virtuele capaciteit) van de krijgsmachtdelen of door de inhuur extern. De DVVO is verantwoordelijk voor de samenstelling van een zo optimaal mogelijke mix van deze drie componenten waarbij gestreefd wordt naar een zo hoog mogelijke inzet van eigen capaciteit of de virtuele capaciteit en een daardoor zo gering mogelijke inhuur van externe vervoersdiensten.

Prestatiegegevens DVVORealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Producten en dienstenEigen capaciteit (in %)Virtuele capaciteit (in %)Inhuur capaciteit (in %)Eigen capaciteit (in %)Virtuele capaciteit (in %)Inhuur capaciteit (in %)Eigen capaciteit (in %)Virtuele capaciteit (in %)Inhuur capaciteit (in %)
Wegvervoer goederen658276672766727
Wegvervoer personen350653706337063
Luchtvervoer goederen083170752507525
Luchtvervoer personen058420604006040
Spoorvervoer goederen710296004060040
Zeevervoer goederen30970010000100
Zeevervoer personen600405005050050
Totale uitgaven x € 100030 525 25 91832 673 26 31132 891 27 294
Totale ontvangsten x € 10001 875 01 947 0683 0
Netto uitgaven x € 100028 650 25 91830 726 26 31132 208 27 294
  Waarvan ten laste van: Waarvan ten laste van: Waarvan ten laste van:
  KM4 435 KM3 886 KM4 031
  KL14 829 KL14 784 KL15 335
  KLU3 579 KLU5 063 KLU5 253
  KMAR547 KMAR298 KMAR310
  DICO (*)2 229 DICO (*)2 030 DICO (*)2 106
(*) inclusief baten-lastendiensten CO299 CO250 CO259
Doelmatigheidsindicatoren Verkeers- en vervoersdienstenRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Bezettingsgraad eigen chauffeurs90%90%90%
Bezettingsgraad eigen voertuigen65%75%75%
Inzetgraad eigen voertuigen75%75%75%
Beladingsgraad eigen voertuigen45%50%

Instituut Keuring en Selectie Defensie

Met ingang van 2002 is de Defensie Werving en Selectie-organisatie omgevormd tot het Instituut Keuring en Selectie Defensie. De diverse defensie-organisaties zijn nu weer zelf verantwoordelijk voor de werving van personeel. De hierbij behorende budgetten zijn dan ook weer teruggeboekt.

Het Instituut Keuring en Selectie Defensie (IKS) is een professioneel facilitair keuringsinstituut. Het ondersteunt de defensieonderdelen door het tijdig aanleveren van overeengekomen keuringsprofielen. Daarnaast levert het ondersteunende diensten aan de personeelsvoorzieningsdiensten, inclusief de banenwinkels van de defensieorganisaties en het Kennis en Expertise Centrum (KEC).

Prestatiegegevens IKSMeeteenheidAfnemerRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Initiële keuringenAantalKM2 5973 4722 704
 AantalKL9 71111 4848 942
 AantalKLU1 9372 4271 890
 AantalKMAR2 0341 8801 464
Bijzondere keuringenAantalKM4101 1402 146
 AantalKL2151 614696
 AantalKLU00588
 AantalKMAR1121 21870
Scholings- en beroepskeuze-AantalKM454321 765
adviesAantalKL101960735
 AantalKLU300
 AantalKMAR41600

Initiële keuring: keuringen van sollicitanten die voorafgaand aan de aanstelling van militair de status van burger hebben;

Bijzondere keuring: keuringen ten behoeve van de doorstroom van militairen;

Scholings- en beroepskeuze advies: adviezen aan militairen ten behoeve van doorstroom en uitstroom.

Doelmatigheidsindicatoren Keuringen en selectieRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Kostprijs initiële selectie (x € 1)738738738
Kostprijs bijzondere selectie (x € 1)236236236
Doorlooptijd selectie (in aantal weken)*)22

*) in verband met gewijzigde definitie van de doorlooptijd is voor 2001 geen vergelijkbaar gegeven beschikbaar.

Voor adviezen scholings- en beroepskeuze is nog een kostprijs in ontwikkeling. Deze zal worden opgenomen vanaf de begroting 2004 (zie groeiparagraaf).

Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) draagt binnen de richtlijnen van de Hoogste Medische Autoriteit (HMA) en van Commandant Dico, op doelmatige wijze bij aan de inzetbaarheid van militairen door ondersteuning van de zorgverlening die de krijgsmachtdelen leveren bij de inzet van operationele eenheden. Het MGFB verricht de volgende activiteiten:

• voorzien in de behoefte aan uitzendbaar medisch specialistisch personeel;

• bieden van zorgcapaciteit (zowel medisch-specialistische als revalidatie) voor de opvang van (grotere aantallen) militaire slachtoffers;

• voorzien in medisch-specialistische zorg en revalidatiezorg;

• verzorgen van de geneeskundige opleidingen voor militair personeel;

• verzorgen van de logistiek van geneeskundige goederen en diensten;

• ontwikkelen van beleid en geven van advies aan politieke en ambtelijke leiding.

Het MGFB is opgebouwd uit vier divisies en een staf. Deze staf verzorgt de nodige ondersteuning op het gebied van interne besturing en beheersing van de MGFB-organisatie. De divisies zijn achtereenvolgens het Centraal Militair Hospitaal (CMH), het Militair Revalidatie Centrum (MRC), het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD) en het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC).

Prestatiegegevens MGFBMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Centraal Militair Hospitaal    
BedcapaciteitAantal454545
Bedcapaciteit calamiteitenhospitaal (max)Aantal300300300
1e consulten polikliniekAantal14 97615 16715 167
VerplegingDagen9 5278 2648 264
Verrichtingen polikliniekAantal15 03014 74214 742
Verrichtingen OKAantal3 4293 0933 093
Functie-onderzoekenAantal14 64914 73914 739
Militair Revalidatie Centrum    
BedcapaciteitAantal808080
RevalidatieBehandeluren40 98943 00043 000
VerplegingDagen21 73324 50024 500
Opleidingscentrum Militair GeneesKundige Diensten    
Algemeen militair arts (AMA)} Aantal geslaagde cursisten*)334334
Algemeen militair verpleegkundige (AMV) 528528
Management en specialisten 253253
Militairen met geneeskundige neventaak 1 2731 273
Geneeskundig hulppersoneel 2 8352 835
Militair Geneeskundig Logistiek Centrum    
Orderregels bevoorradingAantal62 72170 00070 000
Receptregels apotheekAantal52 99755 00055 000
Assemblages optiekAantal8 66310 50010 500
Aanmaak diepvriesbloedZakken500500500
BloedverstrekkingenAantal640750750

*) Geen gegevens over 2001 beschikbaar.

De bovenstaande prestatiegegevens zullen in de ontwerpbegroting 2004 nog verder worden uitgebreid met gereedheidstermijnen voor de uitbreiding naar de maximum bedcapaciteit bij respectievelijk het Centraal Militair Hospitaal (300) en het Militair Revalidatie Centrum (120). Eveneens zullen worden opgenomen de inzetbaarheidspercentages voor de inzet van medische teams (onderverdeeld naar de categorieën direct inzetbaar, op termijn en op lange termijn inzetbaar). Deze percentages kunnen nog niet worden ingevuld omdat deze afhankelijk zijn van de volledige contractafsluiting met ziekenhuizen.

Doelmatigheidsindicatoren Geneeskundige verzorgingRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Kostprijs per cursist OCMGD (x € 1)6 5806 5806 353

Instituut Defensie Leergangen

De ondersteuning op het gebied van de managementopleidingen wordt verzorgd door het Instituut Defensie Leergangen (IDL). Het IDL is het opleidingscentrum voor loopbaanopleidingen en militaire aspectcursussen ten behoeve van defensiemanagers en staffunctionarissen op midden-, hoger- en topniveau. Tevens worden internationale opleidingen voor officieren uit Midden- en Oost-Europa verzorgd.

In het kader van de bestuurlijke integratie van het Koninklijke Instituut Marine (KIM), de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en het IDL levert het IDL een bijdrage aan het oprichten van de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW), waarvan de juridische zetel op het IDL wordt gevestigd.

Prestatiegegevens IDLMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Koninklijke marine} Aantal geslaagde leerlingen97110128
Koninklijke landmacht165184208
Koninklijke luchtmacht99116125
Leergang Topmanagement Defensie (LTD)181020
International Staff Officers Course (ISOOC)768180
Nato Defense Orientation and Nato Orientation Course (NDOC/NOC)678285
Overige interservice opleidingen447170
Doelmatigheidsindicatoren ManagementopleidingenRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Kostprijs per cursist IDL (x € 1)18 20018 80018 200

Overige Interservice Diensten

Defensie Materieel Codificatiecentrum

De materieelcodificatie wordt uitgevoerd door het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC). De aanvragen zijn afkomstig van buitenlandse Nationale Codificatie Bureaus voor het codificeren van in Nederland geproduceerde, nieuwe artikelen. Het aantal artikelen in onderhoud betreft de NATO-stocknumbers (NSN's) voor in Nederland geproduceerde artikelen, waarvoor in het verleden een aanvraag is ingediend. Het DMC stelt codificatie-informatie beschikbaar aan rechthebbenden en beheert tevens het Defensie Materieel Codificatie Informatie-systeem (DEMCIS).

Prestatiegegevens DMCMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Codificatie-aanvragenAantal2 2512 0002 000
Artikelen in onderhoudAantal43 23544 00046 000

Dienst Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum

De ondersteuning op het gebied van archieven wordt verzorgd door de Dienst Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC). De DARIC verzorgt de centrale documentaire informatievoorziening en voert de algemene secretarie van het ministerie. De archiveringstaak omvat het in goede staat houden en bewaren van aan DARIC toevertrouwde informatiebronnen, alsmede overbrenging van archieven naar rijksarchiefbewaarplaatsen. DARIC verstrekt telefonische en schriftelijke informatie over het gearchiveerde materiaal.

Prestatiegegevens DARICRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Strekkende meters in beheer38 60038 60038 600

Dienst Personeels- en Salarisadministratie

De dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA) verzorgt de uitvoering van de salarisadministratie, de loonspaarregelingen en de personele- en financiële informatievoorziening voor het burgerpersoneel van Defensie. Voor het militair personeel verzorgt de dienst het deblokkeren van de spaarlonen en de uitvoering van de premiespaarregeling. Daarnaast wordt de verwerking van de militaire bezoldiging in de begrotingsadministratie verzorgd. PSA is tevens inhoudingsplichtige voor de loonbelasting.

Prestatiegegevens PSAMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Salarissen    
Incidentele/permanente mutatiesAantal175 718169 000169 000
Collectieve mutatiesAantal99 53850 00050 000
Loon-/premiespaarregelingen    
Aantal mutatiesAantal5 8115 8005 800
Reisdeclaraties    
Declaraties (binnen- en buitenland)Aantal41 04843 00043 000
Reizen (binnen- en buitenland)Aantal155 406160 000160 000

Centrale Beheersorganisatie Militair Salarisssysteem

Met ingang van 2002 is de Centrale Beheersorganisatie Militair Salarissysteem (CBMS) ondergebracht bij het Defensie Interservice Commando. De CBMS beheert het Nieuw Salarissysteem Krijgsmacht (NSK) en stelt de betaaltape ter beschikking van DGF&C voor de betaling van salarissen, toelagen en vergoedingen aan het militair personeel van Defensie c.q. hun verwanten. CBMS is tevens inhoudingsplichtige voor de loonbelasting.

Maatschappelijke Dienst Defensie

De bedrijfsmaatschappelijke dienstverlening wordt verzorgd door de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD). De MDD richt zich primair op de ondersteuning bij de operationele inzet, levert diensten in het kader van het reguliere bedrijfsmaatschappelijk werk en verleent speciale ondersteuning bij reorganisaties. De MDD neemt de hulp- en dienstverlening voor zijn rekening aan het burger- en militair personeel, aan het thuisfront, aan de organisatie en aan veteranen. Het bedrijfsmaatschappelijk werk vergroot het welbevinden van deze groepen binnen de defensie-organisatie. De MDD draagt op die manier bij aan de motivatie en inzetbaarheid van het personeel.

Diensten Geestelijke Verzorging

De geestelijke verzorging in de krijgsmacht wordt uitgevoerd door vier interservice diensten geestelijke verzorging: de rooms-katholieke, de protestantse, de joodse en de humanistische. Als aanvulling hierop zal in 2002 mogelijk een dienst hindoe geestelijke verzorging worden opgericht. Deze diensten zijn organisatorisch ondergebracht in de Diensten Geestelijke Verzorging (DGV). De DGV verlenen volgens de richtlijnen van de zendende instanties geestelijke verzorging aan militairen en waar nodig ook aan de gezinsleden van militairen. De DGV zijn voortdurend beschikbaar om, mede in het kader van het streven naar hoogwaardige personeelszorg, vanuit de verschillende godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergronden, begeleiding en zorg te bieden inzake levensbeschouwelijke/ethische vragen en bij (geestelijke) nood.

Bureau Internationale Militaire Sport

Ondersteuning op het gebied van internationale sport wordt verzorgd door het Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS). Het BIMS zorgt voor de organisatie van internationale militaire sporttoernooien en voor de uitzending van militaire équipes. Tevens coördineert het BIMS de militaire sport op nationaal niveau. Daarnaast stimuleert het BIMS sportbeoefening en (individuele) begeleiding van topsporters binnen de defensie-organisatie.

Prestatiegegevens BIMSMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
Internationale sporttoernooien in NederlandAantal deelnames577
Internationale sporttoernooien in het buitenlandAantal deelnames484040
WereldkampioenschappenAantal deelnames151616

Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek

Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek dient als verzorgingstehuis voor oud-militairen van alle krijgsmachtdelen beneden de categorie officieren. Het houdt een koloniaal museum in stand, dat in 1996 door de Traditiecommissie Krijgsmacht officieel als krijgsmachtdeelmuseum is aangemerkt. Daarnaast ondersteunt KTOMM Bronbeek het veteranenbeleid van de minister op een actieve manier en dient het als locatie voor het houden van herdenkingen en reünies.

Prestatiegegevens KTOMMMeeteenheidRealisatie 2001Vermoedelijke uitkomst 2002Raming 2003
VerzorgingscapaciteitAantal oud-militairen505050
MuseumbezoekenAantal bezoekers25 00021 00021 000

Algemeen

Onder deze categorie zijn de niet verder toe te delen activiteiten opgenomen, zoals de uitgaven van de staf van het Dico en enkele Dico-brede projecten. De staf van het Dico ondersteunt de Commandant Dico bij de aansturing van de onder het Dico ressorterende eenheden. In de staf is tevens een ondersteuningsgroep opgenomen die mede zorg draagt voor de ondersteuning van enkele Dico-eenheden op het gebied van financiën, personeel en organisatie. Het betreft in dit geval eenheden van het Dico die niet zelf in staat zijn deze taken doelmatig uit te voeren.

Investeringen

Het Dico-brede investeringsbudget wordt centraal beheerd door de staf van het Dico. In onderstaand overzicht is de investeringsreeks zichtbaar gemaakt.

Bedragen x € 1 000
InvesteringenVerplichtingenUitgaven 
 2001200220032001200220032004200520062007
Groot materieel7 95911 6028 6577 42613 62310 0016 2777 7925 6085 295
Infrastructuur8 11921 7299 2869 0606 19313 44010 3098 13110 67710 911
Totaal16 07833 33117 94316 48619 81623 44116 58615 92316 28516 206

Ontvangsten

De ontvangstenbegroting beslaat in 2003 € 22,5 miljoen en betreft ontvangsten van ziektekostenverzekeraars die voortvloeien uit de door het CMH en het MRC verleende geneeskundige verzorging, uit de verhuur van spoorwagons door DVVO, uit de verhuur van faciliteiten door het IDL en uit bijdragen van bewoners en opbrengsten van het museumbezoek aan het KTOMM Bronbeek.

Groeiparagraaf VBTB

In het komende jaar zal de ingezette lijn van opname van producten, prijzen en afnemers verder worden ingevuld. Dit betreft de verdere uitbreiding van de prestatiegegevens DVVO met de uitgavenverdeling (via kostprijzen) voor gebruik van de eigen capaciteit per defensie-onderdeel. Voor adviezen scholings- en beroepskeuze van het IKS zal een kostprijs worden opgenomen in de ontwerpbegroting 2004 waarna verdere toerekening naar afnemers mogelijk wordt. De prestatiegegevens MGFB worden in de ontwerpbegroting 2004 nog verder uitgebreid met gereedheidstermijnen voor de uitbreiding naar de maximum bedcapaciteit bij respectievelijk het CMH en het MRC en met inzetbaarheidspercentages van medische teams. Om de activiteiten verder toe te rekenen zullen de opleidingen worden uitgesplitst over de afnemers. Van het MGLC en de producten/diensten die de Overige Interservice Diensten leveren, zal bezien worden welke prestaties in geld zijn uit te drukken en hoe deze eveneens zijn te koppelen aan de afnemers.

In het komende jaar zal voorts, mede rekening houdend met de invoering van een Eigentijds Begrotingsstelsel, worden bezien hoe de capaciteit op zowel de lange als de korte termijn beter op de uiteindelijke vraag kan worden afgestemd. Dit zal niet alleen in samenhang met de suppletore begrotingen worden beschouwd, welke nu worden gebruikt om de benodigde budgetten voor de afnemende diensten op het juiste niveau te brengen, omdat dan veelal duidelijk is hoe de verwachte vraag voor het begrotingsjaar zal zijn, maar ook in relatie tot de verbetering van het functioneren van klantenraden waarin de lange termijn planning wordt vastgesteld.

Ook zal in dat verband worden gestreefd naar een verder onderbouwde kostprijs per activiteit/product in relatie met de nadere invulling van de kostprijzen in de begroting. De relatie met de afnemer, die aansluit bij de onderdelen uit de beleidsartikelen, is voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt. Ook dit is uiteraard niet los te zien van de invoering van het Eigentijds Begrotingsstelsel.

Niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven

Grondslag van het artikel

Overeenkomstig artikel 19 van de Comptabiliteitswet 1976 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is dit artikel bij het ministerie van Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven worden verantwoord.

Budgettaire gevolgen

De geheime uitgaven worden jaarlijks door de President van de Algemene Rekenkamer gecontroleerd. De beschikbare financiële middelen zijn opgenomen in de volgende tabel.

Budgettaire gevolgen «Geheim» (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen908910918918918918918
Uitgaven908910918918918918918

Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien

Grondslag van het artikel

In dit artikel worden primair de door het ministerie van Financiën toegekende bedragen voor zowel de loonbijstelling en de incidentele looncomponent als die voor de prijsbijstelling en die voor nieuwe mutaties ondergebracht. Vervolgens worden deze bedragen over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld. Op het artikelonderdeel Efficiency-taakstelling worden de te realiseren besparingen door getroffen maatregelen ter verbetering van de efficiency en kwaliteit ingeboekt.

Op het artikelonderdeel Taakstelling Strategisch Akkoord zijn de nog in te vullen taakstellingen uit het Regeerakkoord verwerkt.

De budgettaire gevolgen

De financiële bedragen die voor bovenstaande doelstellingen tijdens de begrotingsjaren ter beschikking staan, zijn in de volgende tabel opgenomen.

Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen «Nominaal en Onvoorzien» (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen 100 730– 73 968– 162 138– 169 517– 214 327– 218 023
Uitgaven       
Loonbijstelling 69 80565 87656 34657 38452 63752 607
Prijsbijstelling 30 9257 3737224 2666 7193 053
Efficiencytaakstelling   – 38 571– 38 571– 38 571– 38 571
Onvoorzien       
Taakstelling Strategisch akkoord – 147 217– 179 985– 212 596– 235 112– 235 112
Totale uitgaven 100 730– 73 968– 162 138– 169 517– 214 327– 218 023

Toelichting op de geraamde bedragen

Loonbijstelling

Dit betreft met name het restant van de nog te verdelen loonbijstellingsbedragen. Tevens is meerjarig het bedrag opgenomen dat jaarlijks aan de belastingsdienst verschuldigd zal zijn als gevolg van de lumpsum betaling in het kader van de fiscalisering van van Rijkswege verstrekte huisvesting en voeding op basis van een jaarlijks door de belastingsdienst op te stellen aanslag.

Prijsbijstelling

Voor 2003 en verdere jaren zijn diverse kleine mutaties geboekt die op dit artikel centraal worden gereserveerd.

Efficiencytaakstelling

Na verwerking van structureel hogere ontvangsten is het resterende bedrag voor 2003 omgeslagen over de diverse artikelen. Voor de jaren na 2003 wordt bij de opstelling van de ontwerpbegroting 2004 de realisatie van de efficiencytaakstelling verder ingevuld.

Taakstelling Strategisch Akkoord

De taakstellingen voor Defensie zoals deze voortvloeien uit het opgestelde Strategisch Akkoord, inbegrepen 75% van de niet-uitgedeelde prijsbijstelling, zijn vooralsnog gestald op dit artikelonderdeel. De beleidsmatige invulling van deze taakstellingen wordt momenteel ter hand genomen, zoals ook gemeld in de Beleidsagenda. Met een Nota van wijziging dan wel met de eerste suppletore begroting 2003 zal de Kamer nader worden ingelicht over de wijze waarop de verwerking van de taakstellingen over de onderscheiden taakvelden binnen de defensiebegroting zal worden uitgevoerd.

Niet-beleidsartikel 90 Algemeen

Grondslag van het artikel

Onder dit artikel worden onder apparaatsuitgaven de uitgaven geraamd voor het kerndepartement en de niet nader toe te delen organisatie-eenheid Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (voorheen Militaire Inlichtingendienst). Daarnaast worden als programma-uitgaven de investeringen door het kerndepartement en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en niet nader toe te delen departementsbrede uitgaven geraamd, die worden beheerd bij het kerndepartement.

Budgettaire gevolgen

De financiële bedragen die voor bovenstaande doelstellingen tijdens de begrotingsjaren ter beschikking staan, zijn in de volgende tabel opgenomen.

Artikelonderdelen en budgettaire gevolgen «Algemeen» (x € 1 000)
 2001200220032004200520062007
Verplichtingen1 193 5341 222 1581 358 2241 362 6651 386 8361 406 5341 411 158
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Kerndepartement incl. wachtgelden129 508115 448105 746110 629110 429111 708116 507
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst47 29854 26350 68550 72450 64250 63250 638
Totaal Apparaatsuitgaven176 806169 711156 431161 353161 071162 340167 145
Programma-uitgaven       
Investeringen 16 30221 88414 38614 6034 6204 620
Departementsbrede uitgaven       
– Milieu-uitgaven2 6694 1585 62913 03414 77514 77614 731
– Pensioenen en uitkeringen *)860 893897 991979 150984 821992 0921 021 3891 021 867
– Wetenschappelijk onderzoek64 25865 31460 90260 12959 87159 82359 824
– Ziektekostenvoorziening28 26424 55124 85224 83224 83424 83724 837
– Subsidies en bijdragen22 85918 05812 37412 43012 36412 36412 235
– Overige uitgaven34 90734 012103 163107 895107 998106 618106 673
Totaal Programma-uitgaven *)1 013 8501 060 3861 207 9541 217 5271 226 5371 244 4271 244 787
Totale uitgaven *)1 190 6561 230 0971 364 3851 378 8801 387 6081 406 7671 411 932
Ontvangsten12 40112 1029 2838 1038 8756 1076 107
*) waarvan niet-relevant  56 00755 44755 32185 84891 407

Apparaatsuitgaven

Kerndepartement

Het kerndepartement ondersteunt de bewindslieden in hun contacten met het parlement, in hun rol als lid van het kabinet en bij het onderhouden van internationale betrekkingen. Daarnaast geeft het kerndepartement op hoofdlijnen integrale sturing aan de onderdelen van de defensie-organisatie en controleert en evalueert het de realisatie van het beleid. Ten slotte voert het kerndepartement de regie bij de uitvoering van beleid met een defensiebrede uitstraling.

Het kerndepartement voert hiertoe de volgende activiteiten uit:

• in- en extern verzamelen van gegevens en op basis hiervan opstellen van adviezen ten behoeve van de bewindslieden;

• integrale sturing op hoofdlijnen van de onderdelen van de defensie-organisatie;

• initiëren, ontwikkelen, overdragen, regisseren en evalueren van het strategisch beleid van Defensie, het beleid ten aanzien van personeel, materieel, financiën, voorlichting en informatie en het juridische beleid.

Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst

Het doel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) is het leveren van kwalitatief hoogwaardige inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Hiermee wordt een onmisbare bijdrage geleverd aan het formeren, het in stand houden en het inzetten van de Nederlandse krijgsmacht. De dienst bevordert daarmee de efficiency en effectiviteit van het Nederlandse defensie-apparaat binnen de nationale en internationale context waarin dit opereert. De MIVD opereert binnen het wettelijke kader van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) en voert de volgende, daarin vastgelegde taken uit:

• verzamelen en verwerken van gegevens uit telecommunicatie-emissies in de ether;

• verzamelen van gegevens met de hulp van natuurlijke personen;

• verzamelen en verwerken van gegevens op het gebied van contra-inlichtingen en veiligheid, in het bijzonder naar gegevens over bedreigingen, in verband met spionage, subversie, sabotage en terrorisme;

• evalueren, analyseren en verwerken van de verzamelde gegevens tot inlichtingen- en veiligheidsproducten;

• uitvoeren van veiligheidsonderzoeken inzake (instromend) defensiepersoneel (ongeveer 23 000 veiligheidsonderzoeken per jaar).

Hoewel terrorisme, in relatie tot de taken van de krijgsmacht, op zichzelf één van de vaste aandachtsgebieden van de MIVD was, heeft de nieuwe situatie die is ontstaan sinds 11 september 2001 tot een onvoorziene en substantiële extra informatiebehoefte geleid. Hierin zal worden voorzien door uitbreiding van:

• analysecapaciteit en structurele invulling van de ondersteuning van defensie-onderdelen op het gebied van contra-inlichtingen en veiligheid door middel van vaste CIV-teams. Dit houdt verband met de toenemende kans op terroristische aanslagen op Nederlandse en Navo-eenheden;

• human intelligence capaciteit mede in samenwerking met buitenlandse diensten in verband met de sterk toegenomen vraag om steun bij bondgenootschappelijke inlichtingenoperaties;

• de inlichtingencapaciteit voor intensivering van onderzoek naar het potentieel van terroristische organisaties ten behoeve van een adequate structuur en de doeltreffende inzet van de Nederlandse krijgsmacht;

• de capaciteit om geautomatiseerde netwerken van terroristische organisaties binnen te dringen.

In totaal zijn met de intensivering van terrorismebestrijding 24 functies gemoeid, waarvoor gelden zijn toegevoegd aan de begroting 2002 met een Nota van Wijziging.

Programma-uitgaven

Investeringen

De investeringen betreffen vernieuwing van apparatuur en infrastructuur bij de MIVD ten behoeve van de verbindingsinlichtingen en investeringen in geautomatiseerde ondersteuning van werkprocessen alsmede het beheersen en oplossen van de archiefproblematiek.

Daarnaast zijn nog gelden geraamd voor de ontwikkeling van het IV-programma P&O2000. Dit programma wordt ten behoeve van alle defensie-eenheden door het kerndepartement uitgevoerd.

Milieu-uitgaven

De milieu-uitgaven hebben onder meer betrekking op maatregelen (zoals de sanering van de Cannerberg) en schadevergoedingen. Daarnaast is op dit artikelonderdeel in de jaren 2003 tot en met 2007 een bedrag ondergebracht dat op basis van voorgestelde en goedgekeurde milieuprojecten aan de defensie-onderdelen kan worden toegekend.

Pensioenen en uitkeringen

De pensioenvoorziening en uitkeringen voor militair personeel waren voorheen grotendeels in eigen beheer bij Defensie. Overeenkomstig een in december 1998 met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) afgesloten overeenkomst zijn het beheer en de uitvoering van pensioenen voor personen ouder dan 65 jaar en van de militaire nabestaandenpensioenen die verband houden met overlijden als gevolg van het uitoefenen van de militaire dienst, per 1 juni 2001 overgegaan naar het ABP. Voor de militaire nabestaandenpensioenen is sprake van volledige kapitaaldekking.

Conform de arbeidsvoorwaardenovereenkomst 2001 – 2003 wordt vanaf (in beginsel) 1 januari 2003 voor gewezen militairen van 60–65 jaar voor nieuw op te bouwen diensttijd een kapitaalgedekt prepensioen geïntroduceerd. Dit prepensioen vervangt de thans bestaande uitkeringen op grond van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UKW). Het huidige uitkeringsniveau staat daarbij niet ter discussie. Dat wil zeggen dat het opgebouwde prepensioen uit de defensiebegroting wordt aangevuld tot het huidige uitkeringsniveau.

• Kapitaalgedekt militair ouderdomspensioen: voor diensttijd vanaf 1 juni 2001 wordt ten behoeve van de militaire ouderdomspensioenen op het kapitaaldekkingsstelsel overgegaan. Ouderdomspensioenen die betrekking hebben op tot 1 juni 2001 opgebouwde diensttijd en (aanvullende) nabestaandenpensioenen worden op declaratiebasis met het ABP verrekend. Met ingang van 1 juni 2001 is voor de nieuw op te bouwen militaire ouderdomspensioenen op het kapitaaldekkingsstelsel overgegaan. Een van de elementen om dit mogelijk te maken is een reeks 10-jarige leningen van Defensie aan het ABP. De uitgaven die met deze leningen gemoeid zijn, worden aangemerkt als niet-relevant voor het uitgavenkader van de Rijksbegroting in enge zin.

• Kapitaalgedekt militair prepensioen: evenals voor het ouderdomspensioen is voor wat betreft de overgang op kapitaaldekking een financieringsarrangement getroffen. Defensie heeft een reeks van € 14,5 miljoen beschikbaar gesteld. Daarnaast komen de geleidelijk voor de defensiebegroting vrijvallende uitkeringsbedragen beschikbaar. Na de introductie van de kapitaaldekking worden de premiemutaties op de gebruikelijke wijze verrekend met de loonbijstelling. Het restant van de jaarlijks benodigde premie wordt als niet-relevante uitgave door het ministerie van Financiën toegevoegd. Na ongeveer 15 jaar is sprake van een kantelpunt. Vanaf dat moment wordt het totaal aan beschikbare middelen voor zover die uitgaan boven de jaarlijkse premieverhoging in mindering gebracht op de defensiebegroting. Eén en ander loopt door totdat de som van de op de defensiebegroting in mindering gebrachte bedragen gelijk is aan de som van de aan de defensiebegroting toegevoegde bedragen.

• De uitvoering van de militaire invaliditeitspensioenen: daarmee verband houdende voorzieningen en verstrekkingen en UKW is eveneens in handen van ABP.

• De uitvoering van de sociale zekerheid (wachtgelden, WW en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen; WAO en bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) is in handen van de Uitvoeringsinstelling Werknemersverzekeringen (UWV). De in dit kader op dit artikel geraamde uitgaven hebben betrekking op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor militairen in de zogenoemde niet-eigen risicoperiode. De werkloosheidsuitkeringen en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de eigen risicoperiode (eerste vijf WAO-jaren) worden verantwoord bij de defensie-onderdelen.

De financiële middelen die voor het uitvoeren van de diverse regelingen voor postactieven begroot zijn, zijn in de meerjarenramingen opgenomen.

Wetenschappelijk onderzoek

Defensie ondergaat ingrijpende veranderingen op politiek, technologisch en wetenschappelijk terrein. Er is kennis nodig om de consequenties van deze veranderingen goed te kunnen inschatten en hierop slagvaardig te reageren. Door het laten uitvoeren van activiteiten op het gebied van Wetenschappelijk Onderzoek en Ontwikkeling (WOO), wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van de hiervoor noodzakelijke kennis.

Om dit te bereiken wordt gebruikt gemaakt van onderstaande instrumenten:

• doelfinanciering Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO): overeenkomstig de TNO-wet en de regelingen tussen overheid en TNO, verstrekt Defensie jaarlijks via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een doelfinanciering aan TNO. Met deze doelfinanciering wordt bij de drie instituten van TNO-Defensieonderzoek geïnvesteerd in een voor de taakuitvoering van Defensie noodzakelijke kennisbasis. Een klein deel van de doelfinanciering komt via TNO-Defensieonderzoek ter beschikking van andere TNO-instituten (bijvoorbeeld het Maritiem Research Instituut Nederland). Met ingang van 2001 wordt het totale doelfinancieringsbudget programmatisch aangestuurd. Alle (80) programma's hebben een afgebakende begroting en een specifieke looptijd (gemiddeld 4 jaar) en een zo concreet mogelijk geformuleerd resultaat. Met ingang van 2003 wordt de doelfinanciering TNO in totaal met € 9,1 miljoen gekort. Deze korting vloeit deels (€ 6,8 miljoen) voort uit de Voorjaarsnota 2001. Het resterende deel (€ 2,3 miljoen) hangt samen met de in de Defensienota 2000 aangekondigde verlaging van het budget voor onderzoek en ontwikkeling met € 4,5 miljoen Deze verlaging is hiermee, gezien de reeds in 2000/2001 doorgevoerde kortingen op de bijdrage aan het NIVR Ruimte Technologie (NRT) programma en op het budget voor gebruik van kennis en kunde door de Centrale organisatie, thans volledig gerealiseerd.

• onderzoek en technologie: dit betreft de ontwikkeling van (technologische) kennis die van belang is voor de taakuitvoering van Defensie. Deze activiteiten worden – vaak in internationaal verband – uitgevoerd door Nederlandse bedrijven, onderzoeksinstellingen en universiteiten. Indien de ontwikkeling van nieuwe technologische kennis een belangrijk deel van een project uitmaakt, wordt incidenteel ook bijgedragen aan een materieelontwikkelingsproject. Voor intensivering van onderzoek in het kader van de terroristische dreiging wordt voor de jaren 2003 tot 2005 € 1,4 miljoen extra uitgetrokken.

• bijdrage aan het NLR: Defensie verstrekt via het ministerie van Verkeer en Waterstaat een bijdrage aan het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) die bedoeld is voor het verrichten van het basisonderzoek. Door deze bijdrage kan Defensie tegen het gereduceerde deelnemerstarief gebruik maken van de diensten van het NLR.

Subsidies en bijdragen

Subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een zeker nut hebben en ook zelf financiële middelen bijeenbrengen, maar mede afhankelijk zijn van financiële hulp van Defensie. De omvangrijkste subsidie betreft de Stichting Dienstverlening Veteranen. De stijging van het aantal veteranen zal een stijging van de subsidie tot gevolg hebben. Een uitbreiding van het aantal subsidies is op dit moment niet voorzien. De daling van deze post ten opzichte van 2002 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in 2002 de Collectie Visser was opgenomen en dat per 2003 de bijdrage aan de verzakelijking van TNO is beëindigd. Daarnaast verstrekt Defensie financiële bijdragen aan diverse overheidsinstellingen. De belangrijkste bijdragen worden verleend aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ten behoeve van de stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag (STOAG) en aan de stichting Nederlands instituut voor Internationale Betrekkingen «Clingendael».

Vanuit het verleden gebleken dat de subsidies aan het STOAG en de stichting Koepelorganisatie militaire tehuizen (KOMT) ten gevolge van exogene factoren aan stijgingen onderhevig zijn.

In bijlage 5 Meerjarenramingen zijn de te verstrekken subsidies gespecificeerd onder vermelding van de begunstigde. Deze vermelding vormt voor de daar opgenomen subsidieverleningen de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige departementsbrede uitgaven

De overige departementsbrede uitgaven hebben voornamelijk betrekking op voorlichtingsactiviteiten en schadevergoedingen en de uitgaven ten behoeve van de ziektekostenvoorziening voor het defensiepersoneel, de «ZVD»-regeling. Deze regeling is opengesteld voor actief dienend burgerpersoneel en voor niet-actieven, zowel burgers als militairen. Een uitzondering hierop vormen de personen die aanspraak maken op een uitkering in het kader van de UKW en bepaalde groepen wachtgelders. Gegeven de gestelde voorwaarde maken vooral de post-actieve burgers en militairen van de regeling gebruik.

Ontvangsten

Kerndepartement

De ontvangstenraming van de centrale organisatie beslaat voornamelijk verrekening van uitgaven met derden tot een jaarlijks bedrag van € 7,7 miljoen.

Pensioenen defensiepersoneel

De ontvangstenbegroting beslaat jaarlijks € 1,6 miljoen.

3. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

3.1 Groeiparagraaf mededeling over de bedrijfsvoering

Met de mededeling over de bedrijfsvoering legt de minister jaarlijks verantwoording af aan het parlement over de gevoerde bedrijfsvoering bij Defensie. Het door Financiën ontwikkelde rijksbrede referentiekader is voor Defensie uitgewerkt in regelgeving voor de totstandkoming van de mededeling. De mededeling over de bedrijfsvoering van de minister is met ingang van 2002 onderdeel van de interne planning en controlcyclus en gebaseerd op de deelmededelingen van de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen, de Commandant Dico, de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de Chef Defensiestaf.

Bij het vaststellen van het groeitraject voor de mededeling bedrijfsvoering is bij Defensie gebruik gemaakt van de in 2000 en 2001 opgedane ervaringen bij de totstandkoming van de in de financiële verantwoording opgenomen voorbeeldmededeling over de bedrijfsvoering. Het groeitraject moet resulteren in een volledige en uitgekristalliseerde set van kwaliteitseisen die aan de gehele bedrijfsvoering (sturing en beheersing, primaire en ondersteunende processen) worden gesteld. Er bestaan reeds richtlijnen ten aanzien van de kwaliteit van bedrijfsvoeringsonderzoeken. De kwaliteitseisen voor sturing en beheersing en voor de ondersteunende processen worden afgerond in 2002. In 2003 worden vervolgens de kwaliteitseisen voor de primaire processen ontwikkeld. Hiermee zijn alle aan de bedrijfsvoering bij Defensie te stellen kwaliteitseisen volledig uitgewerkt en kan in 2004 een volwaardige mededeling over de gehele bedrijfsvoering van Defensie worden gegeven. De reikwijdte van de mededeling over de bedrijfsvoering van 2003 wordt nog beperkt tot de sturing en beheersing en de ondersteunende processen.

3.2. Bedrijfsvoeringsthema's

3.2.1. Verbetering bedrijfsvoering (inclusief financieel en materieelbeheer)

In 2001 zijn alle tekortkomingen met de daarbij behorende verbeterpunten in het financieel en materieelbeheer in kaart gebracht. Het merendeel van de verbeteracties is reeds in 2001 gerealiseerd. In 2002 is in de bedrijfsvoering vooral aandacht voor het wegnemen van de nog resterende risico's, zodat ultimo 2002 sprake kan zijn van een ten opzichte van 2001 verder verbeterd financieel en materieelbeheer. Voor de Koninklijke marechaussee geldt daarbij dat, gegeven de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bezetting, enkele verbeteracties mogelijk tot in 2003 doorlopen. Ook sommige verbeterdoelstellingen ten aanzien van het materieelbeheer bij de drie grote krijgsmachtdelen zouden, gelet op de weerbarstigheid en complexiteit van de materie en mede gegeven de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bezetting, wellicht eerst in 2003 volledig gehaald kunnen worden.

In lijn met het groeitraject van de mededeling over de bedrijfsvoering en met de verbreding van de financiële beheersing van de organisatie naar een management control systeem, worden (vooraf) eisen gesteld aan de bedrijfsvoering. Behalve voor het financieel en materieelbeheer worden ook defensiespecifieke kwaliteitseisen ontwikkeld voor andere aandachtsgebieden, zoals het personeelsbeheer en milieu. Deze uitgewerkte normenkaders worden periodiek geëvalueerd en indien noodzakelijk aangevuld.

3.2.2. Invoering Competitieve Dienstverlening (CDV)

Om een doelmatige bedrijfsvoering te garanderen heeft Defensie het programma Competitieve Dienstverlening (CDV). Als in de ondersteuning moet worden geïnvesteerd, als daar een grote reorganisatie wordt voorgenomen of als van een ondersteunend onderdeel de prestaties achterblijven, dan wordt door middel van dit programma onderzocht of het zelfdoen van activiteiten, in vergelijking tot uitbesteden, wel doelmatig is. Het programma omvat vele onderzoeken. De grootste zijn onderzoeken naar de Mechanisch Centrale Werkplaats (MCW), Motorenwerkplaats Koninklijke luchtmacht en het Marinebedrijf, de baten-lastendiensten DGW&T en DTO en horeca. Hiervan bevinden de onderzoeken naar wel/niet uitbesteding telematica diensten (DTO-zie 3.2.7), uitbesteding van mechanisch onderhoud van de werkplaats MCW en uitbesteding horeca zich in vergevorderd stadium. Als deze gereed zijn wordt in 2003 begonnen met het motorenonderhoud Koninklijke luchtmacht en vastgoeddiensten van DGW&T.

CDV gaat gepaard met een efficiëncytaakstelling die ingevuld moet worden door dat wat CDV-projecten opleveren (zie niet-beleidsartikel 80 «Nominaal en onvoorzien»). Bovengenoemde onderzoeken zijn complex en vergen veel tijd. Daarom konden de verwachte besparingen niet worden ingeboekt en is de taakstelling voor 2003 verdeeld over de (niet)-beleidsartikelen.

3.2.3. Uitvoering IV-plan Defensie

In 2003 zal verder uitvoering worden gegeven aan het opgestelde IV-beleid waarbij wordt gewerkt aan meer samenhang in de informatievoorziening. De samenhang betreft zowel de verticale integratie binnen een bepaald functiegebied – personeel, financiën, materiële logistiek – als de horizontale integratie ten behoeve van de leidinggevenden op alle niveaus. Voor het functiegebied personeel wordt gewerkt aan een defensiebreed informatiesysteem. Voor de functiegebieden financiën en materiële logistiek zal op basis van een in 2002 te kiezen standaard informatiesysteem (Enterprise Resource Planning of ERP-systeem) in 2003 worden gewerkt aan proces- en gegevensstandaardisatie. Daarbij wordt rekening gehouden met belangrijke ontwikkelingen als VBTB en de invoering van het Eigentijds Begrotingsstelsel (EBS). Daar waar VBTB en EBS, eerder dan met de invoering van ERP, eisen stellen aan de informatievoorziening, wordt hieraan voldaan via het onderhoud van bestaande informatiesystemen. Voor de fasering van het IV-beleidsplan wordt verwezen naar de tabel.

In 2003 wordt de inrichting van een «integrale werkplek» voorbereid, die op de juiste wijze beveiligd is en voorzieningen biedt voor de documentaire informatievoorziening. Als gevolg van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdiensten (VIR) en als gevolg van de gebeurtenissen op 11 september 2001, is extra aandacht besteed aan de informatiebeveiliging en worden zowel het netwerk als de werkplek extra beveiligd.

Ten behoeve van de interne en externe verantwoording is het noodzakelijk dat reconstructie van besluiten mogelijk is. Daarvoor is adequate archivering onontbeerlijk. Door het toenemend gebruik van elektronische hulpmiddelen, als e-mail, intranet en verspreiding van elektronische documenten, is het belangrijk dat er orde is in de documentaire informatievoorziening, zowel in fysieke als elektronische vorm. In 2002 is hiertoe nieuw beleid ontwikkeld dat in 2003 en volgende jaren moet leiden tot hulpmiddelen in het netwerk en op de werkplek om documenten adequaat te registreren, verwerken en archiveren.

De bedragen die gemoeid zijn met de informatievoorziening zijn onderstaand gespecificeerd:

bedragen x € 1 000
ArtikelOmschrijving20032004200520062007
 Operationele IV38 96345 66536 25538 93850 755
 Basisactiviteiten47 76242 76738 47938 50641 939
 Functionele activiteiten36 74842 31148 60638 03940 404
 Exploitatie228 880222 988225 379223 019221 930
 Totaal352 353353 731348 719338 502355 028
 waarvan     
01Koninklijke marine48 15046 92951 02151 33165 883
02Koninklijke landmacht153 572161 889146 965146 643146 780
03Koninklijke luchtmacht68 28068 15074 56069 38068 070
04Koninklijke marechaussee17 00915 44915 39813 82718 854
60Ondersteuning krijgsmacht27 27023 36422 95322 02120 699
90Algemeen38 07237 95037 82235 30034 742
 Totaal352 353353 731348 719338 502355 028

3.2.4 Verdere uitwerking van VBTB

VBTB blijft ook in 2003 een speerpunt van Defensie. Pas in 2003 wordt immers voor de eerste keer een volledige VBTB begrotingscyclus beëindigd met de dag van de verantwoording (derde woensdag in mei). Het opstellen van de verantwoording over 2002 (vanaf dan geheten het «jaarverslag Defensie») is om die reden in 2003 een belangrijke activiteit in het kader van VBTB.

In 2003 zal de systematiek waarmee gevechtskracht wordt vertaald naar doelstellingen voor operationele gereedheid, volledig zijn ingevoerd. De relatie tussen middelen, activiteiten en operationele doelen zal verder verbeterd worden, met name door de ondersteuning van het Dico uit te splitsen naar afnemers en dit op te nemen in de begroting in een separaat niet-beleidsartikel «Ondersteuning krijgsmacht». Krijgsmachtdeelspecifieke ondersteuning kan in dit artikel worden opgenomen met ingang van de begroting 2004.

De opzet en inrichting van de interne planning en control documenten (Toprapportage, Activiteitenplan en Begroting (APB) zal verder worden afgestemd op de externe begroting en verantwoording. Verantwoordelijkheden voor het vaststellen van de beleidsdoelstellingen en voor het realiseren hiervan zullen, waar dat nog niet het geval is, zijn benoemd.

In 2003 zal de inrichting van de evaluatiefunctie bij Defensie zijn beschreven. Doelstelling hiervan is te komen tot een evaluatieprogramma dat het beleid voldoende afdekt.

In het laatste kwartaal van 2002 wordt een eerste versie van een geautomatiseerd managementinformatiesysteem (MIS) op beleidsterreinniveau geïntroduceerd De opzet van een MIS voor de defensieleiding wordt in het derde kwartaal van 2003 geïntroduceerd.

Met vier maatregelen worden waarborgen voor kwaliteit van beleidsinformatie op centraal en decentraal niveau bij Defensie verder versterkt. Dit betreft het vaststellen van begrippen, procesbeschrijvingen, de beschrijving van systemen voor prestatiegegevens en het uitvoeren van audits naar de kwaliteit van beleidsinformatie.

3.2.5. Invoering Eigentijds Begrotingsstelsel

In de Miljoenennota 2002 heeft de regering aangekondigd per 2006 rijksbreed een Eigentijds Begrotingsstelsel (EBS) in te voeren. Op 17 december 2001 heeft het politiek beraad ingestemd met een eerste plan van aanpak, waarin een globale fasering van de invoering is opgenomen. Voor de invoering bij Defensie is een projectteam ingesteld onder verantwoordelijkheid van de DGF&C. In het plan van aanpak worden drie fasen onderscheiden. Fase 1, die tot medio 2002 liep, betrof de aanloop en het genomen principebesluit ten aanzien van de toepasbaarheid van baten-lastendiensten. Fase 2, die vanaf medio 2002 loopt, betreft de meer technische voorbereiding van de invoering en fase 3, lopend van 2003–2005, betreft dan de feitelijke invoering. Deze twee laatste fasen zijn een raamwerk dat is gebaseerd op een voorlopige inschatting en een ordening van alle acties die vooral vanuit financieel-technische zin volgen op besluiten omtrent de invoering. Na fase 3 zal per 2006 het EBS worden toegepast. Dan zullen alle onderdelen van de defensie-organisatie als lastendienst moeten functioneren. De kosten die gemoeid zijn met de invoering van het EBS zijn nog onderwerp van studie. Ze zijn sterk afhankelijk van de uiteindelijke rijksbrede invulling die aan het stelsel zal worden gegeven. Hierbij gaat het vooral om de invulling van de informatievoorziening, de waarderingsmethode en de opleidingen.

Een belangrijke randvoorwaarde voor het welslagen van dit project is de tijdige beschikbaarheid van een ondersteunend geautomatiseerd systeem. Dit wordt als een grote risicofactor gezien, ten gevolge van de korte tijd die voor de invoering beschikbaar is in relatie tot de planning in het Defensie IV-plan. Het is niet mogelijk de gehele Informatievoorziening per 1 januari 2006 aangepast te hebben. Het streven is erop gericht de planning zodanig in te richten, dat zoveel mogelijk cruciale functies per 1-1-2006 beschikbaar zijn.

3.2.6. Herziening personele sturing

In de tijd van personele reducties was de omvang van het personeelsbestand een belangrijk sturingsinstrument. Daarom is de afgelopen jaren door Defensie de «Maximaal Toegestane Begrotingssterkte» (MTBS) gehanteerd als personeelsplafond boven iedere personeelscategorie en op ieder defensie-onderdeel (krijgsmachtdeel). Beneden deze MTBS mochten de diverse defensie-organisaties zelf hun begrotingssterkte bepalen. Deze manier van sturen is erg op input gericht.

Bij een overgang naar een VBTB-begroting, waarin op output wordt gestuurd, ligt deze sturingswijze minder voor de hand. De sturing zou zich juist moeten richten op de taken (output); het daarvoor benodigde personeel zou hiervan een afgeleide moeten zijn. Daarom wordt, met ingang van de begroting 2003, niet langer gewerkt met een MTBS. In plaats daarvan dienen de defensie-organisaties voortaan zélf aan te geven wat een adequate personeelsbezetting is om de opgedragen taken uit te voeren. Daarnaast zal jaarlijks, gegeven de situatie op de arbeidsmarkt, de beschikbare opleidingscapaciteit, het verwachte opkomstverloop en de financiële randvoorwaarden, een begrotingssterkte worden vastgesteld.

Tegelijkertijd wordt bij de bepaling van een adequate personeelsbezetting en de bepaling van de begrotingssterkte de aanstellingsbehoefte en aanstellingsopdracht vastgesteld. In bijlage 4 is de behoeftestelling van de personeelsvoorziening, uitgedrukt in de voor 2003 te hanteren aanstellingsbehoefte en aanstellingsopdracht, weergegeven.

3.2.7. Uitbesteding DTO

In 2001 is besloten tot uitbesteding van de Defensie Telematica Organisatie. Op 10 oktober 2001 is de Kamer hierover, mede namens de minister van Financiën, geïnformeerd. Op 11 december heeft de Vaste Kamercommissie voor Defensie het groene licht gegeven voor het door Defensie in gang gezette uitbestedingstraject. Het project «Uitbesteding DTO» bestaat uit twee onderdelen. Naast de feitelijke uitbesteding is het namelijk van groot belang dat Defensie zichzelf toerust om professioneel te kunnen acteren op de ICT-dienstenmarkt. Immers, na de uitbesteding van DTO is Defensie voor de uitvoering van ICT-diensten afhankelijk van deze markt.

Wat betreft de feitelijke uitbesteding van DTO is vanaf het begin een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de uitbesteding van het beheer van het Nafin glasvezelnetwerk waarvan Defensie de eigenaar is en blijft. Op 8 mei 2002 is de Vaste commissie voor Defensie op de hoogte gebracht van het besluit om de complexe gevolgen van een eventuele ontkoppeling van het Nafin-beheer met DTO volledig in kaart te brengen. De uitbesteding van DTO zal dientengevolge dan ook niet eerder dan in de loop van 2003 kunnen plaatsvinden.

Ten behoeve van de implementatie en uitvoering van het defensiebrede IV-beleid is voorts besloten tot de oprichting van een Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie (DICTU). Dit project is weliswaar opgepakt in het kader van de uitbesteding van DTO, maar is ook los daarvan noodzakelijk voor de defensiebrede aanpak van de implementatie van het defensiebrede IV-beleid. Het DICTU wordt belast met:

• de verwerving van ICT-diensten;

• de vorming en het beheer van contracten;

• het relatiebeheer;

• het functioneel beheer;

• de uitvoering van defensiebrede projecten.

Het DICTU moet op 1 januari 2003 operationeel zijn. Defensie heeft een IV-verandermanager aangesteld om het complexe veranderingstraject dat met de oprichting van het DICTU gepaard gaat, in goede banen te leiden.

4. BATEN-LASTENDIENSTEN

4.1 Defenise Telematica Organisatie

Algemene informatie

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) is het facilitaire ICT-bedrijf van het ministerie van Defensie. DTO is per 1 september 1997 opgericht en opereert vanaf 1 januari 1998 als baten-lastendienst.

De primaire markt van DTO is het ministerie van Defensie. Het is DTO door de Commandant van het Defensie Interservice Commando (Dico) ook toegestaan producten en diensten te leveren aan afnemers binnen de Rijksoverheid en de Navo (de zogenaamde «tweedenmarkt») zulks met het oog op verbreding van de economische basis van de uitermate kostbare extra veilige informatiesystemen en -structuren die DTO beheert en produceert. DTO richt zich daarbij in eerste instantie op de sectoren openbare orde en veiligheid van de Rijksoverheid.

In het kader van de Competitieve Dienstverlening is in 2001 een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om telematicadiensten welke thans door DTO worden geleverd, uit te plaatsen. De definitieve besluitvorming over vorm en tijdstip van een eventuele verzelfstandiging is evenwel uitgesteld. Zie hiervoor paragraaf 3.2.7 van de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Producten en diensten van de DTO

De producten en diensten die DTO aanbiedt betreffen:

• Consultancy en Projectmanagement / Application Services

Advies met betrekking tot specificatie, ontwikkeling, verwerving, invoering, beheer, exploitatie, mogelijkheden en toepassing van ICT-middelen, -systemen en -infrastructuren. Verder betreft dit de ontwikkeling, integratie en modificatie van ICT-infrastructuren, -systemen, -applicaties en gegevensbanken.

• Exploitatie Informatiesystemen

Het uitvoeren van het technisch, functioneel en applicatiebeheer van zowel de eigen telematica- en IT-infrastructuur en systemen als dat van afnemers, zulks op grond van dienstverleningsovereenkomsten en service level agreements.

• Data- en Telecommunicatie

Dit omvat communicatiefaciliteiten voor spraak, data en video, alsmede de toegang tot externe netwerken.

• Internet en Intranet

De diensten en applicaties voor algemeen gebruik die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden, zoals «electronic mail», internetdiensten en informatiegidsen.

• Kantoorautomatisering

De producten en diensten die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden volgens de norm voor de gestandaardiseerde kantoorautomatisering van het ministerie van Defensie (LAN2000).

• Standaard ICT-middelen

Handelsgoederen met betrekking tot ICT-middelen en kantoorautomatisering zoals pc's en toebehoren die rechtstreeks aan de klant kunnen worden geleverd.

• Overige producten en diensten

Deze omvatten de resterende productgroepen te weten: DIS-diensten (Documentaire Informatiesystemen), E-Commerce, Enterprise Resource Systemen (ERP), ICT-beheer, Informatiebeveiliging en Opleidingen.

Organisatie

De hoofdvestiging van DTO bevindt zich in Den Haag. Daarnaast zijn er DTO-vestigingen in Soesterberg, Den Helder, Maasland, Gouda, Oegstgeest en Rijswijk (ZH). Verder bevindt zich in Woensdrecht een uitwijkcentrum. De serviceline werkplekdiensten is verdeeld in een achttal regio's in Nederland en Duitsland welke zo dicht mogelijk bij de klanten van DTO zijn gesitueerd.

DTO is met het oog om op termijn te kunnen concurreren met civiele IT-bedrijven ingericht in een business- en serviceline organisatie. Een businessline is verantwoordelijk voor een integraal verkoopresultaat (zowel omzet als kosten). De businesslines zijn per 1 januari 2002 gegroepeerd per klantgroep, welke voornamelijk bestaan uit de onderdelen van het ministerie van Defensie. De indeling van de businesslines is als volgt:

– Businessline Koninklijke landmacht

– Businessline Koninklijke marine

– Businessline Koninklijke luchtmacht en Defensie Interservice Commando

– Businessline Openbare orde en Veiligheid welke omvat de Centrale organisatie, Koninklijke marechaussee en overige rijksoverheid.

De businesslines betrekken producten en diensten, tegen intern tarief, van de (in beginsel niet voor de klant zichtbare) serviceslines. DTO beschikt over de volgende serviceslines:

– Serviceline Platformservices

– Serviceline Networkservices

– Serviceline Werkplekdiensten

– Serviceline Application Services

– Serviceline Advanced Environments.

De introductie van servicelines heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van het zicht op de interne goederenstromen en de daaraan gerelateerde kosten.

Doelmatigheid

DTO is als baten-lastendienst van het ministerie van Defensie een omzet- en resultaatverantwoordelijke organisatie zonder winstoogmerk en moet zijn opbrengsten halen uit de verkoop van producten en diensten, waarbij de totale kosten uit de opbrengsten moeten worden gedekt. Tussen DTO en de diverse organisatie-eenheden van het ministerie van Defensie bestaat een zakelijke relatie. Door daadwerkelijke verrekening treedt regulering op van vraag en aanbod. Tevens bestaat voor de krijgsmachtdelen (in beperkte mate) de mogelijkheid diensten uit de vrije markt te betrekken. Deze marktwerking vormt een belangrijke prikkel voor de effectiviteit en efficiency bij DTO.

De producten en diensten die DTO levert worden verrekend op basis van tarieven. De tarieven worden jaarlijks op voordracht van de Directeur DTO vastgesteld door de Commandant Dico. Deze tarieven zijn gebaseerd op de integrale kosten van DTO waarbij een prijsniveau wordt nagestreefd dat kan concurreren met de markt.

Sturen op resultaat

Alhoewel DTO als baten-lastendienst geen winstoogmerk heeft wordt, met het oog op een gezonde bedrijfsvoering waarvan de kwaliteit kan worden vergeleken met civiele tegenhangers, gestreefd naar een beperkte risicomarge (die tot uitdrukking komt in een positief saldo van baten en lasten).

Doelstellingen 2003

De bedrijfsvoering is in 2003 gericht op continueren van bestaande contracten door te investeren in hoogstaande kwaliteit en excellente service. DTO streeft naar een prijsniveau dat kan concurreren met de markt. Daarmee wordt er binnen het ministerie van Defensie naar gestreefd het basis omzetniveau te handhaven door het accent te leggen op onderhoud.

Ook in 2003 wordt gestreefd naar een groei van de omzet uit de zogenaamde «tweedenmarkt» (overige Rijksoverheid) voor openbare orde en veiligheid. Hierdoor wordt een breder economisch draagvlak gecreëerd voor de steeds sterker stijgende kosten van extra beveiligde netwerken en informatiesystemen.

De begroting van baten en lasten van de baten-lastendienst DTO (bedragen x € 1 miljoen, afrondingsverschillen zijn mogelijk)
 200112002220032004200520062007
Baten       
Opbrengst moederdepartement259,5218,1223,6229,1234,9240,7246,8
Opbrengst overige departementen5,512,312,913,614,215,015,7
Opbrengst derden
Rentebaten0,3
Buitengewone baten
Vrijval voorzieningen5,51,3
Exploitatiebijdrage
Totaal baten270,5232,0236,5242,7249,1255,7262,5
Lasten       
Apparaatskosten       
* personele kosten144,7126,5129,8133,1136,9140,4143,8
* materiële kosten92,276,978,880,983,385,788,3
Rentelasten5,34,84,85,15,04,94,7
Afschrijvingskosten  
* materieel14,315,916,717,919,420,418,8
* immaterieel3,92,52,62,83,13,23,0
Dotaties voorzieningen0,70,50,50,50,50,50,5
Buitengewone lasten
Totaal lasten261,1227,1233,2240,3248,2255,1259,1
        
Saldo van baten en lasten9,44,93,22,40,90,63,3
        
Uitkering aan moederdepartement4,04,72,72,90,60,23,0
Netto resultaat5,40,20,5– 0,50,30,40,3

1 Financiële Verantwoording 2001.

2 Vermoedelijk beloop.

Toelichting per post

BATEN

Opbrengsten moederdepartement

Bij de opbrengsten van het moederdepartement en overige departementen is zowel in 2003 als volgende jaren rekening gehouden met een tariefniveau dat voldoende is om de vaste kosten en eventuele inflatoire prijsstijgingen te dekken, zulks met inachtname van een beperkte risico-opslag.

Uitgaande van het vermoedelijk beloop 2002 is voor de opbrengst moederdepartement per saldo uitgegaan van een jaarlijkse stijging van de bruto omzet van 2,5 procent.

Opbrengst overige departementen

DTO richt zich op omzetgroei in de zogenaamde «tweedenmarkt» (overige Rijksoverheid) voor openbare orde en veiligheid. In 2003 en volgende jaren is uitgegaan van een groei van de omzet van de Businessline Openbare orde en Veiligheid (voor overige Rijksoverheid) van 5 procent. Daarnaast wordt business consultancy sterker als product in de markt gezet.

Procentuele verdeling van de omzet
KlantenOmzetaandeel
Koninklijke marine9%
Koninklijke landmacht49%
Koninklijke luchtmacht15%
Koninklijke marechaussee6%
Centrale organisatie9%
Defensie Interservice Commando8%
Overige klanten4%
Totaal100%

Rentebaten

In 2003 en volgende jaren is ervan uitgegaan dat eventuele rentebaten op de rekening courant bij het ministerie van Financiën wegvallen tegen de rentekosten op de rekening courant.

LASTEN

Personele kosten

Personeelssterkte van de baten-lastendienst DTO
 200112002220032004200520062007
Militair personeel180188190190190190190
Burgerpersoneel1 5191 7091 7101 7101 7101 7101 710
Totaal DTO-personeel1 6991 8971 9001 9001 9001 9001 900
        
Inhuur personeel355153150150150150150
Totaal2 0542 0502 0502 0502 0502 0502 050

1 Financiële Verantwoording 2001.

2 Vermoedelijk beloop.

Voor 2003 en latere jaren wordt ervan uitgegaan dat de personele bezetting van de organisatie stabiliseert. De raming personele kosten in het jaarplan 2002 bedraagt € 102 miljoen. Deze kosten zijn, rekening houdend met een periodieke loonbijstelling van 2,5 procent doorgetrokken in de begroting 2003.

DTO is voor sommige projecten en moeilijk te vullen vacatures sterk afhankelijk van ingehuurd personeel. Voor 2003 wordt desalniettemin gestreefd naar een blijvende afname van de inhuur ten opzichte van 2001, ondermeer door herbezetting van vacatures met door herverdeling van werk vrijkomend personeel uit de serviceline application services. De raming inhuurkosten in het jaarplan 2002 bedraagt € 25 miljoen. Er is in de raming 2003 vanuit gegaan dat de inhuurkosten beheersbaar blijven op hetzelfde niveau. Realisatie hiervan is mede afhankelijk van het perso- neelsverloop en de marktontwikkeling.

Materiële kosten

Materiële exploitatiekosten baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie (bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk)
 200112002220032004200520062007
– Directe kosten47 57729 84228 36829 12429 98830 85231 788
– Huisvestingskosten7 6739 2536 3046 4726 6646 8567 064
– Kantoorkosten2 8942 0493 9404 0454 1654 2854 415
– Verkoopkosten5511 6803 1523 2363 3323 4283 532
– Algemene kosten1 2642 4693 9404 0454 1654 2854 415
– Kosten hard- en software32 29331 56933 09633 97834 98635 99437 086
Totaal92 25276 86278 80080 90083 30085 70088 300

1 Financiële Verantwoording 2001.

2 Vermoedelijk beloop.

In 2003 lopen de directe kosten ten opzichte van 2001 sterk terug als gevolg van de afgenomen afzet handelsgoederen. Deze was hoog opgelopen als gevolg van het Millennium en de €urowissel. Teneinde in 2003 de omzet, waaronder de externe omzet, op voldoende niveau te houden nemen de verkoopinspanningen en daarmee de verkoopkosten toe.

In 2001 waren de algemene kosten éénmalig laag als gevolg van incidentele baten. In 2003 nemen de algemene kosten vooral toe door stijging van de autokosten, zulks gerelateerd aan de toegenomen verkoopinspanning.

Rentelasten

De rentelasten in 2003 bestaan uit de te betalen interest voor het restant van de vermogensconversielening en de gecumuleerde investeringsleningen over de jaren 2000 tot en met 2002.

Afschrijvingen activa

Op de vaste activa worden op jaarbasis de volgende afschrijvingstermijnen toegepast.

Immateriële vaste activa

• licenties 5 jaar

materiële vaste activa

• grond -

• gebouwen, glasvezel 30 jaar

• terreinen (bestrating) 10 jaar

• machines en installaties 8 jaar

• computer apparatuur 3–10 jaar

• overige bedrijfsmiddelen 4–5 jaar

In 2003 en volgende jaren wordt uitgegaan van het ideaalcomplex dat de investeringen gelijk zijn aan de afschrijvingen. In de praktijk kunnen afwijkingen voorkomen door bijvoorbeeld inhaalafschrijvingen. Deze zijn afhankelijk van overwegingen van bedrijfsvoering op dat moment en kunnen derhalve niet worden geraamd.

Dotaties voorzieningen

In 2003 en volgende jaren is rekening gehouden met een jaarlijkse dotatie ten behoeve van de reorganisatievoorziening.

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie (bedragen x € miljoen, afrondingsverschillen zijn mogelijk)
 200112002220032004200520062007
Rekening courant RHB 1 januari12,931,937,035,635,433,433,4
Totaal operationele kasstroom32,322,022,523,123,424,225,2
– totaal investeringen– 19,8– 19,5– 19,5– 19,5– 19,5– 19,5– 19,5
+ totaal boekwaarde desinvesteringen0,4-
totaal investeringskasstroom– 19,4– 19,5– 19,5– 19,5– 19,5– 19,5– 19,5
        
– uitkering aan moederdepartement3– 4,0– 4,6– 2,7– 2,9– 0,6– 0,2
+ storting door het moederdepartement
– Aflossingen op leningen– 12,9– 12,9– 19,3– 20,7– 22,5– 23,6– 21,9
+ beroep op leenfaciliteit19,019,519,519,519,519,519,5
        
totaal financieringskasstroom6,12,6– 4,4– 3,8– 5,9– 4,7– 2,6
        
Rekening courant RHB 31 december31,937,035,635,433,433,336,4

1 Financiële Verantwoording 2001.

2 Vermoedelijk beloop.

3 Het eigen vermogen van de batenlastendiensten is gemaximeerd tot 5 procent van de gemiddelde omzet over de laatste 3 jaar.

De uitekering aan moederdepartement betreft de afstorting van het surplus na afsluiting voorafgaand boekjaar.

Toelichting bij het kasstroomoverzicht DTO

Operationele kasstroom

Hieronder zijn het resultaat en de balansmutaties verantwoord die het gevolg zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De operationele kasstroom is bij een gelijkblijvende verhouding tussen omzet en kosten min of meer constant. Vanaf 2003 wordt bovendien uitgegaan van een gelijke verhouding tussen afschrijvingen en investeringen.

Investeringskasstroom

In 2003 en volgende jaren wordt uitgegaan van een gelijkblijvend investeringsniveau van ongeveer € 19,5 miljoen. Dit betreft voor een deel vervangingsinvesteringen en voor een deel nieuwe investeringen.

Financieringskasstroom

Uitkering aan moederdepartement.

Volgens de vermogensregeling voor agentschappen dient, wanneer het eigen vermogen uitkomt boven 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaren, het meerdere te worden uitgekeerd aan het moederdepartement. Inmiddels is sprake van die situatie, hetgeen tot gevolg heeft dat in 2003 en volgende jaren nagenoeg elk positief resultaat moet worden afgestort aan het moederdepartement.

Aflossing op leningen.

Het betreft de aflossingen van de Vermogensconversielening 1999 en de jaarlijkse investeringsleningen («nieuwe leningen») bij het ministerie van Financiën.

Beroep op leenfaciliteit.

Hieronder zijn de door DTO bij het ministerie van Financiën geleende bedragen verantwoord voor de jaarlijkse (vervangings-) investeringen.

Overzicht vermogensontwikkeling

Overzicht vermogensontwikkeling (bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk)
 200112002220032004200520062007
Eigen vermogen per 1/16 10611 50011 75812 31611 85312 13812 459
– Saldo van baten en lasten9 4384 9193 2372 4228795523 328
– Directe mutaties in het eigen vermogen        
– Uitkering aan moederdepartement– 4 044– 4 661– 2 679– 2 886– 593– 232– 2 999
– Expl.bijdrage door moederdep.0000000
– Overige mutaties0000000
Eigen vermogen per 31/1211 50011 75812 31611 85312 13812 45912 788

1 Financiële Verantwoording 2001.

2 Vermoedelijk beloop.

Kengetallen

De volgende kengetallen geven informatie over de verwachte ontwikkelingen op de korte en de middellange termijn van de omzet per medewerker en de resultaatmarge.

Kengetallen Defensie Telematica Organisatie
Kengetallen DTO200112002220032004200520062007
        
Omzet per medewerker (x € 1 000)129,0112,4115,4118,4121,5124,7128,0
Resultaatmarge3,5%2,1%1,4%1,0%0,4%0,2%1,3%

1 Financiële Verantwoording 2001.

2 Vermoedelijk beloop.

Omzet per medewerker.

De omzet per medewerker is inclusief ingehuurd personeel. De omzet per medewerker neemt geleidelijk toe, omdat in de planreeks is uitgegaan van een regelmatige groei van de omzet bij een gelijkblijvende hoeveelheid medewerkers.

Resultaatmarge

De resultaatmarge geeft de verhouding weer tussen bruto omzet en resultaat. In 2001 was mede door een vrijval voorzieningen éénmalig sprake van een bijzonder hoog resultaat van € 9,4 miljoen. In 2003 is een «normale» resultaatontwikkeling voorzien van ongeveer € 3 miljoen. Vanaf 2004 loopt het resultaat terug door toename van de afschrijvingen.

4.2 Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen

Algemene informatie

De Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) is de vastgoedbeheerder van Defensie die het onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. De DGW&T geeft deskundige adviezen en treedt op als intermediair voor de waarborging van de ruimtelijke belangen van de klanten binnen Defensie. De DGW&T staat de klanten bij in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed.

