Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 januari 2014
In het Nota Overleg Dierenwelzijn van 2 december 2013 heb ik uw Kamer toegezegd informatie
te vertrekken over de wijze van bedwelmen en doden van waterbuffels in slachthuizen.
Onderstaand treft u deze informatie aan.
Waterbuffels
De waterbuffels (Bubalis Bubalis) die in Nederland worden gehouden, stammen uit Italië. Daar worden al lang waterbuffels
gehouden voor de productie van melk ten behoeve van mozzarella.
In Nederland zijn momenteel 14 bedrijven waar naar schatting in totaal zo’n 2.000
waterbuffels bedrijfsmatig worden gehouden voor de productie van melk en vlees.
Aantallen
De NVWA registreert niet het aantal geslachte waterbuffels. Naar schatting worden
per jaar zo’n 100 tot 150 koeien van verschillende leeftijden en zo’n 200 tot 300
stieren van een jaar tot anderhalf jaar oud aangeboden voor de slacht.
Van de drie grootste runderslachthuizen in Nederland slacht er één ongeveer 150 waterbuffels
per jaar, de tweede ongeveer 50 per jaar en de derde geen. De overige dieren worden
geslacht in een aantal middelgrote en kleine slachthuizen.
Bedwelmmethoden/penschiettoestel
De meeste waterbuffels worden gedood na bedwelming met behulp van een penschiettoestel.
Incidenteel worden waterbuffels zonder voorafgaande bedwelming geslacht in het kader
van de slacht volgens religieuze riten.
Het penschiettoestel kan bij runderen op verschillende posities op de kop worden toegepast.
De meest gebruikelijk is de voorhoofdspositie.
Penschiettoestellen zijn er in verschillende uitvoeringen. Ook zijn er per type penschiettoestel
meerdere patronen beschikbaar. De zwaarste patronen zijn bestemd voor de zwaarste
dieren, zoals runderen van vleesrassen en volwassen stieren.
Enkele jaren geleden werden door NVWA-toezichthouders problemen gesignaleerd met het
bedwelmen van waterbuffels. Vaker dan incidenteel raakten dieren na het eerste schot
op het voorhoofd niet of onvoldoende bewusteloos. Na overleg met externe deskundigen
van Livestock Research uit Lelystad is destijds gekozen om bij dieren met extreem
dikke voorhoofdschedelbeenderen het achterhoofdschot toe te gaan passen. Bij dit schot
wordt het toestel schuin naar voren gericht richting de bek van het dier, opdat de
pen het centrale zenuwstelsel beschadigt. Tevens is indien nodig het slachthuis gewezen
op het gebruik van een penschiettoestel met een langere pin. Deze pin is onder meer
verkrijgbaar in Frankrijk en Duitsland. Van de grootste slachthuizen is er één gestopt
met het slachten van waterbuffels. De twee andere hebben hun werkwijze inmiddels aangepast
door penschiettoestellen aan te schaffen met een verlengde pen. Sindsdien zijn er
geen problemen meer gemeld. Een langere pin kan beter werken, maar ook normale penschiettoestellen
met zwaardere patronen kunnen het gewenste effect bewerkstelligen1. Beide zijn wettelijk toegestaan.
Wettelijke eisen
In 2013 is de Verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij
het doden van kracht geworden (PbEU 2009, L 303). Deze verordening is rechtstreeks
geldig in alle EU-landen. De exploitant van het slachthuis is verantwoordelijk voor
het slachtproces en moet waarborgen dat dit zodanig verloopt dat aan de dieren elke
vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard. Hoe hij die waarborg
moet geven wordt ook voorgeschreven: zijn personeel moet opgeleid zijn, het slachtproces
moet worden uitgevoerd op basis van standaardwerkwijzen en het effect van de bedwelming
moet periodiek worden gecontroleerd op basis van een monitoringsprocedure. De resultaten
van de controles moeten worden vastgelegd. Ook aan de apparatuur en de methoden voor
het bedwelmen worden strikte eisen gesteld. Een penschiettoestel moet zwaar en onomkeerbaar
letstel aan de hersenen veroorzaken door de slag en de penetratie van de pen. Cruciale
parameters die daarbij in het oog moeten worden gehouden zijn onder meer de plaatsing
en richting van het schot en de lengte en diameter van de pin. Die moet namelijk gerelateerd
zijn aan de grootte van de dier en de diersoort. De exploitant van het slachthuis
moet deze pin dus afstemmen op de grootte van het dier. Op deze manier is verzekerd
dat de pin lang genoeg is om bedwelming te garanderen.
In de tweede helft van 2014 wordt naar verwachting de Wet dieren van kracht voor het
gedeelte dat ziet op het welzijn van dieren. Dit betekent onder meer dat vanaf dat
moment het mogelijk wordt om een bestuurlijke boete voor geconstateerde overtredingen
op te leggen, naast de reeds bestaande strafrechtelijke en bestuursrechtelijke mogelijkheden.
Er zijn in 2013 geen schriftelijke interventiemaatregelen genomen met betrekking tot
het bedwelmen van waterbuffels.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
S.A.M. Dijksma