nr. 386a
A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 4 mei 2000
en het nader rapport d.d. 7 juni 2002, aangeboden aan de Koningin door de
minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de ministers van Verkeer en Waterstaat
en van Justitie en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Het advies
van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 24 februari 2000, no. 00.000871, heeft Uwe Majesteit,
op voordracht van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, mede namens
de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Justitie, bij de
Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Protocol van 3 juni 1999
inzake de herziening van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer
(COTIF) van 9 mei 1980 (Protocol 1999); Vilnius, 3 juni 1999, met toelichtende
nota.
Het Verdrag inzake de herziening van het Verdrag betreffende het internationale
spoorwegvervoer (hierna: het verdrag) van 9 mei 1980 heeft betrekking op de
totstandkoming van een uniform rechtsregime voor het vervoer van personen
en goederen over door de lidstaten ingeschreven spoorlijnen. Onderhavige verdragswijziging
verbreedt de reikwijdte van het verdrag aanzienlijk. Daarbij wordt het stelsel
van ingeschreven spoorlijnen verlaten en worden bevordering, verbetering en
vergemakkelijking van het internationale spoorvervoer tot doel gesteld. Nieuw
is met name de technische harmonisatie, gericht op een vrije circulatie van
spoorwegmaterieel en een onbelemmerde toegang tot de nationale spoorwegnetten,
en de civielrechtelijke regeling van het gebruik van de infrastructuur.
Met betrekking tot de verdragswijziging heeft de Raad van State de volgende
opmerkingen.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 24 februari
2000, nr. 00.000871, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit
advies, gedateerd 4 mei 2000, nr. W09.00 0071/V, bied ik U hierbij aan.
1. In paragraaf 2.1 van de toelichtende nota is als uitgangspunt
opgenomen dat de verdragsstaten in beginsel hun internationale samenwerking
op spoorweggebied in het kader van de onderhavige organisatie dienen te concentreren.
Zo is in artikel 3 van de verdragswijziging de verplichting opgenomen om alle
maatregelen te nemen, teneinde bestaande verdragen en afspraken aan te passen.
Eén en ander laat echter de verplichtingen voor de lidstaten van de
Europese Unie (EU) onaangetast, aldus de toelichtende nota. Wat deze laatste
opmerking in concreto betekent, wordt niet uitgelegd. Paragraaf 1.4
handelt over de relatie met de EU. Teneinde eventuele strijdigheid met bestaande
dan wel toekomstige EU-regelgeving te voorkomen, is bijvoorbeeld de verdragswijziging
ten aanzien van de technische harmonisatie nauw met de Europese Commissie
afgestemd.
Hoe dan ook, EU-regelgeving, die niet in overeenstemming is met het verdrag,
lijkt niet uitgesloten. De Raad adviseert in de toelichtende nota aan die
situatie aandacht te besteden.
1. Op voorstel van de Raad van State is in de toelichtende nota meer aandacht
besteed aan de relatie met de Europese Unie, in het bijzonder aan de verhouding
tussen de regelgeving van de EU en de OTIF (Intergouvermentele Organisatie
voor het internationale spoorvervoer). In dit verband zijn de hoofdstukken
1.4 en 2.1, onder A, aangevuld.
2. In onderdeel D van paragraaf 2.1 van de toelichtende nota is een
passage gewijd aan artikel 92 van de Grondwet. Ingevolge dit artikel kunnen
bij of krachtens het verdrag aan volkenrechtelijke organisaties bevoegdheden
tot wetgeving, bestuur en rechtspraak worden opgedragen. Kort en goed komt
deze passage er op neer dat wijzigingen waartoe de Algemene Vergadering van
verdragsstaten heeft besloten – voor die gevallen dat de desbetreffende
wijziging niet is afgekeurd of daartegen geen voorbehoud is gemaakt –
van kracht kunnen worden zonder goedkeuring der Staten-Generaal. Niet duidelijk
is de verhouding tot artikel 7 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking
verdragen. Dit artikel regelt de gevallen waarin geen goedkeuring is vereist.
Met name artikel 7, onderdeel a, lijkt van belang. Op grond van dit artikelonderdeel
is goedkeuring niet vereist, indien het een verdrag betreft waarvoor dit bij
wet is bepaald. Het college adviseert in de toelichtende nota aandacht te
besteden aan de betekenis van artikel 7, onderdeel a, voor de onderhavige
zaak en aan de verhouding tussen beide artikelen.
2. Gelet op het advies van de Raad is in onderdeel D van paragraaf 2.1.
een extra alinea toegevoegd. Ter verdere verduidelijking van de wijzigingsprocedure
is deze paragraaf nog nader aangepast.
3. Aan de ambtelijke kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven, met
dien verstande dat de woorden «van de wijzigingen» zijn tussengevoegd,
in plaats van de voorgestelde zinsnede «goedkeuring van de bijlage».
Verder zijn er enige andere redactionele wijzigingen doorgevoerd.
4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de toelichtende nota te actualiseren.
Zo is onder andere in paragraaf 1.5. aangegeven dat het wetsvoorstel
met betrekking tot de nieuwe Spoorwegwet bij de Eerste Kamer in behandeling
is, en in paragraaf 2.5. de informatie over de bijlage bij het RID aangevuld.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Protocol
wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoten van Verkeer en Waterstaat en van
Justitie, alsmede de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, verzoeken mij
te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het Protocol vergezeld van
de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen
aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen
Ambtelijk door te geven kanttekeningen bij zaak no. W09.000071/V
– In de laatste regel van paragraaf 2.5 van de toelichtende
nota «goedkeuring» vervangen door: goedkeuring van de bijlage.
In de laatste regel van de voorlaatste alinea van paragraaf 2.8
eenzelfde wijziging aanbrengen.
– Voor een goed begrip aan de toelichtende nota een lijst van afkortingen
toevoegen.