nr. 219
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT EN
VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2008
Inleiding
De afgelopen weken is opnieuw een aanzienlijke toename waargenomen van
het aantal besmettingen bij de mens met Q-koorts in de noord-oostelijke regio
van de provincie Noord-Brabant. Dit heeft geleid tot onrust bij de lokale
bevolking.
Met deze brief brengen wij u op de hoogte van aanvullende maatregelen
die wij uit voorzorg gaan treffen om de verspreiding van Q-koorts zoveel mogelijk
te beperken.
Q-koorts
Q-koorts is een ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella
burnetii (hierna: bacterie). Q-koorts is een zoönose. Dit betekent dat
verspreiding van dier naar de mens kan plaatsvinden. Q-koorts komt van oudsher
over de hele wereld en bij veel diersoorten voor – niet alleen bij alle
landbouwhuisdieren, maar ook bij soorten als vogels, honden, katten, ratten
en in het wild levende dieren. Teken kunnen een vector zijn in de overdracht
tussen dieren.
Met name kleine herkauwers worden beschouwd als een belangrijke besmettingsbron
voor de mens. Na uitscheiding kan de bacterie lang overleven in de buitenlucht
en soms over grote afstanden verspreid worden. Mensen kunnen besmet worden
via een aantal wegen waaronder het inademen van besmette, fijne deeltjes.
Bij de mens verloopt de ziekte vaak zonder of met alleen milde klachten. Er
kan zich echter ook een ernstiger beloop voordoen.
Het belangrijkste klinische verschijnsel bij herkauwers is abortus (verhoogde
verwerping) bij drachtige dieren, veroorzaakt door de bacterie.
Tijdens en na de abortus scheidt een dier grote hoeveelheden bacteriën
uit, die in de mest terechtkomen. Kleine herkauwers bestemd voor melkproductie
worden voor het overgrote deel in zogenoemde potstallen gehouden.
Een potstal is een stal waarbij de mest op gezette tijden wordt bedekt
met een nieuwe laag stro. Als het mengsel van mest en stro een bepaalde hoogte
heeft bereikt, wordt de stal geleegd. Vooral tijdens het uitmesten van de
stal kunnen veel bacteriën in de lucht komen. Dit levert een risico op
voor zowel de volks- als diergezondheid. Mogelijk is het uitrijden en onderwerken
van de mest op het land ook een risicofactor, maar dat lijkt een minder grote
rol te spelen dan het uitmesten van de stal. Veel van deze potstalmest wordt
namelijk buiten de provincie Noord-Brabant afgezet en leidt daar voor zover
bekend niet tot problemen bij de mens.
Reeds genomen initiatieven
Naar aanleiding van de uitbraak van Q-koorts in 2007 in Herpen, Noord-Brabant
is al een aantal afspraken gemaakt tussen het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
(LNV) om beter zicht te krijgen op de problematiek rondom Q-koorts en om verspreiding
van Q-koorts naar de mens zo veel mogelijk te voorkomen.
Zo zijn er aanvullende hygiëneadviezen voor bedrijven met kleine
herkauwers opgesteld en heeft voorlichting hierover plaatsgevonden. Ook zijn
de hygiënemaatregelen gepubliceerd op sites van het ministerie VWS en
LNV en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).
Voorts is onderzoek in gang gezet bij de GD bij zowel grote als kleine
herkauwers om een beter inzicht te krijgen in de omvang van het probleem.
Dit onderzoek wordt door zowel de sector als door de overheid gefinancierd.
Er vindt onderzoek plaats naar de risicofactoren voor de verspreiding
van Q-koorts.
De betrokken onderzoeksinstituten (het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM), het Centraal Veterinair Instituut (CVI) en de GD) zijn daarnaast
bezig met het ontwikkelen en valideren van geschikte testmethodes om de bacterie
te kunnen aantonen.
Als laatste initiatief geldt een onderzoek naar interventiestrategieën.
Hierbij gaat de aandacht vooral uit naar een nieuw vaccin bij dieren dat op
dit moment getest wordt in Denemarken en Frankrijk. Bekeken wordt of ook in
Nederland dit vaccin experimenteel ingezet kan worden.
Aanwijzing Q-koorts als besmettelijke dierziekte en meldplicht
Om maatregelen op bedrijven te kunnen nemen, is het noodzakelijk Q-koorts
als besmettelijke dierziekte aan te wijzen. De minister van LNV heeft deze
aanwijzing inmiddels in gang gezet zodat spoedig maatregelen genomen kunnen
worden. De aanwijzing is opgenomen in de Regeling preventie, bestrijding en
monitoring van besmettelijke dierziekten, zoönosen en TSE’s (Regeling
preventie). Houders van kleine herkauwers, gehouden in potstallen, zijn verplicht
verschijnselen van Q-koorts te melden. Deze meldplicht geldt ook voor de dierenarts.
Maatregelen ten aanzien van mest
Deskundigen zijn het erover eens dat mest waarschijnlijk een belangrijke
rol speelt bij de verspreiding van Q-koorts in de provincie Noord-Brabant.
Als zinvolle, voorlopige maatregel op basis van het voorzorgsbeginsel
zijn wij van plan een verbod voor de duur van drie maanden op te leggen voor
het uitmesten en uitrijden van potstalmest van bedrijven waar een ernstige
besmetting is vastgesteld. In deze periode vindt namelijk in de mest een aanzienlijke
reductie plaats van de besmetting in de mest. Als uitmesten in deze periode
onvermijdelijk is doordat de potstal vol is, zal onder nog nader uit te werken
voorwaarden, de mest wel uit de stal verwijderd en eventueel afgevoerd kunnen
worden.
Overige maatregelen en adviezen
Naast deze specifieke maatregel ten aanzien van mest op bedrijven met
een besmetting zullen generieke adviezen gegeven worden om verspreiding van
Q-koorts in de toekomst te voorkomen. Hierbij wordt gedacht aan het vervroegen
van het moment van uitmesten tot voor het begin van het lammerseizoen. Hierdoor
kan de mest tot zeker drie maanden na het lammerseizoen in de potstal blijven
waardoor een grote reductie van een eventuele besmetting kan worden gerealiseerd.
Bedrijven met kleine herkauwers worden vaak bezocht door recreanten en
andere geïnteresseerden. Contacten van burgers met besmette bedrijven
zijn ook uit voorzorg onwenselijk. Tijdelijk bezoekers niet toelaten op zo’n
bedrijf lijkt ons een zinvolle maatregel.
Er is ook een beperkt aantal bedrijven dat zelf kaas maakt. Dit gebeurt
vaak met rauwe melk. Consumptie van rauwe producten afkomstig van besmette
bedrijven wordt door het RIVM afgeraden. Het lijkt daarom in eerste instantie
zinvol om pasteurisatie in bepaalde gevallen voor te schrijven. De minister
van VWS gaat hierover in overleg met het RIVM.
Met bovenstaande maatregelen trachten wij de verspreiding van Q-koorts
zo veel mogelijk te beperken. De genoemde maatregelen zijn erop gericht zo
spoedig mogelijk actie te kunnen ondernemen om het risico van verspreiding
te verkleinen. Wij werken ons beleid hierop verder uit. Indien nodig zullen
wij u hier weer over informeren.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink