nr. 382
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2002
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 12 juni 2002.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal
wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door
ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de
Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 12 juli 2002.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste
lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State
gehoord, heb ik de eer U hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen
het op 25 februari 2002 te Venlo totstandgekomen verdrag tot wijziging van
het Verdrag van 8 april 1960 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek
Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren,
het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdend verkeer
over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende
vraagstukken (Grensverdrag) (Trb. 2002, 90).1
Een toelichtende nota bij dit verdrag treft U eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen
TOELICHTENDE NOTA
1. Doelstellingen van het verdrag
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder
b, van de Wet op de Raad van State)Met het onderhavige verdrag beogen Nederland
en Duitsland de over Duits grondgebied lopende weg van Schinveld naar Koningsbosch
(rijksweg N274, ook wel «Tractaatweg» genoemd), die thans nog
onder beheer van Nederland (Rijkswaterstaat) is, over te dragen aan Duitsland,
zodat deze deel kan gaan uitmaken van het Duitse wegennet en waarbij de overdracht
geen afbreuk doet aan het huidige gebruik door het Nederlandse transitverkeer.
2. Voorgeschiedenis van het verdrag
De wijziging van het Grensverdrag is nodig vanwege de bijzondere status
van de Tractaatweg, die is geregeld in artikelen 49 en 50 van het Grensverdrag.
De weg loopt door het Duitse gebied Selfkant dat na de Tweede Wereldoorlog
bij Nederland is gevoegd. In die tijd is de weg Schinveld-Koningsbosch gemaakt
tot een volwaardige verbinding tussen Midden- en Zuid-Limburg. Bij de teruggave
van de Selfkant aan Duitsland is in het Grensverdrag van 1960 aan deze weg
een bijzondere status toegekend. Overeengekomen was, dat de vrije doorgang
voor het Nederlandse wegverkeer intact bleef. De kruispunten in de Tractaatweg
werden vóór de overdracht van de Selfkant in 1963 door Nederland
ongelijkvloers gemaakt door de bouw van tunnels en viaducten. Daarmee werd
verkeersuitwisseling tussen het Duitse en Nederlandse wegennet uitgesloten
en waren op en rond deze weg geen grensovergangen nodig.
3. Hoofdlijnen van het verdrag
In samenhang met de Europese eenwording en met name het op 14 juni 1985
te Schengen gesloten Akkoord tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk
Belgie, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Groothertogdom
Luxemburg betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de
gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1985, 102) deed Duitsland in het najaar van
1991 het verzoek om een of meer kruisende wegen op de Tractaatweg aan te sluiten.
Mede gelet op de goede nabuurschappelijke betrekkingen is hierover in positieve
sfeer overlegd.
Vanwege het feit dat de weg Duits grondgebied is en mede vanwege de historische
gevoeligheden is gekozen voor een regeling voor overdracht om niet waarbij
van Nederlandse zijde extra is ingezet op voorwaarden, die ertoe strekken
dat het ongehinderd gebruik van de noord-zuidverbinding verzekerd blijft.
Mede vanwege de Duitse wens om de aansluiting van de Tractaatweg aan het
Duitse net zoveel mogelijk te bespoedigen, is gezocht naar zo eenvoudig mogelijke
aanpassingen van het grensverdrag. De bepalingen voor het verkeer van Nederland
naar Nederland via deze weg blijven gehandhaafd. Artikel 48 van het Grensverdrag
zal vervallen, daar de kunstwerken als vermeld in artikel 49, eerste lid,
reeds lang gereed zijn en de bijzondere bepalingen betreffende de grenscontroles
niet meer van toepassing zijn.
Artikel 49 van het Grensverdrag zal worden gewijzigd, daar de in het eerste
lid vermelde kunstwerken – zoals gezegd – reeds lang gereed zijn.
Er wordt een bepaling toegevoegd die overeenstemming verlangt tussen de autoriteiten
van beide landen alvorens wordt overgegaan tot eventuele verkeersbeperkingen.
Voorts wordt artikel 49, vijfde lid, zodanig aangepast dat het niet strijdig
is met bepalingen van latere verdragen inzake wederzijdse bijstand en samenwerking
tussen douaneadministraties en opsporingsonderzoek en achtervolging
van op heterdaad betrapte personen bij het plegen van of deelneming aan strafbare
feiten.
Artikel 50 van het Grensverdrag zal worden gewijzigd in zodanige zin dat
het beheer van de weg en alle daaruit voortvloeiende kosten, evenals de uitvoering
en financiering van aansluitingen wordt overgedragen aan de bevoegde Duitse
autoriteit.
Aan bezwaren van een aantal Nederlandse gemeenten betreffende verkeerstoename
in het stedelijk wegennet is tegemoet gekomen met de toezegging dat de Duitse
weg B56neu zal worden doorgetrokken en aangesloten op de Nederlandse weg N279.
De realisering hiervan op Nederlands grondgebied is op grond van nadere afspraken
met de Provincie Limburg verzekerd. Daarmee is aan alle voorwaarden voor aansluitingen
voldaan.
4. Koninkrijkspositie
Het verdrag zal wat het Koninkrijk betreft alleen voor Nederland gelden.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen