28 473
Europese Conventie

nr. 28
MOTIE VAN HET LID VAN DER LAAN C.S.

Voorgesteld in het Nota-overleg van 10 juni 2003

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de scheiding van kerk en Staat een belangrijk fundament is van de Nederlandse en de Europese rechtsstaat;

overwegende, dat de Nederlandse Grondwet geen verwijzing naar religieuze grondslagen kent;

overwegende, dat de vrijheid van godsdienst is gewaarborgd in de ontwerp-verdragtekst;

overwegende, dat er amendementen voorliggen die verwijzen naar het «cultureel, religieus en humanistisch erfgoed van Europa» zonder een specifieke godsdienst te noemen;

overwegende, dat is gegarandeerd dat de Europese Unie in dialoog blijft met maatschappelijke organisaties en andere belangengroeperingen en dat derhalve een aparte bepaling over de positie van kerkelijke instellingen overbodig is;

verzoekt de regering zich in de Conventie te verzetten tegen het opnemen van verwijzingen naar een specifieke Europese religieuze grondslag in de preambule of in de verdragsartikelen en tegen bepalingen die kerkelijke instellingen een bijzondere positie geven ten opzichte van andere maatschappelijke organisaties;

en merkt op dat de leden Kohnstamm, Jurgens en Kox van de Eerste Kamer hebben aangekondigd, de indiening van een gelijkluidende motie in de Eerste Kamer te zullen ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Laan

Van Baalen

Timmermans

Karimi

Van Bommel

Naar boven