Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2016
Tijdens de Regeling van Werkzaamheden op 3 maart 2016 heeft uw Kamer verzocht om een
brief over de vergunningverlening aan het Dolfinarium in het kader van de regelgeving
voor het vertonen van dieren, de inspecties en de vraag of de vergunning terecht is
afgegeven.
In het Besluit houders van dieren van de Wet dieren is een aantal artikelen opgenomen
betreffende dieren voor vertoning (hoofdstuk 4). Deze artikelen voorzien in een vergunningplicht
voor dierentuinen en voorschriften over het houden, verzorgen en registreren van dieren,
alsmede de instandhouding van diersoorten en een informatief en educatief programma
en een beleidsprotocol. Voorheen waren deze voorschriften opgenomen in het Dierentuinenbesluit,
gebaseerd op de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
Onder een dierentuin wordt verstaan: een permanente inrichting waar levende wilde
dieren worden gehouden om gedurende tenminste zeven dagen per jaar te worden tentoongesteld
aan het publiek, met uitzondering van circussen en dierenwinkels. Deze definitie is
overgenomen uit richtlijn 99/22/EG van de Raad van 29 maart 1999 betreffende het houden
van wilde dieren in dierentuinen. In artikel 4.2. van het Besluit houders van dieren,
genaamd «Exploitatie dierentuinen», is de vergunningplicht voor dierentuinen geregeld.
Het Dolfinarium is een permanente inrichting die meer dan zeven dagen per jaar beschermde
wilde zoogdiersoorten tentoonstelt aan het publiek en is daarom een dierentuin. Het
Dolfinarium dient dan ook te beschikken over een dierentuinvergunning om de dierentuin
te mogen exploiteren.
Het Dolfinarium is geen circus. Een circus wordt in de toelichting bij de wijziging
van het Besluit houders van dieren waarmee het verbod op vertonen van wilde zoogdieren
is opgenomen1, beschreven als een reizende tentoonstelling die als geheel kan rondreizen of kan
bestaan uit een verzameling van optredens.
Het Dolfinarium behoort, samen met de andere leden van de Nederlandse Vereniging van
Dierentuinen (NVD), tot de eerste groep dierentuinen die in 2003 een dierentuinvergunning
kreeg. De leden van de NVD zijn ook aangesloten bij de European Association of Zoos
and Aquaria (EAZA). Deze dierentuinen houden dieren volgens richtlijnen die zij uitwisselen
en onderling beoordelen, de zogenaamde husbandry guidelines van EAZA. Deze richtlijnen
zelf zijn dynamisch, zodat dierentuinen kunnen innoveren.
Een belangrijk onderdeel van de beoordeling van een vergunningaanvraag is een inspectie
door de visitatiecommissie, een ambtelijke commissie met verscheidene deskundigen
op het gebied van dierentuinen, waaronder een dierenarts. Deze commissie beoordeelt
de volgende zaken: welzijn en huisvesting, het dierenverblijf, gezondheid, voedsel
en water, hygiëne, reproductie, beleidsprotocol en registratie. Bij de inspectie speelt
het beoordelen of dieren soorteigen gedrag vertonen een belangrijke rol (zie ook:
https://mijn.rvo.nl/dierentuin«overzicht vragen visitatiecommissie»).
Bij de vergunningverlening aan het Dolfinarium in 2003 is opgemerkt dat het dierenbestand
een goede gezondheid, ontwikkeling en conditie vertoont, dat de gezondheid dagelijks
door observaties wordt gecheckt en dat groei en fysieke ontwikkeling regelmatig worden
gecontroleerd. Ook zijn kwaliteit en samenstelling van het water goed en deze worden
regelmatig gecontroleerd. Voorts wordt gemeld dat de trainingen, die bijna alle diersoorten
in Dolfinarium Harderwijk ondergaan, een onderdeel van hun verrijkings- en verzorgingsprogramma
zijn. De visitatiecommissie noemt het Dolfinarium gespecialiseerd in zeezoogdieren,
die voor een deel getraind zijn om verrichtingen te tonen. Daarnaast geeft de commissie
aan dat het Dolfinarium deelneemt aan fokprogramma’s, natuurbeschermingsprojecten
ondersteunt en ook betrokken is bij onderzoeksprojecten. De educatieve middelen bestaan
onder andere uit bebording, voorstellingen, exposities, rondleidingen, werkstuk- en
lespakketten. De visitatiecommissie heeft positief geadviseerd over het Dolfinarium,
waarop de vergunning is verleend.
De commissie heeft het Dolfinarium daarna in 2006 bezocht om belangrijke wijzigingen
te inspecteren die bij controle waren opgemerkt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
(NVWA), voorheen AID. Hierop is de vergunning gewijzigd. Na 2006 zijn geen belangrijke
wijzigingen binnen het Dolfinarium opgemerkt of aangevraagd.
De laatste inspectie heeft de NVWA op 9 maart 2016 bij het Dolfinarium uitgevoerd
naar aanleiding van een controleverzoek. Bij deze inspectie werden geen overtredingen
vastgesteld. Ik verwijs u hiervoor verder naar de beantwoording van de vragen van
het lid Graus (PVV)(Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 2141) over het dolfinarium, die tegelijkertijd aan uw Kamer is verzonden.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam