28 294
Hoofdlijnen voor een nieuwe Pensioenwet

nr. 22
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2005

Met betrekking tot de aanbevelingen van de Commissie Conglomeraatvorming Pensioenfondsen heb ik in een eerder stadium aangegeven dat zelfregulering en eigen verantwoordelijkheid centraal staan bij de oplossingsrichting die het kabinet voor ogen staat. Zie hiervoor mijn brief van 8 september 2004 (Kamerstukken II 2003/04, 28 294, nr. 8). De discussie over pension fund governance biedt ook een goed aanknopingspunt voor deze aanpak.

In het licht van de evaluatie ten aanzien van pension fund governance die het kabinet voornemens is in 2007 uit te voeren, heb ik aangegeven een referentiekader vast te zullen stellen. Een notitie met betrekking tot het bedoelde referentiekader doe ik u hierbij toekomen.1 Aan de hand van dit kader zal worden getoetst of pensioenfondsen zich beperken tot de verantwoordelijkheid voor hun kerntaken en of zij voldoende afstand bewaren tot nevenactiviteiten. Dit referentiekader heb ik gelijktijdig aan de Stichting van de Arbeid verzonden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven