Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200928479 nr. 45

28 479
Rechtspositie van politieke ambtsdragers

nr. 45
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2009

De vaste kamercommissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft mij verzocht voor 30 juni 12.00 uur uitleg te geven over de interne regelingen ten aanzien van declaraties van bewindspersonen (2009D32516). Ook is gevraagd op welke wijze declaraties worden gecontroleerd. Eerst zal ik het voorzieningenstelsel voor bewindspersonen toelichten. Vervolgens zal ik beide vragen beantwoorden.

De inhoud van het voorzieningenstelsel voor bewindspersonen

Het voorzieningenstelsel voor ministers en staatssecretarissen is op grond van artikel 2 van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen geregeld in het Voorzieningenbesluit. Uitgangspunt van deze regeling is dat bewindspersonen optimaal dienen te worden ondersteund om hun werkzaamheden te verrichten. De kosten dienen zo veel als mogelijk in de begroting zichtbaar te worden gemaakt.

Bij de totstandkoming van het Voorzieningenbesluit is de volgende driedeling in het voorzieningstelsel voor bewindspersonen aangebracht.

1. Voorzieningen zo veel mogelijk ten laste van de begroting

Voorop staat dat voorzieningen zoveel mogelijk in natura ter beschikking worden gesteld. Facturen voor dergelijke voorzieningen worden direct door het ministerie voldaan of apparatuur wordt in bruikleen verstrekt. Het betreft zaken als telefoon, computerapparatuur, abonnementskosten internet en beveiliging. Het dient hierbij te gaan om voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het vervullen van het ambt van minister of staatssecretaris en die uit de aard der zaak niet vallen onder de categorie kosten die voor eigen rekening komen. Daarvoor ontvangt de bewindspersoon een maandelijkse vergoeding.

Daarnaast zijn er nog specifieke voorzieningen die onmisbaar zijn voor het functioneren van de bewindspersoon. Het gaat hier vooral om voorzieningen die worden genoten buiten het ministerie, zoals reis- en verblijfsvoorzieningen, beveiliging en telecommunicatie thuis alsmede functionele lunches en diners buitenshuis. In de meeste gevallen zullen dergelijke voorzieningen ook ten laste van de begroting en in natura worden verstrekt. In bepaalde gevallen kan hiervoor ook een creditcard op naam van het ministerie worden gebruikt. Gebruik van een creditcard voor dergelijke uitgaven betekent wel dat de vereisten van functionele uitgaven ook hier onverkort van toepassing zijn. Achteraf moet voldoende duidelijk gemaakt kunnen worden dat met de uitgave een overheidsbelang is gediend.

2. Maandelijkse vergoeding voor voorzieningen die voor eigen rekening komen en die ook worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt

Voor enkele voorzieningen – voornamelijk in de persoonlijke representatieve sfeer – geldt dat zij geheel voor rekening van de bewindspersoon zelf komen. Het gaat hier om voorzieningen die een sterk privé-aspect hebben, maar die gezien het met de functievervulling van de minister of staatssecretaris samenhangende karakter daaraan mede ten dienste staan. Het betreft het grensgebied van privé en functioneel. Onder deze noemer vallen bijvoorbeeld de huur en aanschaf van extra kleding (bijvoorbeeld voor Prinsjesdag), miniaturen van onderscheidingen, persoonlijke attributen, uitgaven voor persoonlijke verzorging, een duurdere woning en activiteiten van partijgenootschappelijke aard. Als compensatie voor het gedeeltelijk functionele karakter van dergelijke uitgaven ontvangen ministers en staatssecretarissen een vaste maandelijkse vergoeding.

3. Bij uitzondering declareren van functionele uitgaven

Zo weinig mogelijk uitgaven dienen door de bewindspersoon zelf te worden gedaan via de eigen privé-rekening. Het kan zijn dat in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden de bewindspersoon functionele uitgaven toch zelf betaalt. In dergelijke gevallen kunnen deze uitgaven op declaratiebasis worden vergoed, mits de functionaliteit expliciet wordt aangetoond en voor zover die niet vallen onder de categorie kosten die voor eigen rekening komen.

Interne regelingen voor declaraties en controle van declaraties

Voorzieningen aan bewindspersonen komen ten laste van de begroting van een ministerie. De toelichting bij artikel 8 van het Voorzieningenbesluit stelt dat de secretaris-generaal de betrokken bewindspersoon adviseert bij de beoordeling of een bepaalde voorziening al dan niet dient te worden verstrekt.

Tijdens de begrotingsuitvoering wordt de functionaliteit van de kosten getoetst.

Om dit te waarborgen wordt door of namens de secretaris-generaal getekend dat de betreffende voorziening is geleverd of een activiteit is verricht en dat de betreffende kosten feitelijk zijn gemaakt.

De door de bewindspersoon ingediende declaraties worden verwerkt in het departementale financiële systeem.

Achteraf toetsen de auditdiensten (steekproefsgewijs) de rechtmatigheid van de verstrekkingen en declaraties. Voor mijn ministerie bijvoorbeeld betrekt de Rijksauditdienst – gelet op maatschappelijke voorbeeldfunctie van politieke ambtsdragers binnen de rijksoverheid – reiskosten, representatieve uitgaven en dergelijke van de bewindspersonen één keer per twee jaar afzonderlijk in de controle. Daarbij wordt steekproefsgewijs getoetst op de naleving van de administratief organisatorische voorschriften en rechtmatigheid. Over de uitkomsten van het onderzoek wordt gerapporteerd aan de secretaris-generaal.

De Algemene Rekenkamer tot slot onderzoekt jaarlijks de bestuurskosten van bewindspersonen en brengt de Tweede Kamer bij onrechtmatigheden op de hoogte van haar bevindingen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst