28 286 Dierenwelzijn

Nr. 1448 MOTIE VAN HET LID WIERSMA

Voorgesteld 18 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen (35 746, nr. 25) over dat er een onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij moet komen;

constaterende dat in artikel 2.3a, vierde lid van de Wet dieren is bepaald dat een langere overgangstermijn mogelijk is met het oog op «een redelijke overgangstermijn gericht op het door houders van dieren kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen»;

overwegende dat het realiseren van een dierwaardige veehouderij afhankelijk is van randvoorwaarden zoals verdienvermogen, financiering, vergunningverlening en een gelijk speelveld;

verzoekt de regering de onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij te laten adviseren of aan de noodzakelijke randvoorwaarden wordt voldaan voordat nieuwe verplichtingen uit de AMvB Dierwaardige Veehouderij in werking treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Wiersma

Naar boven