Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201828286 nr. 941

28 286 Dierenwelzijn

28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)

Nr. 941 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2017

Hierbij ontvangt u het rapport Evaluatie vogelgriep over de uitbraak van hoogpathogene vogelgriep 20161 en mijn reactie hierop. Ook geef ik u mijn inhoudelijke reactie op het Eindrapport Welzijnscommissie vogelgriep 2016, dat op 30 augustus jl. aan uw Kamer is toegestuurd (Kamerstuk 28 286, nr. 924).

Evaluatie vogelgriep

De evaluatie is uitgevoerd door organisatiebureau Berenschot en bestaat uit een procesevaluatie (interne evaluatie van de crisisorganisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) – destijds Economische Zaken) en een inhoudelijke evaluatie (beoordeling inhoudelijke veterinaire beleid), waarbij de nadruk op de procesevaluatie ligt. Het doel van de procesevaluatie is om tot verbeteringen in de interne crisisorganisatie en -besluitvorming te komen. De inhoudelijke evaluatie heeft als doel de effectiviteit van het veterinaire beleid op hoofdlijnen te beoordelen. De evaluatie beslaat de periode vanaf de vondst van met hoogpathogene H5N8 besmette wilde vogels op 8 november 2016, tot en met het laatste, afsluitende overleg van het departementaal Beleidsteam (op 16 mei 2017).

Bureau Berenschot concludeert in zijn rapport dat de bestrijding van de vogelgriepuitbraken 2016–2017 effectief is verlopen. De verschillende bestrijdingsmaatregelen zijn proportioneel en daadkrachtig ingezet.

In de procesevaluatie concludeert bureau Berenschot dat de besluitvorming eenduidig was en gestructureerd verliep, de algemene communicatie over bestrijdingsmaatregelen soepel verliep en er veel (gewaardeerde) aandacht was voor informatie-uitwisseling met de sector. Bureau Berenschot geeft aan dat er verbetering valt te behalen op de interne informatiecoördinatie en ondersteuning van de crisisprocessen en op de organisatie van communicatie op maat. Deze aandachtspunten komen terug in de aanbevelingen. Bureau Berenschot doet in zijn rapport vier aanbevelingen, waarop ik hieronder direct mijn reactie geef.

1) Versterk de ondersteuning van crisisprocessen

De crisisprocessen, zoals melding, opschaling, informatievoorziening, advisering, samenwerking en besluitvorming en crisiscommunicatie, zijn onderzocht. Berenschot geeft aan dat de crisisprocessen beter ondersteund kunnen worden door uitbreiding en versterking van de crisiscoördinatie en informatievoorziening en door middel van een departementaal informatieknooppunt, ondersteund door ICT-voorzieningen. Deze aanbeveling is al gedeeltelijk uitgewerkt, aangezien het ook een aandachtspunt was in de evaluatie van de vogelgriepuitbraak 2014. Het departementaal coördinatiecentrum crisisbeheersing (DCC) is versterkt met extra menskracht. Op dit moment wordt bekeken hoe de hervorming van de crisisorganisatie verder ingevuld kan worden, mede in het licht van de herinrichting van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en LNV.

2) Maak het Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza generieker

Bureau Berenschot concludeert dat het Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza (versie 2013) heel gedetailleerd de maatregelen beschrijft, die genomen moeten worden tijdens een uitbraak van hoogpathogene vogelgriep. Dat deze maatregelen in het draaiboek zijn vastgelegd, vereenvoudigt volgens Berenschot de communicatie met de sector tijdens de crisis. Berenschot concludeert echter ook dat het draaiboek niet aansloot op de situatie van de uitbraak 2016–2017. Het advies is om het beleidsdraaiboek Aviaire Influenza generieker te maken, zodat het flexibel toepasbaar is tijdens verschillende uitbraken.

Dit punt was al eerder door het ministerie onderkend en hier werd al aan gewerkt. Het maatregelenhoofdstuk van het beleidsdraaiboek is inmiddels aangepast en ligt nu ter consultatie voor bij de stakeholders. De opzet van het aangepaste draaiboek is generieker en flexibeler, conform deze aanbeveling. Het pakket aan maatregelen is op zich niet anders, maar er is meer flexibiliteit in de toepassing ervan.

3) Organiseer het Vraag- en Antwoordteam (VAT) beter

Bureau Berenschot concludeert dat er meer aandacht nodig is voor responsieve communicatie, zodat er snel inhoudelijk correcte en eenduidige antwoorden worden gegeven aan betrokken partijen. Aandachtspunt volgens Berenschot is zowel de beschikbare capaciteit voor inhoudelijke afhandeling als het proces van vraagafhandeling. Deze aanbeveling volg ik op door direct bij de eerste uitbraak een Vraag en Antwoordteam (VAT) in te stellen, met een coördinator die voor een snelle afstemming en publicatie van vraag-en-antwoorden op rijksoverheid.nl zorgt. Dit is bij de uitbraak van hoogpathogene vogelgriep op 8 december jl. ook gebeurd.

4) Versterk de rol van de Dierenwelzijnscommissie

Om de effectiviteit van de Dierenwelzijnscommissie te verbeteren is het naar het oordeel van bureau Berenschot noodzakelijk om de samenstelling, positie en taken van de commissie te verhelderen en de leden op te leiden en te trainen in de uitvoering van deze taken. Ook adviseert Berenschot om de rol van de Dierenwelzijnscommissie verder te versterken door de rapportages van de commissie openbaar te maken.

De instelling van een structurele Welzijnscommissie Dierziekten wordt deze week vastgesteld en gepubliceerd. In dit Instellingsbesluit wordt de commissie benoemd voor een periode van vier jaar en daarmee kan zij haar werkzaamheden direct oppakken op het moment dat er een dierziekte uitbreekt. De samenstelling, positie en taken van de commissie zijn hiermee vooraf ook duidelijk gemaakt. Er wordt tevens op korte termijn (nadat het instellingsbesluit van kracht is gegaan) een bijeenkomst belegd met de commissie om daarin de taken nog verder te verhelderen, zodat zij goed voorbereid is. De rapportages van de commissie worden openbaar gemaakt, dit was eveneens het geval bij de rapportages van de Welzijnscommissie Vogelgriep 2016.

Eindrapport Welzijnscommissie vogelgriep 2016

Zoals ook in het eindrapport van de Welzijnscommissie is vermeld, vindt het kabinet de borging van dierenwelzijnsaspecten bij de bestrijding van dierziekten van groot belang. Daarom is verleden jaar al voor de eerste uitbraak van vogelgriep op een commercieel bedrijf besloten tot het instellen van de Welzijnscommissie Vogelgriep 2016. De commissie heeft veel inzet en betrokkenheid getoond en haar eindrapportage ruim op tijd opgeleverd. Ik ben de leden van de commissie hiervoor zeer erkentelijk.

De welzijnscommissie concludeert in haar eindrapportage dat de ruimingen met voldoende aandacht voor het welzijn van de dieren zijn uitgevoerd. Zij meent dat de crisisorganisatie professioneel is opgezet en in algemene en praktische zin aandacht voor het welzijn van dieren heeft. De commissie ziet ook ruimte voor verbeteringen, zoals het instellen van een structurele commissie. Ondanks de zeer snelle instelling van de Welzijnscommissie Vogelgriep 2016 verdient het de voorkeur dat de commissie al ver voor een uitbraak van een dierziekte goed voorbereid is op haar taken en direct haar werkzaamheden kan oppakken. Aan deze aanbeveling van de commissie wordt momenteel uitvoering gegeven. De commissie wordt nu structureel ingesteld, tevens voor uitbraken bij andere diersoorten dan pluimvee. Zo kan er ook bij uitbraken van andere dierziekten dan vogelgriep direct invulling worden gegeven aan de taken van de commissie.

De overige aanbevelingen uit de eindrapportage zijn ook met de commissie besproken in een afrondend gesprek met betrokken partijen, en enkele praktische aanbevelingen worden meegenomen in de werkwijze van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl