nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging
van de Mededingingswet (toekennen van de bevoegdheid een EG-vrijstelling in
te trekken).
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
22 juli 2002
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de raad van
bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit de bevoegdheid te doen uitoefenen
om een vrijstelling van artikel 81, eerste lid, van het EG-Verdrag in een
individueel geval in te trekken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Mededingingswet wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de bestaande tekst wordt het cijfer 1 geplaatst.
2. Toegevoegd worden vier nieuwe leden, luidende:
2. Indien een verordening als bedoeld in het eerste lid bepaalt dat de
bevoegde autoriteit van een lidstaat op een overeenkomst tussen ondernemingen,
een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke
gedraging van ondernemingen, waarop krachtens de desbetreffende verordening
artikel 81, eerste lid, van het Verdrag niet van toepassing is, alsnog artikel
81, eerste lid, van toepassing kan verklaren, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend
door de raad.
3. De raad deelt zijn voornemen een beschikking op grond van het tweede
lid te geven schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden.
4. In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt
de raad, alvorens toepassing te geven aan het tweede lid, belanghebbenden
in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken.
5. Een beschikking op grond van het tweede lid treedt niet eerder in werking
dan zes weken na de datum van haar bekendmaking.
B
In artikel 50, tweede lid, wordt na «artikel 9, eerste lid,»
ingevoegd: artikel 12, tweede lid,.
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand
na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Economische Zaken,