Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 juni 2012
Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken van de implementatie van groepshuisvesting
voor drachtige zeugen. Per 1 januari 2013 moeten alle drachtige zeugen in de Europese
Unie in groepen worden gehuisvest. Het is dan niet meer toegestaan om drachtige zeugen
individueel te huisvesten. Het huisvesten in groepen is ingevoerd om het welzijn van
de zeugen te verbeteren.
Deze brief bevat een korte historieschets, de stand van zaken van de implementatie
tot nu toe en mijn beleid om te bevorderen dat de Nederlandse zeugenhouderijsector
per 1 januari 2013 alle drachtige zeugen in groepen heeft gehuisvest.
Historie
De eis om drachtige zeugen in groepen te huisvesten dateert in Nederland van 1998
met een overgangstermijn van 10 jaar tot 2008. Toen in 2003 bekend werd dat de Europese
Unie per 1 januari 2013 ook over zou gaan op groepshuisvesting is de Nederlandse overgangstermijn
termijn met 5 jaar verlengd tot 2013.
Eén van de onderliggende eisen van groepshuisvesting is het moment waarop zeugen uit
de dekstal in de groep worden geplaatst totdat ze naar de kraamstal gaan. In Nederland
is deze termijn 4 dagen na inseminatie, in de EU 4 weken na inseminatie. Diverse zeugenhouders
hebben geklaagd dat het huisvesten van zeugen in groepen zo kort na het dekken ten
koste gaat van de fokresultaten. Uit recent onderzoek blijkt dat dit niet zo is. Diergericht
management is de sleutel tot succes op een goede reproductie. Tevens levert de kortere
termijn van individuele huisvesting in de dekstal, naast goede resultaten, ook een
welzijnswinst voor de zeug op. Gezien de onderzoeksresultaten en het gezamenlijke
initiatief van sectororganisaties en de Dierenbescherming om zeugenhouders te ondersteunen
in hun management in de vroege dracht blijft groepshuisvesting voor drachtige zeugen
in Nederland vanaf 4 dagen na insemineren van kracht.
Stand van zaken implementatie
Op basis van de landbouwtellinggegevens van 2012 en een inventarisatie van het Productschap
voor Vee en Vlees (PVV) blijkt dat momenteel ongeveer 75% van de Nederlandse zeugenbedrijven
drachtige zeugen geheel of gedeeltelijk in groepen heeft gehuisvest, dat 10% zal gaan
stoppen en dat 15% nog volledig moet omschakelen van individuele huisvesting naar
groepshuisvesting. Een deel van de bedrijven die nog geheel moeten omschakelen bevindt
zich mogelijk nog in een vergunningentraject of redden het financieel niet om op tijd
om te schakelen.
100% groepshuisvesting per 1 januari 2013
De Nederlandse zeugenhouderij heeft 15 jaar de tijd gehad voor de omschakeling naar
groepshuisvesting. Het overgrote deel is omgeschakeld of rondt de omschakeling naar groepshuisvesting dit jaar af. Ik heb een aantal
acties ondernomen om zoveel mogelijk bedrijven nog dit jaar te laten omschakelen.
Zo heeft Dienst Regelingen begin mei een brief aan alle zeugenhouders gestuurd. Hierin
wordt benadrukt dat alle drachtige zeugen vanaf 1 januari 2013 in groepen moeten zijn
gehuisvest. Ter verduidelijking is tevens gemeld dat overgangsmaatregelen in het kader
van het Actieplan Ammoniak dan wel de stoppersregeling geen afbreuk doen aan deze
eis. Op basis van een bedrijfsinventarisatie, uitgevoerd door het PVV, heb ik eerder
dit jaar 80 gemeenten en 10 provincies aangeschreven en verzocht het afgeven van de
benodigde vergunningen zo veel mogelijk te bespoedigen.
De Europese bepaling dat vanaf 1 januari 2013 alle drachtige zeugen in groepen zijn
gehuisvest is een vaststaand feit voor Nederland waaraan ik niet zal tornen. Dit heb
ik de afgelopen maanden in Europees verband ook meerdere malen uitgedragen.
Internationaal speelveld
De Europese Commissie heeft kenbaar gemaakt dat zij vanwege de geloofwaardigheid van
het Europese dierwelzijnsbeleid onverkort vasthoudt aan de invoering van groepshuisvesting
voor drachtige zeugen per 2013 en een vergelijkbare situatie als bij het legbatterijverbod
wil voorkomen. De Europese Commissie heeft de lidstaten daarom meegedeeld dat in de
tweede helft van 2012 voorbereidingen worden getroffen voor een ingebrekestelling
van lidstaten indien de omschakeling nog niet is gerealiseerd. Uit beschikbare gegevens
blijkt dat het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en Zweden en een aantal Oost-Europese
lidstaten het meest ver zijn in hun implementatie van groepshuisvesting. Tot nu toe
zijn er geen signalen dat lidstaten de termijn van 2013 ter discussie stellen, ook
al zijn diverse lidstaten nog niet volledig omgeschakeld.
Handhavingsaanpak
De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) zal dit najaar alle zeugenhouders
informeren over het handhavingtraject. Het toezicht zal zich concentreren op zeugenhouders
die nog niet zijn omgeschakeld.
Wanneer blijkt dat vanaf 1 januari 2013 niet aan de eis van groepshuisvesting wordt
voldaan, zal direct handhavend worden opgetreden. Dit gebeurt door oplegging van een
last onder dwangsom die verbeurd zal worden als er geen herstel plaatsvindt.
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker