Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202028362 nr. 25

28 362 Reikwijdte van artikel 68 Grondwet

Nr. 25 MOTIE VAN HET LID OMTZIGT C.S.

Voorgesteld 20 februari 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in 2002 (28 362, nr. 2) aan de Kamer schreef dat artikel 68 van de Grondwet ook betrekking heeft op documenten;

constaterende dat de regering in deze brief vermeldt «dat als bepaalde inlichtingen moeten worden verstrekt op basis van de Wet openbaarheid van bestuur, zij zeker aan de Kamer moeten worden verstrekt op basis van artikel 68 van de Grondwet»;

constaterende dat het recht op informatie op basis van artikel 68 niet alleen geldt voor een Kamermeerderheid, maar ook voor een individueel Kamerlid;

overwegende dat het zeer onwenselijk is dat aan een Kamerlid ten behoeve van zijn of haar controlerende taak documenten niet verstrekt worden, die wel aan een burger (zoals een journalist) verstrekt worden op grond van de Wet openbaarheid van bestuur;

verzoekt de regering, te bevestigen dat op grond van artikel 68 een individueel Kamerlid specifieke documenten binnen een redelijke termijn moet kunnen ontvangen, tenzij het belang van de Staat zich hiertegen verzet,

en gaat over tot de orde van de dag.

Omtzigt

Van Weyenberg

Bruins

Snels

Leijten

Van Kooten-Arissen

Van Otterloo

Nijboer

Van Raan