Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928286 nr. 1043

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 1043 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 april 2019

In het Algemeen Overleg (AO) paarden op 3 oktober 2018 (Kamerstuk 28 286, nr. 994) heb ik toegezegd uw Kamer een brief te sturen over de Identificatie en Registratie (I&R) van paarden. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezegging. Tevens geef ik met deze brief invulling aan mijn toezegging over certificaten bij tijdelijk transport van paarden tussen Nederland en Duitsland.

I&R van paarden

Ik zal eerst op hoofdlijnen het huidige I&R-systeem voor paarden toelichten, vervolgens ga ik in op actuele Europese ontwikkelingen en de gevolgen daar van voor I&R-paard en tot slot op de vraag of het wenselijk en mogelijk is om eigenaren van paarden te gaan registreren.

Huidige I&R-systeem voor paarden

De I&R voor paarden is vastgelegd in Europese regelgeving. In het kort komt het er op neer dat de paarden moeten worden voorzien van een onderhuidse chip en dat het unieke nummer van de chip gekoppeld wordt aan een papieren paspoort. Naast dit unieke chipnummer staan er in het paspoort ook andere relevante identificatie gegevens van het betreffende paard zoals het geslacht en de leeftijd. De gegevens in de paardenpaspoorten worden ook opgenomen in een centrale databank die door de overheid (RVO.nl) wordt beheerd. De logistieke uitvoering van het chippen en het maken en uitgeven van de paspoorten ligt bij gemandateerde paspoort uitgevende instanties. Dit zijn de paardenstamboeken in Nederland en een sportkoepel (KNHS).

I&R voor paarden is ook van belang voor het borgen van de voedselveiligheid. Een paard mag in principe geslacht worden. Echter, in het paspoort en de database kan vastgelegd worden dat het paard niet meer geschikt is voor humane consumptie. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het geven van bepaalde diergeneesmiddelen aan het paard. Naar aanleiding van de geconstateerde fraude met paardenvlees in 2013 is de Europese regelgeving voor I&R-paarden aangescherpt en is er meer aandacht voor het voorkomen van fraude gekomen.

Zo hebben ook dierenartsen een rol gekregen bij het vastleggen van data in de centrale database als het gaat om het niet geschikt zijn van paarden voor de voedselketen.

In tegenstelling tot de registratie van de runderen, schapen en geiten kent de huidige I&R voor paarden geen centrale registratie van de verblijfplaatsen en de houders van paarden. Ook worden de verplaatsingen van de paarden niet centraal bijgehouden. Wanneer een paard komt te overlijden, moet het paspoort worden teruggestuurd aan de uitgevende instantie en wordt dit daarna geregistreerd in de centrale databank. Voor paarden die zijn verkocht aan het buitenland blijkt dat problematisch te zijn. In het kader van de nieuwe Diergezondheidsverordening zijn verbeteringen aangebracht om die problemen op te lossen.

Europese ontwikkelingen

In april 2021 treedt de nieuwe Europese Diergezondheidsverordening volledig in werking. Op basis van deze nieuwe regelgeving zullen strengere eisen worden gesteld aan het I&R-systeem voor paarden. De belangrijkste wijziging is dat de overheid een database moet beheren waarin alle inrichtingen waar paarden gehouden worden zijn opgenomen. Ook moeten bepaalde gegevens van de paarden die in die inrichting staan in de database worden opgenomen. Daarmee wordt een koppeling gerealiseerd tussen het paard, de houder en de locatie waar het paard verblijft. De reden voor deze nieuwe eisen aan het I&R-systeem is gelegen in het feit dat het bestaande I&R-systeem niet gebruikt kan worden om de Europese regelgeving voor diergezondheid bij paarden efficiënt en effectief uit te kunnen voeren. Zoals aangegeven is met het huidige systeem niet goed in beeld waar welke paarden zich bevinden, terwijl dat voor bijvoorbeeld het bestrijden van dierziekten wel van belang is. De nieuwe eisen betekenen een substantiële wijziging voor de paardensector.

Eigenaren registratie

In het AO van 3 oktober 2018 is gevraagd naar het registreren van de eigenaar van een paard in het I&R-systeem voor paarden in relatie tot de (toekomstige) eisen in de Europese regelgeving. Het doel van het I&R-systeem, zoals in de Europese regelgeving is bepaald, is het borgen van voedselveiligheid en diergezondheid. Daarvoor is het registreren van de houder relevant en niet de eigenaar.

Voorgaande punten zijn op 19 december 2018 met de SRP besproken. In onderling overleg is besloten te zorgen voor een zo goed mogelijke invulling van de nieuwe Europese regelgeving. Het doel is te komen tot een robuust I&R-systeem dat gebruikt kan worden om voedselveiligheid en diergezondheid effectief te borgen. Het voorgaande laat onverlet dat op vrijwillige basis reeds initiatieven zijn ontplooid om gegevens over eigenaarschap te registreren. Zo heb ik begrepen dat de Stichting Centrale Database zich tot doel heeft gesteld data te verzamelen over eigenaren van paarden in een privaat beheerde database.

Samen met de sector zal ik komende jaren bezien hoe deze private initiatieven en de implementatie van de nieuwe EU-Verordening elkaar kunnen versterken. De twee grote paardenstamboeken KWPN en KFPS hebben daarbij hun medewerking toegezegd en reeds investeringen gedaan.

Certificaten bij tijdelijk transport van paarden

In het AO paarden op 3 oktober 2018 heb ik tevens toegezegd u te informeren over de voortgang van gesprekken met Duitsland over vrijstelling van export certificaten bij tijdelijk transport van paarden tussen Nederland en Duitsland. Inmiddels heeft de Nederlandse Chief Veterinary Officer (CVO) overleg gehad met haar Duitse collega. De uitkomst van dit gesprek is dat de Duitse CVO er welwillend tegenover staat om tijdelijk transport van paarden voor wedstrijden tussen Nederland en Duitsland zonder certificaat mogelijk te gaan maken. De komende maanden zullen de voorwaarden waaronder dit mogelijk gemaakt kan worden nader uitgewerkt worden. Ik heb er vertrouwen in dat we er met Duitsland uit kunnen komen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten