Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928286 nr. 1060

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 1060 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juli 2019

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang rond cameratoezicht voor dierenwelzijn in slachthuizen.

Naar aanleiding van de gewijzigde motie van het lid Ouwehand (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1008), die verzocht om in te zetten op cameratoezicht in alle slachthuizen, zijn gesprekken met het bedrijfsleven gevoerd. Bij deze gesprekken is steeds benadrukt dat het cameratoezicht niet in de plaats treedt van het reguliere toezicht door de NVWA, maar dat het een toezichtondersteunend instrument is, dat de NVWA extra informatie en inzicht kan geven over de situatie op een bepaald slachthuis. Mijn inzet is om op basis van vrijwillige afspraken met het bedrijfsleven te komen tot het benutten van «Closed Circuit TV» (CCTV) bij het toezicht door de NVWA.

In het plenaire debat van 6 september 2018 over dierenwelzijn (Handelingen II 2017/18, nr. 106, item 8) heb ik u geïnformeerd over de pilot met cameratoezicht, die op dat moment was uitgevoerd bij een drietal slachthuizen. Het ging om een pilot in de periode mei 2018-augustus 2018 bij een drietal bedrijven. Hierbij is bekeken hoe CCTV in slachthuizen benut kan worden als aanvulling op het reguliere toezicht met als doel het welzijn van dieren in slachthuizen te borgen.

Het betrof een pluimveeslachthuis met permanent NVWA-toezicht, een varkensslachthuis met permanent NVWA-toezicht en een runderslachthuis met niet-permanent NVWA-toezicht.

Deze pilot is door de NVWA en het bedrijfsleven geëvalueerd en hieruit werd geconcludeerd dat:

  • bij het bezien van de camerabeelden één lichte onregelmatigheid is geconstateerd;

  • cameratoezicht in deze eerste pilot beperkt toegevoegde waarde had als aanvullend toezichtinstrument;

  • cameratoezicht onderdeel zou moeten zijn van het bedrijfseigen kwaliteitsprogramma van de slachthuizen;

  • de voorwaarden voor cameratoezicht goed geborgd moeten zijn. Zoals de bescherming van de privacy van de werknemers en de toezichthouders.

Tegelijk werd in de evaluatie aangegeven dat de bevindingen op de drie bedrijven niet representatief hoeven te zijn voor de overige slachthuizen.

Zoals ik in het debat van 6 september 2018 (Handelingen II 2017/8, nr. 106, item 8) heb aangegeven is de pilot uitgebreid naar alle slachthuizen met permanent toezicht. De NVWA heeft vanaf december 2018 alle ruim 40 slachthuizen met permanent toezicht individueel bezocht en gesprekken gevoerd over de optimalisering van hun camerasystemen. Zo is bezien of de aanwezige camera’s op de juiste positie hangen en of deze voldoende in beeld brengen wat voor de beoordeling van het dierenwelzijn nodig is. De bezochte slachthuizen gebruiken de bevindingen van de NVWA om hun camerasysteem te optimaliseren.

Brancheorganisaties COV en NEPLUVI hebben aangegeven dat hun slachterijleden die nog geen camera’s op alle relevante processtappen hebben, in 2019 camera’s plaatsen conform de uitkomsten van de individuele bezoeken. De brancheorganisaties hebben aangegeven dat slachterijen deze camera’s zullen incorporeren in hun bedrijfssystematiek ten aanzien van het borgen van het dierenwelzijn, waarbij ook de NVWA inzage heeft in de beelden. De komende tijd gaat de NVWA het gesprek aan hoe de bedrijven cameratoezicht in de praktijk (gaan) gebruiken. Daarbij zal de NVWA de risico’s betrekken op het gebied van dierenwelzijn, zoals de Risicobeoordeling roodvleesketen 2015 en de Integrale risicoanalyse pluimveevleesketen 2018 die benoemen.

Na de grote slachthuizen met permanent toezicht is de volgende stap uitbreiding van cameratoezicht bij middelgrote en kleinere slachterijen (die gemiddeld 10 grootvee eenheden per week slachten). Sinds mei 2019 is de NVWA gestart met gesprekken over aanwezigheid of optimalisering van camerasystemen op deze bedrijven. Het gaat om ongeveer 60 slachterijen, die de NVWA de komende maanden individueel bezoekt om te komen tot vergelijkbare afspraken als met de hierboven genoemde grote slachthuizen.

Ik zal uw Kamer van de voortgang op de hoogte houden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten