Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200228484 nr. 1;2

28 484
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima.

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage, 22 juli 2002

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal strafmaxima in het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994 te herijken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 37a, eerste lid, onderdeel 1°, vervalt «318, 326a» en wordt «175, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994» vervangen door: 175, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994.

B

In artikel 71, onderdeel 2°, vervalt steeds «of muntschennis».

C

In artikel 121 wordt de komma na «uiteenjaagt» vervangen door «of» en wordt «, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen» vervangen door: of een lid, een minister of een staatssecretaris uit die vergadering verwijdert of opzettelijk verhindert die bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen.

D

Na artikel 121 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 121a

Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van een commissie uit de beide kamers der Staten-Generaal of uit een van deze uiteenjaagt of tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt of een lid, een minister of een staatssecretaris uit die vergadering verwijdert of opzettelijk verhindert die bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

E

Titel VI van het Tweede Boek vervalt.

F

De artikelen 158, 161ter, 161septies, 167, 171 en 175b worden als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogte drie maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

2. In onderdeel 2° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

3. In onderdeel 3° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

G

In de artikelen 161bis, onderdeel 1° en 161sexies, onderdeel 1°, wordt «gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

H

In artikel 161quinquies, onderdeel 1° wordt «gevangenisstraf of hechtenis» vervangen door: gevangenisstraf.

I

Artikel 163 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

2. In onderdeel 2° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

J

Artikel 165 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

2. In het tweede lid wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

K

Artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

2. In onderdeel 2° wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

L

In artikel 172, tweede lid, wordt «gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

M

Artikel 173 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel 1°, wordt «gevangenisstraf of hechtenis» vervangen door: gevangenisstraf.

2. In het tweede lid wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

N

In artikel 173b, onderdeel 1°, wordt «gevangenisstraf of hechtenis» vervangen door: gevangenisstraf.

O

Artikel 175 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

2. In het tweede lid wordt «gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

P

In artikel 179 wordt na «geweld» en na «bedreiging met geweld» ingevoegd «of enige andere feitelijkheid» en wordt «gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

Q

In artikel 181, onderdeel 1°, wordt «gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.

R

Artikel 283 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «hechtenis van ten hoogste drie maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

2. In het tweede lid wordt «hechtenis van ten hoogste negen maanden» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

3. In het derde lid wordt «hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

S

In artikel 285, eerste lid, wordt «openlijk geweld met verenigde krachten tegen personen of goederen» vervangen door: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen.

T

In artikel 300, eerste lid, wordt «gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

U

In artikel 301, eerste lid, wordt «gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

V

Artikel 307 komt te luiden:

Artikel 307

1. Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

W

Artikel 308 komt te luiden:

Artikel 308

1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden ontstaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

X

In de artikelen 318, eerste lid, 326 en 326a wordt «gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

Y

Artikel 326c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en derde lid wordt «gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

2. In de aanhef van het tweede lid wordt «gevangenisstraf van een jaar of geldboete van de derde categorie» vervangen door: gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Z

In artikel 370, tweede lid, wordt «een huiszoeking» vervangen door: het doorzoeken van plaatsen.

ARTIKEL II

Artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994 komt te luiden:

Artikel 175

1. Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:

a. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;

b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6 gestraft met:

a. gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;

b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

3. Indien de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8,eerste of tweede lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, kunnen de in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd.

ARTIKEL III

In artikel 67, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering vervallen «318,», «326,» en «326a,» en wordt «326c» vervangen door: 326c, tweede lid.

ARTIKEL IV

Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juni 2002 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Provinciewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het provinciebestuur (Wet dualisering provinciebestuur) (28 384) tot wet wordt verheven en in werking treedt, worden de artikelen 123 en 124 van het Wetboek van Strafrecht vervangen door:

Artikel 123

Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de staten van een provincie uiteenjaagt of tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt of een lid, de voorzitter of een gedeputeerde uit die vergadering verwijdert of opzettelijk verhindert die bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 123a

Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van een door de staten van een provincie ingestelde commissie uiteenjaagt of tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt of een lid, een gedeputeerde of de commissaris van de Koning uit die vergadering verwijdert of opzettelijk verhindert die bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 124

Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de raad van een gemeente uiteenjaagt of tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt of een lid, de voorzitter of een wethouder uit die vergadering verwijdert of opzettelijk verhindert die bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 124a

Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van een door de raad van een gemeente ingestelde commissie uiteenjaagt of tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt of een lid, een wethouder of de burgemeester uit die vergadering verwijdert of opzettelijk verhindert die bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,