28 294
Hoofdlijnen voor een nieuwe Pensioenwet

nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 september 2004

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg op 15 september jl. over het rapport van de Commissie Staatsen stuur ik u hierbij het rapport «Pension Fund Governance»1 en de vervolgnotitie over het financieel toetsingskader. Zowel het rapport als de notitie heb ik deze week aan de Stichting van de Arbeid aangeboden.

Tijdens het overleg heb ik aangegeven dat het kabinet zelfregulering door de pensioenfondsen als uitgangspunt hanteert als het gaat om invulling van de kerntaken. Dit betekent dat de fondsen in de uitwerking duidelijk zullen moeten maken op grond van welke criteria zij gaan aantonen dat ze zich tot hun kerntaken beperken. In aanbiedingsbrief aan de Stichting bij het rapport «Pension Fund Governance» kunt u lezen dat de Stichting is gevraagd om binnen twee maanden te laten weten welke aanpak zij voor ogen heeft, alsmede op welke termijn deze plannen gerealiseerd kunnen worden1.

Verder heeft de Stichting van de Arbeid de vervolgnotitie over het financieel toetsingskader, over de uitgangspunten financiële opzet en positie van pensioenfondsen, aangeboden gekregen voor overleg. De uitkomsten van dit overleg, evenals de juridische uitwerking van deze notitie zullen in de Pensioenwet en de daarbij behorende regelgeving terug zijn te vinden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven