Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201828286 nr. 983

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 983 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2018

Met ingang van 1 september 2018 is het volgens de geldende regels niet langer toegestaan de snavels bij pluimvee te behandelen. Per 1 september 2021 is ook het verwijderen van een deel van de achterste teen bij hanen in de vleesvermeerderingssector verboden. Als uitvoering van de motie van de leden Geurts en Dik-Faber (Kamerstuk 31 389, nr. 138) heeft er eerst een evaluatie plaatsgevonden of het stoppen met de ingrepen op een verantwoorde manier kan gebeuren. De Stuurgroep Ingrepen Pluimvee heeft mij op 14 december 2017 de resultaten van de evaluatie aangeboden, die gebaseerd zijn op onderzoeken die de laatste jaren zijn uitgevoerd. Naar aanleiding van deze resultaten zijn er gesprekken gevoerd met de pluimveesector en de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee. In deze brief laat ik u weten hoe ik met deze evaluatie om wil gaan.

Evaluatie

Om te komen tot een goede evaluatie heeft de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee mij twee documenten aangeboden, die u beiden bijgaand aantreft1. De Stuurgroep Ingrepen Pluimvee bestaat uit verschillende partijen uit de pluimveeketen en de Dierenbescherming. Daarnaast wordt zij bijgestaan door onderzoekers van Wageningen Livestock Research en mijn ministerie. Ik wil de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee hierbij bedanken voor haar inzet om mij van deze informatie te voorzien en voor haar inspanningen om te komen tot een pluimveehouderij zonder ingrepen.

Het eerste document betreft een wetenschappelijke rapportage van Wageningen Livestock Research (WLR), waarin de laatste stand van zaken met betrekking tot het achterwege laten van ingrepen bij pluimvee wordt weergegeven. Het tweede document is een notitie van de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee, te weten vertegenwoordigers van de pluimveesector en de Dierenbescherming, waarin zij haar advies geeft en toelicht.

Het rapport van WLR geeft inzicht in de effecten van het weglaten van ingrepen bij leghennen, vleeskuikenouderdieren en kalkoenen, op basis van recent onderzoek dat in opdracht van de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee is uitgevoerd, aangevuld met beschikbare informatie met betrekking tot het houden van onbehandelde koppels pluimvee in andere landen. Hoewel er al veel onderzoek is uitgevoerd, is op sommige punten ook nog meer informatie nodig. Dit laatste leidt er ook toe dat de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee in haar notitie voor een aantal categorieën pluimvee pleit voor uitstel van het verbod dat op 1 september 2018 ingaat volgens de geldende regelgeving. Ik vind het belangrijk dat er zorgvuldig op deze manier naar alle diercategorieën wordt gekeken.

Reactie

Het gaat hier om een wettelijk verbod op ingrepen waartoe uw Kamer destijds heeft besloten. De eerder genoemde motie heeft geleid tot een evaluatie aan de hand van de vraag of inwerkingtreding van het verbod op een verantwoorde manier kan gebeuren.

Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie wil ik vasthouden aan invoering van het verbod op snavelbehandeling voor leghennen en de moederdieren van reguliere vleeskuikens. Voor een verantwoorden ingroei naar dit verbod is uitstel tot 1 januari 2019 nodig. Ik ben daarom voornemens om ten azien van het verbod dat op 1 september 2018 van kracht wordt een vrijstelling te verlenen voor leghennen en moederdieren van reguliere vleeskuikens tot 1 januari 2019.

Hiermee gaat voor circa 90% van alle pluimvee die in Nederland wordt gehouden, het verbod op snavelbehandeling per 1 januari 2019 in. Voor de grootste diercategorie, de leghennen, heeft de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee een verdeeld standpunt ingenomen. De Dierenbescherming wil vasthouden aan het verbod per 1 september 2018, de partijen uit de pluimveesector pleiten voor nogmaals 5 jaar uitstel. Aangezien op dit moment circa 70% van de leghennen al niet meer behandeld wordt aan de snavel vanwege de marktvraag vanuit Duitsland, acht ik het vanuit dierenwelzijnsoogpunt verantwoord om het verbod voor deze groep in te laten gaan. Ook in andere landen worden leghennen onbehandeld gehouden. Ik ben mij ervan bewust dat dit het nodige vergt van diverse pluimveehouders. Ik wil het gesprek aangaan met de pluimveesector op welke manier ik de pluimveehouders die nog geen ervaring hebben met het houden van onbehandelde hennen inhoudelijk kan ondersteunen, ook om dierenwelzijnsproblemen te voorkomen. Voor de moederdieren van reguliere vleeskuikens blijkt uit de evaluatie dat het verbod ook bij deze groep op een verantwoorde manier kan worden ingevoerd.

Voor een aantal andere categorieën dieren wil ik echter het advies van de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee volgen om het verbod nog niet op dit moment in te laten gaan, omdat dit nog niet verantwoord is vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Voor deze groepen ben ik daarom voornemens een vrijstelling te verlenen van het verbod voor een periode van 5 jaar.

Voor de kalkoenen is met het onderzoek aangetoond dat het stoppen met de snavelbehandeling nog niet op een verantwoorde manier kan plaatsvinden. Voor de legouder en – grootouderdieren, de moederdieren van trager groeiende vleeskuikens en de vaderdieren uit de vermeerderingssector is er nog geen of onvoldoende onderzoek verricht om te kunnen stellen dat dit op een verantwoorde manier kan. De prioriteit van het onderzoek is uitgegaan naar de diercategorieën met grotere aantallen dieren en niet naar deze kleinere groepen. Omdat niet zeker is of het stoppen met ingrepen bij deze groepen niet leidt tot ongewenste situaties, is het naar mijn oordeel opportuun om voor bovenstaande categorieën een vrijstelling te verlenen. De verwachting is dat op termijn de ingrepen alsnog achterwege kunnen worden gelaten.

Een bijzondere categorie is de groep dieren die als eendagskuikens geëxporteerd worden. De Nederlandse pluimveevleesindustrie heeft wereldwijd een goede naam en is een grote exporteur. In Nederland worden de dieren op jonge leeftijd aan de snavel behandeld door de relatief weinig invasieve infraroodmethode. Deze methode kan alleen bij heel jonge kuikens worden toegepast. Wanneer onbehandelde eendagskuikens worden geëxporteerd, zullen zij voor het merendeel alsnog in het land van bestemming worden behandeld, maar dan met een heet mes of in sommige gevallen zelfs met een zijkniptang. Deze methoden zijn veel minder diervriendelijk en ik ben van mening dat ik ook verantwoordelijkheid moet nemen voor deze dieren, ook al blijven ze niet in Nederland. Om die reden acht ik voor de eendagskuikens die bestemd zijn voor export een vrijstelling van het verbod op de snavelbehandeling aangewezen. Deze vrijstelling is niet voor alle te exporteren eendagskuikens nodig. Op dit moment worden circa 13 miljoen van de 44 miljoen eendagskuikens die geëxporteerd worden aan de snavel behandeld. Hopelijk is het op termijn in steeds meer landen mogelijk om dieren met onbehandelde snavels te kunnen houden.

Het verwijderen van een deel van de achterste teen bij vaderdieren in de vermeerderingssector kan op dit moment nog niet op een verantwoorde manier gebeuren. Dit verbod gaat echter pas in op 1 september 2021 en ik zie geen reden om het verbod op dit moment al uit te stellen. Dit wil ik graag tegen die tijd opnieuw bekijken met de op dat moment aanwezige kennis.

Ik ben van mening dat met het ingaan van het verbod per 1 januari 2019 op een verantwoorde manier een stap wordt gezet richting minder ingrepen aan het dier. Tegelijk is duidelijk geworden dat nog niet alle ingrepen achterwege kunnen worden gelaten in de pluimveehouderij. Het is goed dat de sector heeft aangegeven verdere stappen te willen zetten. Er is al onderzoek gaande naar het achterwege laten van de snavelbehandeling bij de moederdieren van trager groeiende vleeskuikens en naar het achterwege laten van zowel de snavelbehandeling als de behandeling aan de tenen bij de vaderdieren. Ik vertrouw erop dat de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee en de pluimveesector in haar geheel zich de komende jaren inzetten om over de laatste groepen dieren ook meer kennis te vergaren. Ik hoop dat een groot deel van deze dieren al voor het aflopen van de te verlenen vrijstelling onbehandeld kan worden gehouden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl