Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201628479 nr. 74

28 479 Rechtspositie van politieke ambtsdragers

Nr. 74 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2015

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft Overheid in Nederland een onderzoek gehouden onder álle decentrale volksvertegenwoordigers in Nederland over de aantrekkelijkheid van hun functie. Het onderzoek, getiteld «Het aanzien van het politieke ambt, een belevingsonderzoek onder decentrale volksvertegenwoordigers»1, is uitgevoerd met reflecties van alle dagelijks bestuurders van de gemeenten, provincies en waterschappen en het perspectief van 500 politiek geïnteresseerde burgers.

Het rapport gaat vergezeld van een essay waarin de breed samengestelde begeleidingsgroep de belangrijkste conclusies uit het onderzoek heeft geanalyseerd en weergegeven. Dit doet recht aan het onderzoeksrapport dat zeer omvangrijk is en buitengewoon veel informatie bevat. Met dit onderzoek en essay wordt in feite ook al voor een deel invulling gegeven aan de motie van het lid Wolbert (Kamerstuk 34 300 VII, nr. 34).

Met regelmaat spreek ik vertegenwoordigers van alle decentrale politieke en bestuurlijke ambtsdragers in constructief overleg over hun rechtspositie.

De deelnemers van dit overleg hebben tegenover mij hun zorg geuit over het aanzien van het politieke en bestuurlijk ambt. Aanzien is een breed begrip. Beelden ontstaan door een waaier aan oorzaken. Kritiek wordt het als beelden het enthousiasme voor een politieke functie negatief gaan beïnvloeden. Het politiek ambt, en daarmee de kwaliteit van ons Nederlandse openbaar bestuur, gedijt uitsluitend bij voldoende aantrekkingskracht. Drijfveren, motivatie en voldoening zijn belangrijk voor het behoud van zittende en rekrutering van nieuwe veelbelovende ambtsdragers. Een belangrijke vraag in het onderzoek is daarom: Is de decentrale volksvertegenwoordigende rol aantrekkelijk?

Uit het onderzoek blijkt een positief beeld: de decentrale volksvertegenwoordiger beleeft het ambt overwegend als aantrekkelijk en invloedrijk. Hoe dichter men bij het bestuur komt, hoe meer dit zichtbaar wordt. Voor de belangrijkste conclusies uit het onderzoeksrapport verwijs ik u naar het essay «Decentrale volksvertegenwoordiging anno 2015». Dit essay zal een belangrijke basis vormen voor een actieplan dat als doel heeft het zichtbaar maken en waar nodig versterken van de aantrekkelijkheid van de decentrale politieke en bestuurlijke functie. Dit plan bereid ik op dit moment voor in samenspraak met de vertegenwoordigers van de negen groepen decentrale politieke ambtsdragers en van VNG, IPO en Unie van Waterschappen. Over dit actieplan zal ik u voor de zomer van 2016 nader berichten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.