28 485
Wijziging van de Mededingingswet (toekennen van de bevoegdheid een EG-vrijstelling in te trekken)

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 november 2002

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In het in artikel I, onderdeel A, voorgestelde artikel 12, tweede, derde en vierde lid, wordt «raad» telkens vervangen door: directeur-generaal.

B

Na artikel I wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel Ia

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 19 maart 2001 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Mededingingswet in verband met het omvormen van het bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot zelfstandig bestuursorgaan (Kamerstukken 27 639) op een later tijdstip tot wet wordt verheven en in werking treedt dan deze wet, wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van de eerstgenoemde wet in artikel 12, tweede, derde en vierde lid, van de Mededingingswet «directeur-generaal» telkens vervangen door: raad.

2. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het bij koninklijke boodschap van 19 maart 2001 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Mededingingswet in verband met het omvormen van het bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot zelfstandig bestuursorgaan (Kamerstukken 27 639) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt in het in artikel I, onderdeel A, voorgestelde artikel 12, tweede, derde en vierde lid, «directeur-generaal» telkens vervangen door: raad.

Toelichting

Het wetsvoorstel kent de bevoegdheid om een EG-vrijstelling in te trekken toe aan de raad van bestuur van de NMa. Deze terminologie is afgestemd op het wetsvoorstel tot wijziging van de Mededingingswet in verband met het omvormen van het bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot zelfstandig bestuursorgaan dat thans in de Eerste Kamer aanhangig is (Kamerstukken 27 639). Zolang dat voorstel niet in werking is getreden, dient de bevoegdheid om een EG-vrijstelling in te trekken aan de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit te worden toegekend in plaats van aan de raad. Omdat het verdere verloop van de behandeling van dat wetsvoorstel thans niet duidelijk is, wordt in het wetsvoorstel een samenloopbepaling opgenomen, die ertoe strekt te bewerkstelligen dat in artikel 12 van de Mededingingswet de juiste terminologie is opgenomen. Hierbij wordt een regeling getroffen zowel voor het geval dat deze wet eerder treedt dan de wet tot verzelfstandiging van het bestuursorgaan van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als omgekeerd.

De Minister van Economische Zaken,

J. F. Hoogervorst

Naar boven