nr. 20
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 mei 2006
1. Inleiding
Jaarlijks wordt de Kamer op hoofdlijnen op de hoogte gesteld van de voorgenomen
wijzigingen in de toetsingskaders voor de stichting en verplaatsing van scholen
(en vbo-afdelingen) voor het voortgezet onderwijs. Ik ben voornemens om de
wijzigingen in de betreffende beleidsregeling voor het komende schooljaar
tot het hoogstnoodzakelijke te beperken, in afwachting van de nieuwe wetgeving
op grond van de uitwerkingsnotitie grotere planningsvrijheid vo.
2. Toetsingskaders stichting en verplaatsing ongewijzigd
In het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer op 25 mei 2005 (28 504,
nr. 19) is gesproken over de «Uitwerkingsnotitie grotere planningsvrijheid
voortgezet onderwijs». Bij die gelegenheid heeft de Kamer ingestemd
met de beleidsmatige hoofdlijnen van een wetswijziging op het gebied van de
voorzieningenplanning vo. De nieuwe wetgeving zal naar verwachting per 1 augustus
2007 van kracht worden. Gelet op dit perspectief ligt het in de rede om de
huidige regelgeving zoveel mogelijk in stand te houden voor het komende schooljaar
2006–2007. Daarom stel ik u voor om het Toetsingskader Plan van Scholen
2007–2009 (ex artikel 65 van de WVO) ongewijzigd te verlengen voor de
periode 2008–2010.
Bovendien stel ik u voor om het toetsingskader voor verplaatsing etc.
(ex artikel 75 van de WVO) per 1 augustus 2006 eveneens ongewijzigd voor
een jaar te verlengen.
3. Criteria regionale arrangementen
De regionale arrangementen nemen jaarlijks in aantal toe. Dat is een goede
ontwikkeling temeer daar de regionale arrangementen de voorloper zijn van
het systeem van regionale samenwerking voor de voorzieningenplanning nieuwe
stijl. De dynamiek van de onderwijsontwikkelingen bracht met zich
mee dat de beleidsregeling met de criteria voor regionale arrangementen voor
de schooljaren 2005–2006 en 2006–2007 in het schooljaar 2005–2006
op de volgende twee punten is aangepast. Over het eerste punt heb ik u van
tevoren geïnformeerd. Over het tweede punt stel ik u bij wijze van uitzondering
eerst achteraf op de hoogte in verband met de korte termijn waarop de publicatie
tot stand moest komen om de scholen de mogelijkheid te bieden nog in het schooljaar
2005–2006 een aanvraag te doen.
3.1. Overbruggingsvoorziening experimentele vbo-programma’s
De eerste aanpassing van 20 februari 2006 betreft de overbruggingsvoorziening
voor scholen voor vmbo die per 1 augustus 2006 met experimentele vbo-programma’s
willen starten (Staatscourant van 2 maart 2006, nummer 44). De voorziening
is reeds aangekondigd in de brief aan uw Kamer van 16 december 2005 met
het onderwerp Beantwoording Kamervragen n.a.v. het Algemeen Overleg van 22 juni
2005. Het betreft het intrasectorale programma Techniek Breed en de intersectorale
programma’s ICT-route, Technologie in de gemengde leerweg (met drie
uitstroomvarianten), het brede programma Intersectoraal (eveneens met drie
uitstroomvarianten) en Sport, Dienstverlening en Veiligheid. Deze programma’s
hebben na een pilotperiode bewezen voldoende bestendig te zijn om te worden
opgenomen in het reguliere aanbod. De verankering in wet- en regelgeving van
de programma’s zal naar verwachting per 1 augustus 2007 kunnen
ingaan. Bovendien is in deze aanpassing van 20 februari 2006 een kader
gegeven voor de uitvoering van een experiment met een tijdelijke licentie
voor de theoretische leerweg (mavo) aan een AOC. Het experiment werd reeds
aangekondigd in de «Uitwerkingsnotitie grotere planningsvrijheid voortgezet
onderwijs».
3.2. Verbrede toelating op de nevenvestiging zorg
De tweede aanpassing voorziet erin dat ook niet-geïndiceerde leerlingen
op een nevenvestiging zorg ingeschreven en bekostigd kunnen worden. Op de
nevenvestiging zorg, als bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet op
het voortgezet onderwijs, kunnen immers tot dit moment alleen leerlingen voor
bekostiging in aanmerking komen als zij geïndiceerd zijn door een Regionale
Verwijzingscommissie. In de praktijk is gebleken dat ook niet-geïndiceerde
leerlingen die extra zorg behoeven (zoals leerlingen voor wie de school middelen
ontvangt uit het regionaal zorgbudget van het samenwerkingsverband en LGF-geïndiceerde
leerlingen) veel baat hebben bij opvang op de nevenvestiging zorg.
Korte inhoud:
– voor de onderbouw wordt zonder aanvraag voor alle nevenvestigingen
zorg de verbrede toelating geregeld;
– voor de bovenbouw kunnen niet-geïndiceerde leerlingen worden
ingeschreven en bekostigd op een nevenvestiging zorg na goedkeuring van een
aanvraag voor een smal regionaal arrangement.
Deze aanvulling van de beleidsregel is in de Staatscourant van 8 mei
2006, nummer 89, gepubliceerd.
3.3. Ik ben voornemens in de beleidsregeling met de Criteria regionale
arrangementen een tweetal wijzigingen aan te brengen te
weten de vermindering van het aantal criteria voor de goedkeuring
van een regionaal arrangement in geval van een aanvulling op een reeds bestaand
regionaal arrangement alsook het verplichtstellen van het gebruik van een
formulier bij de aanvraag.
4. Overleg
Met de organisaties voor besturen en management is over de bovengenoemde
aanvullingen alsmede de wijzigingen in en over de verlenging van de toetsingskaders
voor stichting en verplaatsing van de vo-scholen overleg gevoerd en overeenstemming
bereikt.
5. Stand van zaken lopende wetswijzigingen
Op 20 januari 2005 is in Staatsblad 2005, 56 de wijziging van de
WVO gepubliceerd waarbij de aanvraagverplichting voor intrasectorale programma’s
wordt afgeschaft. Voorts is bij Besluit van 1 juni 2005 het Inrichtingsbesluit
WVO gewijzigd in verband met het schrappen van de aanvraagprocedure intrasectorale
programma’s en het laten verzorgen van onderdelen voorbereidend beroepsonderwijs
door een andere school voor vbo. De wetswijziging is evenals de wijziging
van het Inrichtingsbesluit WVO in werking getreden op 1 augustus 2005.
De beleidsregel «Verlenging beleidsregel criteria en procedures intrasectorale
programma’s en het laten verzorgen van onderwijsprogramma vbo door een
andere school voor vbo per 1 augustus 2004» komt dan ook te vervallen
bij het bereiken van de einddatum van 1 augustus 2006.
In dit verband teken ik aan dat ook de verbrede toelating in de onderbouw
van de nevenvestiging zorg zonder aanvraagprocedure wordt geregeld.
Alles bijeengenomen leiden de bovengenoemde aanpassingen en wijzigingen
in de regelgeving tot minder regels, minder administratieve lasten en meer
autonomie voor de scholen.
6. Procedure
In het voorgaande is reeds aangegeven dat de voorgenomen wijzigingen in
de regelgeving een beleidsarm karakter hebben. Zoals gebruikelijk is mijn
streven de regelgeving voor de scholenplanning in juli te publiceren zodat
de scholen tijdig geïnformeerd zijn.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. J. A. van der Hoeven