Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201228325 nr. 147

28 325 Bouwregelgeving

Nr. 147 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2011

Naar aanleiding van het dodelijke ongeval in een zwembad in Tilburg op 1 november 2011 heeft de vaste commissie van Infrastructuur en Milieu in een brief d.d. 23 november 2011 aan mij en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu verzocht om een inventarisatie te maken van de zwembaden in Nederland waar gebruik is gemaakt van roestvast staal constructies en uw Kamer hierover te informeren. Tevens verzoekt de commissie hierbij in te gaan op mogelijke oplossingen. In de brief d.d. 21 november 2011 (Kamerstuk 28 325, nr. 143) heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu u gemeld dat ik uw Kamer informeer omdat de problematiek betrekking heeft op de Woningwet waarvoor ik verantwoordelijk ben.

Zoals in de brief van 21 november is vermeld, heeft de VROM-Inspectie geïnventariseerd welke acties gemeenten hebben ondernomen op het gebied van toezicht en handhaving naar aanleiding van een VROM-inspectiesignaal uit 2009 over het gebruik van roestvast staal constructies in zwembaden. In de bijlage van deze brief geef ik u de resultaten van deze inventarisatie. In deze bijlage geef ik u verder informatie over de problematiek van roestvast staal constructies in zwembaden, de reeds genomen acties, de regelgeving en verantwoordelijkheids-verdeling alsmede de gevraagde oplossingen.

Op basis van de inventarisatie van de VROM-Inspectie kan ik helaas niet concluderen dat de problematiek, die als sinds 2002 bekend is, afdoende is opgepakt door gemeenten en zwembadeigenaren. Een groot deel van de gemeenten heeft namelijk nog geen informatie aangeleverd en bij de gemeenten die wel acties hebben genomen, is het de vraag in welke mate dit is gebeurd.

Ik wil vanuit het Rijk meer sturing geven aan het oplossen van deze problematiek.

De aanpak richt zich daarbij op de naleving en handhaving van voorschriften.

Als eerste stap wil ik de VROM-Inspectie opdracht geven om begin 2012 daarnaar een onderzoek uit te voeren. Doel van het onderzoek is inzichtelijk te krijgen in welke mate eigenaren en de gemeenten uitvoering geven aan de voorschriften. Indien vervolgens blijkt dat bij de betreffende zwembaden door de gemeenten onvoldoende handhavend wordt opgetreden, zal ik overwegen gebruik te maken van mijn interventiemogelijkheden zoals bedoeld in artikel 5.23 van de Wabo. Verder ben ik voornemens gemeenten en zwembaden die onvoldoende maatregelen treffen, bekend te maken.

Ik informeer u begin 2012 nader over het voorgenomen onderzoek door de VROM-Inspectie naar de veiligheid van zwembaden.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

Bijlage

Inventarisatie VROM-Inspectie

Aannemelijk is dat in nagenoeg alle overdekte zwembaden RVS constructies zijn toegepast. Een inventarisatie hiernaar, zoals verzocht door de commissie, levert daarom weinig aanvullende informatie op. De vraag die relevant is, is niet in welke zwembaden RVS constructies zijn toegepast, maar welke acties door de eigenaar en gemeente zijn genomen om de risico’s in deze zwembaden te beperken. Naar aanleiding van het incident in Tilburg is derhalve door de VROM-Inspectie een inventarisatie uitgevoerd onder gemeenten met de vraag welke acties in de gemeenten zijn ondernomen naar aanleiding van het inspectiesignaal uit 2009. Deze aanpak sluit aan bij de eerder genomen acties door de VROM-Inspectie, waarbij de verantwoordelijkheid voor de aanpak van de problematiek op lokaal niveau is gelegd. De VROM-Inspectie heeft dus nog niet zelf onderzoek uitgevoerd bij de zwembaden. De VROM-Inspectie heeft de volgende informatie aangeleverd.

  • Per 6 december 2011 is van 272 gemeenten (circa 65 %) een reactie ontvangen; deze gemeenten geven aan 382 zwembaden in hun gemeente te hebben; er komen nog steeds reacties binnen.

  • Van deze 272 gemeenten hebben er 59 aangegeven geen zwembad te hebben; 178 gemeenten hebben aangegeven in 2009 actie te hebben ondernomen, waarvan 101 vanuit hun toezichtrol en 77 als eigenaar/beheerder. Daarbij hebben 91 gemeenten aangegeven naar aanleiding van de oproep van november jl. nog eens een hercontrole bij zwembaden te hebben uitgevoerd. Slechts 12 gemeenten hebben aangegeven dat zij op basis van een vastgesteld handhavingsbeleid actie hebben ondernomen.

  • In enkele gevallen heeft dit tot tijdelijke sluiting van het zwembad geleid.

  • 35 gemeenten hebben vanaf 2009 helemaal geen actie ondernomen na de oproep van de VROM-Inspectie; sommige gemeenten hebben hierbij aangegeven dat zij zich hierbij baseren op vastgesteld gemeentelijk handhavingsbeleid.

Problematiek roestvast staal en reeds genomen acties

Sinds 2001 is in Nederland bekend dat het toepassen van RVS constructies in zwembaden risicovol is. RVS is namelijk gevoelig voor zogenaamde chloor-spanningscorrossie die kan optreden in constructies boven zwembadbassins. In 2001 is als gevolg hiervan het plafond bezweken van een overdekt zwembad in Steenwijk. De staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) heeft per brief van 27 februari 2002 alle gemeenten geattendeerd op dit risico en gewezen op hun verantwoordelijkheid voor het toezicht op zwembaden. In 2004 heeft het ministerie van VROM alle gemeenten en de relevante brancheorganisaties geïnformeerd over de «Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van (ophang)constructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden». Deze praktijkrichtlijn is in opdracht van het ministerie van VROM opgesteld door het Nederlandse Corrosie Centrum in samenwerking met TNO en bevat een uitgebreide beschrijving van de problematiek en aanwijzingen voor inspectie en onderhoud.

Naar aanleiding van signalen dat nog steeds in zwembaden gevaarlijke situaties aangetroffen werden, heeft de VROM-Inspectie in 2009 het Inspectiesignaal «Risico’s van stalen (ophang)constructies en bevestigingsmiddelen in overdekte zwembaden» gepubliceerd en verspreid onder gemeenten en zwembaden. (zie www.vrominspectie.nl). Vervolgens is de VROM-inspectie in 2009, via een indicatief onderzoek nagegaan of gemeenten en zwembadeigenaren aan de slag zijn gegaan met dit Inspectiesignaal. Hieruit is gebleken dat dit nog maar deels het geval was. Daarom heeft de VROM-Inspectie begin 2010 nogmaals de gemeenten en eigenaren geattendeerd op het inspectiesignaal en hun verantwoordelijkheden.

Regelgeving en verantwoordelijkheden

De Woningwet stelt eisen aan de veiligheid van bouwwerken waaronder ook zwembaden. Het Bouwbesluit, dat onder de Woningwet valt, stelt eisen aan de constructieve veiligheid van bouwconstructies. Bouwconstructies, ook die van RVS, moeten duurzaam bestaand zijn tegen krachten die daarop werken. Inrichtingselementen, zoals geluidsboxen die in een zwembad zijn opgehangen met RVS verbindingen, worden veelal niet getypeerd als bouwconstructie, maar de veiligheid hiervan valt onder de werkingsfeer van het algemene zorgplichtartikel 1a van de Woningwet.

De verantwoordelijkheid om te voldoen aan het Bouwbesluit en aan het zorgplichtartikel 1a ligt bij de gebouweigenaar of – in voorkomend geval – degene die uit anderen hoofde (bijvoorbeeld als exploitant/beheerder) bevoegd is tot het treffen van voorzieningen. De gemeente is op grond van artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verantwoordelijk voor de bestuursrechtelijke handhaving van onder meer de bouwregelgeving. De wijze waarop de gemeente hieraan invulling geeft, moet zij op rond van artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)vastleggen in haar handhavingsbeleid. De VROM-Inspectie is verantwoordelijk voor het interbestuurlijke toezicht op de gemeenten, zoals bedoeld in artikel 5.11 van de Wabo1. Met de hiervoor genoemde acties heeft de VROM-Inspectie in het verleden invulling gegeven aan haar interbestuurlijke toezichtstaak.

Oplossingen

De door oplossingen voor deze problematiek, zijn reeds in het genoemde inspectiesignaal uit 2009 genoemd. Regelmatige inspectie van RVS constructiedelen is noodzakelijk. Bij geconstateerde corrosie dienen de onderdelen te worden vervangen door onderdelen die beter bestaand zijn tegen corrosie. In het inspectiesignaal worden zwembaden geadviseerd een risico-analyse uit te voeren waaruit de op te lossen knelpunten volgen alsmede de aanwijzingen voor een goed beheer. Het inspectiesignaal spreekt impliciet de eigenaar aan voor het inspecteren van de RVS-onderdelen. Indien een zwembadeigenaar niet uit eigen beweging deze inspecties uitvoert, moet de gemeente in kader van haar toezicht- en handhavingtaak actie ondernemen. De gemeente kan besluiten deze inspecties op eigen kosten uit te voeren. De gemeente kan mogelijk ook handhavend optreden richting de eigenaar met een beroep op het algemene zorgplichtartikel 1a uit de Woningwet. Dit artikel regelt dat een eigenaar er zorg voor moet dragen dat er geen gevaar voor de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. Gezien het feit dat de problematiek van RVS constructies in zwembaden algemeen aanvaard en bekend is, is het niet uitgesloten om op grond van artikel 1a handhavend tegen een zwembadeigenaar op te treden. Hiervoor is het uiteraard wel nodig om de eigenaar eerst zelf de gelegenheid te geven om de noodzakelijke voorzieningen te treffen.


X Noot
1

Het interbestuurlijke toezicht gaat op 1 juli 2012 over naar de provincies uitgaande van de voorgenomen inwerkingtreding van de Wet Revitalisering Generiek Toezicht op 1 juli 2012.