nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot aanvulling
van de Algemene wet bestuursrecht met regels over verkeer langs elektronische
weg tussen burgers en bestuursorganen (Wet elektronisch bestuurlijk verkeer).
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
22 juli 2002
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Algemene
wet bestuursrecht regels op te nemen met betrekking tot het verkeer langs
elektronische weg tussen burgers en bestuursorganen.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A
Na afdeling 2.2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING 2.3 VERKEER LANGS ELEKTRONISCHE WEG
Artikel 2:13
1. In het verkeer tussen burgers en bestuursorganen kan een bericht elektronisch
worden verzonden, mits de bepalingen van deze afdeling in acht worden genomen.
2. Het eerste lid geldt niet, indien:
a. dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is bepaald, of
b. een vormvoorschrift zich tegen elektronische verzending verzet.
Artikel 2:14
1. Een bestuursorgaan kan een bericht dat tot een of meer geadresseerden
is gericht, elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft
gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.
2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt de verzending
van berichten die niet tot een of meer geadresseerden zijn gericht, niet uitsluitend
elektronisch.
3. Indien een bestuursorgaan een bericht elektronisch verzendt, geschiedt
dit op een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier, gelet op de aard
en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.
Artikel 2:15
1. Een bericht kan elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden
voor zover hetbestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend.
Het bestuursorgaan kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische
weg.
2. Een bestuursorgaan kan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden
weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting
voor het bestuursorgaan zou leiden.
3. Een bestuursorgaan kan een elektronisch verzonden bericht weigeren
voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende
is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel
waarvoor het wordt gebruikt.
4. Het bestuursorgaan deelt een weigering op grond van dit artikel zo
spoedig mogelijk aan de afzender mede.
Artikel 2:16
Aan het vereiste van ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening,
indien de methode die daarbij voor authentificatie is gebruikt voldoende betrouwbaar
is, gelet op de aard en de inhoud van het elektronische bericht en het doel
waarvoor het wordt gebruikt. De artikelen 15a, tweede tot en met zesde lid,
en 15b van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing,
voor zover de aard van het bericht zich daartegen niet verzet. Bij wettelijk
voorschrift kunnen aanvullende eisen worden gesteld.
Artikel 2:17
1. Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch
is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking
bereikt waarover het bestuursorgaan geen controle heeft of, indien het bestuursorgaan
en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde systeem voor gegevensverwerking,
het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde.
2. Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor
gegevensverwerking heeft bereikt.
B
In artikel 3:42 wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid,
een lid ingevoegd, luidende:
2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt de bekendmaking
niet elektronisch.
C
Na artikel 4:3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4:3a
Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende
aanvraag.
D
Artikel 4:5, eerste lid, komt te luiden:
1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor
het in behandeling nemen van de aanvraag, of
b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel
2:15, of
c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling
van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking,
mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door
het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
E
Artikel 6:6 komt te luiden:
Artikel 6:6
Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of
b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op
grond van artikel 2:15,
mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen
binnen een hem daartoe gestelde termijn.
F
Artikel 8:4 wordt gewijzigd als volgt:
1. Aan het slot van onderdeel j vervalt: of.
2. De punt aan het slot van onderdeel k wordt vervangen door: , of.
3. Toegevoegd wordt een onderdeel l, luidende:
l. inhoudende een weigering op grond van artikel 2:15.
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
ARTIKEL III
Deze wet wordt aangehaald als: Wet elektronisch bestuurlijk verkeer.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,