nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Aan de Staten van de Nederlandse Antillen
Aan de Staten van Aruba
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van rijkswet tot
goedkeuring van het op 16 oktober 2001 te Luxemburg tot stand gekomen
protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, door de Raad vastgesteld overeenkomstig
artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage,
26 april 2002
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN RIJKSWET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op 16 oktober 2001 te Luxemburg
tot stand gekomen protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse
rechtshulp in strafzaken tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, door de
Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie, ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring
van de Staten-Generaal behoeft alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden
gebonden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met
gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het
Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk
Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Het op 16 oktober 2001 te Luxemburg tot stand gekomen protocol bij de
Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de
Lid-Staten van de Europese Unie, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel
34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarvan de Nederlandse, de
Engelse en de Franse tekst zijn geplaatst in Tractatenblad 2001, 187, wordt
goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.
ARTIKEL II
Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van
de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie,