28 467
Wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen

A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD

A. Wijzigingen in de tekst van de Wet

1. Het opschrift van het Wetsvoorstel luidende «Voorstel van Wet tot Wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere Wetten in verband met het tot standbrengen van een recht op langdurend zorgverlof» is vervangen door: Voorstel van Wet tot Wijziging van de wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot standbrengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen.

2. In artikel I, onderdeel B, is artikel 1:5 vervangen door: Voor de toepassing van de artikelen 4:7 en 5:16 geldt een afwijkende regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of een afwijkende regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad, of bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, voor vijf jaren vanaf het tijdstip waarop die regeling ingaat, indien geen termijn van ten hoogste vijf jaren is bepaald. Indien geen termijn is bepaald gaat bij wijziging van de regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde afwijking deel uitmaakt binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten aanzien van de afwijking een nieuw tijdvak in op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging.

3. In artikel I, onderdeel H, is in artikel 5:11, tweede lid, tweede zin, «verstrekken van informatie» vervangen door: verstrekken van aanvullende informatie.

4. In artikel I, onderdeel H, is in artikel 5:13, eerste lid, «eindigt na het verstrijken» vervangen door: eindigt met het verstrijken.

5. In artikel I, onderdeel H, is in artikel 5:13, tweede lid, «niet meer levens bedreigend ziek» vervangen door: niet langer levensbedreigend ziek.

6. Aan artikel I is een onderdeel P toegevoegd dat luidt: In artikel 7:12, tweede lid, en artikel 7:13, twaalfde lid, wordt «Het Landelijk instituut sociale verzekeringen» vervangen door:

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

7. Artikel IV is vervangen door: Aan artikel 2 van de Wet aanpassing arbeidsduur wordt een lid toegevoegd, luidende: 13. Voor de toepassing van het elfde lid geldt een afwijkende regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of een afwijkende regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad, of bij het ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, voor vijf jaren vanaf het tijdstip waarop die regeling ingaat, indien geen termijn van ten hoogste vijf jaren is bepaald. Indien geen termijn is bepaald gaat bij wijziging van de regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde afwijking deel uitmaakt binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten aanzien van de afwijking een nieuw tijdvak in op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging.

8. Onder vernummering van artikel V tot artikel X, zijn de artikelen V tot en met IX toegevoegd.

B. Wijzigingen in de memorie van toelichting

Algemeen

1. In paragraaf 1.2 Doelstellingen is de derde alinea vervangen door de tekst: Met een langdurend zorgverlof wil het kabinet de ervaren hoge tijdsbelasting voor werkenden in periodes van intensieve hulp aan een stervende partner, kind of ouder of aan een levensbedreigend ziek kind verminderen teneinde overbelasting van de informele helper te voorkomen. Voorts zijn deze zorgsituaties in de persoonlijke levenssfeer zo ingrijpend, dat naar de mening van het kabinet voorzieningen in tijd zowel als in geld nodig zijn om deze zorg te faciliteren. Daarnaast worden met een langdurend zorgverlof werkende informele helpers ondersteund, die hun verantwoordelijkheid voor en betrokkenheid bij zorgbehoevende naasten (partners, kinderen, ouders) praktisch gestalte willen geven. Voor de samenleving is de bereidheid tot dergelijke informele hulp van groot belang.

2. In paragraaf 1.7.2 wordt de zin «Ernstige meningsverschillen over de weging van het bedrijfsbelang of de rechtmatigheid van het verlof zouden eventueel tot een beroep op de rechter kunnen leiden.» vervangen door: Ernstige meningsverschillen over de weging van het bedrijfsbelang of de rechtmatigheid van het verlof zouden eventueel tot een beroep op de burgerlijke rechter kunnen leiden (danwel de bestuursrechter als het ambtenaren betreft). Tegen voor de werknemer nadelige beslissingen met betrekking tot de financiële tegemoetkoming kan hij opkomen bij de bestuursrechter.

Artikelsgewijs

l. De toelichting van artikel I, onderdeel B, is als volgt gewijzigd:

a) Na «de artikelen 4:7 en 5:10» is toegevoegd: (artikel 5:10 is thans in het wetsvoorstel vervangen door artikel 5:16).

b) Na de zin «Voorgesteld wordt een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar.» is toegevoegd: Deze geldigheidsduur betreft regelingen die tot stand zijn gekomen met toepassing van de artikelen 4:7 en 5:16, op grond waarvan afwijkingen van de wettelijke minimumbepalingen in hoofdstuk 4 en 5 van de Wet arbeid en zorg ten nadele van de werknemer zijn toegestaan onder de in die artikelen gestelde voorwaarden.

c) Na de zin «Partijen kunnen desgewenst een kortere looptijd afspreken.» is toegevoegd: Bij wijziging van de collectieve regeling waarin afwijkende bepalingen zonder expliciet bepaalde geldingsduur zijn opgenomen gaat ten aanzien van de afwijking een nieuw tijdvak lopen. Een dergelijke «verlenging» kan worden voorkomen door ten aanzien van de afwijking expliciet een geldingsduur te bepalen. Indien de geldingsduur van een van de artikelen 4:7 en 5:16 afwijkende regeling uitdrukkelijk op bijvoorbeeld 4 of 5 jaar is gesteld, wordt, indien vóór het verstrijken van die periode de arbeidsvoorwaardenregeling waarin de afwijking is geïncorporeerd op een of meer andere punten wordt gewijzigd, deze geldingsduur hierdoor niet van rechtswege verlengd. Dit laat uiteraard onverlet dat partijen desgewenst wel een verlenging kunnen overeenkomen. Aan een uitdrukkelijke keuze voor een bepaalde geldingsduur(die maximaal 5 jaar kan zijn) wordt derhalve recht gedaan in de voorgestelde bepaling. Waar de geldingsduur niet is vastgelegd vindt verlenging plaats bij wijziging van de integrale regeling. Ook bij deze gelegenheid kan echter alsnog een kortere looptijd worden bepaald, zodat latere wijzigingen niet tot verlenging krachtens de wet leiden.

2. In de toelichting van artikel I, onderdeel H, bij artikel 5:10 is de zin «Werkgever en werknemer kunnen afwijkingen ten gunste van de werknemer overeenkomen, gelet op het minimum-karakter van de voorgestelde wettelijke regeling» vervangen door: Werkgever en werknemer kunnen gelet op het minimum-karakter van de voorgestelde wettelijke regeling afwijkingen ten gunste van de werknemer overeenkomen, zij het dat op grond van de in onderdeel O neergelegde wijziging van artikel 7:9 de duur van de hogere financiële tegemoetkoming beperkt is tot de in artikel 5:10 gestelde periode. Zoals is vermeld in paragraaf 1.4.5 sluit de verlofduur van 6 maal de arbeidsduur per week per jaar aan bij de gemiddelde behoefte aan verlof, zoals die naar voren komt uit de SCP-verkenning. Onder omstandigheden kan behoefte bestaan aan een langer verlof. Dit wetsvoorstel geeft daarop echter geen aanspraak.

3. De toelichting van artikel I, onderdeel H, bij artikel 5:11, vierde lid, is als volgt gewijzigd:

a) Na de zin «Daarvan te onderscheiden is de situatie, dat gedurende het verlof de omstandigheden zich zodanig wijzigen dat, hadden deze omstandigheden reeds ten tijde van de beslissing op het verzoek bestaan, het verlof (wellicht) met een beroep op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zou zijn geweigerd.» is ingevoegd: Op grond van het algemene overeenkomstenrecht zou de werkgever zich er op kunnen beroepen dat hij niet door de werknemer aan de inwilliging van het verlofverzoek kan worden «gehouden», als dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar zou zijn.

b) Na de zin «In navolging van artikel 5:4, derde lid, van de Wet arbeid en zorg wordt in het vierde lid bepaald dat niet op een later tijdstip een beroep op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang kan worden gedaan, tenzij het betreft een militaire ambtenaar.» is toegevoegd:

De voorgestelde bepaling geeft derhalve een – ten opzichte van het algemene overeenkomstenrecht – bijzondere regeling.

4. De toelichting bij artikel I, onderdeel P, is toegevoegd.

5. Aan de toelichting van artikel IV wordt na de zin «Voor de toelichting op dit artikel wordt verwezen naar de toelichting bij artikel I, onderdeel B.» toegevoegd: In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat een «afwijkende» regeling als bedoeld in het voorgestelde dertiende lid van artikel 2 van de Wet aanpassing arbeidsduur, betrekking heeft op het elfde lid (en niet, zoals het voorgestelde artikel 1:5, op de artikelen 4:7 en 5:16 van de Wet arbeid en zorg).

6. De toelichting bij de artikelen V tot en met IX is toegevoegd.

Naar boven