28 463
Wijziging en aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met terroristische misdrijven (Wet terroristische misdrijven)

nr. 4
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2002

Bij koninklijke boodschap van 4 juli 2002 is uw Kamer aangeboden het voorstel van wet tot wijziging en aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met terroristische misdrijven (Wet terroristische misdrijven).

De Raad van State heeft in zijn advies over dit wetsvoorstel aangegeven, ervan uit te gaan dat het wetsvoorstel opnieuw voor advies aan hem zal worden voorgelegd als zou blijken dat de vastgestelde tekst van het kaderbesluit inzake terrorismebestrijding, dat aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt, anders dan redactioneel afwijkt. Dit kaderbesluit is op 13 juni 2002 in de JBZ-raad vastgesteld en wijkt niet af van de tekst op basis waarvan de Raad haar advies heeft opgesteld. Het opnieuw voorleggen van het wetsvoorstel voor advies is derhalve niet nodig. De tekst van het vastgestelde kaderbesluit is als bijlage bij het verslag van de JBZ-Raad op 27 juni 2002 aan uw Kamer gezonden (Kamerstukken II 2001/02, 23 490, nr. 239).

Voorts is in de aanhef van het nader rapport abusievelijk het verkeerde opschrift van het voorstel van wet opgenomen. Dit dient te zijn voorstel van wet tot wijziging en aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met terroristische misdrijven (Wet terroristische misdrijven).

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven