nr. 23
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 januari 2006
In september 2004 heb ik de Stichting van de Arbeid verzocht het vraagstuk
rondom pension fund governance (PFG) ter hand te nemen. Ik heb hierbij expliciet
aandacht gevraagd voor de betrokkenheid van gepensioneerden en de mate waarin
governance-aspecten zijn te onderscheiden aan rechtstreeks verzekerde regelingen.
Ik heb vervolgens een plan van aanpak ontvangen, dat ik u bij brief van
19 januari 2005 heb doen toekomen (Kamerstukken II, 2004/05, 28 294,
nr. 12).
De Stichting van de Arbeid is samen met het Coördinatieorgaan Samenwerkende
Ouderenorganisaties (CSO), de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, de
Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen het Verbond van Verzekeraars aan
de slag gegaan.
Gezien de grote diversiteit tussen pensioenfondsen is bewust gekozen voor
zelfregulering. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van sociale partners
en de pensioenfondsen om vorm te geven aan goed en transparant bestuur van
de pensioenfondsen. Dit is noodzakelijk voor behoud van het vertrouwen in
de fondsen.
Ik ben verheugd u te kunnen meedelen dat partijen overeenstemming hebben
bereikt over een gezamenlijke set van principes. Hierbij bied ik u deze «Principes
voor goed pensioenfondsbestuur (Pension Fund Governance)» aan1.
Met deze principes wordt een nieuwe weg ingeslagen. Er worden uitspraken
gedaan over zeggenschap, toezicht en verantwoording. De principes die nu voorliggen
zijn naar mijn mening een goed uitgangspunt op basis waarvan binnen de pensioenfondsen
de governance kan worden vormgegeven.
Door partijen is er bewust voor gekozen nu geen uitspraken te doen over
de structuren van governance. De kern is dat de principes van zeggenschap,
verantwoording en toezicht bij ieder pensioenfonds zijn terug te vinden. De
wijze waarop deze principes worden geïnstitutionaliseerd is aan de fondsen
zelf.
In 2008 zal een evaluatie plaatsvinden die zal uitwijzen op welke manier
de fondsen zijn omgegaan met de vormgeving van de principes en welke «best
practices» verankerd moeten worden. Gezien de samenhang tussen medezeggenschap
en governance hebben de StvdA en het CSO besloten het medezeggenschapsconvenant
nog een jaar langer te laten doorlopen, namelijk tot 2008. Hierdoor kunnen
governance en medezeggenschap gezamenlijk geëvalueerd worden.
Het bestuur van de Stichting van de Arbeid heeft mij deze principes voor
pension fund governance aangeboden met het verzoek tot wettelijke verankering
van de naleving. Ik ben voornemens deze wettelijk te verankeren in de Pensioenwet.
Dit zal gebeuren via een nota van wijziging waarbij het kabinet nader zal
ingaan op een aantal inhoudelijke aspecten.
Tot slot merk ik op dat naar de mening van het kabinet met hetgeen door
partijen is afgesproken en de wettelijke verankering daarvan in de Pensioenwet
het initiatiefwetsvoorstel van het lid Bakker (Kamerstukken II 2004/05, 28 354)
over de bestuursstructuur van pensioenfondsen overbodig is geworden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. J. de Geus