Het bij Defensie in beheer zijnde onroerend goed heeft een herbouwwaarde van ongeveer € 12 miljard.

De markt van de DGW&T is vrijwel volledig de defensiemarkt. De bedrijfsvoering van de DGW&T is gericht op het behoud van het aandeel op de Defensiemarkt door diensten te leveren met een zo gunstig mogelijke prijs/kwaliteitverhouding.

Taken van de DGW&T

De DGW&T verricht de volgende taken:

a. het waarborgen dat de krijgsmachtdelen ook onder niet-vredesomstandigheden kunnen beschikken over het onroerend goed dat nodig is voor de uitoefening van hun operationele en logistieke taken. Onder deze taakuitoefening valt ook de ondersteuning van operaties van delen van de krijgsmacht in bondgenootschappelijk- en VN-verband.

b. binnen Defensie is de DGW&T de vastgoedbeheerder en ingenieursbureau. Als vastgoedbeheerder biedt de DGW&T diensten aan op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en juridisch beheer, technisch beheer en gebruikssteun (inclusief storingsdienst). Als ingenieursbureau is de DGW&T actief op het gebied van nieuwbouw, groot onderhoud en daarmee samenhangend onderzoek en advies.

c. de DGW&T is belast met beleidsvoorbereidende, belangenbehartigende en adviserende taken op het gebied van vastgoedbeheer, bouwbeleid en ruimtelijke ordening en milieu.

Organisatie

De Bestuursraad DGW&T staat onder voorzitterschap van de Commandant Dico en bestaat voorts uit vertegenwoordigers van de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen. De Bestuursraad houdt toezicht op de realisatie van de beleidsplannen en autoriseert de begroting en de jaarstukken van de DGW&T.

In het kader van een schaalvergrotingsoperatie is een ingrijpende reorganisatie doorgevoerd waarbij zes directies in Nederland zijn samengevoegd tot drie. De directie Duitsland is hierbij blijven bestaan. Tevens is de Directie Interne Diensten als shared service centrum opgericht, dat ondersteuning levert op het gebied van automatisering, bedrijfsadministraties en facilitaire zaken. Binnen de DGW&T gelden twee management-niveaus (centrale directie en directies). De directies zijn relatief zelfstandige businessunits.

De DGW&T past als besturingsmodel voor de organisatie het INK-managementmodel toe.

Doelmatigheid

De DGW&T genereert als resultaatverantwoordelijke organisatie opbrengsten uit de verkoop van diensten. De totale apparaatskosten dienen uit de opbrengsten te worden gedekt. Binnen de DGW&T zijn dan ook de directies resultaatverantwoordelijk. Dit blijkt onder andere uit de delegatie van taken en bevoegdheden aan de directies, waarbij de centrale directie zorg draagt voor de coördinatie en sturing. Het beleid en het verwachte resultaat van de businessunits worden vastgelegd in businessplannen. Deze vormen de basis van het gemeenschappelijk managementcontract dat jaarlijks wordt afgesloten tussen de directeur DGW&T en de directeuren van de directies. Door middel van periodieke rapportages aan de directeur DGW&T leggen de directies en de Directie Interne Diensten verantwoording af. Binnen de DGW&T wordt voortdurend aandacht besteed aan verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening.

Tussen de DGW&T en de diverse defensie-organisaties bestaat een zakelijke relatie. Hierdoor treedt regulering op van vraag en aanbod. Tevens bestaat voor de krijgsmachtdelen op beperkte schaal de mogelijkheid diensten uit de vrije markt te betrekken. Deze marktwerking draagt bij aan vergroting van de efficiency.

Doelstellingen

De DGW&T streeft diverse doelstellingen na. Er moet een licht positief bedrijfsresultaat worden gerealiseerd, bij een ordelijk financieel en materieel beheer. Dit moet samengaan met het bereiken van een klanttevredenheid van gemiddeld 7,2 met een laagste score van 6,0. Die score moet worden gehaald in het te houden klanttevredenheidonderzoek. Daarnaast stelt de DGW&T zich ten doel dat voor de medewerkertevredenheid, te meten in een medewerkersopinie-onderzoek, het eigen functioneren met minimaal 7,2 en de waardering voor het functioneren van de eigen directie met minimaal 6,6 gewaardeerd dient te worden. Bij zowel het klanttevredenheidonderzoek als het medewerkersopinie-onderzoek wordt als doel een respons van 65 % nagestreefd.

De begroting van baten en lasten

Bedragen x € 1 miljoen
 200112002220032004200520062007
BATEN       
Opbrengst moederdepartement81,983,478,979,980,383,283,3
Opbrengst overige departementen0,1 0,10,10,10,10,1
Opbrengst derden0,70,30,30,30,30,30,3
Rentebaten0,0 0,50,50,50,50,5
Bijzondere baten0,9      
Mutatie onderhanden werk0,8      
Totaal baten84,483,779,880,881,284,184,2
        
LASTEN       
Apparaatskosten       
* personeelskosten61,660,359,657,957,957,957,9
* uitbesteding5,94,70,50,50,50,50,5
* materiële kosten13,612,412,613,013,013,013,0
Rentelasten1,42,03,24,25,36,26,2
Afschrijvingskosten       
* materieel2,62,83,23,13,14,24,2
* immaterieel       
Dotaties voorzieningen0,8– 0,40,50,50,50,50,5
Bijzondere lasten0,90,2     
Buitengewone lasten       
Totaal lasten86,882,079,679,280,382,382,3
        
Saldo van baten en lasten– 2,41,70,21,60,91,81,9

1 Financiële verantwoording 2001.

2 vermoedelijk beloop.

Toelichting per post

BATEN

Opbrengsten moederdepartement.

De omzet voor vastgoeddiensten blijft een dalende tendens vertonen. De verwachting is dat de ingezette daling in de behoeftestelling aan infrastructuur van de diverse defensie-organisaties zich structureel zal voortzetten. Het resultaat (saldo baten en lasten) staat hierdoor onder zeer grote druk. Alleen door kostenbesparende maatregelen (personeelskosten en uitbesteding) zal het mogelijk zijn om een licht positief bedrijfsresultaat te blijven realiseren.

De toename van de opbrengst moederdepartement wordt veroorzaakt door het project voor de nieuwe huisvesting voor de Koninklijke marechaussee te Schiphol. In 2002 is een start gemaakt met de realisatie van deze huisvesting waarvan DGW&T het economisch eigendom verwerft. De door DGW&T aan het ministerie van Financiën te betalen rente en aflossing, worden bij de Koninklijke marechaussee in rekening gebracht. Het nieuwbouwproject wordt naar verwachting in 2005/2006 afgerond.

De verdeling van de opbrengsten van het moederdepartement naar de krijgsmachtdelen en andere is als volgt:

(in procenten)Ingenieurs-dienstenVastgoed-dienstenOverigeTotaal
Koninklijke marine6%7%0%13%
Koninklijke landmacht18%25%1%44%
Koninklijke luchtmacht10%18%0%28%
Koninklijke marechaussee2%1%0%3%
Overige (CO, Dico)3%3%6%12%
Totaal39%54%7%100%

Opbrengst overige departementen

De opbrengsten van overige departementen (de zogenaamde tweeden) worden verkregen door op beperkte schaal diensten te verlenen aan de Rijksgebouwendienst en de Centrale Opvang Asielzoekers (COA).

Opbrengst derden

De verkoop van bestekken aan aannemers ten behoeve van aanbestedingen is omzet van derden. De omzet uit activiteiten van de DGW&T in Budel wordt aan de Duitse overheid in rekening gebracht. Deze werden in het verleden verantwoord onder de opbrengsten van het moederdepartement. Hetzelfde geldt voor werkzaamheden voor de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO).

LASTEN

Personele lasten

Ten opzichte van de vorige begroting nemen de personele lasten af. De dalende behoeftestelling aan infrastructuur leidt tot een dalende capaciteitsbehoefte. Om een postief saldo van baten en lasten te blijven behouden moet de personele omvang hierop afgestemd blijven. Dit resulteert in minder tijdelijk personeel(inhuur- en uitzendkrachten). Daarnaast stijgen de kosten van het ambtelijk personeel met ongeveer 4% ten opzichte van de vorige begroting, als gevolg van het arbeids-voorwaardenakkoord uit 2001.

Personeelsomvang (gemiddelde bezetting)
 200112002220032004200520062007
Militair personeel46403737373737
Burgerpersoneel957989992980977977977
Overige categorieën:       
* inhuur, tijdelijke ambtenaren, uitzendkrachten292177171166164164164
* herplaatsers5370000
TOTAAL1 3001 2091 2071 1831 1781 1781 178
Gemiddelde loonlasten per vte (x € 1000)       
Ambtenaren42454545454545
Inhuurkrachten62808080808080

1 Financiële verantwoording 2001.

2 vermoedelijk beloop.

Materiële lasten

De materiële lasten blijven nagenoeg gelijk.

Uitbesteding

De uitbesteding betreft werkzaamheden voor projecten die omwille van kwalitatieve of kwantitatieve redenen worden uitbesteed aan derden. Als gevolg van de verwachte dalende afname van vastgoeddiensten door de krijgsmachtdelen en anderen zal ook de uitbesteding afnemen.

Rentelasten

De stijging die voor 2003 en verder is voorzien, is vooral het gevolg van de te betalen rente voor de nieuwe huisvesting van de Koninklijke marechaussee te Schiphol (zie ook de toelichting bij de baten). Tevens is in 2002 en 2003 sprake van een gedeeltelijke dubbele (huisvestings)rentelasten van de bestaande huisvesting van de directies Noord en Zuid en de in aanbouw zijnde huisvestingen te Zwolle en Tilburg.

Afschrijvingen

De afschrijvingslasten zijn ten opzichte van de vorige begroting toegenomen door de investeringen in huisvesting en ICT. De DGW&T past de lineaire afschrijvingsmethode toe.

(x € 1 miljoen)
 20022003
Afschrijvingen materiële vaste activa  
– gebouwen0,50,6
– automatisering1,41,7
– transport0,70,7
– overige0,20,2
Totaal2,83.2

De afschrijvingstermijnen zijn:

Immateriële vaste activan.v.t.
Materiële vaste activa 
Gebouwen50 jaar
(Houten) opslagloodsen, verhardingen25 jaar
Transportmiddelen4 á 6 jaar
Inventaris10 jaar
Computerapparatuur en overige5 jaar

Dotaties voorzieningen

De dotaties hebben betrekking op de volgende voorzieningen: groot onderhoud (€ 0,1 miljoen), garantieverplichtingen (€ 0,3 miljoen), contractrisico's (€ 0,1 miljoen). Verdere dotatie voor dubieuze debiteuren en eventuele vrijval van bestaande voorzieningen worden niet verwacht.

Resultaatbestemming

In deze begroting wordt uitgegaan van toevoeging van het resultaat aan de exploitatiereserve.

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1 miljoen
 200112002220032004200520062007
1. Rekening courant RHB 1 januari1,61,33,84,56,26,98,0
        
2. Totaal operationele kasstroom3,44,53,44,74,06,06,1
        
3a. -/- totaal investeringen– 4,2– 30,0– 10,8– 20,6– 25,8– 6,9– 1,3
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen0,80,34,74,30,30,30,3
3. Totaal investeringskasstroom– 3,4– 29,7– 6,1– 16,3– 25,5– 6,6– 1,0
        
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement– 4,50,00,0– 0,4– 0,9– 1,8– 1,9
4b. +/+ eenmalige storting door moederdepartement4,50,00,00,00,00,00,0
4c. -/- aflossingen op leningen– 2,3– 2,3– 7,4– 6,9– 2,7– 3,4– 3,6
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit2,030,010,820,625,86,91,3
4. Totaal financieringskasstroom– 0,327,73,413,322,21,7– 4,2
        
5. Rekening courant RHB 31 december1,33,84,56,26,98,08.9

1 Financiële verantwoording 2001.

2 vermoedelijk beloop.

Toelichting bij het kasstroomoverzicht DGW&T

In het overzicht van kapitaaluitgaven staat de meerjarige verwachting omtrent de omvang en besteding van de beschikbare investeringsruimte en de liquiditeitsverwachting in het algemeen centraal.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is het jaarlijkse totaal van het bedrijfsresultaat, de afschrijvingen, de mutaties in de voorzieningen en die in het netto werkkapitaal.

Investeringskasstroom

In de investeringskasstroom voor de jaren 2002 en 2003 zijn de voorziene investeringen in de huisvesting van de directies Noord en Zuid opgenomen. Tevens is de geplande nieuwbouw van het district Schiphol van de Koninklijke marechaussee verwerkt.

Financieringskasstroom

In de financieringskasstroom is het beroep op de leenfaciliteit uit hoofde van de geplande investeringen inclusief het district Schiphol van de Koninklijke marechaussee opgenomen. Voorts is de aflossing op de reeds afgesloten en nog af te sluiten leningen begroot.

Overzicht vermogensontwikkeling

Met ingang van deze begroting wordt het volgende overzicht dat inzage geeft in de meerjarig verwachte vermogensontwikkeling, in de begroting opgenomen.

(bedragen x € miljoen)
 200112002220032004200520062007
Eigen vermogen per 1/1– 1,11,02,72,94,14,14,1
        
* saldo van baten en lasten– 2,41,70,21,60,91,81,9
* directe mutaties in het eigen vermogen:       
– uitkeringen aan moederdepartement   – 0,4– 0,9– 1,8– 1,9
– exploitatiebijdrage moederdepartement       
– overige mutaties4,5      
        
Eigen vermogen per 31/121,02,72,94,14,14,14,1

1 Financiële verantwoording 2001.

2 vermoedelijk beloop.

Kengetallen

 2001200220032004200520062007
Productiviteit per directe medewerker (x € 1 000)81898992939897
Verhouding indirect/totaal26%26%27%27%26%26%26%
Flexibiliteit23%17%15%13%13%13%13%

Productiviteit per directe medewerker

Dit bedrag geeft de gefactureerde omzet per directe medewerker (met inbegrip van het uitbestedingsequivalent) weer. Het uitbestedingsequivalent is de in mensjaren uitgedrukte hoeveelheid werk die de DGW&T heeft uitbesteed c.q. zal gaan uitbesteden.

De productiviteit per directe medewerker zal de komende jaren stijgen. De relatief grote sprong in productiviteit ten opzichte van de vorige begroting is in belangrijke mate het gevolg van tariefeffecten in de omzetontwikkeling. Een positieve ontwikkeling in dit kengetal betekent niet zondermeer dat de productiviteit in reële termen is gestegen.

Verhouding indirect/totaal

Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen het aantal indirecte mensjaren en het totaal aantal mensjaren.

Flexibiliteit

Flexibiliteit: is de verhouding tussen enerzijds het aantal inhuurkrachten, tijdelijke contractanten en uitbestedingsequivalenten en anderzijds de totale bestede directe capaciteit. Uit de tabel blijkt dat de flexibiliteit in de directe sector zal dalen. Dit kengetal geeft niet uitsluitend beleids-doelstellingen van de DGW&T weer, ook knelpuntsituaties op de arbeidsmarkt beïnvloeden dit kengetal.

5. BIJLAGEN

Inhoudblz.
   
Bijlage 1:Verdiepingsbijlage174
Bijlage 2:Moties en toezeggingen194
Bijlage 3:Overzicht Wetgeving en circulaires198
Bijlage 4:Aanstellingsbehoefte199
Bijlage 5:Meerjarenramingen200
Bijlage 6:Kengetallen en volumegegevens217
Bijlage 7:Conversieoverzicht237
Bijlage 8:Trefwoordenregister (volgt)239
Bijlage 9:Lijst van afkortingen240

BIJLAGE 1 VERDIEPINGSBIJLAGE

Opbouw verplichtingen Beleidsartikel 01 Koninklijke marine (€ 1 000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 541 9951 189 7081 228 8581 093 4961 084 666 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 – 21 62521 89232 30123 14829 546 
Stand 1e suppletore begroting 2002 1 520 3701 211 6001 261 1591 116 6441 114 212 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Overheveling P&O 2000  – 2 587– 5 491– 2 450  
Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne – 4 400– 5 550– 1 168   
Wachtgelden 15 50511 66510 7299 8369 017 
Terugstallen Borstlap en DN-gelden  – 14 109– 14 400– 14 535– 14 685 
Bijstelling dollarkoers – 13 700     
Prijsbijstelling exploitatie  8 1658 0598 0328 168 
Beleidsmatige mutaties       
Mutaties burgerpersoneel 5 2415 1233 9352 3682 559 
Mutaties militair personeel – 1 263– 596183– 3 474– 9 044 
Inhuur personeel  6 0964 3091 1564 732 
Terugontvlechting DWS/IKS 5 7315 7195 7495 7495 749 
PRIME 3 800     
SHIP-II 1 3232 4493 5763 179205 
MMHS 3 3152 701729   
LCF-2 52 067– 24 1379 505– 17 245– 3 155 
Vervanger Zuiderkruis     – 5 400 
LPD-2 – 63 34132 8831 0441 262691 
Kleefprobleem STIR  5 500    
NH-90 295– 413– 104 681– 1 0425 949 
CUP-ORION 834– 400100100100 
PAM 34 07817 6382 9711 000526 
MILSATCOM 46 5093 8243 51510 25115 967 
NIMCIS   33 700   
Munitie – 10 068– 89 0136 1632 7083 750 
Aanpassing bestelmomenten investeringen 16 057– 5 2708 60013 8908 648 
Overige mutaties – 21 303– 2 066– 4 982– 2 025385 
Stand ontwerpbegroting 20031 359 0101 597 3511 234 9991 261 1701 170 5781 165 9031 387 750

Toelichting beleidsmatige mutaties (zowel voor de verplichtingen- als de uitgavenmutaties)

Mutaties burgerpersoneel:

Doordat de realisatie van de reductietaakstellingen langzamer verlopen dan aanvankelijk was voorzien is bijstelling van het budget noodzakelijk.

Militair personeel

De ramingen van het militair personeel zijn gebaseerd op een prognosemodel «Ontwikkeling van de sterkte militair personeel». Actualisering van de prognose maakt bijstelling van de budgetten noodzakelijk.

Inhuur personeel

Ten einde de onderhoudsactiviteiten op het Marine Vliegkamp Valkenburg, alsmede de beveiligingstaken op een aanvaardbaar niveau te kunnen continueren opdat de bedrijfsvoering niet in gevaar komt, is het op basis van de thans nog geldende uitgangspunten noodzakelijk het inhuur budget vanaf 2003 meerjarig te verhogen. Tevens maken aanpassingen in het vaar- en onderhoudsplan het noodzakelijk de beschikbare budgetten aan te passen.

Onderhoud geleide wapens

De introductie van nieuwe wapensystemen (SM-2, afvuurinstallatie MK41) heeft geleid tot bijstelling van de budgetten.

Activiteitenreductie

Het slechts voor 25% uitkeren van de gecalculeerde prijsbijstelling 2002 heeft voor het begrotingsjaar 2002 geleid tot een neerwaartse bijstelling van het activiteitenniveau, alsmede tot het verschuiven in de tijd van investeringsprojecten.

Terugontvlechting DWS/IKS

Met ingang van 2002 zijn de krijgsmachtdelen weer zelf volledig verantwoordelijk voor de totale personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie) waardoor de wervingsbudgetten weer aan de krijgsmachtdelen ter beschikking worden gesteld

Investeringsprojecten

PRIME

Dit project betreft de verwerving van een mobiele mijnenbestrijdingsmeetbaan ter vervanging van de verouderde vaste meetopstelling op het Haringvliet. Daarnaast biedt het meetsysteem de mogelijkheid om in het operatiegebied van KM eenheden, scheepssignaturen optimaal te bemeten en af te regelen.

SHIP-II

Het project SHIP II betreft het ontwerp, de realisatie en de invoering van een geïntegreerd productiesysteem voor de Dienst der Hydrografie voor de productie van elektronische zeekaarten, papieren zeekaarten en andere navigatorische producten.

MMHS

Als nieuw project wordt het message handling system (MMHS) opgenomen. De Koninklijke marine voert dit project voor geheel Defensie uit.

LCF

De financiële voortgang van het project loopt voorspoediger dan bij de begroting 2002 werd verwacht. Daardoor is in 2001 meer gerealiseerd dan geraamd en is in 2002 eveneens een hoger budget noodzakelijk. De projectplanning blijft ongewijzigd.

LPD-2

Als gevolg van de uitkomst van de onderhandelingen over het bouwmeestercontract is het zwaartepunt van de aanbouw in de jaren 2003 – 2004 komen te liggen. In de begroting 2002 werd nog uitgegaan van het zwaartepunt in de jaren 2005 – 2007. Dit heeft geen gevolgen voor het moment van operationeel worden van het schip.

PAM

De uitkomst van de onderhandelingen over de contracten voor de Sonar- en C2-apparatuur hebben geleid tot een gewijzigde fasering van de financiële behoefte. Hierbij is samengewerkt met de Belgische marine. De contracten zijn inmiddels in december 2001 ondertekend.

NH-90

Een actualisering van de ramingen op basis van de verwachte voortgang heeft geleid tot een herfasering van betalingsmomenten in 2005 en 2006.

MILSATCOM

De start van het korte termijndeel van het project is vertraagd. Tevens worden de ontvangststations op de fregatten van de Zeven Provinciënklasse later aangekocht. Daardoor is een andere fasering van het projectbudget nodig.

Munitie

Als gevolg van vertraging in het project ten behoeve van de productie van de Standard Missile 2 worden de ramingen voor 2002 en 2003 verlaagd. Tevens wordt de opbouw van de munitievoorraden voor het LCF vertraagd.

Informatievoorziening investeringen

Als gevolg van de spanning in het budget voor exploitatie vindt in 2002 en 2003 een verschuiving plaats vanuit de investeringen naar de exploitatie. De per saldo lagere raming voor alle jaren is het gevolg van verschuivingen tussen de Beleidsartikel 01 «Koninklijke marine» en het niet-beleidsartikel «Algemeen» (onderdeel «Kerndepartement») in het kader van programma management projecten.

Infrastructuur

Als gevolg van aanpassingen in de planningen van diverse infrastructurele projecten zijn de ramingen aangepast. De in omvang meest omvangrijke aanpassingen betreffen de infrastructuur van de marinekazerne Wilemsoord, het Koninklijk Instituut van de Marine, de marinevliegkampen De Kooy en Valkenburg, de Van Braam Houckgeestkazerne, de Van Gendtkazerne en de ingenieursdiensten.

Opbouw uitgaven Beleidsartikel 01 Koninklijke marine (€ 1 000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 338 0761 367 9821 341 0001 312 7841 288 385 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 79 81221 89232 30033 14729 546 
Stand 1e suppletore begroting 2002 1 417 8881 389 8741 373 3001 345 9311 317 931 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Overheveling P&O 2000  – 2 587– 5 491– 2 450  
Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne – 4 400– 5 550– 1 168   
Wachtgelden 15 50511 66510 7299 8369 017 
Terugstallen Borstlap en DN-gelden  – 14 109– 14 400– 14 535– 14 685 
Loonbijstelling 27 21328 41828 39528 45529 801 
Aandeel verwerving MRAT  – 1 044– 11 345– 7 306– 12 666 
MILSATCOM KL/Klu aandeel 839839    
Bijstelling dollarkoers – 13 700     
Bijstelling prijsbijstelling vanuit exploitatie naar investeringen – 7 227     
Prijsbijstelling exploitatie  8 1658 0598 0328 168 
Beleidsmatige mutaties       
Mutaties burgerpersoneel 5 2415 1233 9352 3682 559 
Mutaties militair personeel – 1 263– 596183– 3 474– 9 044 
Inhuur personeel  6 0964 3091 1564 732 
Onderhoud geleide wapens – 1 5302 3753 1171 446941 
Activiteitenreductie – 2 400     
Terugontvlechting DWS/IKS 5 7315 7195 7495 7495 749 
PRIME 687152 950   
SHIP-II 1 1232 2493 4763 679205 
MMHS 7154 7011 329   
LCF 6 760– 7 662– 20 3573 780627 
LPD-2 20522 41314 882– 9 890– 656 
PAM 4 912– 21 119– 15 6394 66025 412 
NH-90 95871194 796– 3 988 
MILSATCOM – 11 370– 1 5616 784– 9716 539 
Munitie – 3 959– 10 013– 3 790– 5 849– 12 838 
Informatievoorziening investeringen – 1 057– 836– 1 4891 298– 3 848 
Infrastructuur – 3 1415 74813 6201 1352 186 
Aanpassing kasritme overige exploitatie – 4 9357 724– 2802032 107 
Aanpassing kasritme overige investeringen 2 804– 9124 3665 233– 21 089 
Overige mutaties 693– 2 066– 5 023– 2 026387 
Stand ontwerpbegroting 20031 443 0221 434 8101 436 4431 411 8121 383 7071 337 5471 369 743
Opbouw ontvangsten Beleidsartikel 01 Koninklijke marine (€ 1 000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 50 35849 88849 88849 88749 887 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 2 45256 0001 0001 0001 000 
Stand 1e suppletore begroting 2002 52 810105 88850 88850 88750 887 
Nieuwe mutaties       
Beleidsmatige mutaties       
Verhoging in het kader van EACC  6 0006 000   
Overige mutaties 2 8983 1003 1002 1011 089 
Stand ontwerpbegroting 200345 28054 508115 92060 92153 92052 90852 908

Toelichting beleidsmatige mutaties:

Verhoging in het kader van EACC

Voor 2003 en 2004 worden hogere ontvangsten voorzien met betrekking tot case closures van FMS-cases. Hiertoe wordt een versnelde case closure procedure doorlopen (Enchanced Accelerated Case Closure (EACC).

Opbouw verplichtingen Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 2 917 3921 880 8571 934 2072 199 4962 336 554 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 – 330 13723 40447 07647 55445 501 
Stand 1e suppletore begroting 2002 2 587 2551 904 2611 981 2832 247 0502 382 055 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Overheveling wachtgelden en inactiviteitswedden 42 78435 52136 24434 16633 267 
Overheveling project P&O 2000 – 15 000 – 9 760   
Overheveling KM-aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne 4 4005 5501 168   
Loonbijstelling 46 37348 43848 63549 17251 914 
Overheveling Civiele Taken – 213– 213– 227– 221– 210 
Overheveling stalling P-gelden  – 51 404– 55 412– 55 516– 53 020 
Aandeel militaire pensioenen  – 5 613– 2 277– 630– 1 904 
Prijsbijstelling  33 11824 84519 67219 318 
Beleidsmatige mutaties       
Aanpassing begrotingssterkte  – 4 012– 9 065– 7 077– 9 384 
Terugontvlechting werving DWS/IKS 20 88620 72120 78120 78120 781 
Enterprice Resource Planning (ERP)  – 6 800– 6 800– 6 800– 9 080 
Trekker Oplegger Combinatie (Tropco) 400/650 KN  49 000    
Geneeskundig KL-aandeel 1 GNC     – 58 084 
Vervanging Straalzender  – 4 538– 19 059   
Titaan (overig)  26 00013 650   
Battlefield Management System   – 6 807 – 48 067 
Capaciteits upgrade program EOV   – 31 765   
NESRADS (BMC4I)  44 500    
NESRADS (SHORAD)     – 316 740 
Vervanging pantservoertuigen (GTK) 2 5002 8606 300– 428 820  
Vervanging pantservoertuigen (IGV)  – 6 845    
Antitank Middelbare dracht (MRAT)  7 88411 3457 30612 686 
Gevechtsveld controle radar  19 950    
Vervanging mijnsystemen     – 25 400 
Vervanging brugleggende Tank     – 88 500 
Wissellaadsystemen    266 000  
Aanpassing overige exploitatie 22 98667 77587 07784 723108 253 
Aanpassing bestelmomenten overige investeringen 4 94744 226– 57 572– 35 236– 48 558 
Stand ontwerpbegroting 20033 134 5892 716 9182 230 3792 032 5842 194 5701 969 3272 708 286

Toelichting beleidsmatige mutaties (zowel voor verplichtingen- als uitgavenmutaties):

Aanpassing begrotingssterkte

De begrotingssterke is in lijn gebracht met de bijgestelde wervingsverwachtingen.

Terugontvlechting DWS/IKS

Met ingang van 2002 zijn de krijgsmachtdelen weer zelf volledig verantwoordelijk voor de totale personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie) waardoor de wervings-budgetten weer aan de krijgsmachtdelen ter beschikking worden gesteld

Diverse mutaties investeringsprojecten

De mutaties van de uitgaven en de verplichtingen met betrekking tot de investeringen zijn met name het gevolg van de structurele budgetoverheveling naar de exploitatie teneinde het aldaar verwachte tekort in de komende jaren te kunnen afdekken. Als gevolg hiervan hebben prioriteitsstellingen met betrekking tot het investeringsplan plaatsgehad, waardoor projecten

• zijn komen te vervallen;

• kwantitatief neerwaarts zijn bijgesteld;

• in de tijd zijn verschoven en/of

• in de «wachtrij» zijn gezet, maar wel zodanig dat directe verdere uitvoering mogelijk is, indien in de toekomst investeringsgelden vrijvallen.

Aanpassing overige exploitatie

In de afgelopen jaren zijn de uitgaven met betrekking tot de (materiële) exploitatie gestegen. Onder meer vanwege de stabiele trend in de jaren 1995–1999 leek deze toename incidenteel van aard. Na analyse is echter gebleken, dat deze stabiele trend met name is toe te schrijven aan onder andere interingen op de voorraden en dat feitelijk sprake was en is van een structurele verhoging van de behoeften.

Als gevolg van de gewijzigde taakstelling kent het KL-materieel een grotere mate van diversiteit dan voorheen, wat noodzakelijkerwijs heeft geleid tot een meer «versnipperde» logistieke ondersteuning en dientengevolge tot hogere uitgaven. Met name het onderhoud aan nieuwe geavanceerde opleidingsleer- en gevechtsondersteunende middelen legt een extra druk op de exploitatiebegroting omdat de instroming ervan niet gepaard is gegaan met afstoting van soortgelijk materieel. Tevens is voornoemd onderhoud relatief duur vanwege de hogere kosten van hoogwaardig opgeleid personeel. Daarnaast hebben vertragingen in de afstoting van militaire objecten geleid tot onvoorziene extra onderhoudsbehoeften aan infrastructurele middelen.

Opbouw uitgaven Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 2 142 4182 131 0692 106 8772 054 4562 087 016 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 33 75723 40447 07647 55445 501 
Stand 1e suppletore begroting 2002 2 176 1752 154 4732 153 9532 102 0102 132 517 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Overheveling wachtgelden en inactiviteitswedden 42 78435 52136 24434 16633 267 
Overheveling project P&O 2000 – 5 445– 5 881– 2 228– 2 042  
Overheveling KM-aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne 4 4005 5501 168   
Loonbijstelling 46 37348 43848 63549 17251 914 
Diverse overheveling apparaatsuitgaven 413– 37– 174– 165– 116 
Overheveling stalling P-gelden  – 51 404– 55 412– 55 516– 53 020 
Aandeel militaire pensioenen  – 5 613– 2 277– 630– 1 904 
Projectmatige overheveling investeringen 1 7483 90012 6577 30612 686 
Prijsbijstelling  26 33824 94023 60723 568 
Beleidsmatige mutaties       
Aanpassing begrotingssterkte  – 4 012– 9 065– 7 077– 9 384 
Terugkomvlechting werving DWS/IKS 20 88620 72120 78120 78120 781 
Antitank Middelbare dracht (MRAT)  1 04411 3457 30612 686 
Enterprice Resource Planning (ERP)  – 6 800– 6 800– 6 800– 9 100 
Tracking & Tracing  – 6 8003 8602 1801 720 
Vervanging vrachtauto gewonden transport  – 9 100– 9 100– 2 000  
Wissellaadsystemen (WLS)  – 23 100– 35 800– 28 100– 29 900 
Trekker Oplegger Combinatie (Tropco) 400/650 KN  5 90010 0009 100– 17 700 
Titaan  5 70017 00013 2006 810 
NESRADS (BMC4I)  10 90033 600   
Vervanging pantservoertuigen (IGV)  3 800– 2 300– 4 500– 3 600 
Verbetering Leopard 2  7 7006 350600– 450 
Short Range Anti tank (SRAT)  – 22 700– 12 700   
Tactische indoorsimulatie (TACTIS)  16 6601 7009 530– 7 700 
Vervanging M109  1 80018 300– 4 40013 400 
Aanpassing overige exploitatie – 18 61879 01491 12284 666101 806 
Aanpassing kasritme overige investeringen – 5 300– 62 847– 117 733– 76 155– 58 588 
Stand ontwerpbegroting 20032 264 0652 263 4172 229 1652 238 0652 176 2392 219 6932 206 364
Opbouw ontvangsten Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 58 15358 49358 51658 51658 516 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 9 2131 0001 0001 0001 000 
Stand 1e suppletore begroting 2002 67 36659 49359 51659 51659 516 
Stand ontwerpbegroting 200382 46267 36659 49359 51659 51659 51659 516
Opbouw verplichtingen Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 539 2121 471 565979 0541 423 6773 311 736 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 106 499122 737139 818157 48762 306 
Stand 1e suppletore begroting 2002 1 645 7111 594 3021 118 8721 581 1643 374 042 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Overheveling wachtgelden en inactiviteitswedden 9 9787 1766 2875 8365 833 
Diverse overhevelingen tussen beleidsterreinen 87959491161141 
Overheveling P&O 2000 – 2 723– 3 540– 1 090– 1 997  
Loonbijstelling 20 62821 46921 40421 44322 906 
Overheveling stalling P-gelden  – 15 435– 15 910– 15 681– 16 606 
Bijstelling raming militaire pensioenen  – 1 815– 915– 78  
Beleidsmatige mutaties       
Aanpassing Militair personeel 2 7017 2732 6612 7141 907 
Terugontvlechting DWS/IKS 7 5037 4837 5217 5217 521 
Helikopteropleidingen 10 399– 10 421– 10 73511 400  
Omschrijving       
Onderhoud jachtvliegtuigen 13 9301 40818 595– 12 759– 7 745 
Onderhoud luchttransport 13 8422 1476 183   
Onderhoud helikopters 5 4793 212– 2 124– 3 804– 800 
Vervanging F-16 SDD-fase incl rentelasten 424 759– 97 000– 99 250– 115 650– 21 150 
Vervanging F-16 Nederlandse Projecten     11 340 
Vervanging F-16 productie fase    2 420 500– 2 336 424 
Apache generiek capaciteitsverbetering 1 612– 91 11627 12415 100  
Unmanned Aerial Vehicles 20090 600 – 90 575  
Link 16 – 34 17860 866    
Brandstoffen  – 4 957 – 5 186  
Pharos  18 600    
F-16 ALQ-131 Update  – 82 72472 800   
F-16 Verbetering lucht-grond bewapening – 77 14378 520    
Aanpassing infrastructuur 74 478– 32 6946 632   
Aanpassing bestelmomenten overige exploitatie 73 265– 10 71718 668– 29 90026 945 
Aanpassing bestelmomenten overige investeringen 238 775– 75 73418 824– 40 770– 20 499 
Stand ontwerpbegroting 20031 605 3162 430 0951 467 4971 196 4583 749 8891 047 3111 382 510

Toelichting beleidsmatige mutaties (zowel voor de verplichtingen- als de uitgavenmutaties)

Aanpassing militair personeel

Dit betreft een bijstelling als gevolg van de aangepaste begrotingssterkte en het verwerken van de algemene salarismaatregelen.

Opleidingen

Door de jachtvliegopleiding deels in Nederland te verzorgen is het budget dat voor opleidingen in de VS was begroot neerwaarts bijgesteld. Bij helikopteropleidingen is het aangaan van contracten in de tijd bijgesteld.

Onderhoud

Dit betreft onderhoud voor zowel jachtvliegtuigen, luchttransport als helikopters. Voor de jachtvliegtuigen en voor luchttransport zijn de contracten zowel in volume als tijd bijgesteld. Daarnaast zijn reparaties die in de VS worden uitgevoerd duurder geworden. Het onderhoud aan helikopters is neerwaarts bijgesteld door een correctie op de LOA VZL (Apache).

Vervanging F-16

De budgetten zijn afgestemd op de businesscase en de afgesloten MOU inzake de SDD fase van de JSF.

Apache generieke capaciteitsverbetering

In samenwerking met de Koninklijke landmacht heeft een studie plaatsgevonden inzake de generieke capaciteitsverbetering van de Apache. De budgetten zijn in lijn gebracht met deze studie.

Unmanned Aerial Vehicles

Het verplichtingenbudget is aangepast op grond van de MOU met Frankrijk.

Link 16

Door een vertraging in het besluitvormingsproces is het afsluiten van de LOA vertraagd waardoor de verplichting later wordt aangegaan. Het budget is hiermee in lijn gebracht.

Brandstoffen

Het verbruik van brandstof is gebaseerd op het aantal geplande vlieguren. De benodigde budgetten sluiten door deze bijstelling aan op het geplande vliegprogramma.

Pharos

Dit betreft een nieuw programma.

F-16 ALQ-131 update

De studie die plaatsvindt ten aanzien van de update van de ALQ-131 heeft vertraging opgelopen. Deze is in de budgetten verwerkt.

F-16 verbetering lucht-grond bewapening

De verwerving van dit project heeft vertraging opgelopen waardoor de verplichting een jaar later wordt aangegaan.

Aanpassing infrastructuur

De budgetten zijn aangepast aan de verwervingscapaciteit en de bijgestelde behoefte.

Transporthelikopters zelfbescherming

Door vertragingen in de betalingen in 2001 is het uitgavenbudget in 2002 toegenomen.

HAWK vervanging

De budgetten zijn aangepast aan de ontwikkelingen en beschikbare gegevens inzake de Patriot-deal met Duitsland.

Herfasering Luchtmobiele Brigade

De budgetten zijn aangepast aan de DMP documenten D inzake zelfbescherming.

Opbouw uitgaven Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 315 9891 266 4751 268 6991 288 0161 371 182 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 106 499122 737139 818157 48662 306 
Stand 1e suppletore begroting 2002 1 422 4881 389 2121 408 5171 445 5021 433 488 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Overheveling wachtgelden en inactiviteitswedden 9 9787 1766 2875 8365 833 
Diverse overhevelingen tussen beleidsterreinen 87959491161141 
Overheveling P&O 2000 – 2 723– 3 540– 1 090– 1 997  
Loonbijstelling 20 62821 46921 40421 44322 906 
Overheveling stalling P-gelden  – 15 435– 15 910– 15 681– 16 606 
Bijstelling raming militaire pensioenen  – 1 815– 915– 78  
Beleidsmatige mutaties       
Aanpassing Militair personeel 2 7017 2732 6612 7141 907 
Terugontvlechting DWS/IKS 7 5037 4837 5217 5217 521 
Opleidingen jachtvliegers – 6 014– 4 714– 526 5 955 
Onderhoud jachtvliegtuigen – 3 9301 40812 79210 7594 745 
Onderhoud luchttransport 4 8427 1474 2183 3842 581 
Onderhoud helikopters – 9 479– 1 212– 2 124– 2 804– 800 
Brandstoffen – 8 856– 2 475– 2 482– 2 527– 2 659 
Vervanging F-16 SDD-fase incl rentelasten 7 200– 7 200– 9 556– 7 6795 728 
Transporthelikopters zelfbescherming 11 654– 1 450– 243   
Vervanging F-16 productie fase     – 11 340 
Apache generiek capaciteitsverbetering – 2 727– 9 967– 19 4396 22921 114 
Vervanging F-16 Nederlandse Projecten     11 340 
Pharos – 64– 644 9286 7436 743 
F-16 ALQ-131 Update  – 1 361911– 13 581– 8 276 
Hawk vervanging 7022 86928 415– 10 414– 10 103 
Aanpassing infrastructuur 3 7322 818– 1 682– 840583 
Herfasering Luchtmobiele Brigade – 35 85411 232– 1149 2753 732 
Aanpassing kasritme overige exploitatie 20 3055 8787 7575 9975 997 
Aanpassing kasritme overige investeringen – 6 217– 10 882– 6 40312 043– 15 954 
Stand ontwerpbegroting 20031 374 3131 436 1161 424 4441 445 8381 482 4561 474 4761 437 906
Opbouw ontvangsten Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 38 09738 09738 09738 09738 097 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 1 0001 0001 0001 0001 000 
Stand 1e suppletore begroting 2002 39 09739 09739 09739 09739 097 
Stand ontwerpbegroting 200337 68339 09739 09739 09739 09739 09739 097
Opbouw verplichtingen beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 286 408189 758290 466284 267273 454 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 – 43 090– 139 276– 41 980– 45 762– 48 462 
Stand 1e suppletore begroting 2002 329 498329 034332 446330 029321 916 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Diverse overhevelingen tussen beleidsartikelen – 1 021– 1 189– 387– 644– 150 
Hogere ontvangsten 392392492592592 
Aandeel ramingsbijstelling militaire pensioenen  – 412– 81– 205– 488 
Uitdeling loonbijstelling 2002 8 5178 9478 9868 9329 362 
Terugstallen budgetten nieuw P-beleid  – 6 120– 6 159– 6 252– 6 290 
Overheveling wachtgelden 821717703716716 
Prijsbijstelling 2002/2003 e.v. – 1 6652 5212 4172 2662 016 
Beleidsmatige mutaties       
Uitbreiding Schipholteam (drugskoeriers) 750950950950950 
Terugontvlechting DWS/IKS 1 7341 7341 7341 7341 734 
Overige mutaties 6 5048 0156 6036 37511 935 
Stand ontwerpbegroting 2003300 634345 530344 589347 704344 493342 293344 213

Toelichting beleidsmatige mutaties (zowel voor de verplichtingen- als de uitgavenmutaties):

Uitbreiding Schipholteam (drugskoeriers)

Door het ministerie van Justitie wordt met deze budgetoverheveling invulling gegeven aan de uitbreiding van het Schipholteam met 15 vte'n om uitvoering te geven aan het actieplan «drugskoeriers».

Terugontvlechting DWS/IKS

Met ingang van 2002 zijn de krijgsmachtdelen weer zelf volledig verantwoordelijk voor de totale personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie) waardoor de wervings-budgetten weer aan de krijgsmachtdelen ter beschikking worden gesteld.

Opbouw uitgaven beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 293 674294 001293 274287 869281 629 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 42 29039 27641 98045 76148 462 
Stand 1e suppletore begroting 2002 335 964333 277335 254333 630330 091 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Diverse overhevelingen tussen beleidsartikelen – 1 021– 1 189– 387– 644– 150 
Hogere ontvangsten 392392492592592 
Aandeel ramingsbijstelling militaire pensioenen  – 412– 81– 205– 488 
Uitdeling loonbijstelling 2002 8 5178 9478 9868 9329 362 
Terugstallen budgetten nieuw P-beleid  – 6 120– 6 159– 6 252– 6 290 
Overheveling wachtgelden 821717703716716 
Prijsbijstelling 2002/2003 e.v. – 1 6652 5212 4172 2662 016 
Beleidsmatige mutaties       
Uitbreiding Schipholteam (drugskoeriers) 750950950950950 
Terugontvlechting DWS/IKS 1 7341 7341 7341 7341 734 
Overige mutaties – 1 697– 1 698– 1 700– 1 700– 1 701 
Stand ontwerpbegroting 2003285 970345 529340 853343 943341 753338 566340 486
Opbouw ontvangsten beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 4 8084 8084 8084 8084 808 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002       
Stand 1e suppletore begroting 2002 4 8084 8084 8084 8084 808 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Hogere ontvangsten 392392492592592 
Stand ontwerpbegroting 20035 3625 2005 2005 3005 4005 4005 500
Opbouw verplichtingen en uitgaven Beleidsartikel 09 Uitvoeren vredesoperaties (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 170 177172 901172 901172 901172 901 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 93 9005 5005 5005 5005 500 
Stand 1e suppletore begroting 2002 264 077178 401178 401178 401178 401 
Stand ontwerpbegroting 2003198 290264 077178 401178 401178 401178 401178 401
Opbouw ontvangsten Beleidsartikel 09 Uitvoeren vredesoperaties (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 4071 4071 4071 4071 407 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 5 500     
Stand 1e suppletore begroting 2002 6 9071 4071 4071 4071 407 
Stand ontwerpbegroting 200354 9536 9071 4071 4071 4071 4071 407
Opbouw verplichtingen Beleidsartikel 10 Civiele taken (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 32 39932 03231 47131 54531 566 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 5 602292929  
Stand 1e suppletore begroting 2002 38 00132 06131 50031 57431 566 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Prijsbijstelling 213213227221210 
Loonbijstelling 669701701703725 
Prijsbijstelling – 320373361363363 
Overige mutaties 396– 322– 419– 415– 411 
Stand ontwerpbegroting 200323 55039 15933 02632 37132 44632 45232 449
Opbouw uitgaven Beleidsartikel 10 Civiele taken (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 32 39932 03231 47131 54531 566 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 5 602292929  
Stand 1e suppletore begroting 2002 38 00132 06131 50031 57431 566 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Prijsbijstelling 213213227221210 
Loonbijstelling 669701701703725 
Prijsbijstelling – 320373361363363 
Overige mutaties 556– 322– 418– 415– 412 
Stand ontwerpbegroting 200335 65139 11933 02632 37132 44632 45232 449
Opbouw ontvangsten Beleidsartikel 10 Civiele taken (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 5 3375 2925 0654 7024 702 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002       
Stand 1e suppletore begroting 2002 5 3375 2925 0654 7024 702 
Stand ontwerpbegroting 20037 7945 3375 2925 0654 7024 7024 702
Opbouw verplichtingen Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 88 425270 48486 06594 52393 028 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 83 0131 0401 0407701 040 
Stand 1e suppletore begroting 2002 171 438271 52487 10595 29394 068 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Loonbijstelling 813853856856856 
Prijsbijstelling – 2 2062 0153 0064 0271 000 
Beleidsmatige mutaties       
Intensivering EVDB (Strategisch Akkoord)  10 00030 00040 00050 000 
Overige mutaties 38118 613– 2 000– 3 000  
Stand ontwerpbegroting 2003132 486170 426303 005118 967137 176145 924145 924

Toelichting beleidsmatige mutaties (zowel voor de verplichtingen- als de uitgavenmutaties):

Intensivering EVDB (Strategisch Akkoord)

In het strategisch akkoord is overeengekomen om met ingang van het begrotingsjaar 2006 te komen tot een structurele voorziening voor EVDB ter grootte van € 50,0 miljoen

Opbouw uitgaven Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 92 824127 177149 925185 14693 028 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 83 0131 0401 0401 0401 040 
Stand 1e suppletore begroting 2002 175 837128 217150 965186 18694 068 
Niuewe mutaties       
Technische mutaties       
Loonbijstelling 813853856856856 
Prijsbijstelling – 2 2062 0153 0064 0271 000 
Terugboeking vanuit Koninklijke marine     13 613 
Overige mutaties 200     
Beleidsmatige mutaties       
Intensivering EVDB (Strategisch Akkoord)  10 00030 00040 00050 000 
Stand ontwerpbegroting 2003131 395174 644141 085184 827231 069159 537145 924
Opbouw ontvangsten Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 14 43014 43014 43014 43014 430 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002       
Stand 1e suppletore begroting 2002 14 43014 43014 43014 43014 430 
Stand ontwerpbegroting 20034 95214 43014 43014 43014 43014 43014 430
Opbouw verplichtingen niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 256 502255 274246 661247 187241 755 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 – 4 8162 283– 720– 740– 606 
Stand 1e suppletore begroting 2002 261 318252 991247 381247 927242 361 
Technische mutaties       
Diverse overhevelingen tussen beleidsartikelen exploitatie 1421 1841 0861 086959 
Diverse overhevelingen tussen beleidsartikelen investeringen – 297– 602– 161– 387– 25 
Ramingsbijstelling ontvangsten 2 3511 0701 070   
Aandeel ramingsbijstelling militaire pensioenen  – 124– 24– 61– 146 
Uitdeling loonbijstelling 2002 4 8235 0695 0615 0755 234 
Terugstallen budgetten nieuw P-beleid  – 2 341– 2 342– 2 342– 2 342 
Herfasering restant A&O-gelden – 635     
Overheveling wachtgelden 3 8563 2432 9732 8022 801 
Uitdeling prijsbijstelling – 2 6043 4993 3573 3363 446 
Beleidsmatige mutaties       
Terugontvlechting DWS/IKS – 36 912– 36 772– 36 772– 36 772– 36 772 
Herfasering bedrijfsrestaurant IDL – 2 600– 2001 200   
Overheveling diensten van kerndepartement 7 2207 1157 1157 1157 115 
Aanpassing bestelmomenten overige exploitatie 732     
Aanpassing bestelmomenten overige investeringen 10 497– 2 8933 9374 37911 476 
Overige mutaties 219199194192191230 958
Stand ontwerpbegroting 2003269 318248 110231 438234 075232 350234 298230 958

Toelichting Beleidsmatige mutaties (zowel voor de verplichtingen- als de uitgavenmutaties):

Terugontvlechting DWS/IKS

De krijgsmachtdelen zijn met ingang van 2002 zelf weer volledig verantwoordelijk voor de totale personeelsvoorziening, met uitzondering van keuring en selectie. De hierbij behorende budgetten zijn weer teruggeboekt naar de krijgsmachtdelen.

Herfasering bedrijfsrestaurant IDL

Door vertraging in de bouw is herfasering van het budget noodzakelijk gebleken.

Overheveling diensten van het kerndepartement

Met ingang van het begrotingsjaar is het Centraal Bureau Militaire Salarissen ondergebracht bij het Dico. Tevens wordt met ingang van 2002 een aanvullende deel van de documentaire informatievoorziening van het Kerndepartement verzorgd door het Dico.

Opbouw uitgaven niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 255 568254 185247 312247 278249 999 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 – 4 8122 283– 720– 740– 606 
Stand 1e suppletore begroting 2002 260 380251 902248 032248 018250 605 
Technische mutaties       
Diverse overhevelingen tussen beleidsartikelen exploitatie 1421 1841 0861 086959 
Diverse overhevelingen tussen beleidsartikelen investeringen – 297– 602– 161– 387– 25 
Ramingsbijstelling ontvangsten 2 3511 0701 070   
Aandeel ramingsbijstelling militaire pensioenen  – 124– 24– 61– 146 
Uitdeling loonbijstelling 2002 4 8235 0695 0615 0755 234 
Terugstallen budgetten nieuw P-beleid  – 2 341– 2 342– 2 342– 2 342 
Herfasering restant A&O-gelden – 635     
Overheveling wachtgelden 3 8563 2432 9732 8022 801 
Uitdeling prijsbijstelling – 2 6043 4993 3573 3363 446 
Beleidsmatige mutaties       
Herfasering bedrijfsrestaurant IDL – 3 9483 494454   
Terugontvlechting DWS/IKS – 36 912– 36 772– 36 772– 36 772– 36 772 
Overheveling diensten van kerndepartement 7 2207 1157 1157 1157 115 
Overige mutaties 219199194192191 
Stand ontwerpbegroting 2003269 726234 595236 936230 043228 062231 066231 420
Opbouw ontvangsten niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning Krijgsmacht (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 21 56121 43121 21221 39021 352 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002       
Stand 1e suppletore begroting 2002 21 56121 43121 21221 39021 352 
Technische mutaties       
Ramingsbijstelling 2 3511 0701 070   
Stand ontwerpbegroting 200326 87523 91222 50122 28221 39021 35221 352
Opbouw verplichtingen en uitgaven niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002499499499499499499 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 420408408408408 
Stand 1e suppletore begroting 2002 919907907907907 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Prijsbijstelling – 911111111 
Stand ontwerpbegroting 2003908910918918918918918
Opbouw verplichtingen en uitgaven niet-beleidsartikel 80 Nominaal en Onvoorzien (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 181 763155 472154 514181 405157 685 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 – 29 94094 38238 23637 12444 172 
Stand 1e suppletore begroting 2002 151 823249 854192 750218 529201 857 
Nieuwe mutaties       
Uitdeling loonbijstelling – 152 707– 173 911– 175 498– 176 750182 622 
Overboeking naar Algemeen – 20 118     
Tegemoetkoming fiscalisering dienstautos  550550550550 
Hogere ontvangsten DTO 4 044     
Afrekening eindejaarsmarge 6 110     
Herfasering bedrijfsrestaurant IDL 3 948– 3 494– 454   
Prijsbijstelling 107 630     
Taakstellingen Regeerakkoord       
Volume- en efficiency taakstelling personeel  – 51 016– 92 781– 134 546– 167 061 
Taakstelling inhuur  – 7 000– 7 000– 7 000– 7 000 
Taakstelling subsidies  – 2 363– 3 938– 5 513– 6 300 
Niet uitgedeelde prijsbijstelling  – 56 588– 55 767– 54 787– 53 751 
Ramingsbijstelling dollarkoers SDD  – 30 000– 20 000– 10 000  
Stand ontwerpbegroting 2003 100 730– 73 968– 162 138– 169 517– 214 327– 218 023

Toelichting mutaties

Uitdeling loonbijstelling

De voor 2002 berekende loonbijstelling is uitgedeeld over de (niet)- beleidsartikelen.

Overboeking naar Algemeen

Naar het niet-beleidsartikel 90 Algemeen zijn gelden overgeboekt voor de jaarlijks terugkerende lumpsum betaling aan de Belastingdienst voor de tegemoetkoming in de fiscalisering van de van Rijkswege verstrekte huisvesting en voeding voor defensiepersoneel.

Tegemoetkoming fiscalisering dienstauto's

Defensie is gecompenseerd voor de gevolgen van de fiscalisering van het gebruik van dienstauto's.

Hogere ontvangsten DTO

Door de Defensie Telematica Organisatie wordt een deel van de winst over het afgelopen begrotingsjaar afgestort aan het moederdepartement aangezien het vermogen per ultimo december 2002 de voorgeschreven norm overschreed.

Eindafrekening eindejaarsmarge 2001

De eindafrekening van het afgelopen begrotingsjaar heeft geleid tot een bijstelling van de eindejaarsmargen

Herfasering bedrijfsrestaurant IDL

Door vertraging in de aanbesteding van het bedrijfsrestaurant IDL, geraamd op het artikel 60 Ondersteuning Krijgsmacht, is herfasering van het budget noodzakelijk gebleken. Deze herfasering loopt over het artikel Nominaal en Onvoorzien.

Prijsbijstelling

Deze mutatie betreft de door het ministerie van Financiën uitgedeelde prijsbijstelling, inclusief de dollarcompensatie (€ 24,071 miljoen), alsmede het terughalen van 75 % van de reeds bij 1e suppletore begroting ten laste van dit artikel uitgedeelde prijsbijstelling (€ 83,559 miljoen). Dit als uitvloeisel van het feit dat slechts 25% van de gecalculeerde prijsbijstelling aan Defensie is uitgekeerd.

Strategisch Akkoord

De taakstellingen zoals neergelegd in het Strategisch Akkoord, aangevuld met het niet aan Defensie uitgedeelde deel van de gecalculeerde prijsbijstelling, is in afwachting van het invullen met concrete beleidsmatige maatregelen op dit artikel gestald.

Opbouw verplichtingen niet-beleidsartikel 90 Algemeen (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 187 9451 169 3871 204 4281 236 8421 231 919 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 46 14175 90677 01376 63276 594 
Stand 1e suppletore begroting 2002 1 234 0861 245 2931 281 4411 313 4741 308 513 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Uitvoering project P&O 2000 8 89416 3389 4399 711  
Onderzoeken belastingdienst 20 703     
Honorering milieuprojecten  – 2 637– 1 930   
Stalling Borstlap  89 51094 22394 32592 943 
Prijsbijstelling – 6653 8474 3134 3384 371 
Ramingsbijstelling 19025 662– 6 897– 21 09612 823 
Loonbijstelling 37 99040 47842 05442 87742 635 
Overboeking wachtgelden – 71 115– 55 978– 54 641– 51 184– 49 506 
Overige mutaties – 7052 8261 7781 5061 870 
Beleidsmatige mutaties       
Overboeking diensten naar Ondersteuning Krijgsmacht – 7 220– 7 115– 7 115– 7 115– 7 115 
Stand ontwerpbegroting 20031 193 5341 222 1581 358 2241 362 6651 386 8361 406 5341 411 158

Toelichting beleidsmatige mutaties (zowel voor verplichtingenals uitgavenmutaties):

Overboeking diensten naar Ondersteuning Krijgsmacht

Met ingang van het begrotingsjaar is het Centraal Bureau Militaire Salarissen ondergebracht bij het Dico. Tevens wordt met ingang van 2002 een aanvullende deel van de documentaire informatievoorziening van het kerndepartement verzorgd door het Dico.

Opbouw uitgaven niet-beleidsartikel 90 Algemeen (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 1 193 9341 176 1251 220 0981 236 8421 231 928 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 47 14275 90677 01376 63176 585 
Stand 1e suppletore begroting 2002 1 241 0761 252 0311 297 1111 313 4731 308 513 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Uitvoering project P&O 2000 8 89416 3389 4399 711  
Onderzoeken belastingdienst 20 703     
Honorering milieuprojecten  – 2 637– 1 930   
Stalling Borstlap  89 51094 22394 32592 943 
Ramingsbijstelling 19025 662– 6 897– 21 09612 823 
Prijsbijstelling – 6653 8474 3134 3384 371 
Loonbijstelling 37 99040 47842 05442 87742 635 
Overboeking wachtgelden – 71 115– 55 978– 54 641– 51 184– 49 506 
Overige mutaties 2442 2492 3232 2792 102 
Beleidsmatige mutaties       
Overboeking diensten naar Ondersteuning Krijgsmacht – 7 220– 7 115– 7 115– 7 115– 7 115 
Stand ontwerpbegroting 20031 190 6561 230 0971 364 3851 378 8801 387 6081 406 7671 411 932
Opbouw ontvangsten niet-beleidsartikel 90 Algemeen (€ 1000)
 2001200220032004200520062007
Stand ontwerpbegroting 2002 7 8319 2838 1038 8756 107 
Mutatie 1e suppletore begroting 2002 227     
Stand 1e suppletore begroting 2002 8 0589 2838 1038 8756 107 
Nieuwe mutaties       
Technische mutaties       
Hogere ontvangsten DTO 4 044     
Stand ontwerpbegroting 200312 40112 1029 2838 1038 8756 1076 107

BIJLAGE 2 MOTIES EN TOEZEGGINGEN

Overzicht van de door de Staten-Generaal aanvaarde moties en door de bewindslieden in het vergaderjaar 2001–2002 gedane toezeggingen.

A. Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

Omschrijving van de motieVindplaatsStand van zaken
Motie Van den Doel c.s. inzake het verzoek de Kamer vóór 1 april 2002 een herziening van het reservistenbeleid te doen toekomen, met daarbij een overzicht van maatregelen en het daarbij behorende tijdpad.Ingediend tijdens het debat over de begroting van Defensie voor het jaar 2002, d.d. 31 oktober 2001. 28 000 X nr. 13.Zie toezeggingen
   
Motie Van Ardenne-van der Hoeven/Albayrak inzake het verzoek in overleg met het Defensie vrouwennetwerk een strategisch actieplan op te stellen en uit te voeren om voor 2010 het percentage vrouwen in de Defensie-organisatie tenminste op het afgesproken niveau te brengen.Ingediend tijdens het debat over de begroting van Defensie voor het jaar 2002, d.d. 31 oktober 2001. 28 000 X nr. 15. 
   
Motie Van den Doel/Zijlstra inzake het draaginsigne veteranenIngediend tijdens het debat over de begroting van Defensie voor het jaar 2002, d.d. 31 oktober 2001. 28 000 X nr. 16. 
   
Motie J. M. de Vries c.s. inzake het opnemen in de Militaire Ambtenarenwet van instemming van de ouders of wettelijke vertegenwoordigers voor aspirant-militairenIngediend tijdens VAO 17-jarigenproblematiek, d.d. 25 juni 2002. 26 900 nr. 54 

B. Door de bewindslieden gedane toezeggingen

Omschrijving van de toezeggingVindplaatsStand van zaken (per 1/8/2002)
Gedragsregels voor de Nederlandse militairen in de VAE en OmanAlgemeen overleg van 27 juni 2002Kamerstuk 26 122, nr. 39Zie brief d.d. 17 juli 2002Kamerstuk def0200151
   
Samenvoeging luchtverdediging op De Peel:  
DMP-A document aanpassing en uitbreiding infrastructuur op De Peel in laatste kwartaal 2001 aanbiedenBrief d.d. 18 oktober 2001Kamerstuk 26 900, nr 41Zie brief d.d. 25 maart 2002Kamerstuk 26 900, nr. 50.
   
Brief voortgang van veranderingsproces en wijzigingen in topstructuur van kerndepartement vóór begrotingsbehandeling aanbiedenBrief d.d. 12 oktober 2001Kamerstuk 28 000X, nr. 4Zie brief d.d. 17 oktober 2001Kamerstuk 26 237, nr. 12.
   
Brief materieellogistieke informatievoorziening vóór eind 2001 aanbiedenBrief d.d. 23 oktober 2001Kamerstuk 28 000Zie brief d.d. 17 januari 2002Kamerstuk 28 000 X, nr. 21.
   
Brief over inzet KL-personeel op SchipholBegrotingsonderzoek d.d. 18 oktober 2001Kamerstuk 28 000, nr. 9.Zie brief d.d. 19 oktober 2001 Nr. S2001011358
   
Taakgroep Terrorisme en Defensie en bescherming BC-wapensDebat begroting d.d. 31 oktober 2001 Handelingen 17Zie brief d.d. 18 januari 2002 Kamerstuk 27 925, nr. 40.
   
Informatie over peace-enforcing brigadeDebat begroting d.d. 31 oktober 2001Handelingen 17Zie brief d.d. 15 november 2001Kamerstuk 28 000 X, nr. 20.
   
Informatie over onderzoek naar ongewenst gedragBrief d.d. 3 oktober 2001Kamerstuk 26 237, nr. 11.Zie brief d.d. 12 februari 2002Kamerstuk def0200027
   
Reactie op rapport Commissie OpperbevelhebberschapBrief d.d. 19 april 2002Kamerstuk def0200207Zie brief d.d. 21 april 2002Kamerstuk 26 237, nr. 13.
   
Overkoepelende bestuursorganisatie militaire geschiedschrijvingBrief d.d. 21 januari 2002Kamerstuk def0200013Zie brief 7 mei 2002 Kamerstuk def0200109
   
Resultaten voorstudie vervanging pantservoertuigen aanbieden in voorjaar 2002Brief d.d. 23 oktober 2001Kamerstuk 26 396, nr. 9.Zie brief d.d. 18 maart 2002Kamerstuk 26 396, nr. 11.
   
Onderzoeken n.a.v. aanrijding met Turkse burgerBrief 4 december 2001Aanhangsel van Handelingen 351 vergaderjaar 2001–2002Zie brief d.d. 29 mei 2002Aanhangsel van Handelingen 1221 vergaderjaar 2001–2002
   
Resultaten nieuwe (externe) audit belastingfaciliteiten BRD aanbieden in voorjaar 2002Brief d.d. 24 september 2001 en Algemeen overleg op 4 oktober 2001Kamerstukken 17 050, nr. 223 en 224Onderzoek is in juli 2002 aangevangen
   
NATO force structure review/HRF hoofdkwartier:Na besluitvorming zal Kamer geïnformeerd wordenBrief d.d. 17 oktober 2001Kamerstuk 28 000 X, nr. 7.Kamer zal worden geïnformeerd
   
Brief over afronding B/C-fase van project luchtverkenningssysteem zal Kamer in 2002 ontvangenBrief d.d. 23 oktober 2001Kamerstuk def0000163Kamer zal worden geïnformeerd
   
Cijfers verloop vrouwelijke BOT-ers worden vóór april 2002 aangeboden t.b.v. jaarlijks overleg terzakeBrief d.d. 23 oktober 2001Kamerstuk def0000163Bij volgende overleg worden cijfers aangeboden
   
Studie inzake planning van vredesoperaties. Nadat de studie is voltooid zal de Kamer geïnformeerd wordenBrief d.d. 23 oktober 2001Kamerstuk def0000163  
   
Personele problemen Kmar: Rapport van Universiteit van Utrecht wordt binnen Kmar geëvalueerd en teruggekoppeld met het personeel. Het definitieve oordeel over het rapport zal medio december 2001 worden gezondenBrief d.d. 11 september 2001 Nr. D2001002827Aanhangsel van Handelingen 1712 vergaderjaar 2000–2001Naar verwachting zomer 2002
   
Rapportage werkgroep reservistenDebat begroting d.d. 31 oktober 2001 Handelingen 17Zie brief 22 februari 2002 Kamerstuk 27 925, nr. 45
   
Uitkomsten afweging tussen Venlo en Nieuw Milligen t.a.v. DARS zullen niet eerder dan medio 2002 bekend zijnBrief d.d. 10 januari 2002Kamerstuk 26 900, nr. 44Kamer zal worden geïnformeerd
   
NAVO en terrorismebestrijding: In aanloop naar NAVO-top van Praag in november 2002 wordt de Kamer over de rol van de NAVO bij bestrijding van terrorisme nader ingelichtBrief d.d. 22 februari 2002Kamerstuk 27 925, nr. 45Kamer zal worden geïnformeerd
   
Maritieme TMD: Kamer inlichten over uitkomsten onderzoek door de VS naar alternatieven voor ontwikkeling van de Standard Missile 2 block IVAAlgemeen overleg d.d. 28 maart 2002 Kamerstuk 27 857, nr. 4Kamer zal worden geïnformeerd
   
Eindevaluatie Luchtmobiele brigade: Over de operationele gereedheidsstatus wordt de Kamer te zijner tijd geïnformeerd; over de evaluatie van beide helikopterprojecten wordt de Kamer na beëindiging in 2004 en 2006 met een E-brief nader geïnformeerdBrief d.d. 15 april 2002 Kamerstuk 22 327, nr. 52Kamer zal worden geïnformeerd
   
Mechanische Centrale Werkplaats: Studie naar toekomst hoger onderhoud van de KLBrief d.d. 7 juni 2002Kamerstuk def0200127Kamer zal worden geïnformeerd
   
ABM-verdrag en missile defence; Amerikaans opzeggen verdrag en Amerikaanse voornemen t.a.v. missile defenceBrief d.d. 4 februari 2002 Kamerstuk 28 000 X, nr. 25Zie brief 25 maart 2002 Kamerstuk 27 857 nr. 2
   
Taken fregatten Enduring FreedomAlgemeen overleg d.d. 6 februari 2002Kamerstuk 27 925, nr. 47Zie brief 27 februari 2002 Kamerstuk 27 925, nr. 46
   
SOFA/MoU/MTA bij vredesoperaties: wanneer wordt afgeweken van de norm bij statusregelingen (behoud jurisdictie over eigen personeel) wordt Kamer ingelichtAlgemeen overleg d.d. 3 juli 2002Kamerstuk 23 591, nr. 9Kamer zal worden geïnformeerd
   
Project RPV/UAV: Uitgebreide rapportage stand van zaken ontwikkeling van UAV-capaciteit door Nederland in samenwerking met FrankrijkBrief d.d. 15 april 2002Kamerstuk 28 000 X, nr. 27Zie brief 28 mei 2002Kamerstuk 28 000 X, nr. 30
   
Oordeel over conclusie uit NIOD-rapport Srebrenica «onwil» bij Defensie en extern onderzoekDebat d.d. 25 april 2002 Handelingen 73Brief d.d. 27 mei 2002 Kamerstuk 26 122, nr. 34Zie brief d.d. 9 juli 2002Kamerstuk 26 122, nr. 38
   
Nadere informatie meerjarige doorwerking planning KL (omzetten investering in exploitatie) in begrotingsvoorstel voor 2003Brief d.d. 18 april 2002Kamerstuk 28 302, nr. 3Zie begroting
   
Geactualiseerd overzicht DCI force goals aanbieden in de financiële verantwoording 2001Brief d.d. 12 oktober 2001 28 000, nr. 4Zie Kamerstuk 28 380, nr. 22
   
Onderhoud onderzeeboten in Den HelderBrief d.d. 7 juni 2002Kamerstuk def0200128Zie brief d.d. 19 juli 2002 Kamerstuk 28 000 X, nr. 35
   
Notitie CIMICBrief d.d. 15 maart 2002Aanhangsel van Handelingen nr. 825 vergaderjaar 2001–2002Kamer zal worden geïnformeerd
   
Uitbesteding DTO en NAFIN-beheerAlgemeen overleg d.d. 11 december 2001Kamerstuk 28 044, nr. 3Zie brief d.d. 8 mei 2002Kamerstuk def0200096
   
Actieplan arbeidsomstandigheden: Tekst af te sluiten convenant fysieke belasting sector Defensie aanbieden aan Kamer. Plannen van aanpak krijgsmachtdelen voegenBrief d.d. 23 oktober 2001Kamer zal worden geïnformeerd
   
Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid: Informatie over ziekteverzuim, ARBO-diensten, convenant fysieke belasting en alle andere activiteiten van toepassing op ziekte, ziekteverzuim en voorkomen van arbeidsongeschiktheid en reïntegratieDebat begroting d.d. 31 oktober 2001 Handelingen 17Kamer zal worden geïnformeerd
   
Inlichten over stroomlijning landmachtstaven, incl. Nationaal CommandoDebat begroting d.d. 31 oktober 2001 Handelingen 17Zie brief d.d. 22 februari 2002 Kamerstuk 27 925, nr. 45
   
Voortgang implementatie korte termijnmaatregelen Defensie en Terrorisme zal ook in de ontwerpbegroting 2003 worden verwerktBrief d.d. 22 februari 2002Kamerstuk 27 925, nr. 45Zie begroting
   
Archieven: Uitvoering van onderzoek naar KL-archieven wordt gelegd bij externe instantie. Over uitkomsten onderzoek wordt Kamer geïnformeerd Voortgang aanpak en voortgang verbetering van de documentaire informatievoorziening en het archiefbeheer binnen het Deltaplan DIVABBrief d.d. 27 mei 2002 Kamerstuk 26 122, nr. 35Kamer zal worden geïnformeerd
   
Milieujaarverslag 2001 is vertraagd en zal nu vóór 1 oktober 2002 worden aangebodenBrief d.d. 8 juli 2002Nr. MG2002001479 

BIJLAGE 3 WETGEVING EN CIRCULAIRES

A. Tot stand gekomen wetgeving (periode 1 augustus 2001 tot 1 augustus 2002)
CiteertitelKamerstukStaatsblad jaar, nr.Inwerkingtreding
1. Wet van 20 december 2001 tot wijziging van een aantal wetten in verband met de vereenvoudiging en vernieuwing van het militaire pensioenstelsel (Aanpassingswet Kaderwet militaire pensioenen)27 875Stb. 2002, 6915 februari 2002
B. Bij het parlement aanhangige wetsvoorstellen
WetsvoorstelKamerstukOp 1 aug. 2002 gevorderd t/mVerwachting omtrent eerstvolgende faseInwerkingtreding
1. Instelling van een ongevallenraad Defensie (Rijkswet ongevallenraad Defensie)II 26 110 (R 1619)Verslag houdende een lijst met vragen en antwoorden, november 2000Behandeling gestaakt in afwachting van wetgeving nationale ongevallenraad
     
2. Wijziging van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst in verband met de Kaderwet dienstplichtII 25 990juni 1998Verslag uitgebracht door Tweede Kamer naar aanleiding van verslagUitbrengen nota van wijziging en notaVooralsnog niet aan te geven
     
3. Regels met betrekking tot het geweldgebruik bij de bewaking van militaire objecten (Rijkswet geweldgebruik bewakers militaire objecten)27 624(R 1677)Nota naar aanleiding van verslag ingediend bij de Eerste Kamer april 2002Plenaire behandeling Eerste KamerVooralsnog niet aan te geven
     
4. Goedkeuring van het op 9 september 1998 te Farnborough totstandgekomen Verdrag tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Italiaanse Republiek tot oprichting van een Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensie-materieelgebied (Organisation Conjointe de Coopération en matière d'Armament) OCCAR (Trb. 1999, 174)II 27 653Nota naar aanleiding van verslag ingediend november 2001Plenaire behandeling Tweede KamerVooralsnog niet aan te geven
     
5. Wijziging van de Uitkeringswet gewezen militairenII 28 269Verslag uitgebracht Tweede Kamer, juli 2002Uitbrengen nota naar aanleiding van verslagVooralsnog niet aan te geven

BIJLAGE 4 AANSTELLINGSBEHOEFTE

Bij de instroom wordt onderscheid gemaakt tussen aanstellingsbehoefte en aanstellingsopdracht. De aanstellingsbehoefte is de op een bepaald moment aanwezige behoefte aan nieuwe militairen teneinde te komen tot een adequate personeelsbezetting. De aanstellingsbehoefte wordt als uitgangspunt gehanteerd om te komen tot de aanstellingsopdracht met als doel uiteindelijk een bepaald aanstellingsresultaat te realiseren. Daarnaast dient bij de totstandkoming van de opdracht echter rekening te worden gehouden met factoren zoals opkomstverloop, opleidingscapaciteit, financiële randvoorwaarden en de situatie op de arbeidsmarkt. Tengevolge van deze kan de aanstellingsopdracht per saldo lager uitvallen dan de aanstellingsbehoefte. Het verschil geeft het aantal militaire functies aan die in 2003 nog niet kunnen worden gevuld, wanneer dat wordt afgezet tegen een adequate militaire personeelsbezetting. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke aanstellingsbehoefte bestaat voor het jaar 2003 en welke aanstellingsopdracht is gegeven.

Jaar 2003Aanstellingsbehoefte (intern+extern)Aanstellingsopdracht (intern+extern)
 Totaal MPBOTBBTTotaal MP
KM2 0173281 3681 696
KL8 5632604 6704 930
Klu2 4852861 4521 738
Kmar1 3011628451 007
Totaal14 3661 0368 3359 371

BIJLAGE 5 MEERJARENRAMINGEN

Meerjarenramingen Beleidsartikel 01 Koninklijke marine bedragen x € 1000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
Programmauitgaven        
Commandant der Zeemacht in Nederland        
Ambtelijke burgerpersoneel34 60036 11235 82535 42335 02135 03435 03911
Militair personeel221 014223 416227 019226 334225 812224 927224 05811
Overige personele exploitatie23 68424 37324 40923 67023 19723 11521 36112
Materiële exploitatie55 26354 48754 86053 74253 81554 09855 44812
Totaal Commandant der Zeemacht in Nederland334 560338 388342 113339 168337 844337 174335 906 
         
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied
Ambtelijke burgerpersoneel4 4304 1604 1654 1664 1664 1674 16711
Militair personeel40 49644 05843 63343 31143 28243 15343 11011
Overige personele exploitatie9 88010 77210 41810 8149 8409 8219 83912
Materiële exploitatie11 19612 09612 24212 41512 82012 78612 79312
Totaal Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied66 00371 08670 45870 70570 10869 92769 908 
         
Commandant van het Korps mariniers        
Ambtelijke burgerpersoneel1 3941 4711 4881 4891 4891 4901 49011
Militair personeel91 83792 55295 27896 55595 28694 24193 18411
Overige personele exploitatie9 61210 12910 04210 12910 14610 13910 13912
Materiële exploitatie12 24215 10815 07815 80615 80215 79215 79812
Totaal Commandant van het Korps mariniers115 085119 259121 886123 979122 723121 662120 611 
         
Ondersteunende eenheden        
Ambtelijke burgerpersoneel97 859100 75899 92098 65097 49397 52197 53211
Militair personeel65 07967 88467 10966 38465 80265 32664 85411
Overige personele exploitatie22 95024 48219 13118 84618 89418 93920 29112
Materiële exploitatie102 18696 97996 85893 07890 35492 93489 39212
Totaal Ondersteunende Eenheden288 073290 104283 018276 958272 543274 720272 069 
         
Investeringen        
Schepen238 345206 665232 281200 652150 42790 40143 56013
Vliegtuigen38 76432 49740 15855 99889 678107 810151 07313
Electronisch materieel16 00628 02430 27126 76717 66418 46934 47713
Munitie24 24520 25932 80424 35530 46526 25757 57613
Overig materieel48 17546 85138 24547 70150 27345 67942 30052
Infrastructuur42 68744 88437 77541 25338 32638 74639 06052
Totaal Investeringen408 222379 180411 534396 726376 833327 362368 047 
         
Subsidies en bijdragen       43F
Koninklijke Marine jachtclub5353535353535343F
Marine Watersportvereniging3232323232323243F
Marine Sanatoriumfonds       43F
Koninklijke Vereniging Marine Officieren3434343434343443F
Zeekadetkorps Nederland2323232323232343F
Stichting Militaire Tehuizen Overzee777777743F
Bijdrage aan het ministerie van Economische Zaken ten behoeve van het Nederlands Instituut voor Maritieme Ontwikkeling (NIM)68      03
Totaal Subsidies en bijdragen217149149149149149149 
Totaal programmauitgaven1 212 1601 198 1661 229 1581 207 6851 180 2011 130 9931 166 690 
         
Apparaatsuitgaven        
Admiraliteit        
Ambtelijke burgerpersoneel32 01734 16334 16433 47533 42833 48133 58711
Militair personeel59 97763 41857 42956 83356 36555 98855 63811
Overige personele exploitatie23 53722 97321 33621 07521 02722 53422 57812
Materiele exploitatie98 37799 89282 17081 54882 42685 14882 52712
Totaal Admiraliteit213 909220 446195 099192 931193 246197 151194 330 
         
Wachtgelden en inactiviteitswedden        
Wachtgelden en inactiviteitswedden12 54012 45612 18611 19610 2609 4038 72311
Uitvoeringskosten4 4133 742     12
Totaal wachtgelden en inactiviteitswedden16 95316 19812 18611 19610 2609 4038 723 
Totaal apparaatsuitgaven230 862236 644207 285204 127203 506206 554203 053 
Totaal uitgaven1 443 0221 434 8101 436 4431 411 8121 383 7071 337 5471 369 743 
Ontvangsten45 28054 508115 92060 92153 92052 90852 90816
Meerjarenramingen Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht bedragen x € 1000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. code
Programmauitgaven        
1e Divisie 7 december        
Ambtelijk burgerpersoneel51 08952 57649 21547 87147 85747 85847 79411
Militiar personeel422 801441 831448 215457 486471 219491 506510 90011
Overige personele uitgaven33 27034 45335 22635 66736 44637 63938 97312
Materiële uitgaven40 15237 72741 47440 56739 79738 55838 79412
Totaal 1e Divisie 7 december547 312566 587574 130581 590595 319615 561636 461 
         
Nationaal Commando, exclusief Civiele Taken
Ambtelijk burgerpersoneel166 704187 697186 472186 312185 724185 727185 63111
Militiar personeel64 22565 79664 89965 09664 99864 93864 89411
Overige personele uitgaven81 45280 46672 67381 21076 20779 79379 76112
Materiële uitgaven306 903296 969307 611305 479299 864287 857273 52912
Totaal Nationaal Commando619 284630 928631 655638 097626 794618 315603 815 
         
Opleidings- en trainingscommando KL        
Ambtelijk burgerpersoneel32 09034 58434 86235 54135 53135 53135 48311
Militiar personeel146 767159 529165 671166 187167 945168 615171 61811
Overige personele uitgaven22 99124 57723 70123 77623 64523 14323 05512
Materiële uitgaven12 20711 05111 79711 90511 89611 70411 77812
Totaal Opleidings- en trainingscommando KL214 055229 741236 031237 408239 017238 993241 934 
         
Investeringen        
Automatisering49 05323 01813 20911 34219 17821 58023 73052
Logistiek18 98620 04645 97028 22036 83025 00240 00252
Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen56 95834 84630 39933 33023 22522 62019 55013
Elektronisch materieel6 8839 4405 6004 8203 6202 310 13
Nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC)1 4497 3804 320    52
Luchtverdediging19 7486 65011 80028 400   12
Manoeuvre136 896141 356185 064194 425158 860113 15579 89513
Vuursteun5 6414 3407 63018 55021 070106 850106 39013
Gevechtssteun8 1983 3213 530    13
Infrastructuur134 797101 33980 73863 28461 06860 40160 40851
Totaal Investeringen438 609351 736388 260382 371323 851351 918329 975 
         
Subsidies en bijdragen        
Stichting Jeugdwerk Duitsland15919521519919919919943F
Stichting KNLW «Generaal Hoefer»71971873473373373373243F
Totaal Subsidies en bijdragen878913949932932932931 
Totaal programmuitgaven1 820 1381 779 9051 831 0251 840 3991 785 9131 825 7191 813 116 
Apparaatsuitgaven        
Landmachtstaf        
Ambtelijk burgerpersoneel14 86614 75612 29712 07613 00313 00312 98611
Militiar personeel17 78519 79120 03619 07319 04218 40918 38111
Overige personele uitgaven7 2617 4904 5424 5264 5284 3914 38912
Materiële uitgaven67 552102 21474 26172 43971 27768 61068 58412
Totaal Landmachtstaf107 464144 251111 136108 114107 851104 414104 340 
         
Overige Eenheden BLS        
Ambtelijk burgerpersoneel64 67770 17868 87069 20769 07369 17069 18311
Militiar personeel94 326102 509105 887104 599102 765102 773102 76311
Overige personele uitgaven36 65549 00114 4112 456– 619– 263– 19412
Materiële uitgaven91 83674 79062 31677 04677 09084 61383 53912
Totaal Overige Eenheden BLS287 494296 477251 483253 308248 309256 293255 292 
         
Wachtgelden en inactiviteitswedden        
Wachtgelden en inactiviteitswedden32 94932 89835 52136 24434 16633 26733 61611
Uitvoeringskosten16 0209 886     12
Totaal Wachtgelden en uitvoeringskosten48 96942 78435 52136 24434 16633 26733 616 
Totaal apparaatsuitgaven443 927483 512398 140397 666390 326393 974393 248 
Totaal uitgaven2 264 0652 263 4172 229 1652 238 0652 176 2392 219 6932 206 364 
Ontvangsten82 46267 36659 49359 51659 51659 51659 516 
Meerjarenramingen Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht bedragen x € 1000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. code
Programmauitgaven        
Tactische luchtmacht        
Ambtelijk burgerpersoneel19 76921 31420 56820 57220 56920 57020 56911
Militair personeel274 394277 400288 967285 766286 143287 901284 31411
Overige personele uitgaven57 12053 74760 33772 88166 90567 46061 98412
Materiële uitgaven80 23370 74771 46770 84570 33969 86965 91512
Totaal Tactische luchtmacht431 516423 208441 339450 064443 956445 799432 782 
         
Logistiek Centrum Klu        
Ambtelijk burgerpersoneel18 80619 88120 72020 72520 72320 72120 72111
Militair personeel18 47318 30018 83718 67218 69718 78418 56911
Overige personele uitgaven7 04910 0136 6116 5976 4096 4416 44112
Materiële uitgaven60 03473 55265 65475 64576 78177 88375 03512
Totaal Logistiek Centrum Klu104 362121 746111 823121 639122 610123 830120 766 
         
Koninklijke Militaire School luchtmacht        
Ambtelijk burgerpersoneel4 5565 1005 1135 1145 1145 1145 11411
Militair personeel43 23158 90059 81460 51662 53265 04464 36811
Overige personele uitgaven14 56615 25312 27812 28412 29312 30712 30712
Materiële uitgaven10 98111 72310 44110 44110 44110 44110 44112
Totaal Koninklijke Militaire School luchtmacht73 33490 97687 64688 35690 38092 90692 230 
         
Investeringen        
Vliegtuigmaterieel (incl. F-16)62 172163 750106 431112 524158 012196 717183 71213
Vervoermiddelen18 02014 09026 65221 20514 59615 71815 34252
Elektrisch en elektronisch materieel51 89319 70278 26782 68596 61889 73069 87213
Bewapeningsmaterieel14 19617 17968 72190 74964 29871 96656 21113
Springstoffen en munitie5431 29223 12930 12229 636 9 07613
Overig materieel12 14616 95410 5529 6528 0727 2416 53752
Infrastructuur75 00974 71878 69168 26259 95166 15678 49751
Luchtmobiele brigade138 022125 14232 82622 33428 17714 61819 20913
Totaal investeringen372 001432 827425 269437 533459 360462 146438 456 
Totaal programmauitgaven981 2131 068 7571 066 0771 097 5921 116 3061 124 6811 084 234 
         
Apparaatsuitgaven        
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten        
Ambtelijk burgerpersoneel20 88321 80718 77418 81717 65917 59515 31811
Militair personeel88 19688 28965 98764 76864 34564 18962 21211
Overige personele uitgaven44 47141 95843 85443 11835 59637 56636 23212
Materiële uitgaven226 500204 881222 576215 256242 714224 612234 07712
Totaal Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten380 050356 935351 191341 959360 314343 962347 839 
Wachtgelden en inactiviteitswedden        
Wachtgelden en inactiviteitswedden10 3838 4747 1766 2875 8365 8335 83311
Uitvoeringskosten2 6671 950     12
Totaal Wachtgelden en inactiviteitswedden13 05010 4247 1766 2875 8365 8335 833 
Totaal apparaatsuitgaven393 100367 359358 367348 246366 150349 795353 672 
Totaal uitgaven1 374 3131 436 1161 424 4441 445 8381 482 4561 474 4761 437 906 
Ontvangsten37 68339 09739 09739 09739 09739 09739 09716
Meerjarenramingen Beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee bedragen x € 1 000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
Programmauitgaven        
Ambtelijk burgerpersoneel8 00810 33313 01813 70714 81115 85716 31211
Militair personeel121 220132 638139 442141 526140 123138 124136 55211
Overige Personele exploitaite18 38224 55423 13922 34521 93122 26822 80412
Materiële exploitatie31 43533 05231 75434 01934 75535 03034 70612
Exploitatieuitgaven179 046200 577207 353211 597211 620211 279210 374 
         
Investeringen        
Vervoermiddelen en vaartuigen5 4115 5004 6225 4193 9555 3145 59952
Elektrisch en electronisch materieel1 8638 7267 9001 8031 1011 0791 07952
Automatiseringsmiddelen3 4326 6393 6254 4164 0392 6956 97852
Bewapeningsmaterieel 23922522522522522513
Springstoffen en munitie        
Telefooninstallaties1 2705 2372 5232 5152 5082 4992 50052
Overig groot materieel1 1043 9612 1824 0118 2202 3272 37552
Infrastructuur7 05717 65814 98715 4649 75010 6728 38952
Totaal Investeringen groot materieel en infrastructuur20 13747 96036 06433 85329 79824 81127 145 
Totaal programmauitgaven199 183248 537243 417245 450241 418236 090237 519 
         
Apparaatsuitgaven        
Burgerpersoneel3 8384 9526 0706 3326 9707 6357 92611
Militair personeel58 10063 57265 01865 38465 94066 50466 34911
Overige personele exploitatie8 81111 76910 78910 32310 32110 72211 08012
Materiële exploitatie15 06515 84114 80615 71716 35516 86616 86312
Wachtgelden en inactiviteitswedden97385875373774974974911
Totaal apparaatsuitgaven86 78796 99297 43698 493100 335102 476102 967 
Totaal uitgaven285 970345 529340 853343 943341 753338 566340 486 
Ontvangsten5 3625 2005 2005 3005 4005 4005 50016
Meerjarenramingen Beleidsartikel 09 Uitvoeren vredesoperaties bedragen x € 1000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
VN-contributies53 77359 44559 44559 44559 44559 44559 44501
SFOR87 11879 28179 00079 00079 00079 00079 00001
KFOR 3 773     01
Enduring Freedom 45 05521 752    01
ISAF 24 755     01
UNFICYP1 347      01
Task Force Fox 15 0005 000    01
UNMEE47 3253 449     01
PSO 1 8151 8151 8151 8151 8151 81501
Overige operaties en voorziening8 72731 50411 38938 14138 14138 14138 14101
Totaal uitgaven198 290264 077178 401178 401178 401178 401178 401 
Ontvangsten54 9536 9071 4071 4071 4071 4071 407 
Meerjarenramingen Beleidsartikel 10 Civiele taken bedragen x € 1000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. code
Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba
Ambtelijk burgerpersoneel3 5883 7313 7313 7313 7313 7313 73111
Militair personeel4 6842 1312 1402 1402 1412 1512 15111
Overige uitgaven11 38012 71313 13312 54212 58912 58912 58911
Investeringen2 2425 639     52
Totaal Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba21 89424 21419 00418 41318 46118 47118 471 
         
Kustwachtcentrum Nederland        
Ambtelijk burgerpersoneel1 7951 8031 8031 8031 8031 8051 80511
Militair personeel52554955155155155155111
Overige uitgaven3 1013 3673 4103 4103 4103 4103 41012
Totaal Kustwachtcentrum Nederland5 4215 7195 7645 7645 7645 7665 766 
         
Explosieven opruiming        
Ambtelijk burgerpersoneel1 27683989789989989989911
Militair personeel5 3965 7275 6515 6905 6485 6735 67011
Overige uitgaven1 6652 6201 7101 6051 6741 6421 64212
Totaal Explosievenopruiming8 3369 1868 2588 1948 2218 2158 212 
Hulp aan civiele overheden        
Totaal uitgaven Civiele taken35 65139 11933 02632 37132 44632 45232 449 
Totaal ontvangsten Civiele taken7 7945 3375 2925 0654 7024 7024 70216
Meerjarenramingen Beleidsartikel 11 Internationale Samenwerking bedragen x € 1000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
Bijdrage aan NAVO62 44271 07872 85272 49373 47572 22272 22243G
EVDB45 37979 95044 53488 632133 89263 61350 00043G
Attachés21 85222 21922 27922 28222 28222 28222 28211
Overige internationale samenwerking1 7221 3971 4201 4201 4201 4201 42031
Totaal uitgaven131 395174 644141 085184 827231 069159 537145 924 
Ontvangsten4 95214 43014 43014 43014 43014 43014 43016
Meerjarenramingen niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht bedragen x € 1 000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. code
Programmauitgaven        
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie
Ambtelijk burgerpersoneel7 7488 3288 0147 9777 9937 9947 99411
Militair personeel13 02914 22814 15914 19914 21314 21314 21311
Overige personele uitgaven2 8092 7403 8533 8533 8533 8533 85312
Materiële uitgaven32 85733 68834 15934 04534 12434 59734 59712
Totaal Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie56 44358 98460 18560 07460 18360 65760 657 
         
Instituut Keuring en Selectie Defensie        
Ambtelijk burgerpersoneel7 4834 5174 4414 2084 2194 2204 22011
Militair personeel10 2393 3153 1682 9772 9802 9802 98011
Overige personele uitgaven2 2551 1741 1821 1821 1821 1821 18212
Materiële uitgaven48 1637 7027 0697 0697 0697 2967 29512
Totaal Instituur Keuring en Selectie Defensie68 14016 70815 86015 43615 45015 67815 677 
         
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf        
Ambtelijk burgerpersoneel14 48514 95415 25815 15414 85714 86514 86511
Militair personeel17 00719 05019 48019 85620 66720 68020 69411
Overige personele uitgaven4 4799 6109 4658 6438 7588 7588 75812
Materiële uitgaven19 45212 92012 92912 31111 92812 52012 52012
Totaal Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf55 42356 53457 13255 96456 21056 82356 837 
         
Instituut Defensie Leergangen        
Ambtelijk burgerpersoneel1 9702 4302 3722 3462 3512 3502 35111
Militair personeel2 7693 0492 9963 0083 0083 0103 01211
Overige personele uitgaven1 0751 00499399099099099012
Materiële uitgaven4 4954 3444 4274 3004 3004 4824 48212
Totaal Instituut Defensie Leergangen10 30910 82710 78810 64410 64910 83210 835 
         
Overige Interservice Diensten        
Ambtelijk burgerpersoneel15 04715 79015 78115 49115 46715 31915 31911
Militair personeel12 74915 19615 56215 34515 15015 15015 15011
Overige personele uitgaven2 6153 0372 8082 7952 8452 8462 84612
Materiële uitgaven9 85915 74015 22615 16115 22015 30115 26212
Totaal Overige Interservice Diensten40 27049 76349 37748 79248 68248 61648 577 
Investeringen groot materieel en infrastructuur
Groot materieel7 42613 62310 0016 2777 7925 6085 29552
Infrastructuur9 0606 19313 44010 3098 13110 67710 91152
Totaal Investeringen groot materieel en infrastructuur16 48619 81623 44116 58615 92316 28516 206 
Totaal programmauitgaven247 071212 632216 783207 496207 097208 891208 789 
         
Apparaatsuitgaven        
Staf Defensie Interservice Commando        
Ambtelijke burgerpersoneel2 9103 5343 4213 2403 1373 1383 13811
Militair personeel8851 8531 9751 7051 7071 7061 70611
Overige personele uitgaven1 8701 794– 1 713– 1 714– 1 714– 1 714– 1 71412
Materiële uitgaven11 9169 66211 80914 66013 18114 39214 84812
Totaal staf Defensie Interservice Commando17 58116 84315 49217 89116 31117 52217 978 
         
Wachtgelden in inactiviteitswedden        
Wachtgelden in inactiviteitswedden4 6354 6814 6614 6564 6544 6534 65311
Uitvoeirngskosten439439     12
Totaal Wachtgelden in inactiviteitswedden5 0745 1204 6614 6564 6544 6534 653 
Totaal apparaatsuitgaven22 65521 96320 15322 54720 96522 17522 631 
Totaal uitgaven269 726234 595236 936230 043228 062231 066231 420 
Ontvangsten26 87523 91222 50122 28221 39021 35221 35216
Meerjarenramingen niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven bedragen x € 1 000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
Geheime uitgaven90891091891891891891812
Meerjarenramingen niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien bedragen x € 1 000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
Loonbijstelling 69 80565 87656 34657 38452 63752 60701
Prijsbijstelling 30 9257 3737224 2666 7193 05301
Efficiencytaakstelling   – 38 571– 38 571– 38 571– 38 57101
Onvoorzien       01
Taakstelling Regeerakkoord  – 147 217– 179 985– 212 596– 235 112– 235 11201
Totaal Nominaal en onvoorzien 100 730– 73 968– 162 138– 169 517– 214 327– 218 023 
Meerjarenramingen niet-beleidsartikel 90 Algemeen bedragen x € 1 000
Omschrijving2001200220032004200520062007Econ. Code
Apparaatsuitgaven        
Kerndepartement        
Ambtelijk burgerpersoneel33 15136 37032 44032 64532 65832 70132 88411
Militair personeel13 79413 68612 78912 77012 78012 79712 80311
Overige personele uitgaven10 43332 04530 38931 53228 85629 75533 64912
Materiële uitgaven68 28729 60227 03530 88733 33933 66034 37612
Totaal Kerndepartement125 665111 703102 653107 834107 633108 913113 712 
         
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst        
Ambtelijk burgerpersoneel16 07519 14219 12819 28118 83918 29918 29911
Militair personeel13 51418 42618 40118 37717 89317 51517 52911
Overige personele uitgaven3 6193 3853 3713 3623 3603 3603 36012
Materiële uitgaven14 09013 3109 7859 70410 55011 45811 45012
Totaal Militaire Inlichtingendienst47 29854 26350 68550 72450 64250 63250 638 
         
Wachtgelden en inactiviteitswedden        
Wachtgelden en inactiviteitswedden3 8433 2173 0932 7952 7962 7952 79511
Uitvoeringskosten 528     12
Totaal wachtgelden en inactiviteitswedden3 8433 7453 0932 7952 7962 7952 795 
Totaal apparaatsuitgaven176 806169 711156 431161 353161 071162 340167 145 
         
Programmauitgaven        
Investeringen        
Investeringen door Kerndepartement 10 72018 39211 12911 5371 5541 55452
Investeringen Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 5 5823 4923 2573 0663 0663 06652
Totaal investeringen 16 30221 88414 38614 6034 6204 620 
Milieu-uitgaven2 6694 1585 62913 03414 77514 77614 73112
         
Pensioenen en uitkeringen        
Militaire nabestaanden pensioenen30 27230 08730 41530 86631 27631 60531 93311
Militaire diensttijdpensioenen312 460322 900319 743323 161325 778326 108327 02911
Militaire invaliditeitspensioenen82 34984 72482 32381 19879 56578 02376 28411
Uitkeringswet gewezen militairen378 962394 190393 334396 411401 161398 215391 78611
Sociale zorg5 9785 9785 9785 9785 9785 9795 97811
Overige uitkeringen6 0996 0996 0996 0996 0996 0996 09911
Reserve-overdracht8 77811 3457 6247 6247 6247 6247 62411
Veteranenbeleid37371955055055055155111
Kapitaaldekking prepensioen       11
Nominale bijdrage  14 46414 46414 46414 46414 46411
Voorschot premietekort  56 00755 44755 32155 12754 65111
Kapitaaldekking militair ouderdomspensioen        
Nominale bijdrage35 62241 94946 37547 57249 39651 13953 32762D
Lening ABP (hoofdsom)     30 13134 85072D
Lening ABP (rente)     5901 90626
Uitvoeringskosten  16 23815 45114 88015 73415 38511
Totaal uitgaven militaire pensioenen en uitkeringen860 893897 991979 150984 821992 0921 021 3891 021 867 
waarvan niet-relevant  56 00755 44755 32185 84891 407 
         
Wetenschappelijk onderzoek        
Doelfinanciering TNO50 28351 92847 18847 18547 18547 18747 18831
NLR V&W4544574654654654654653
Onderzoek en technologie13 52112 92913 24912 47912 22112 17112 17131
Totaal wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling64 25865 31460 90260 12959 87159 82359 824 
Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel28 26424 55124 85224 83224 83424 83724 83711
         
Garanties        
Eurometaal       63D
Nederlandse Bond van Verzekeraars       63D
Totaal Garanties        
         
Subsidies en bijdragen        
Stichting Maatschappij en Krijgsmacht24724824824824824724743F
Stichting Homosexualiteit en krijgsmacht2525252525252543F
Nederlandse Reservisten Federatie4545454545454543F
Stichting Koepelorganisatie militaire tehuizen1 11493693693693693593543F
Comité international de médicine et de pharmacie militaires222222243F
Koninklijke vereniging ter beoefening van de krijgswetenschap, ten behoeve van de buitengewone leerstoel militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en het tijdschrift de «Militaire spectator»2978787878792443F
Stichting Protestant Interkerkelijk Thuisfront2323232323232343F
Stichting Nationaal Katholiek Thuisfront1111111111111143F
Defensie Vrouwennetwerk5415555543F
Veteranenplatform14114414414414414414443F
Bouw Plaspoelpolder (verzakelijking TNO)10 7555 128     43F
Stichting Dienstverlening Veteranen5 1905 0195 2355 2445 2455 2455 24543F
Subsidies17 58711 7006 7526 7616 7626 7616 706 
Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag (OCW)4 2334 3434 5154 5624 5634 5644 56403
Stichting Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen «Clingendael» (BuiZa)79879879879879879879803
het Internationaal Comité van het Rode Kruis (BuiZa)3232323232323203
Stichting Atlantische Commissie (BuiZa)13513513513513513513503
Collectie Visser 908     03
Adviesraad Internationale vraagstukken747474747474 03
Bijdrage VWS Kenniscentrum 686868   03
Bijdragen5 2726 3585 6225 6695 6025 6035 529 
Totaal Subsidies en bijdragen22 85918 05812 37412 43012 36412 36412 235 
         
Departementsbrede uitgaven        
Voorlichting3 0112 6512 8982 9672 9682 9702 97012
Schadevergoedingen4 6955 7955 7955 7955 7955 7955 85063Z
Overige uitgaven25 06124 0782 3752 3752 3752 3752 37512
Infrastructuur2 1401 488     52
Specifiek P-maatregelen  92 09596 75896 86095 47895 47811
Totaal overige departementale uitgaven34 90734 012103 163107 895107 998106 618106 673 
Totaal programmauitgaven1 013 8501 060 3861 207 9541 217 5271 226 5371 244 4271 244 877 
Totaal uitgaven1 190 6561 230 0971 364 3851 378 8801 387 6081 406 7671 411 932 
Ontvangsten12 40112 1029 2838 1038 8756 1076 10716

BIJLAGE 6 KENGETALLEN EN VOLUMEGEGEVENS

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 01 Koninklijke marine

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n4 3504 3704 3134 2654 2194 2144 214
– gemiddeld salarisx € 1,–39 15040 42740 70540 61040 67240 74340 772
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–170 301176 664175 562173 203171 597171 693171 815
Militair personeelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n11 81211 83112 00912 18012 29812 37412 472
waarvan:        
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n7 5847 3467 1146 7646 3415 9785 607
– gemiddeld salarisx € 1,–45 69248 52148 59048 68849 07649 46248 342
– totale uitgavenx € 1000,–346 527356 437345 668329 327311 189295 681271 053
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n4 1234 3234 7095 2095 7456 1796 640
– gemiddeld salarisx € 1,–31 23830 38029 98630 04329 89729 83631 053
– totale uitgavenx € 1000,–128 795131 333141 203156 493171 761184 357206 194
– ANT-/ARUMILaantal vte'n105162186207212217225
– gemiddeld salarisx € 1,–29 33621 96319 33917 37716 96716 57615 987
– totale uitgavenx € 1000,–3 0803 5583 5973 5973 5973 5973 597
Totaal militair personeelx € 1000,–478 402491 328490 468489 417486 547483 635480 844
Overige personele uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren540,0444,3339,0322,5297,4282,1306,4
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–33 30835 35935 35935 35935 35935 35935 359
– totale uitgavenx € 1000,–17 98715 71111 98611 40210 5169 97510 834
– kleding en uitrustingaantal vte'n (bp en mp)15 94915 93016 03616 13816 20516 27116 361
– gemiddeld per vtex € 1,–81939796969695
– totale uitgavenx € 1000,–1 2941 4821 5481 5571 5571 5581 558
– voedingaantal vte'n (bp en mp)15 94915 93016 03616 13816 20516 27116 361
– gemiddeld per vtex € 1,–641685682633631633630
– totale uitgavenx € 1000,–10 22510 90710 93110 21110 23110 29510 314
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de Admiraliteitaantal vte'n (bp en mp)1 7351 8661 7371 7361 7341 7341 734
– gemiddeld per vtex € 1,–1 9301 5331 6291 6311 6331 6361 636
– totale uitgavenx € 1000,–3 3482 8602 8302 8322 8312 8362 836
– overige persoonsgebonden personele uitgaven overige KM-ressortsaantal vte'n (bp en mp)14 21414 06414 29914 40214 47114 53714 627
– gemiddeld per vtex € 1,–2 6463 0602 7942 8182 7102 7502 623
– totale uitgavenx € 1000,–37 61343 04039 94640 59039 21439 97438 370
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de gehele KMaantal vte'n (bp en mp)15 94915 93016 03616 13816 20516 27116 361
– gemiddeld per vtex € 1,–1 1261 0841 0161 0211 0461 1341 130
– totale uitgavenx € 1000,–17 96517 26716 29316 48016 95318 44818 494
– vliegopleidingenaantal vliegers in opleiding15151715171517
– gemiddeld per vtex € 1,–82 13497 467106 00097 467106 00097 467106 000
– totale uitgavenx € 1000,–1 2321 4621 8021 4621 8021 4621 802
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–89 66392 72985 33584 53483 10484 54884 208
Materiële uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheidaantal mensjaren2,0      
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–127 966      
– totale uitgavenx € 1000,–256      
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)15 94915 93016 03616 13816 20516 27116 361
– gemiddeld per vtex € 1,–6 2665 6155 6345 2385 2255 2055 079
– totale uitgavenx € 1000,–99 92989 44090 35084 53784 66584 69683 103
– Brandstoffen, oliën en smeermiddelen        
– gasolie schepen1 000 m362,058,460,060,060,060,060,0
– kerosine patrouillevliegtuigen1 000 m37,07,07,07,07,07,07,0
– helikopterbrandstof1 000 m31,61,41,41,41,41,41,4
– totale uitgavenx € 1000,–24 29517 37813 05017 51317 51818 44117 518
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–124 481106 818103 400102 050102 183103 137100 621
Andere volumegegevens:        
– overige materiële uitgavenx € 1000,–154 784171 744157 809154 538153 035157 621155 336
Sub-totaalx € 1000,–154 784171 744157 809154 538153 035157 621155 336
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–279 264278 562261 209256 588255 217260 757255 957

Kengetallen en volumegegevens Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n8 8328 6818 4988 4578 4608 4618 463
– gemiddeld salarisx € 1,–37 29941 44641 38841 50541 51241 51941 484
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–329 426359 791351 715351 007351 188351 288351 077
Militair personeelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n21 32721 46021 97122 33222 92423 74224 531
waarvan:        
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n10 25410 17410 0289 7429 6229 6379 728
– gemiddeld salarisx € 1,–44 80646 68946 79646 77946 83446 80346 725
– totale uitgavenx € 1000,–459 437475 019469 272455 720450 639451 037454 538
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n11 07311 28611 94312 59013 30214 10514 803
– gemiddeld salarisx € 1,–25 06227 25227 38327 66727 58527 42427 401
– totale uitgavenx € 1000,–277 514307 563327 041348 325366 935386 809405 624
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–736 951782 581796 313804 045817 574837 846860 162
Andere volumegegevens:        
– Uitgaven inzake de Nationale reservex € 1000,–8 9536 8758 3958 3958 3958 3958 395
Totaal militair personeelx € 1000,–745 904789 457804 708812 440825 969846 241868 557
Overige personele uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren891,9606,6594,0568,4548,2528,4528,4
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–44 99844 99745 97645 93445 93945 90345 884
– totale uitgavenx € 1000,–40 13427 29527 31026 10925 18424 25524 245
– overige persoonsgebonden personele uitgaven ressortsaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–2 2022 3052 3622 3502 3422 3272 316
– totale uitgavenx € 1000,–66 41969 48071 98372 36773 49574 93276 429
– overige persoonsgebonden personele uitgaven KL-breedaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–7059851 0501 100974926904
– totale uitgavenx € 1000,–21 27129 6913200233 86430 57029 82329 811
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)21 32721 46021 97122 33222 92423 74224 531
– gemiddeld per vtex € 1,–1 4231 9951 5121 8731 6281 7001 645
– totale uitgavenx € 1000,–30 35242 80233 22641 82837 31240 37140 355
– voedingaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–1 0581 0231 0231 0451 0261 0321 007
– totale uitgavenx € 1000,–31 91930 83331 18432 18132 20833 22933 216
– onderwijs en opleiding t.b.v. BBT-personeelaantal vte'n11 07311 28611 94312 59013 30214 10514 803
– gemiddeld per vtex € 1,–728706616585540478455
– totale uitgavenx € 1000,–8 0627 9737 3527 3667 1796 7436 740
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–198 157208 074203 057213 716205 948209 354210 796
Andere volumegegevens:        
Overige personele uitgavenx € 1000,–– 16 528– 12 088– 52 504– 66 080– 65 740– 64 650– 64 813
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–181 629195 986150 553147 635140 208144 704145 984
Materiële uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheidaantal mensjaren75,4      
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–79 947      
– totale uitgavenx € 1000,–6 028      
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–527606639640634627622
– totale uitgavenx € 1000,–15 88118 27419 45719 69819 88220 18320 510
– huisvesting KL-breedaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–1 8411 9251 7931 7341 6711 6181 579
– totale uitgavenx € 1000,–55 51058 01154 62353 39152 42852 11952 098
– inventarisgoederen en klein materieel KL-breedaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–722958793791776728711
– totale uitgavenx € 1000,–21 76528 89024 17524 34124 35823 45523 445
– data- en telecommuniciatieaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–2 6341 5502 3312 2072 1031 9051 858
– totale uitgavenx € 1000,–79 43646 72571 01767 95065 99561 33961 314
– onderhoud van gebouwen en terreinenaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–1 0241 1601 0431 015965956933
– totale uitgavenx € 1000,–30 88234 97531 78131 23630 27530 79130 779
– groot onderhoud gebouwen en terreinenaantal vte'n (bp en mp)30 15930 14130 46930 78931 38432 20332 994
– gemiddeld per vtex € 1,–963890981973935911889
– totale uitgavenx € 1000,–29 05426 82529 89329 95329 35329 34629 334
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–238 556213 700230 946226 569222 292217 234217 481
Andere volumegegevens:        
– brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffenx € 1000,–22 96422 29320 63021 40321 41823 45523 445
– overige materiële uitgavenx € 1000,–257 131286 757245 883259 464256 215250 654235 297
Sub-totaalx € 1000,–280 095309 050266 513280 866277 633274 108258 743
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–518 651522 750497 459507 435499 925491 342476 224

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 7861 8041 7081 7091 7091 7081 708
– gemiddeld salarisx € 1,–35 84237 75138 15938 16837 48737 47136 138
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–64 01468 10265 17565 22864 06564 00061 723
Militair personeelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n10 88811 16011 09011 10011 22011 51911 870
waarvan:        
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n7 1606 9286 7406 5566 4206 3406 281
– gemiddeld salarisx € 1,–43 84346 04545 90945 98346 04645 73144 382
– totale uitgavenx € 1000,–313 916319 000309 427301 466295 618289 938278 765
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n3 7284 2324 3504 5444 8005 1795 365
– gemiddeld salarisx € 1,–29 60829 27428 54728 22528 35428 18728 089
– totale uitgavenx € 1000,–110 378123 889124 179128 256136 099145 980150 698
Totaal militair personeelx € 1000,–424 294442 889433 606429 723431 718435 918429 462
Overige personele uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren233,0307,0258,0230,0170,0142,0144,0
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–79 63588 82488 60588 33987 17587 73386 340
– totale uitgavenx € 1000,–18 55527 26922 86020 31814 82012 45812 433
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)12 67412 96412 79812 80912 92913 22713 578
– gemiddeld per vtex € 1,–4 0603 6063 4653 8283 9443 8783 766
– totale uitgavenx € 1000,–51 45146 75444 34049 03150 99851 29951 139
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)10 88811 16011 09011 10011 22011 51911 870
– gemiddeld per vtex € 1,–713795768683563548532
– totale uitgavenx € 1000,–7 7678 8748 5187 5796 3136 3136 313
– kleding en uitrusting t.b.v. vliegersaantal vte'n (mp)564563570573573573573
– gemiddeld per vtex € 1,–6 8815 0804 2113 4903 4903 4903 490
– totale uitgavenx € 1000,–3 8812 8602 4002 0002 0002 0002 000
– voeding t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)10 88811 16011 09011 10011 22011 51911 870
– gemiddeld per vtex € 1,–778751765765756737715
– totale uitgavenx € 1000,–8 4718 3838 4878 4878 4878 4878 487
– vliegopleidingen (initieel)aantal vliegers in opleiding96969494949494
– gemiddeld per vlieger in opleidingx € 1,–126 302237 229314 574444 968381 926386 298329 298
– totale uitgavenx € 1000,–12 12522 77429 57041 82735 90136 31230 954
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–102 250116 914116 175129 242118 519116 869111 326
Andere volumegegevens:        
Overige personele uitgavenx € 1000,–20 9564 0576 9055 6382 6846 9055 638
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–123 206120 971123 080134 880121 203123 774116 964
Materiële uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheidaantal mensjaren32,0      
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–270 906      
– totale uitgavenx € 1000,–8 669      
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)12 67412 96412 79812 80912 92913 22713 578
– gemiddeld per vtex € 1,–7 4126 0524 5263 9925 1625 0724 879
– totale uitgavenx € 1000,–93 93678 45357 92551 12966 74367 08766 245
– vliegtuigbrandstoffenaantal m3171 73534 50644 98444 97244 97245 27845 736
– gemiddeld per vtex € 1,–253679698698698697696
– totale uitgavenx € 1000,–43 44923 41431 39531 38831 38831 57431 853
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–146 054101 86789 32082 51798 13198 66198 098
Andere volumegegevens:        
– overige materiële uitgavenx € 1000,–231 694259 036280 818289 670302 144284 144287 370
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–377 748360 903370 138372 187400 275382 805385 468

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n309374463488533576596
– gemiddeld salarisx € 1,–38 33740 86941 22741 06440 86540 78540 668
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–11 84615 28519 08820 03921 78123 49224 238
Militair personeelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n5 2125 6685 8755 9655 9956 0066 012
waarvan:        
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n3 1173 2773 2092 1803 0772 9662 852
– gemiddeld salarisx € 1,–40 04841 30141 86642 03742 07042 11242 132
– totale uitgavenx € 1000,–124 829135 345134 348133 678129 450124 905120 161
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2 0952 3912 6662 7852 9183 0403 160
– gemiddeld salarisx € 1,–26 01025 45626 29926 29526 25526 22526 184
– totale uitgavenx € 1000,–54 49160 86570 11273 23276 61379 72382 740
Totaal militair personeelx € 1000,–179 320196 210204 460206 910206 063204 628202 901
Overige personele uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren56215185141135130143
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–64 07163 60063 59563 48263 67463 70863 497
– totale uitgavenx € 1000,–3 58813 67411 7658 9518 5968 2829 080
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)5 5216 0306 3226 4376 5126 5666 592
– gemiddeld per vtex € 1,–4 2753 7563 5063 6843 6333 7633 763
– totale uitgavenx € 1000,–23 60522 64922 16323 71723 65624 70824 804
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–27 19336 32333 92832 66832 25232 99033 884
Materiële uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheidaantal mensjaren10158     
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–63 31763 759     
– totale uitgavenx € 1000,–6 3953 698     
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)5 5216 0306 3226 4376 5126 5666 592
– gemiddeld per vtex € 1,–5 2435 0444 6334 7444 4274 3714 636
– totale uitgavenx € 1000,–28 94530 41829 29230 53428 82628 70030 561
– brandstoffen, oliën en smeermiddelenaantal m32 6682 2222 1532 1532 1532 1532 153
– gemiddeld per m3x € 1,–774994994994994994994
– totale uitgavenx € 1000,–2 0642 2092 1402 1402 1402 1402 140
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–37 40436 32531 43232 67430 96630 84032 701
Andere volumegegevens:        
– overige materiële uitgavenx € 1000,–9 09812 56815 12817 06220 14421 05618 868
Sub-totaalx € 1000,–9 09812 56815 12817 06220 14421 05618 868
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–46 50248 89346 56049 73651 11051 89651 569

Kengetallen en volumegegevens Beleidsartikel 10 Civiele taken

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid2001200220032004200520062007
– actief personeelaantal vte'n160159159159159159159
– gemiddeld salarisx € 1,–41 61839 85140 44940 46140 45840 47440 471
– totale uitgavenx € 1000,–6 6596 3366 4316 4336 4336 4356 435
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–6 6596 3366 4316 4336 4336 4356 435
Militair personeelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n140148147147148149149
waarvan:        
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n123130128126124123123
– gemiddeld salarisx € 1,–82 91661 54960 93961 13960 75360 84660 830
– totale uitgavenx € 1000,–10 1998 0017 8007 7047 5337 4847 482
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n17181921242626
– gemiddeld salarisx € 1,–23 89724 59228 47332 22233 60134 27634 240
– totale uitgavenx € 1000,–406443541677806891890
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–10 6058 4448 3418 3808 3408 3758 372
Totaal militair personeelx € 1000,–20 80416 44616 14116 08415 87315 85915 854

Kengetallen en volumegegevens niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 2821 1921 1781 1601 1601 1561 156
– gemiddeld salarisx € 1,–38 72041 56140 92040 81440 47640 49740 497
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–49 64349 55348 21647 34446 95246 81446 815
Militair personeelEenheid2001200220032004200520062007
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 3341 2491 2851 2761 2731 2731 273
waarvan:        
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n958954969959956956956
– gemiddeld salarisx € 1,–46 72550 23148 48748 70549 52249 53749 553
– totale uitgavenx € 1000,–44 76347 92046 98446 70847 34347 35747 373
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n376295316317317317317
– gemiddeld salarisx € 1,–31 68929 73228 75328 74428 74428 74428 744
– totale uitgavenx € 1000,–11 9158 7719 0869 1129 1129 1129 112
Totaal militair personeelx € 1000,–56 67856 69156 07055 82056 45556 46956 485
Overige personele uitgavenEenheid2001200220032004200520062007
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren81117150149150150150
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–54 21071 46872 06757 49057 55557 52357 523
– totale uitgavenx € 1000,–4 3918 37610 7748 5898 6398 6408 640
– overige persoonsgebonden personele uitgaven ressortsaant