Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202028286 nr. 1093

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 1093 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2020

Diertransporten hebben mijn aandacht, en vooral als het transporten over lange afstanden betreft. Er zijn Europese regels waaraan voldaan moet worden om het dierenwelzijn te borgen. De transportverordening schrijft voor dat dieren na een bepaald vastgesteld aantal uren wegtransport moeten worden uitgeladen, gevoederd en gedrenkt in een daarvoor bestemde rustplaats. Daar moeten zij een rusttijd van tenminste 24 uur krijgen, voordat de reis kan worden voortgezet. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 23 april 2015 een uitspraak gedaan (Zuchtvieh-Export, zaaknummer 424/13), waaruit volgt dat voor de bescherming van dieren tijdens het vervoer, in het bijzonder bij lang transport van een EU-lidstaat naar een derde land, de transportverordening ook van toepassing is voor het deel van het transport dat buiten het grondgebied van de Europese Unie plaatsvindt.

De afgelopen maanden zijn er twijfels ontstaan over de rustplaatsen buiten de EU. Tijdens een bijeenkomst van nationale contactpunten voor de transportverordening in december 2019 werden de bevindingen uit een rapport van een aantal officiële dierenartsen uit Duitsland gepresenteerd. Uit bezoeken aan 11 rustplaatsen in Rusland, op de route naar Kazachstan, bleek dat een deel van de rustplaatsen die Duitse transporteurs regelmatig in hun reisplanning opgeven niet bestaat, of in dermate slechte of ongebruikte staat is dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat hier daadwerkelijk runderen worden uitgeladen. Een aantal van deze rustplaatsen is ook regelmatig in de reisplanning opgegeven door Nederlandse exporteurs. Uit correspondentie van centrale en regionale Russische autoriteiten komt geen consistent beeld over het bestaan van EU-conforme rustplaatsen op hun grondgebied.

Hieruit blijkt dat de regels van de transportverordening niet worden nageleefd of dat daar gerede twijfels over bestaan. Daarom staat de NVWA per dinsdag 26 mei geen exporten meer toe, indien er een 24-uurs rust in een rustplaats in Rusland nodig is. Dit is uit het oogpunt van dierenwelzijn. De van toepassing zijnde EU-wetgeving biedt daarbij ook geen andere keuze.

De problematiek beperkt zich echter niet tot Rusland, hoewel het grootste gedeelte van de exporten naar derde landen, waarbij een rustplaats buiten de EU nodig is, naar of door Rusland gaat. Er bestaat voor rustplaatsen buiten de EU geen geverifieerde officiële lijst, zoals voor binnen de EU wel het geval is. De NVWA vereist bij de aanvraag van exporten reserveringsbevestigingen als bewijs dat er een rustplaats zal worden aangedaan. Het is door de bevindingen over de Russische rustplaatsen duidelijk geworden dat er niet meer vertrouwd kan worden op de reserveringsbevestigingen van rustplaatsen buiten de EU. De huidige aanvraagsystematiek is daarom voor de NVWA niet meer afdoende om exporten naar buiten de EU te honoreren, als er een rustplaats buiten de EU moet worden aangedaan. Dat betekent dat de NVWA ook voor andere niet-EU bestemmingen naast Rusland, waarvoor een rustplaats buiten de EU noodzakelijk is, per 26 mei geen exportcertificering meer uitvoert.

Voor drachtige fokrunderen waarvoor reeds een quarantaine is opgestart, zal de NVWA de exportcertificering alsnog uitvoeren indien de verantwoordelijke persoon hier niet op tijd een andere bestemming voor kan vinden. Het alternatief zou immers zijn dat deze dieren naar het slachthuis moeten worden afgevoerd. Dan kies ik er liever voor om de dieren alsnog te laten vertrekken naar de geplande betemming. Nieuwe quarantaine aanvragen worden per 26 mei niet meer door NVWA toegestaan.

Er moet nu eerst een nieuwe betrouwbare procedure worden uitgewerkt die de NVWA in staat stelt haar controles en verificaties uit te voeren. Het voortouw hiervoor ligt bij het bedrijfsleven. Zij moeten zorgen voor geschikte faciliteiten en een systematiek die de NVWA voldoende basis geeft om hun controles en verificaties uit te voeren. Dit is ook met Vee en Logistiek Nederland besproken en zij zijn aan de slag gegaan met een plan van aanpak. Dit zal de komende tijd verder worden uitgewerkt. De exporten kunnen pas weer worden toegestaan als de naleving van de transportverordening, en daarmee het dierenwelzijn, voldoende geborgd is.

Deze problematiek speelt uiteraard niet alleen in Nederland. Inmiddels hebben diverse Duitse lidstaten exporten van levend vee, waarbij Russische rustplaatsen moeten worden aangedaan, opgeschort en hebben andere lidstaten ook hun controles aangescherpt. Ik ben in nauw contact met andere lidstaten en de Europese Commissie en streef naar een gezamenlijke toekomstige werkwijze.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten